Chris De Stoop, ex-reporter



Dezer Dagen



Journalistiek en informatiehonger



Chris de Stoop laat het vak van reporter voor wat het is en wil zich met gedegen onderzoek via boeken tot het publiek wenden. Sinds "ze zijn zo lief, mijnheer" verscheen, vond men de journalist wel eens een lastpak, maar tegelijk kan men zich afvragen of zijn boek meer heeft gedaan dan mensen aandachtig maken voor mensenhandel. Toch ontkomen we tegelijk niet aan enige fascinatie: kwaad zien gebeuren kan ons wel boeien, maar er iets an doen, dat betekent dan dat we ons echt moeten engageren. Prostitutie is het oudste beroep, wordt nu gecriminaliseerd in hoofde van hoerenlopers in Zweden en ook enigszins in Frankrijk, maar toch, de hypocrisie blijft opvallend. Veiligheid, zegt men dan. Intussen worden jonge onzekere meisjes opgevreeën door loverboys die hen aanbieden.

Journalistiek is sinds de zeventiende eeuw een noodzakelijke functie in onze samenleving, omdat mensen wilden weten wat voorbij de horizon gaande is. Oorlogen, scheepsrampen, overstromingen, vulkaanuitbarstingen, misoogsten, ze werden vaak belangrijke voordelen voor wie er weet van heeft. De wereld is veranderd, de nood aan gedegen informatie is er niet minder op geworden. Maar, zegt Chris De Stoop, we krijgen de tijd niet meer om zaken te onderzoeken. Zegt daarop Noël Slangen in "De Afspraak" dat er wel degelijk nog goede informatie wordt voorzien, maar of het wel voldoende context meekrijgt, zoals De Stoop bepleit, is maar de vraag.

Nu, de vragen om info zijn relatief en afhankelijk van wat mensen doen, maar een gezonde nieuwsgierigheid mag men toch veronderstellen. Het gaat om de vele mogelijke verhalen die ons zouden kunnen bezighouden. Over Turkije denken we veel te weten, over Rusland eveneens en toch, we weten niet hoe mensen omgaan met gewijzigde economische situatie in Rusland en hoe de Turkse burgers omgaan met de oorlog in Syrië en de greep naar de macht van de AKP en Erdogan. Ik denk dat we ons geen illusies moeten maken, zo een informatie verwerft men niet door met een woordvoerder van de president of een journalist van een staatsmedium te spreken. Ik herinner mij hoe rond 1985 een Russische journalist, Kyrill Bratsev, vaak op de radio kwam en daar in meer dan behoorlijk Nederlands het beleid van Gorbatsjev toelichtte, waarbij ik me meer dan eens afvroeg of hij het oude regime nog genegen was. De man stierf in 2000, 68 jaar oud en daarmee verdween een interessante contact, want hij bood ook informatie over hoe Russen naar de ontwikkelingen keken. Toch blijkt dat soort journalistiek vandaag moeilijker, niet alleen als het over Rusland gaat. De Brexit liet zien hoe groot de lacunes kunnen zijn inzake informatievoorziening, omdat de BBC er niet in slaagde een goed format te vinden, waarbij de Leavers van antwoord gediend werd, eventueel via fact checking. Nu, de hoofdrolspelers hadden blijkbaar ook geen zicht op wat Britten buiten en in Londen dachten.

Het is ook niet zo dat een ja of nee doorslaggevende informatie mag heten, wel het probleem dat er veel trivia over ons heen wordt gestort, waarvan de relevantie hoogstens onze curiositeit naar hetgeen mensen elkaar aandoen, grappig soms, vaak gruwelijk, bevredigt, maar dat verder nergens toe leiden zal. Want hoe kan men een passionele moord als overheid voorkomen? Of zelfs kinderverwaarlozing? Er zijn mensen, welmenend toch, die menen dat men dat alles moet voorkomen, omdat men elk onnodig leed moet voorkomen. Toen Kim DG deed wat hij deed, een kinderopvang binnenvallen en baby's neersteken, kon men niet gauw genoeg zijn afschuw uitspreken, maar toen bleek dat de ouders vergeefs waren gaan aankloppen bij psychiaters en andere instanties,   was er geen plaats en dat debat is verder nauwelijks nog gevoerd, over een tekort aan kinder- en jeugdpsychiaters. Ook kan het zo zijn dat de overheid residentiële opvang wil reduceren en de zorg vermaatschappelijken, wat in theorie juist is, maar zo een jongen geen hulp bieden, die mogelijk gevaarlijk is voor anderen, was wat mij betreft de belangrijkste les van het gebeuren.

Laat het zo zijn dat maatschappelijke ontwikkelingen zelden slechts een enkele of enkelvoudige oorzaak hebben of toe te schrijven zijn aan een enkele dynamiek, dan is het van belang goed te onderzoeken wat er gaande is. Ideologieën en religies laten toe complexe kwesties eenvoudig te verklaren, want al zijn de argumenten vaak zeer uiteenlopend, de helderheid ervan valt altijd weer op. Maar als het zo eenvoudig was, zou men dan nog journalistiek nodig hebben? Ik hoorde ergens waaien dat mensen niet naar het journaal kijken, maar naar Martine Tanghe, wat me wel erg stoorde, omdat de nieuwslezer gewoon een belangrijke job uitoefent, maar zelf geen nieuws maken kan.

Op radio kan men zich meer op de berichtgeving concentreren - als er niet teveel jingles de aandacht verstoren - zodat men ook van bepaalde gebeurtenissen sneller op de hoogte is. Maar is het nieuws als een gitarist een band verlaat, zoals we deze week mochten vernemen? Het blijft bizar, die selectie van feiten die ons moeten bereiken, zoals ten tijde van de Arabische Lente ook wel gebleken is, waarbij er meer aandacht was voor de razende reporter en minder voor de inzet van de betogingen op het plein in Caïro. De toedracht, het kapen van de opstand door de Moslimbroederschap, het geweld tegen vrouwen die ook vrank en vrij tegen het regime betoogden, kregen we soms te horen, maar zelden op televisie. Het falen van de Arabische Lente kan ermee te maken hebben dat er geen echte kerngroep was die de betogers konden motiveren zich aan een beperkt aantal duidelijke eisen te houden. Bovendien bleek dat het regime voordeel had van het gebruik van nieuwe media, wat in Oekraïne dan weer een andere uitkomst te zien gaf. Kortom, als opstanden slagen dan wel mislukken dan vergt dat nader onderzoek over de onderscheiden partijen en wat ze doen.

Journalisten en reporters, waar zit het verschil? Geen van beide lijkt toegespitst op het werk van langere adem, maar moet zich met onverwachte gebeurtenissen inlaten, zoals Aardbevingen in Nepal of vulkaanuitbarstingen op IJsland. Hoeveel journalisten hopen niet heimelijk dat de "the big one" zich voordoet op de San Andreasbreuk? Een gebied met grote tectonische druk waar aardbevingen zeer vernietigend kunnen uitpakken. Wat zal het betekenen voor Californië en voor de bewoners aldaar? Maar men weet dat zo een aardbeving zich kan voordoen, maar niet wanneer. Ook bergt, volgens National Geographic het Yellow Stone park een caldera, een bergplaats, een vulkanische hotspot, waar een massa magma klaar zit om aan de oppervlakte te komen. We weten intussen veel van het ontstaan van de aarde, maar zoals al duidelijk wordt, komen vulkaanuitbarstingen soms zeer voorspelbaar voor, maar meestal ziet men het niet tijdig aankomen en dat veroorzaakt ellende. Ook volgen onderzoekers de vulkanen van zeer dicht bij en proberen ze ook data te verzamelen om uitbarstingen te voorspellen, de invloed kan de hele aarde omspannen.

Wat moet journalistiek ermee? Berichten over nieuwe vindingen of reportages maken over hoe er op IJsland met berichten over een dreigende ramp wordt omgegaan. Wat lazen we na de uitbarsting in 2010 van de vulkaan met de nagenoeg onuitspreekbare naam? Dat de klimaatverandering voor bijkomende problemen kan zorgen, volgens een onderzoeker. Emmanuel Leroy Ladurie schreef hoe in 1783 een uitbarsting op IJsland zorgde voor een giftige wolk over Europa die langzaam onze contreien bereikte en lang bleef hangen. Of daaruit de Franse Revolutie voortkwam, zoals men wel eens beweert, valt moeilijk hard te maken, want dan had er overal in Europa een geest van revolte moeten leven. Nu, de Brabantse Omwenteling in 1787 en de Patriottenstrijd die ongeveer tien jaar aansleepte en begon rond 1781 geven daar aanleiding toe. De gevolgen van de uitbarstingen waren vooral een opvallende sterfte van mensen en dieren en deed ook verschillende jaren de gemiddelde temperatuur dalen. Toch zien we in de discussie over klimaatverandering zelden iets over de natuurlijke omstandigheden.

Anderzijds, de discussie over mensenhandel laat zien dat Europa daar niet vreemd aan was, om Filippijnse bruidjes toe te laten naar onze landen te komen maar als men ziet hoe in Katar een en ander is misgelopen met "gastarbeiders" die een WK voetbal moeten voorbereiden en vervolgens dat gedurende decennia Indiërs in Saoedi-Arabië gaan werken, hoe mensen zoeken in Sjanghai of andere groeipolen deel te nemen een paar kruimels mee te pikken, dan blijken we met gevolgen van internationalisering en globalisering te maken te hebben. Ik ben ervan overtuigd dat men het onderscheid moet blijven maken tussen vrijwillige migratie en vormen van slavernij. Dat er in de rode lichtenbuurten al langer meisjes uit allerlei hoeken van de wereld werken zal wel niemand onbekend zijn, die het weten wil, maar de vraag is of men die gevolgen van globalisering kan tegenhouden, als men het al willen zou.

Discussies over globalisering vertonen vaak een spagaat: men wil internationale solidariteit tussen werknemers, werkers hoog houden, maar tegelijk zagen we al met de uitbreiding van de EU in 2004 dat westelijke lidstaten de poorten niet wilden openzetten voor mensen uit de nieuwe lidstaten, Polen niet in het minst zag zich enigszins geblokkeerd, maar dat was voor de eigen parochie noodzakelijk. Journalisten zien dit ook wel, maar brengen zelden die verbanden aan de orde. Inzake TTIP, dat enerzijds de globalisatie zou kunnen versterken - wat de gevolgen zullen zijn is nog niet geheel duidelijk - en anderzijds de onderlinge handel tussen de EU en de USA zou versterken en dus ook mogelijkheden scheppen inzake werkgelegenheid, export, handels- en betalingsbalans, de ware welvaartmeters.

Een man van zowat 58 die komt vertellen over zijn arme jeugd, maar nu, goed voor hem, welvarend is, komt de aanpak van de millenniumdoelen exposure geven. De armoede in dit wel rijke land is niet weg, omdat er altijd wel mensen in problemen komen, door ziekte, ongeval, stommiteiten als gokken ook, maar of de armoede van kinderen 1 op 8 betekent 12,50 % zo opvallend moet heten, blijft moeilijk en men kan  het fenomeen begrijpen als een uitdaging, maar op welk beleidsniveau? Wel, OCMW's doen veel en maatschappelijk werkers proberen mensen met nabije zorg op te volgen. Dat lukt niet altijd en niet iedereen wil de regie uit handen geven. Ik denk en geloof dat we zullen moeten opletten dat we niet proberen elke vorm van zelfzorg en verantwoordelijkheid uit te schakelen. Mensen die het goed doen, maar ook krasselen, krijgen dan weinig kansen om er iets van te maken.

Onderzoeksjournalistiek begint met vragen stellen, zoals Chris De Stoop onder meer in "Dit is mijn hof" laat zien en vervolgens komen er antwoorden, doch niet altijd. Het valt op dat onze media vooral experten graag laten terugkomen die vlot van de tongriem gesneden blijken, maar ook verstoken van elk begin van twijfel. Prof. em. Dr. Eitenne Vermeersch schrijft nog maar eens dat God niet kan bestaan, maar elke antropoloog en zelfs psychiater kan vertellen dat mensen graag de veiligheid zoeken van een opperwezen, dat nu eens streng en dan weer best meegaand blijkt.

De verhalen over die God, bevatten ook vooral verhalen over wat mensen vermogen, zelfs het bijzondere boek Job of de wijze waarop Johannes zich God voorstelt, blijft interessant, los van de vraag of we zelf geloven of niet. Maar goed, de redenen of beweegredenen waarom sommige brave lieden menen de oude strijd tegen de godsdienst te moeten voeren, blijven duister en onbesproken. Etienne Vermeersch mag best zijn boek schrijven en ons proberen te overtuigen van het feit dat God overbodig is om de wereld te begrijpen, maar om menselijk handelen te vatten kan het best handig zijn.

Voor we ons beklagen over het feit dat deze wereld zo hopeloos ingewikkeld blijkt, kan men er ook over nadenken of men die complexiteit niet juist aan wat mensen denken, dromen en verwachten te danken heeft. Het gaat me erom vast te stellen dat een journalist als Chris De Stoop wil weten, antwoorden zoekt, soms op plaatsen waar men beter niet komt. Is hij onmisbaar? Neen. Klopt zijn analyse en blijk van bezorgdheid? Jawel, juist omdat mediamensen het zo graag voorstellen alsof alles in de medialand ten besten is en als het zou verbeteren, dan door hen, niet door ons, die slechts nieuwsconsumenten zijn. Die misvatting blijft al te hardnekkig en gaat voorbij aan de interesse en belangen van burgers in deze complexe, post-industriële samenleving.  



Bart Haers



Reacties

Populaire berichten