Macro-economische ratio's en algemene morose zonder reden




Reflectie


Economische data, macro-economie en politiek beleid
kanttekeningen bij de statistieken
omtrent werkgelegenheid



De tendens van het aantal werklozen in Vlaanderen
van 2007 tot 2015, maar hoeveel 200.000
uitkeringsgerechtigden op het totaal van de
beroepsactieve bevolking nu precies zijn, het
percentage, dan kan dat cijfers van alles betekenen.
Zijn er 2.000.000 dan is het 10 %, zijn het er
4.000.000 dan 5 %. Ook kan de vraag gesteld
hoeveel ervan in de private sector en hoeveel
bij de overheid en overheidsgerelateerde
instellingen en bedrijven werken. Dat laatste
betekent niet dat er geen sprake is van meerwaarde,
maar geeft aan hoe en of er een grote vraag
is naar arbeid in risicosectoren.
Komkommertijd wil het maar niet worden, maar denken velen en toch, wijl we doende zijn met kwesties als terreur, veiligheid en vrijheid van expressie, lijkt het erop dat het huiswerk er wat verwaarloosd bij ligt: men spreekt over werkgelegenheid in Vlaanderen, over dalende werkloosheidscijfers  terwijl om een of andere reden nauwelijks ratio's in de media te vinden zijn. Maar ook de statistieken van de VDAB laten weinig zien over de werkloosheid in Vlaanderen, noch voor het aandeel werkzoekenden met uitkering in de beroepsactieve bevolking. Bovendien blijkt er geen relevantie te zitten in gegevens over zelfstandigen, vrije beroepen, beroepsstages - advocaten, magistraten... - terwijl bijvoorbeeld ook gegevens over wetenschappelijk vorsers met een beurs beschikbaar zijn via de statistieken van werkgelegenheid en tewerkstelling.

Statistieken kunnen behulpzaam zijn om evoluties te zien, trends en om de doelmatigheid van beleid goed te in beeld te krijgen, maar een voorwaarde is dan wel dat die gegevens transparant, correct en qua methodiek acceptabel. Inzake onderwijs zien we dat media en experten wel eens statistisch materiaal op tafel leggen dat qua methodiek niet geheel zuiver op de graat is maar dat zij ook cijfers brengen die een beleid moeten schragen, niet a priori de werkelijkheid weergeven. Natuurlijk zal men over de termen van statistische data wel eens goed moeten nadenken en verschillende inzichten met elkaar moeten afstemmen, wil men geen ruis op de boodschap krijgen. Inzake armoedecijfers in Vlaanderen zien we een behoorlijk verschil tussen wat experten aangeven en wat op het terrein ervaren wordt. Bovendien blijkt wel eens dat de dynamiek van die armoedecijfers nogal eenduidig zijn, terwijl zoiets als gokschulden zelden in de weging meegenomen worden. Opvallend is bijvoorbeeld dat men bij verklaringen voor armoede in essentie niet verder komt dan Charles Woeste c.s. een eeuw geleden al zegden: die mensen leven niet volgens de juiste, volgens onze normen, ontberen werklust en dynamiek, zijn lui en zuipen zich zat en dom.  

Tewerkstelling is voor een economie een belangrijke indicator net als gegevens over startende bedrijven, over bedrijven in moeilijkheden en faillissementen. Het mag duidelijk zijn, denk ik, dat we dezer dagen veel gefragmenteerde data krijgen, die vaak bij nader toezien nogal ruw zijn. Via de persberichten van de VDAB komt er enige duidelijkheid, maar over de vraag hoe hoog het aandeel werkzoekenden met uitkering in een regio is of mensen in de zogenaamde wachttijd, blijft men in het duister tasten. Men kan aan de hand van de kruisdatabank heel wat nuttige cijfers ontlenen, die een accurate momentopname geven, maar aangezien het de obsessie is geworden dat de werkloosheidscijfers moeten dalen, blijkt men de kans niet te willen laten liggen over de toename van de data inzake bewezen tewerkstelling en frictiewerkeloosheid aan te geven, want kan aangeven of er voldoende investeringen mogelijk zijn.  

Er doet zich een merkwaardige situatie voor waarin de data niet leiden tot nuttige ratio's, die de reële arbeidsmarktsituatie kunnen duiden en trends weergeven. Men weet dat de afname van de werkeloosheid belangrijk is, maar hoe groot die is ten opzichte van de werkzame bevolking, beroepsactieve bevolking geeft ook andere aanwijzingen, van zuiver economische aard, van fiscale aard, maar ook wellicht van meer sociaalpsychologische aard. Men klaagt over een sfeer van morose in onze samenleving, van een onvoldaanheid, terwijl een aantal indicatoren erop wijzen dat er geen reden is om van een crisis te spreken. Het kan belangwekkende informatie voor de industrie en voor de overheid, maar ook voor u en mij bieden te weten of mensen bezig zijn hun huishoudtoestellen te vervangen door nieuwe, hun auto langer dan zes jaren willen gebruiken en dat soort toestanden meer. Het kan zijn dat de groei relatief beperkt blijft maar dat we net onder een gouden plafond zijn aanbeland, waar alle indicatoren een stilstand suggereren, terwijl ze onderliggend blijk geven een gezonde dynamiek.

Het blijft wonderlijk vast te stellen dat terwijl men een behoorlijk optimistisch verhaal kan vertellen, men kiest voor het negatieve. Ook de regeringspartijen dragen er het hunne toe bij, terwijl ze de noodzakelijke sanering van de overheidsschuld beter zouden kunnen realiseren, mochten ze beter laten zien dat er geen reden is voor zo een op het oog diep gravende morose.

Het is wel zo dat de inflatie in ons land hoger uitpakt voor diensten en dat regeringsmaatregelen daartoe hebben bijgedragen. De minister van werk en vicepremier wil dat nu onderzoeken, maar ten gronde blijkt ook dat bijvoorbeeld de witte kassa zorgt voor prijsverhogingen in de horeca. Weet men wel wat men doet,dan blijken de gevolgen alweer anders dan men had verwacht en voorspeld, voorgesteld. Moet dat problematisch heten, gezien het juist een blijk is van de flexibiliteit van een economisch subklimaat, dat het beleid weet op te vangen. Maar het zou ook kunnen leiden tot een pleidooi aan politici om net minder aan de weg te timmeren.

Het is al langer mijn inzicht dat politici een heel belangrijke rol vervullen in de samenleving, maar dat hun arbeidsethos wellicht wat te Weberiaans moet heten, want al hun streven naar een betere wereld brengt verwarring, chaos en onzekerheid in de samenleving. Maar politiek beleid moet er wel zijn en het overlaten aan technocraten alleen is ook geen optie. Overigens, mijn kritiek op Weberiaanse arbeidsethos geldt in wezen omgekeerd de journalistieke wereld, in die zin dat zij aan de ene kant verzuipen in de feiten die te vaak ongefilterd tot ons komen, maar het verhaal hoe zij  ratio's  aandragen die niet de arbeidsmarktsituatie laten zien, zoals die is, geeft weer hoe ze niet hebben nadacht over de gevolgen van de keuzes der spindoctors van VDAB en andere instanties waarbij dus wel de tendens van de werkloosheidscijfers wordt aangegeven, maar dus de noemer nooit meer de verhouding tussen werkzoekenden (met uitkering) tegenover de beroepsactieve bevolking op het papier komt.

Het geeft weer dat ze de macro-economische situatie niet geheel meer kunnen weergeven, want we zien ook op andere terreinen dat er weinig informatie doorstroomt, zoals bijvoorbeeld de vraag hoe of we in de drinkwaterprijs ook meebetalen voor het afvoeren en zuiveren van het afvalwater en dat kan men een goede zaak noemen. Bovendien zijn die bijdragen vooralsnog beperkt. Het probleem is dat we als burgers mogen verwachten dat die aanpak beter uitgelegd wordt, ook als bijvoorbeeld de oppositie voorhoudt dat wij door de regering gepluimd zouden worden. Maar men kan toch niet anders dan zorgen voor een goed systeem van distributie van drinkwater en vervolgens nalaten de riolen te onderhouden en het vervuilde water terug gezuiverd aan de natuur te geven of gewoon te hergebruiken. Dat zijn beleidsopties die eens genomen werden en nu volkomen automatisch uitgevoerd worden door bedrijven, waarin nog steeds politici een zitje hebben in de raad van bestuur. Daar valt veel voor te zeggen, maar de zitpenningen en andere genoegdoeningen komen wel de gemeente toe die zij in het bedrijf vertegenwoordigen.

Nu, met macro-economische data schiet het in de media wel vaker niet op omdat de journalisten vaak niet over de nodige macro-economische kennis beschikken om het allemaal te duiden. Toen Piketty kwam met zijn boek over ongelijkheid, werd luid geroepen hoe de onderzoeker massa's data had blootgelegd, uiteraard voor het eerst en dan nog eens helemaal zelf, maar niet zonder handen. Ongelijkheid kan tot spanningen leiden als de kloof te groot wordt en als de subculturele archipelvorming frequente contacten tussen de eilandbewoners in de weg staan. Maar het feit dat er ongelijkheid is, waarbij vooral de perversies van het financiële systeem worden blootgelegd, gaat voorbij aan andere economische fenomenen die daarmee samenhangen. De meerwaardeproductie die de "bezittende" klasse mogelijk maken brengt Piketty nauwelijks in rekening, althans niet in wat er over zijn onderzoek werd verteld en dat lijkt mij het grootste manco. Velen hebben er geen probleem mee dat een voetballer grootverdiener kan worden in de ene competitie en middenstander blijft in een andere competitie, maar o wee als een ingenieur een bedrijf opricht en jarenlang goed boert, zelf een paar voetbalclubs overneemt en er een soort hobby van maakt. O wee ook als zo een welstellend mens kunst gaat kopen of een mooi domein. Dat zijn niet onbelangrijke zaken en zelfs al spat het snobisme van de muren, het zijn persoonlijke keuzes, zelfs als ze voortkomen uit de aandrang om zich te presenteren als succesvol en meedogenloos. Maar economisch heeft die ondernemingslust wel betekenis en daar zijn we dan weer blind voor, zijn journalisten en vaak ook politici blind voor.

Erger nog, Links klaagt en zaagt over de ongelijkheid maar merkt in een moeite door dat de zogenaamde maakindustrie - een betekenisvol pleonasme - verder achteruit blijft boeren. De werkeloosheid bij doelgroepen brengt men nauwgezet in kaart, maar men volstaat met een equatie van ratio's waarbij het aandeel van de doelgroep in de arbeidsmarkt getoetst wordt aan het aandeel van de groep in de samenleving en dan concludeert men dat die groep over- of ondervertegenwoordigd wordt. Een leuk cijfer voor de burger, maar in wezen leidt het dan tot een onderwijssociologisch gestuurd beleid waarbij de kansen om aan die oververtegenwoordiging iets te doen nauwelijks toenemen.

Weet uw dienaar er dan alles van? Neen, ik zou bijna zeggen, goddank, want het leven zou saai wezen, maar tegelijk wil ik graag enigszins geinformeerd kunnen meedenken en -praten en dan kan men maar beter over de juiste ratio's beschikken, waarbij het ruwe datamateriaal niet ook telkens opnieuw bijgesteld worden, om methodologische redenen, terwijl de werkelijkheid zelf niet meer in beeld komt. Het is zoals met de boekhouding van een bedrijf: beantwoordt die niet aan de economische realiteit van een bedrijf, dan kan men de hele constructie misleidend noemen. Een begroting van een stad of provincie, van de Vlaamse overheid wordt overigens nog steeds als moeilijk te bewerken pdf-bundel weergegeven, maar het blijft moeilijk voor burgers om er belangwekkende ratio's uit af te leiden, die toelaten het beleid te evalueren. Onderzoeksjournalistiek? Men schreeuwt erom, maar als het over economische data gaat, dan is er van onderzoek weinig sprake of het zou over de idee gaan dat rijkdom diefstal is en dat iedereen met geld fraudeert.

Tot slot, deze reflectie komt ook voort uit de vaststelling dat men de samenleving niet enkel angst voor terrorisme toedicht waaraan wij allen zouden lijden, maar ook aan angst voor de toekomst. Paul Goossens heeft het ook niet optimisme begrepen en dat valt nog te begrijpen want van zijn heilsstaat, de Socialiistische Weltrepublik lijkt niet zoveel in huis te zijn gekomen, meer nog, het loopt elke weer spaak op corruptie en bureaucratie - ook een tautologie. Men misleidt mensen als men hen bedelft onder het verzamelde werk van auteurs als Thomas Piketty en Peter Mertens, maar zwijgt over de bijdragen van Tomas Sedlacek. Inderdaad, ik heb het boek van Piketty gekeken en daarmee vergeleken, levert Tomas Sedlacek, de economie van Goed en Kwaad, heel wat meer inzichten over ratio's, dynamiek, Keynes en Adam Smith dan Piketty. Onrechtvaardigheid bestrijden beide, alleen lijken de inzichten van de Tsjechische econoom robuuster. Wat zegde een recensent - ik meende in De Standaard, maar vind het niet terug -: het boek is rommelig en een mens vindt er zijn weg niet, terwijl het goed in elkaar zit; het tweede deel verklaart de verhalen van het eerste deel, van Gilgamesj en de farao, van al die andere gebeurtenissen als fenomenen en als bron van reflectie en vertaalt ze als motor tot actie. Oh ja, ratio's zijn ook verhalen, maar we moeten weten wat ze vertellen.

Bart Haers  


Reacties

Populaire berichten