Opgroeien in goed vertrouwen

Reflectie


Geen onderwerping
Levendig blijven, vitalisme s.v.p.


Deze dame werd 110 en niemand had dat
kunnen voorspellen toen ze in 1903 in Praag
geboren werd. Ze overleefde een zware
beproeving, Theresiënstadt en woonde lang
in Israël, voor ze naar Londen verhuisde.
Oud worden was voor haar - volgens
een documentaire - lange tijd niet zo
een last, zelfs al kon ze aan het einde
niet meer al haar vingers gebruiken
om de etudes van Chopin te spelen*. 
Sta me toe deze reflectie aan te snijden met een verwijzing naar de geboortewens die ik op 19 augustus, gisteren dus, op deze blog heb gepost. Het gedicht dat ik schreef voor de pas geboren kleindochter van een mijner broers, want het is in deze tijd met grootse studies over generaties opmerkelijk hoe mensen hun ding toch blijken te doen en hun eigen invulling aan het leven weten te geven. Men zegt dat babybooms zorgen voor een globale ofte mondiale demografische overdruk, maar tegelijk, als wij geen nieuwe generaties voortbrengen, maar ook van opvoeding geen werk maken of net teveel, wordt het ook niets.

Kinderen in deze wereld, ze worden ontvangen met bubbels en vervolgens in de watten gelegd, zeggen cultuurpessimisten, experten die menen zeker te weten hoe het moet. Oude rituelen, zoals de doop vinden we niet altijd meer zinvol, maar die doop blijft toch wel een moment van overgangsritueel, een wezen wordt lid van een gemeenschap, zal later dat lidmaatschap bevestigen en in woord en gedachten daartoe bijdragen. Aangezien godsdienst opium voor het volk is verklaard, God in een moeite dood verklaard en alles wat niet rationeel of wetenschappelijk verantwoord kan worden, van geen betekenis, wordt de geboorte nogal eens een kwestie van hielprik, bepalen van het geslacht en vervolgens een opvolging van de ouders of ze wel alles goed doen. Wat goed doen?

Tegelijk pakt een krant met een redactioneel onder de titel Soumission. Het laatste wat ik wil, wat velen willen, maar hoe gaan we dat tegen? En hoe zou het zover kunnen komen? Het gaat over de omgang met onze eigen cultuur, maar ook met inzichten over de toekomst, van onszelf en ja, van de rest van de wereldbevolking, waarbij eurocentrisme zowel een zegen als een vloek zullen blijken. Moeten we opnieuw een ondergang van het Avondland vrezen? Ik denk dat het domweg van ons zal afhangen. Maar we kunnen ons niet alleen niet onderwerpen aan een of andere godsdienst, maar ook aan denksystemen die ons veilige handvaten aanbieden, maar vooral ons de last en moeite van het denken over deze wereld, het contingente besparen. Nochtans is het dat wat een leven de moeite waard maakt, want voor ik er was, was de wereld er al en zal ik eenmaal mijn laatste adem hebben opgeblazen, dan zullen anderen dit aardrijk bewonen en er hopelijk proberen het beste van te maken. Neen, de voorzaten deden niet alles fout, maar lang niet alles ging goed.

Want Eurocentrisme als zondig afwijzen, belet dat we een positie kunnen innemen om naar onze samenleving te kijken en erin handelend actief te zijn. Het is de wereld of een deel van de wereld dat wij het beste kennen. Kan men het grootste gemak de duistere bladzijden opsommen, dan kan men niet ongestraft blind blijven voor wat er goed is gegaan. Voor u aan zou nemen dat ik optimisme als een morele deugd zou beschouwen, of beter, een morele plicht, geef ik graag mee dat optimisme op zich redeloos moet heten. Maar de lezing van de geschiedenis laat vaak verschillende varianten toe en de geschiedenis vertelt niet altijd alles over hoe mensen met de grote geschiedenis - die wij geacht worden te kennen en onderschrijven - zijn omgesprongen, hoe ze er baat bij hadden of tussen de raderen vermorzeld werden. Maar men zal mij niet vertellen dat de geschiedenis van Europa alleen bron van schaamte, schande, schaamteloosheid zou wezen, wel dat de geschiedenis zich alleen laat vertellen als men de verschillende evoluties naast elkaar weet te plaatsen en ziet hoe die op elkaar interageren. De godsdienstoorlogen, de moord op Henri IV en de Dertigjarige oorlog (1618 -1648) was ontegensprekelijk een periode van nauwelijks te bevatten wreedheid, maar tegelijk ontstonden als reacties pogingen tot tolerantie en tot stabilisering van de samenleving. De verdragen van Westfalen, Munster en Osnabrück waar een hele resem partijen, van de Roomsche Keizer en de Republiek tot kleinere entiteiten die in de oorlog actief waren geweest. Men heeft Duitsland toen voor het eerst hertekend, kleinere vorstendommen samengevoegd, zonder dat er ook maar een machtige staatkundige entiteit ontstond. Het denken over oorlog en vrede van Hugo de Groot heeft mee de geesten rijp gemaakt voor een andere aanpak van internationale geschillen, maar dus ook van de mogelijkheden om zonder oorlog tot verdragen te komen die door derden als rechtsgeldig dienden erkend te worden.

Dat eurocentrisme zal wel een vloek wezen als we de ontwikkelingsgang van Europa als enige mogelijke zien, waarbij we ook de macht van Europa over andere delen van de wereld, tot in de achttiende, negentiende eeuw ging het alleen in Nederlands India en Zuid-Amerika over meer dan factorijen, om het vestigen van kolonie en het organiseren van geregeld bestuur met gouverneurs en eigen troepen, justitie etc. Wel zal in de negentiende eeuw de greep op territoria belangrijker worden dan het houden van monopolies op handelsroutes, producten ook. Ja, er is slavernij geweest, inderdaad, het heeft tot het begin van de negentiende eeuw geduurd voor in het Verenigd Koninkrijk onder invloed van een religieuze club stappen ondernomen werden om handel te verbieden. Toen de VS dat overnamen, begonnen eerst het behandelen van de slaven als "levend kweekvee". Daar hebben we gezien tot wat we in staat zijn als mensen tegenover andere mensen. Maar het verbod kwam er wel. Merk ook op dat Adam Smith tegen kolonisatie was gekant.

Wat de rol van Europa was vanaf ongeveer 1500 zal men niet zo gemakkelijk eenduidig verklaren en ook na 1948, toen de dekolonisatie soms overhaast werd doorgevoerd, heeft dat niet altijd tot gewenste resultaten geleid. Landen werden soeverein en er ontstonden scherpe conflicten waar landsgrenzen arbitrair waren getrokken. Maar ook stelt men vast dat niet elke dictator met die intentie macht verwierf,  het land ging besturen en dat het soms wel lukte - met hulp van degelijke adviseurs een grondslag te leggen voor een rechtsstaat of interne tribale conflicten op te lossen. Europa heeft vaak een hypocriete rol gespeeld, want men zal  de Algerijnen noch de Soedanezen best niet proberen wijs te maken dat het allemaal voor hun welzijn bedoeld was. Anderzijds ziet men dat behalve ontwikkelingshulp de opleidingen van artsen en verplegend personeel, van landbouwingenieurs en al die andere bekwaamheden nodig voor een bloeiende samenleving ook in Afrika voor toenemende welvaart gezorgd hebben en voor overbevolking, omdat men niet voldoende en niet tijdig een aantal gewoonten heeft gewijzigd, onder meer het zelfbeschikkingsrecht van vrouwen inzake ontwikkeling en vruchtbaarheid verzekerd.

De spanningen in onze wereld, die razendsnel globaliseerde en zonder dat we er tijdig de terugslag van zagen aankomen of dat we ook bij onszelf de emoties en onzekerheid durfden te onderkennen - hé bange blanke man! durf het niet bang te wezen - alsmede de vermeende superioriteit van de markteconomie zonder grenzen, zonder verkeers- en andere reglementen, heeft ertoe geleid dat het onbehagen sterk is toegenomen, maar hoewel de economie even op een hoog niveau stationair blijkt te draaien, zorgt dat nu bij economen en analisten voor hoofdpijndossiers. Het onbehagen heeft te maken met een invulling van liberalisme die het individuele handelen helemaal opzij schoof en uitgaat van een markt waar alles door een zogenaamde blinde hand geregeld zou worden. Anderzijds mag men in onze contreien over de welvaart niet klagen en zal men wel iets verliezen aan de globalisering, maar tegelijk schept die mogelijkheden.

De grote vraag is welke paradigmaverschuivingen men zal beleven, of beter de generatie die nu aankomt, geboren wordt: a) levensverwachting; b) kwaliteit van leven; c) voorwaarden voor geestelijke gezondheid; d) voldoende kennis verzamelen om met nieuwe mogelijkheden om te gaan. Reizen naar Mars overtreft het gemeenschappelijke voorstellingsvermogen, 120, laat staan 150 jaar worden lijkt een zege, soms ook een zegen, maar hoe zal men zo oud worden en wat zal dat voor invloed hebben op onze activiteiten, op onze beleving van dat lange leven. Dat we alle hoop moeten laten varen, of beter, zij die nu geboren werd, betwijfel ik, of het een rozentuin wordt, blijft voorlopig buiten onze ervaringswereld, dat overschrijden van de levensverwachting boven wat we natuurlijk meekregen. Men kan zeggen dat we nu 80 jaar worden omdat we alle vormen van voortijdig sterven geleidelijk hebben opgeruimd, maar men kan evengoed stellen dat de "natuurlijke" levensverwachting, zonder goede en verzekerde voedselvoorziening, hygiëne, huisvesting, opvoeding, scholing, vorming op ongeveer 35 à 40 kan bepaald worden en dat welvaart en vooruitgang mensen ver boven die natuurlijke begrenzing heen heeft getild.

Om het concreet te maken, een vrouw van veertig kan nu nog zwanger worden, maar kan ook al de kinderlast achter zich hebben en al haar kunnen in een beroepsactiviteit leggen. Waar men tien, vijftien jaar geleden geloofde dat jongeren wijsheid, kunnen en uitstekende uitvoering in de vingers hadden, ziet men die jongeren vandaag minder wiskunde of mindere wiskunde leren en onder de knie te krijgen. Maar ook met de taalkundige kennis, de literaire en de filosofische schiet het niet op. Waarom? Omdat men de lesprogramma's niet meer richt op individuele ontplooiing, maar op gelijkheid. Toch zal die vrouw van veertig nog minsten vijftig jaar beroepsactief moeten blijven, als de levensverwachting boven 120 uitstijgt en dan wordt de vraag of er voldoende kwaliteit van leven is om het te beleven als iets weldadigs.

Ik wens dat meisje dat ik een geboortewens toestuurde uiteraard het allerbeste, geloof dat ze vele kansen zal krijgen en dat ze ook een goede opvoeding zal krijgen, evenwichtig ook. Maar waar ik met dat kind te doen heb, is de vraag hoe ze tijdig met haar generatiegenoten zullen beseffen dat hun leven niet meer volgens het klassieke stramien zal verlopen en hoe ze hun leven daarop invulling zullen kunnen geven. Wetenschappelijke en technologische vooruitgang is mogelijk, maar hoe zal dat op onze arbeid afstralen, op arbeidsvreugde en succeservaringen? Een antwoord heb ik niet, wat men mij niet kwalijk zal nemen, maar de vragen stellen kan leiden tot reflectie over nieuwe inzichten van de condition humaine.

Heb ik nog maar weinig over onderwerping verteld? Uiteraard, omdat ik denk dat onderwerping aan "a lesser god" niet aan de orde is, maar aan systemen door mensen ontwikkeld, van technologische aard des te meer. Daarom zal men toch moeten teruggrijpen naar criteria over wat we humaan en meer humaan vinden. Met Susan Neiman gaat het dan ook over meer dan de aanname dat mensen alleen leven voor zichzelf, of alleen eigen belangen nastreven. Dat is goed mogelijk, maar er is meer dan dat. Ook rationele overwegingen kunnen tot weldoen en respect voor derden leiden, maar dat blijkt, zoals Neiman stelde, niet per se de uitkomst van wat sociaal psychologen en hersendeskundigen voor ogen hebben staan. Hun model, zoals onder meer Dick Swaab het voorstelde - in een vuistdik boek - herleid zelfs het brein, terwijl er nog veel is dat we nog niet weten. Anderen menen dan weer dat breinen wel autonoom functioneren, in samenhang met fysiologische gegevenheden van het lichaam waaraan de brein deel heeft, de hormonenhuishouding, de stofwisseling en gebeurlijke ongevallen, ziekten die genezen werden, met of zonder schade, maar zich ontwikkeld juist door interactie met andere breinen, via communicatie, verbale en non-verbale. De aandacht voor het brein lijkt voor wetenschappers de aandacht voor de werking van afzonderlijke breinen in interactie met elkaar uit te sluiten, wat een wel erg reductionele benadering is van dat fenomeen, het brein, een brein dus.

Neen, alle hoop ik laat ik niet varen voor dat wicht dat nu onder ons, in de familie is gekomen. Maar waar ik nu ongeveer in het midden van de levensweg gekomen ben, of iets erover, - waar  dat midden voor Dante hoogstens dertig geweest moet zijn, zal dat voor kinderen van vandaag 75 jaar worden. Wat een perspectief, maar ook wat een uitdaging voor de geest, want wat wordt het leven dan anders dan een lange trage rivier? Oh ja, het kan nog ook ertoe leiden dat we vele rebellen zonder welke redenen zullen ontmoeten, kerels en meisjes die gewoon uit balorigheid de boel willen opblazen. Dat motten we niet willen. De charme van creatieve destructie mogen we ook niet uit het oog verliezen, maar waar het zo zelden over gaat, waar we nauwelijks over durven te spreken blijft de mogelijkheid van deze wereld te houden, erom te geven en er met zorg mee om te gaan, met mensen, de natuur, de gewrochten der mensen ook. Och, de zwarte bladzijden lezen we graag en iedereen kent wel ergens een gouden bladzijde, maar zoals deze, onze wereld en de mensheid zich ontwikkelden, dat vinden we geen verwondering, laat staan bewondering en creatieve inzet waard. Hopelijk zal de kleine Maud in vertrouwen kunnen opgroeien en zal zij ook leren in goed vertrouwen met anderen om te gaan. Het kan mis gaan, jawel, maar waarom moet het in godsnaam al a priori bekeken worden alsof het mis zal gaan. Zal zij dan niet vanuit dat goed vertrouwen, dat al eens beschaamd zal worden, ook van mensen kunnen houden?

Bart Haers


 * in 2004 vond deze dame al hoeveel haat en wellicht ook ressentiment er leefde, maar ik denk dat ze het me niet kwalijk zal nemen als ik toch haar andere boodschap meer belang toeken, dat het leven mooi is, of minstens kan zijn, maar dat ook van onszelf een en ander, begrijpen dat haat koesteren makkelijk is, proberen die haat niet te voeden en andere inzichten en emoties ook een plaats geven, vraagt ook een geestelijke discipline. https://www.groene.nl/artikel/een-levenslang-gevecht-tegen-de-haat

Reacties

Populaire berichten