Politici meer dan professionals



Dezer Dagen



Politiek meer dan een beroep
over pensioenrechten en het harde werk



Hier zitten dus 150 volksvertegenwoordigers, maar
even verder zitten er 124 in het Vlaams Parlement,
er is ook het parlement van het Brussels Hoofdstedelijk
gewest en dan is er nog het Waalse parlement in
Namen. Veel, zeer veel, dat klopt, maar
dat zijn keuzes waar Vlaamse politici niet veel
vat op hadden. Maar of de pensioenregels die men
nu voorstelt wel verbetering gaan brengen,
durf ik te betwijfelen. 
Al sinds 1989 had ik vaak en met genoegen - doorgaans toch - contact met politici, zoals Hugo Schiltz, van wie ik als jongeling veel mocht leren. Een van de kwesties die bij tijd en wijle behandeld werd, was de status van de politicus en hoe politic vol goede wil zelf vaak mee om zeep hielpen, zoals met de aangifte van de aanwas van patrimonium. Toen las ik voor het eerst Max Weber, Politiek als beroep. Zouden we daar dan niet vaker op terug moeten komen?

Weber vindt dat politiek als ze waarachtig wil zijn niet zozeer principes huldigen moet, wel het algemeen belang dienen en daarvoor dus als politicus al eens het hoofd op het kapblok leggen kan wenselijk zijn, al kan men best beginnen met het afleggen van verantwoording over hoe men het algemeen belang heeft willen dienen. Weber sprak deze rede uit na een autodestructieve oorlog, die begon als een groots avontuur, voor een deel van de Duitse burgers - anderen weigerden vaak dienst of zochten vergeefs uitwegen. De burgers, zoals Thomas Mann, die de oorlog gerechtvaardigd bevonden, zouden er later op terug komen en begrijpen dat hun nationalisme tot inhumaniteit leidde en mensen in posities heeft gebracht die men niet van hen kan eisen.

Weber schreef in een ander tijdgewricht, zoveel is duidelijk, maar zijn zorg om de politicus aan te sporen ernstig te denken over de eigen verantwoordelijkheid in plaats van eigen principes te huldigen, kan vandaag op weinig goedkeuring rekenen: politici moeten beginselvast voor de eigen overtuiging opkomen. Meer is er niet te zeggen, hoor ik wel eens, al lijken er nog altijd politici rond te lopen in de Wetstraat of het Binnenhof, het EP ook, die durven na te denken over hoe ze het best mogelijke antwoord gaan verzinnen.

Hoort u dat ook wel eens: fact free politics? Ik vind het behoorlijk huiveringwekkend, want dat betekent dat politici zich aan de feiten niet storen. Nu, wie facts free handelt is me evenwel niet altijd duidelijk en dat komt omdat zowel links als rechts politici een bepaald concept huldigen van wat politiek correct moet heten. PoCo? Ik heb het woord altijd van verre van mij gehouden omdat men zo de indruk wekt te weten hoe we met kwesties moeten omgaan: de morele meetlat erbij halen en gaan meten. Paul Goossens mag dan schrijven dat alleen hersenloze linkse rakkers voor een wereld zonder grenzen zijn - of zonder geld - in de praktijk zegt hij dat wie nadenkt begrijpt dat er grenzen blijven in deze wereld, alleen, voor Goossens en andere zijn grenzen in principe ondoordringbaar, terwijl juist grenzen zorgen voor handel en verkeer.

Het grappige is dat we zo nog altijd niet weten welke grenzen heer Goossens in gedachten hebben zou, want het kunnen de grenzen van het dorp zijn of die van de stadstaat Vlaanderen of Europa? Soms kunnen de Belgische grenzen nog ergens toe dienen, maar vaak om statistische truckjes uit te halen, eerder dan om naar waarheid problemen te behandelen, zoals het aantal opleidingen men nodig heeft en hoeveel artsen na vruchtbare studies dan hun beroep mogen uitoefenen - en hoe?

Natuurlijk zijn er grenzen, maar in Europa zijn de grenzen tot vorig jaar geleidelijk vervaagd om plots weer te verschijnen, na de aanslagen in Parijs en nu staan er dagelijks files in Aalbeke. In de Panne werken de grenzen andersom, willen wij Franse ellende buiten de deur houden, terwijl de Britten verder de boel verzieken. Want de Britten houden open deur voor wie erdoor heen kan glippen en laten de ellende op de  stranden van Duinkerken en Calais verder voortbestaan. Waarom het UK nog altijd zo geliefd is voor asielzoekers valt dan weer moeilijk te verklaren, aangezien bepaalde disfuncties in het Britse systeem - behalve de ID-kaart - toch wel opgelost raken, blijft onduidelijk. Gemakkelijk verdwijnen in de massa moet er een van zijn.

In die zin is het voor Politici dezer dagen geen pretje om dagelijks aan de knoppen te zitten, wat men er ook van vertellen mag. Elk moment kan een minister op een gezagsdepartement in de problemen komen, omdat er ergens iets mis gaat met terreur-misdadigers of pedofielen. Elk moment kan de eerste minister of een minister van onderwijs ervan verdacht worden de kluit te hebben belazerd, terwijl het anderen zijn die in hun naam en middels delegatie van bevoegdheden een vergissing hebben begaan. Ik denk aan Markies Mark Eyskens, die vond dat hij in dit apenland niet hoefde af te treden of zijn portefeuille buitenlandse zaken hoefde in te leveren omdat een terrorist op de Grote Markt in Brussel was gespot. Formeel had de man gelijk, in de feiten vonden velen dat hij zwaar in de fout was gegaan, omwille van de referentie aan het  apenland.

Moet men dan compassie hebben met die politici die toch maar zakkenvullers zouden zijn? Ik dacht het niet, maar wel zal men begrijpen dat zeker nu elke uitglijder een einde kan maken aan een loopbaan, nu elke slip of the tongue zo verknipt kan blijken dat men mensen beledigt en burgers voor de aap houdt zorgen voor een roemloos einde, ook als er niet echt iets aan de hand is. Politieke schandalen zijn zelden in verhouding tot de daden die ze oproepen. Meestal weet men die schandaaltjes mooi onder de pet te houden, tot het nuttig kan zijn er breed mee uit te pakken. Soms komt er niets aan het licht omdat niemand er belang bij heeft en dan blijkt na verloop van tijd dat er toch iets aan de knikker hangt.

Toch kan men niet anders dan vaststellen dat politicus m/v worden doorgaans een bizar moet heten, waarbij men aan de top komt zonder dat men er echt alles voor in de waagschaal gelegd heeft, terwijl anderen er alles voor over hebben en eindigen als de goede mensen van Nil Baram, dat wil zeggen tussen de raderen van het systeem. Bij Baram worden de goede mensen opgepakt als verraders terwijl ze denken de uitgelezen uitvoerders te zijn van de opdrachten die men hen heeft gegeven. Politiek bedrijven lijkt soms op het uitvoeren van inzichten van anderen, die men dan zo goed mogelijk tracht tevreden te stellen. Zeldzaam zijn die politici die op het cruciale moment durven te kiezen voor de zaak, niet voor de eigen persoonlijke resultaten, zegt men vaak, maar ik weet niet of dat werkelijk zo uitpakt. tegelijk kan men veel tegen opportunisme  inbrengen, doorgaans blijkt dat ook de beste resultaten op te leveren, als het opportunisme erop neer komt dat men inderdaad luistert naar kiezers en niet zomaar een gerucht oppikt en ermee aan de slag gaat.

De weg ligt open om aan politiek te doen, hoorde ik goed dertig jaar geleden, maar dan moet je tijdig een partijkaart kopen en de kleine hand- en spandiensten verlenen die deuren doen opengaan. Ik vond dat weinig passend maar later zou ik merken hoe men mensen rekruteerde en dat men inderdaad veel hand- en spandiensten dient te verlenen, nuttig zijn voor de organisatie. Deels kan men die aanpak billijken, maar tegelijk merkt men dat zo mensen hun eigen inbreng versmacht zien worden.

Politiek bedrijven is gebaseerd op het verwerven van mandaat, eerst lokaal en vervolgens steeds hoger in de hiërarchie van de partij en de politieke assemblees. Men kan hier niet onderuit, maar verliest er wel eens de focus bij. De gedachte dat men aan politiek moet doen om de wereld en mensen te veranderen, blijft dan wel merkwaardig, want hoe kan men zich inzetten voor mensen zoals die zijn, de lafhartige criticasters, de moedige mensen, de plan- en lijntrekkers, de slimme en zij die denken dat ze het weten, de menslievende luiden en zij die het mensdom hartgrondig haten, zij die ervan houden in de modder te staan en zij die in het heldere licht van de zuivere ideeën menen te verblijven? Hoe ook, het is voor die mensen dat een politicus m/v zich uitslooft en dat nog graag doet ook, al is het niet altijd duidelijk wat het allemaal opbrengen zal in een pluralistisch politiek kader, want wie finaal voordeel haalt n een debat, blijft altijd, bijna altijd onduidelijk. 'Yes, we can' blijkt volgens sommigen even vergiftigd als "wir schaffen das". Beide uitspraken kwamen na een periode van ongedecideerd beleid en drukten het vertrouwen uit in de samenleving, dat inderdaad het individuele oversteeg, overstijgt, wanneer we aannemen dat we meer verwezenlijken als we op een aantal punten dezelfde doeleinden nastreven. In een sfeer van polarisatie valt het moeilijk die eensgezindheid te vinden, in een democratie is het moeilijk die polarisatie te vermijden. Toch bestond die sfeer tijdens de zogenaamde "Trente glorieuses", de periode na WO II van ongekende groei en innovatie op tal van gebieden. Vergeten we niet dat men die "glorieuze decennia" niet alleen politiek kan verklaren, omdat de politiek veel op het getouw heeft gezet, zoals de sociale zekerheid, maar burgers hebben zeker minstens zoveel bijgedragen, niet enkel in belastingen, maar ook door hun investering in hun beroep, huis, gezin.

Vandaag gelooft vrijwel iedereen, zowel links als rechts dat we in een economisch en moreel moeras verzonken zijn, terwijl duidelijk is dat politici vaak hun basistaken vergeten lijken, zoals juiste analyses maken en vooral kijken hoe men mogelijk feilen kan verbeteren, aan het overheidssysteem. Men gaat er in politicis gemakkelijk en lichtzinnig van uit dat men mensen moet verbeteren en uiteraard ook de wereld. Wellicht ligt daar het verschil tussen de conservatieve politicus en de progressieve politicus, of beter een conservatieve dan wel progressieve benadering van de samenleving, van het fenomeen dat mens heet en van de wereld als zodanig. De conservatief sluit verandering niet uit, slaat de handen aan de ploeg maar niet omdat het alles niet aan zijn idee van de goede wereld beantwoordt, maar omdat er mogelijkheden zijn aan de dingen die zijn een nieuwe touch te geven. Het verschil is dus afkeer van wat is versus de aanname dat de dingen en mensen die zijn er nu eenmaal zijn en dat het allemaal zo kwaad niet is, zeker de mensen die men ontmoeten mag, blijken doorgaans mee te vallen.

Het verschil in beleid is niet hart versus hard, zoals men het graag voorstelt, want wie de wereld wil veranderen, grondig en ten gronde moet best hard en hardhandig te werk gaan zoals men in de twintigste eeuw ampel heeft bewezen. Mensen hun ding laten doen, binnen een goed uitgebalanceerd wettelijk stelsel blijkt dan veel interessanter, wat echter veel vertrouwen vraagt en ook terughoudendheid van politici. Maar er zijn momenten dat een politicus doortastend mag zijn, om bepaalde breuklijnen te lijmen of om concreet beleid mogelijk te maken, ook wars van ideaaltypes, maar in de werkelijkheid van alledag. Wie zegde het ook weer, van de modder van de Palatijn versus de politicus die op de agora van Athene de rede laat triomferen.

Men is nu tevreden, dat politici 45 jaar zullen moeten werken, zeggende dat politici geen voorrechten mogen hebben. Maar het systeem dat men na vier of vijf ambtstermijnen gediend te hebben een goed pensioen mag verdienen - over de hoogte kan altijd ook nog gezeurd worden - was praktisch en niet voor elke verkozene weg gelegd. Dat een loopbaan in de politiek niet los staat van een loopbaan buiten de politiek spreekt voor zich, maar velen beginnen hun loopbaan in de weelderig uitgebouwde hofhouding van de partijen en groeien door, krijgen een goede plaats op de lijst, raken verkozen en al te vaak klinkt het "j'y suis et j'y reste". Zorgen tijdig met iets spitants in de media te komen, kan dan volstaan. Of men zo tevreden kan wezen over het geleverde werk is een goede tweede.

Men zegt dat die politici geen voorrechten mogen hebben, maar verlegt tevens de macht van bij de burger - theoretisch volgens sommigen de drager als natie van de soevereiniteit - nog meer naar de partijleiding en de rekrutering wordt nog belangrijker dan het persoonlijke engagement. Het blijft dus finaal de vraag of men zonder het apparaat iets kan bereiken en dus of burgers wel de kans krijgen zich positief voor een politicus m/v uit te spreken. Neem de discussie over de onderwijshervormingen, waar het primaat van de politiek soms ver te zoeken is, dat wil zeggen dat in deze andere krachten de drift om de boel op de schop te nemen de politici vrijwel gedachteloos het discours heeft opgedrongen, terwijl men weet, weten kan dat men daarbij met data sjoemelt, om toch maar dat zogenaamde ideale onderwijs op te bouwen, waarvan in nabije buitenlanden is gebleken dat het vooral fout is gegaan. Toch zijn er maar weinig politici die de uitgangspunten van de hervormers ernstig hebben genomen en dus daarom onderzocht hebben. Gelijkheid, gelijke kansen en rechtvaardigheid? Prachtig, maar in welke mate voldeed het reeds gedemocratiseerde onderwijs niet aan die vereiste? Helemaal niet, krijg ik dan te horen, terwijl de cijfers iets anders uitwijzen, namelijk dat wie wilde en zich inzette wel de eindmeet kon bereiken.

Op bijna alle domeinen zien we de neiging opduiken dat politici vijandig tegenover de samenleving en de wereld zouden moeten staan wil men mensen verbeteren. Nog minder dan Augustus, zoals John Wiliams die beschreef, zijn zij bij machte iets te veranderen en de vraag is of een democratisch bestel hen daartoe enige legitimatie aanreikt. Mogen zij dan niets doen? Dat ook weer niet, maar de grote verwachting meer dan een steen in een rivier te verleggen, moet men niet voeden: toch blijkt dat tjollen langs de wegen niet zinloos en dat spreken met mensen, hoe lastig de verhoudingen en verwachtingen ook zijn, van belang. Sommige verkozenen verdienen meer dan het zout op de aardappelen - als dat vandaag nog begrepen wordt - maar tegelijk is het vaak moeilijk die afweging te maken, omdat ideologische voorkeuren zwaar wegen.

Daarom denk ik dat men politiek bedrijven niet moet zien als professioneel in de betekenis van een loopbaan, wel mogen we verwachten dat een politicus professioneel te werk gaat, met kennis van zaken, met het oog op een goed samenleven, waarbij men geen oplossingen aanreikt voor problemen die er niet zijn, tenzij wanneer men met een ideologische blik naar de wereld kijkt. Het kan ook niet anders dat men een kijk heeft op mensen en dingen, een ideologie dus en daar zit het hele eiereneten van de politiek, men moet het eigen gelijk per fas et nefas hoog houden en toch, als men eerlijk zou willen zijn de fouten in de eigen redenering durven te erkennen.

Neem de ecologische beweging, waarvoor men veel kan inbrengen, maar waar het naar mijn inzicht fout gaat is dat men niet gelooft binnen de groene beweging dat anderen het goed voorhebben met de natuur. Wat we als natuur beschouwen vormt dan al een probleem op zich. Toch kan men de inbreng van ecologische partijen in het politieke debat niet onderschatten, ook al omdat ze deels een evidente benadering hebben geformuleerd, althans, zo lijkt het en daar doet men hard zijn of haar best voor dat ook zo evident als mogelijk te laten overkomen. Alle partijen vinden nu dat de voorrechten van politici overdreven waren, maar de hardnekkige jacht op de ingesleten slechte gewoonten, maakt het voor politici nagenoeg onmogelijk zomaar afscheid te nemen van hun mandaten. En partijen proberen vooral betrouwbare kandidaten te brengen - logisch toch - en zorgen ervoor dat een kring vrij veilig aan het werk kan blijven, waardoor de kloof tussen de kern en de beweging, de mensen die eigener beweging hun engagement voor de partij willen vorm geven nog groter wordt - wat jongerenafdelingen opvangen door soms heel verregaande voorstellen te doen, die men dan weer niet durft af te schieten. De invoering van nieuwe pensioenregels voor politici juichen we luide toe, maar men ziet niet in dat zo een nog maar eens versterkte particratie het debat nog sterker hypothekeren zal.



Bart Haers      

Reacties

Populaire berichten