Politieke correctheid steriel?



Reflectie





Bij gebrek aan invloed op de onderbouw
 incongruenties


De meiden van Halal bezorgden 10 jaar geleden
menige Nederlander kopzorgen en hoofdpijn,
want ze waren goed van de tongriem gesneden
en wisten zich goed te presenteren. Maar of ze
de emancipatie en de integratie van immigranten
veel goed hebben gedaan, valt niet zomaar te
staven. 
Tinneke Beeckman schrijft over politieke correctheid en wat ermee aan de hand is, Rik Torfs laat dan weer begrijpen dat het socialisme aan het einde van een cyclus is gekomen, wellicht meer dan dat, maar er is altijd nog hoop in het vat, moet men maar bedenken. Politieke correctheid en gauchisme, het werd op een hoop gegooid, maar is niet hetzelfde. En de omgang met de welvaartstaat en het gecorrigeerde marktdenken - een sociaal-democratische gedachte bij uitstek - heeft voor velen onder ons toegangen tot het betere leven gebracht.

Het socialisme gaat de mist in, niet omdat een aantal coryfeeën in troebel water terecht zijn gekomen, wel omdat het moeilijk valt te rijmen  tegelijk sociale rechtvaardigheid te willen realiseren en intussen te zien hoe de "grote legumen" ver van het volk hun besognes behartigen. Vooral de moeilijkheid om te begrijpen dat dit volk niet meer aan het volkshuis gehecht is en aan de beweging stilzwijgend een eed van trouw heeft afgelegd, die ze verbroken zag door de beweging, dus door al die organisaties die samen de socialistische actie vormen.

Het probleem ligt bij de doopceel van deze beweging, die vaak spontaan tot stand kwam, maar gaandeweg een unieke vertaling kreeg,het socialisme, marxisme. Waar het eerst ging om zelforganisatie, waarvoor het Gentse voorbeeld, rondom Vooruit exemplarisch was, bleek men uiteindelijk uit de verschillende mogelijkheden toch voor de leer van Marx en Engels te kiezen, omdat die het gemakkelijkst over te brengen leek.

Het probleem met Marx is dat hij een lezing gaf van de geschiedenis die volkomen diende te legitimeren waarom de samenleving zou moeten veranderen. In de praktijk is zijn structurele visie op onder- en bovenbouw een valkuil geworden voor opeenvolgende ideologen, want kon men wel de suprematie of hegemonie verwerven in de culturele sector en het intellectuele leven, in de economische verhoudingen was het veel bewerkelijker en bovendien liep dat vaak op ontgoochelingen uit.

Het socialisme zoals men het kende aan het einde van de negentiende eeuw was niet de enige vorm van sociale strijdbaarheid, maar bood wel op vele kwesties een antwoord dat niet meer ter discussie hoefde te staan. Toch zou de Duitse SPD na WO I ontdekken dat de arbeiders en de achterban het geloof verloren had in de Vaderlandsloze gezellen en de gelijkheid in alles niet meer centraal stelde. Het falen van de SPD was volgens J.A.A. van Doorn niet de oorzaak van de machtsgreep van Hitler, maar wel ruimde men zo baan voor de overgang naar de SA en andere organisaties van mensen die voordien de SPD groot hadden gemaakt.

Toch werden enkele slagzinnen nooit in vraag gesteld, hoogstens cosmetisch opgeleukt. Sinds 1989 was het onthutsend te zien dat het socialisme er niet meer in slaagde zichzelf heruit te vinden en toen Tony Judt zijn boekje liet verschijnen, "Ill fares the land" - het land is moe - probeerde men het als een diagnose voor te stellen van het land, niet van de partijen die zich op Marx beroepen. Als de praxis niet deugt, wat is de theorie dan waard? Maar volstaat het dan gewoon de inzichten terzijde te schuiven om ervan af te komen. Figuren als Ferdinand Domela Nieuwenhuis of Fernand Lasalle, meer fundamenteel is er de premisse van de Verelendung van de proletariërs, terwijl de negentiende eeuw voldoende laat zien dat arbeiders met werk en regelmatige inkomsten algauw de weg inslaan van feitelijke lotsverbetering en embourgeoisement. Marx was zich daar terdege van bewust, net zoals hij wel zal geweten hebben dat de zogenaamde proletarisering van de arbeiders ook niet geheel spoorde met wat men kon waarnemen, zeker aan het einde van de negentiende eeuw.  Er was armoede en men weet dat onder meer in Gent enkele beluiken te vinden waren die we vandaag als onleefbaar zouden beschouwen. Het probleem is dat die huurkazernes al vrij vlug werden afgebroken en daar kwamen dan gebouwen van de universiteit te staan. Die mensen vonden dan woningen in de met de stad vergroeide voorsteden, zoals Ledeberg, Gentbrugge of Sint-Amandsberg. Andere delen werden meer residentieel, maar ook daar kwamen mensen terecht die men tot de arbeiders rekende, maar die door allerlei activiteiten aan hun nederige staat ontkomen waren.

Het socialisme heeft zich na WO II noodgedwongen heroverwogen, maar heeft de primaire doelen niet uit het oog verloren, geweigerd er verder over na te denken. Iemand als François Mitterand kon met zijn posities goochelen, waarbij hij zelfs politieke correctheid aan zijn laars lapte of strategische zetten deed die hem door klassiek links niet in dank werden afgenomen; het leek er bij tijd en wijlen op dat hij, de man van links een atoomproef beschermen wilde door een schip van greenpeace te liquideren. Men zal begrijpen dat Mitterand siberisch bleef voor de commentaren die hij kreeg. Maar het ging om landsbelang en dan is de ideologie bijzaak.

Daarom is het van belang te bekijken hoe Tinneke Beeckman over de morele superioriteit die spreekt uit de idee van politieke correctheid onder de aandacht brengt. De definitie van Comte-Sponville waarbij morele categorieën als politieke argumenten worden aangedragen, laat toe te begrijpen waarom mensen zich gingen ergeren aan die morele zekerheden. Lees: wie dierenleed wil voorkomen, mag dat principe wel huldigen, maar hij of zij bezondigt zich aan politieke correctheid als dit dierenleed als een politieke issue wordt neergezet. Ook blijkt men stilaan doordrongen van het feit dat de klimaatverandering bestrijden wel een goede zaak is, maar dat men het publiek overvoerd heeft met alarmisme. Toch is dat niet het probleem, wel die stellige overtuiging dat men omwille van een vermeend hoogstaand principe een politieke legitimiteit zou mogen claimen. Moraal dus om politieke macht te verwerven. Het kwam al vaker voor in de geschiedenis en telkens liep het fout af, onder meer de individuele vrijheid en zelfbeschikkingsrecht zijn er de eerste slachtoffers van, het geloof in het feit dat mensen intrinsiek goed kunnen zijn een tweede.

Politieke correctheid kon men lang koppelen aan gauchisme, linksige gelijkhebberij, maar de laatste jaren komen ook andere groepen ter rechter zijde met argumentaties af die men als politieke correctheid kan afserveren. De visie van Thierry Baudet dat we terug moeten naar de oude soevereine staten omdat de burgers dan wel wisten waar het om ging, het kwartje van Kok, om maar iets te zeggen, dat bij de balans in 1990 werd vastgesteld dat de Nederlandse economie onderpresteerde en dat men bepaalde kosten, zoals openbaar vervoer moest opdrijven, wat niet ging zonder de auto ook meer te belasten, wat de Nederlanders niet lekker zat. Dat was geen Europees beleid... Men kan de nationale staat  verkiezen boven de Europese unie, zal wel te verdedigen vallen, maar er zijn weinig valabele argumenten, want de redenen waarom we doorheen een rits instellingen als de EGKS en de EEG, EG en de EU zijn geëvolueerd naar sterke vormen van gedeelde soevereiniteit waarbij elk land dus in principe behoudt wat het in handen wil houden, maar samen onderneemt met andere lidstaten waar dit efficiënt blijkt, kan men niet zomaar bestrijden. Toch voelen mensen dit als een moreel superieur argument: we kunnen de politici niet vertrouwen, zeker niet in Brussel. Hoezeer onze welvaart sinds 1945 is toegenomen, daar heeft links noch rechts oog voor, noch voor de wijze waarop dit mogelijk is gebleken.

Natuurlijk mag men morele gronden aanhouden voor politieke keuzes, maar het is niet acceptabel zich moreel superieur te voelen. Toch was het Gramsci die al meegaf dat links nooit vaste grond zou krijgen als ze niet ook de bovenbouw in handen zou hebben, de culturele en intellectuele hegemonie zou verwerven. Dat lijkt dan toch gelukt, hoor ik, maar de vervreemding slaat wel toe omdat burgers de evangelies van links niet meer accepteert, concreet de gevolgen van de globalisering niet meer aanvaardt - wat ook voor de arbeiders een problematische evolutie moet heten, maar ook de immigratie vindt men niet meer kunnen, terwijl men nooit goede argumenten had om de integratie niet te ondersteunen.

Uiteindelijk staan we nu voor de kwestie, nu politiek bedrijven op moral high grounds aan legitimiteit verloren heeft, hoe we de politiek opnieuw vaste grond zullen geven. De gedachte dat partijen met een stem moeten spreken en dat partijen niet of nauwelijks elkaars standpunten mogen erkennen vormt een majeur probleem. De eigenheid van een partij? Een unique selling issue, waarmee men alles wil oplossen. De verandering die een partij beloofde, kan nooit zo uitpakken dat mensen zichzelf, hun positie en denkbeelden op losse schroeven gezet willen weten. De verandering gaat er dan om de samenleving van koers te veranderen, meer op die eigen inzichten af te stemmen.

 Dat kan geen kwaad en zal bij verkiezingen al dan niet erkend en gewaardeerd worden of niet. Als evenwel het politieke leven voortdurend ter discussie staat en politici niet aarzelen olie op het vuur te gieten, dan komt het aanzien van de politiek in de problemen. Mensen ergeren zich aan de tolerantie tegenover de hoofddoek, tegenover de Boerkini, maar het mag nauwelijks gezegd, laat staan dat de onderliggende argumenten ernstig genomen worden. De meiden van Hallal? Dat waren drie zussen die zich strikt volgens de regels van de Islam kleden en tegelijk zegden geheel ontvoogd te zijn. Bekendheid verwierven ze wel, maar of ze echt als prestigemodellen konden dienen, want ze lieten zien dat je best de regels van de Islam kan honoreren en modern zijn, althans, dat leek maar zo.

Het is niet zo nieuw als men denkt, maar politieke correctheid kwam pas aan het licht toen het gecontesteerd werd, als een vorm van morele superioriteit, als een vorm ook van een niet meer te bevragen set van uitgangspunten. Want men mag zich nog in een wel ingericht appartement in de wolken bevinden, dan nog kan men twijfelen aan de eigen uitgangspunten, maar daar was geen sprake van. Toch, als men de kritiek op de segregatie in de VS bekijkt, zoals die leidde tot uitspraken van het hooggerechtshof in Washington, waarna de Nationale garde scholen diende te bewaken, bleek het doel wel nobel, de uitwerking eerder pijnlijk. Uiteraard was die segregatie niet te verantwoorden, maar de blanken vonden dat ze wel rechten hadden die hen toelieten de segregatie aan te houden. In Little Rock leidde dat tot grote spanningen, iets waarover Arendt dan weer schreef, waarna men haar dan weer heftig aanviel. De inmenging van het gerecht vond ze te gek voor woorden, maar men kan er niet omheen dat het incident aanleiding gaf tot nieuwe wetgeving omtrent de applicatie van de burgerrechten.

Het kan niet zo zijn dat we zo een segregatiebeleid goed praten, maar Arendt vroeg zich af of die meisjes op die manier wel beter af zouden zijn, omdat ze heel erg in de publiciteit kwamen. Het probleem dat zij aankaartte had niets te maken met het recht op onderwijs, wel over de wijze waarop het werd afgedwongen. De kritiek viel Arendt hierop aan. Men hoeft het niet eens te zijn met haar bedenkingen, het kan wel inzicht bieden in wat intellectuele gemakzucht met zich kan meebrengen, want zij waarschuwde voor het leed dat men volgens haar die meisjes aandeed.

Zal men onverdoofd slachten van vee bestemd voor de voeding verbieden omdat men dierenleed wil voorkomen, terwijl men de godsdienstvrijheid best ook niet op losse schroeven zet. Bovendien is het zo dat oude gebruiken, zoals het slachten op de hoeve heeft verboden en zo in wezen het contact met het dierenbestaan heeft losgeknipt. Ooit eens gezien hoe een merrie bestegen werd door een hengst. Indrukwekkend was het wel, natuurlijk, maar tegelijk was het een openbaring hoe het leven werkelijk in elkaar zat. Later begrepen we het beter, maar voor een achtjarig jochie was het allemaal nog niet geheel duidelijk. Natuurlijk moet men van een rund, varken of kip meer eten dan de laatste decennia steeds meer de gewoonte is geworden. 20 à a 30 % zouden we nog maximaal gebruiken, wat wellicht te weinig is om goed te vinden.  Er zijn voortdurend akkefietjes waarbij men bepaalde zaken wil bereiken, zonder zich af te vragen of alle betrokken partijen daar wel even blij om zijn. Politieke correctheid werd een scheldwoord, waarbij de aanhangers hun eigen positie met nog meer fanatisme gingen bewerken.

Natuurlijk kan men kijken naar Leopold II, maar hoe heeft Nederland de noodmuskaatproductie onder controle gekregen: door mensen hun productiemiddelen te ontnemen en de nootmuskaat alleen nog op een plaats te laten kweken en alle andere producenten uit de markt te halen. Daarover horen we minder - omdat Nederland ook wel eens flirten wil met de gedachte dat ze zoveel betere kolonisatoren waren dan die lompe Belgen.

Al twintig jaar leeft het gevoel dat politieke correctheid een redelijke analyse van de situatie zoals die is bemoeilijkt, zo niet zelfs onmogelijk maakt. Tegelijk zal men niet accepteren dat mensen op grond van vooroordelen negatief bejegend worden, dus ook niet de brave blanke man? Maar dat is waar politiek correcte mensen nu net niet om geven, om het feit dat mensen minder ontwikkeld kunnen zijn en er misschien foute denkbeelden op na kunnen houden.

Nog dit, Noord-Korea beroept zich op het communisme, maar het is vooral een banale dictatuur. Cuba laat niet na de scherpe hoeken van de dictatuur en het communisme af te veilen, En Venezuela? Daar is de welvaart helemaal verwaterd en lijden de mensen nogal wat tekorten. Omdat het de recepten van het marxisme slecht toepast? Mogelijk, maar men wist dat al sinds Honnecker ontdekte hoe slecht hij zijn land had bestuurd. Hongersnood, gebrek aan hygiënische producten, voeding die ontbreekt op de winkelschappen. Als dat mensen ertoe zou brengen zich moreel beter te achten, dan ontgaat er hen iets. Het blijft de achilleshiel van het socialisme, dat het niet open stond voor veranderingen in de samenleving, alsof de premissen altijd wel klopten. Een opvallend voorbeeld vormt de term feodalisme/feodaliteit want de visie op de feodaliteit die men in marxistische en filosofische kringen hanteert en de werkelijkheid van de feodaliteit zoals historici die beschreven hebben, sluiten niet bij elkaar aan. Daarbij blijkt het moeilijk het economische verhaal te zien zoals het is. De wereld rond 1750 laat ook de evolutie van de derde stand goed zien en daarin spelen afhankelijk van de regio andere factoren mee, zoals in Frankrijk op de ene plaats de feodale verhoudingen nog intact zijn en andere waar er nog nauwelijks iets van te merken valt. De vraag die Torfs stelt, of het socialisme vaarwel gezegd moet worden, blijft hangen. Feit is dat de analyses die Marx ons meegaf de toets van de kritiek, de historische kritiek niet konden doorstaan.

Kan men zomaar beweren dat wie niet links is, wie niet politiek corrrect wil zijn, ineens een neoliberale ploert moet heten. Alsof elke neoliberaal een ploert wezen zou, maar goed, dat is zo een beetje het klimaat. Sociaal beleid voeren uit verontwaardiging over wat de andere moet ontberen, kan mooi klinken, vaak is het resultaat nog grotere afhankelijkheid. Tegelijk kan men niet ontkennen dat veel van die voorzieningen wel hun betekenis heeft. Het probleem zou wel eens kunnen te vinden zijn in het feit dat er veel wantrouwen gecreëerd wordt en veel mist wordt gespuid. Dat men niet met de Sociaaldemocraten wil meespelen betekent nog niet dat men zonder meer blind zou wezen voor sociale en maatschappelijke vraagstukken. Maar wellicht zoekt men dan andere oplossingen.


Bart Haers 

Reacties

Populaire berichten