Crisette en beschadigd vertrouwen



Kritiek


Meer dan een
parfum van crisis
democratische instituties, ideologie en concepten



 Abraham Lincoln wilde de burgeroorlog
niet, maar accepteerde het gevecht wel,
met talloze doden, met vernietiging van
eigendommen en verscheurdheid, maar
schafte de slavernij af. De segregatie
kon hij niet tegenhouden, maar ja,
hij overleefde de vrede niet. 
De een vindt dat de democratie in Europa en de VSA aan het einde van de rit gekomen is en dat men er zich geen blijf meer mee weet, want de resultaten, wat wij burgers ervan merken alleen rampspoed zou brengen, politici zou toelaten te graaien en de bron van onrecht zou wezen. Sta mij toe hierbij enkele vragen te stellen. Populisten leggen uit waarom mensen ongenoegen koesteren, de behoeders van de wet weten niet wat te zeggen. Wij burgers kijken toe en vragen ons af waar het op uit zou kunnen draaien.

Al jaren volg ik discussies over de kwaliteit van het bestuur, over democratie en nieuwe politieke cultuur en stel steeds weer vast dat er in het debat ergens een zwart gat zit, waar alle energie naartoe blijkt te gaan, namelijk dat we volkomen afhankelijk zouden zijn van de macht, de machthebbers en de voorzieningen. Het klinkt wat cru, maar als je dagelijks hoort dat er in onze welvaartstaat, welvarende staat armoede is, maar uiteindelijk niet altijd weet begrijpelijk te maken wat de context is, dan ga je denken dat het allemaal fout zit. Of dat zo is, valt dan niet meer te bestrijden en dat lijkt mij een kwalijke zaak. Maar het ligt niet altijd aan de besluitvorming die we democratisch noemen, maar in opvattingen en praktijken van bestuur. Het gaat dan over de vraag of alle debatten bij besluitvorming publiek moeten of mogen worden. Wat kan als men zich verantwoorden moet? Democratisch bestuur heeft te maken met directe inspraak van iedereen, zegt de ene ideoloog, terwijl de andere meent dat men via het representatieve systeem tot het beste beleid komt, terwijl men besluitvormend soms voorbij blijkt te gaan aan de techniciteit van wet, normen, administratieve aanpak. Nu moet gezegd, herhaald, dat de ambtenaar vandaag niet meer een soldaat in een groot leger of een grote organisatie is, maar vaak een zekere mate van machtsdelegatie kreeg die hij of zij naar best behoren probeert uit te voeren, ook tot welzijn van burgers.

De hele discussie over rechtvaardige belastingen laat zien dat men heel ver kan gaan in het streven naar iets dat hoe nobel ook praktisch niet haalbaar is, toch niet in absolute zin, omdat recht en rechtvaardigheid termen zijn die men niet aan een meetlat kan afmeten, ook al omdat mensen recht en onrecht, (on-)rechtvaardigheid anders ervaren, afhankelijk van omstandigheden. De overheid kan dus niet elk onrecht dat mensen in het dagelijkse leven ervaren oplossen, zeker als het niet om iets strafbaars gaat of omdat er geen juridische gronden voor zijn, verhelpen. Wel merkt men dat vele conflicten vandaag wel gejuridiseerd worden, of leiden tot nieuwe wetgeving of in de rechtbank een nieuwe betekenis. Een leerling haalt zwakke rapportcijfers en kan naar een geschillencommissie, ook als iedereen weet, de ouders incluis dat zoonlief of dochterlief er niets van gebakken heeft. Gelukkig gaan die commissies er niet altijd op in.

Tegelijk merken we niet dat we zelf ons leven minder in de handen hebben, minder autonoom worden en dat zorgt voor een nieuw ongenoegen.  We willen van alles outsourcen en vergeten dat het samenleven organisatie vergt, die ons toelaten kan onze vrijheid en autonomie te vieren. Veiligheid? Natuurlijk, maar als ik geen wapen draag kan ik niemand neerschieten, neersteken, noch om foute redenen noch om goede redenen. Sociale zekerheid? Het systeem in stand houden en toch klagen over de gebreken van de gemengde vrije markt, het Rijnlandmodel. De ideologische zuiverheid nastreven en blind blijven voor de onbedoelde maar daarom niet minder reële neveneffecten, het leed dat men derden, doorgaans ongekend, onbekend, onbemind blindelings aandoet, dat vormt dezer dagen een kernvraagstuk. In welke mate kan een overheid mensen vrij maken of juist, door ongestuurd machtsstreven, ondoordacht invoeren van regels knechten en fnuiken?

Kan ik de gedachte delen dat onze instellingen niet altijd meer adequaat blijken, dan denk ik toch dat we eerst meer inspanningen zouden kunnen opbrengen om die instellingen, ook vakbonden, werkgeversorganisaties, het middenveld hun rol te laten spelen, wetende dat macht altijd meespeelt kan men tegelijk ook van elkaar verwachten, zeker van de top van die organisaties dat ze elkaars posities en hun eigen bestaansreden gestand doen. Men kan duizend keer pleiten voor solidariteit en ik denk nog altijd  dat een "Broederschap" een betere term is, maar als je die solidariteit beperkt tot een zogenaamde klasse, de "werkende klasse" dan riskeer je hun belangen in het gedrang te brengen. Strijdbaarheid is nodig, zegt men mij dan, want anders loopt men over ons heen. Waarvoor strijdt men dan? Voor het welzijn toch van die werknemers, arbeiders en bedienden - termen die nieuwtalig geschrapt werden - want zij zijn altijd de dupe? Als een bedrijf sluiting aankondigt van een productie-eenheid, dan is het omdat het nog meer winst wil maken, om de aandeelhouders te plezieren. Maar pensioenfondsen hebben complex samengestelde portefeuilles die mee bedrijven financieren om onze pensioenen op peil te houden. Sinds het drama van Renault Vilvoorde is me die paradox duidelijk geworden.

Goed samenleven in een complexe samenleving, waar belangen niet altijd convergeren, vergt overleg, overtuigen, maar ook verantwoording, waarbij de eigen belangen dienen wel gewettigd is, maar ook aandacht opbrengen voor de prijs die men betalen kan, moet. Verantwoorden wat men doet als politicus, maar ook als ambtenaar, als burger, het hoeft niet altijd expliciet, want dan komt het er vaak op neer dat men zich bepaalt tot de argumenten die de anderen willen horen. Verantwoordelijkheid in publieke ambten ter sprake brengen, het blijft een moeilijke klus, want niemand durft van een ander nog te beweren dat die onverantwoordelijk zou zijn. Terwijl men zieken voor hun verantwoordelijkheid wil plaatsen, valt het bijzonder moeilijk met politici en andere "big shots" daarover te spreken.

Het heeft te maken met wat we onder verantwoording en verantwoordelijkheid begrijpen, want het is meer dan te beweren dat men het goed voorheeft met de samenleving, wetende dat statistieken veel kunnen verbergen. Verantwoording afleggen betekent zowel spreken over wat men bereiken wil en hoe men dat wil bereiken. Burgers mogen van de overheid een en ander verwachten, maar vaak begrijpen we niet dat wat politici voor ogen hebben staan niet door hen gerealiseerd wordt. Politiek bedrijven, dossierkennis opbouwen en mensen uitleggen wat men doet, in de Rotary en bij jeugdverenigingen.

We weten dat net dit laatste zelden gebeurt en ook dat politici het moeilijk hebben om werkelijk te luisteren naar wat mensen te vertellen hebben, want dat vergt tijd. Wie in twaalf woorden of dertig seconden in de lift aan de mouw van een politicus m/v trekt, kan geen potten breken: ofwel klinkt men schel en ongenuanceerd ofwel te braaf. Maar politici rijden hun provincie rond, soms ver daarbuiten om hun verhaal te doen, komen er vragen dan zijn die mooi geselecteerd. Voor politici is het handig te geloven dat mensen er niets van begrijpen, dat burgers alleen maar publiek zijn.

Bij de media rust dan ook een grote verantwoordelijkheid aan te geven wie dat publiek is, hoe divers het is, hoe mensen nooit zo hoog geschoold geweest zijn en zelf ook ervaring hebben in het leven. Mensen lezen geen kranten meer - uw dienaar beperkt zich daar niet in, maar stelt vast dat de binnenlandse kranten nog nauwelijks een smoel hebben, een uitgesproken visie op mens en samenleving, tenzij dan iets dat we soft-gauchisme moeten noemen. De spagaat is dan ook vaak groot tussen artikelen over kinderarmoede en vervolgens een uitbundig verslag brengen van een cruise op de Baltische zee of hoe aangenaam het toeven het is met een dj op Ibiza. In het Vlaams parlement stelt men onverdroten dat het niet kan dat kinderen in armoede leven, laat staan dat ze dakloos zouden zijn. De oorzaken alleen zoeken bij de ouders kan men niet, dat mensen in problemen kunnen komen, moet men stilaan toch weten. Maar dat men zegt dat men daar in Brussel de problemen eens zal oplossen, zowel vanwege meerderheid als oppositie komt ongeloofwaardig over.

Sommige stemmen pleiten voor een technocratisch bestuur, dat volkomen objectief en zonder aanziens des persoons zou functioneren, wat men wel kan doen op het niveau van de wetgeving, bij de uitvoering, voor de mensen die men aanspreken moet of die de overheid aanspreken, kan het mis lopen als men geen oog heeft voor particuliere omstandigheden. Lex, dura lex sed lex? Men vindt dat dit gelden moet voor anderen, niet als we zelf aangesproken worden.

Nu de regering geconfronteerd wordt met conflicterende inzichten, wat in een coalitieregering altijd wel het geval is, zou men dus best de doorsnede proberen te maken van Gesinnungsethik en Verantwortungsethik. De verantwoording komt er dan op neer dat men anderen ervan overtuigt, de eigen achterban, maar ook de anderen van zowel de intenties als van de gevolgen. Zonder enige bevlogenheid gaat dat evenwel niet, een perspectief bieden is dus wel aan de orde en een dat meer is dan: het is goed voor uw geldbeugel.

Men zegt dat de gelijkheid in het gedrang is, maar er is, wat dit land betreft ook sprake van een vrij billijke spreiding van de welvaart, al zou het nooit genoeg zijn. In de discussie over de fiscale ongelijkheid zit dan ook ressentiment en woede opgeslagen, terwijl men vergeet dat men graag zelf ook beloond wordt als men het goed doet; welvaart komt niet tot stand als men mensen de vruchten hunner arbeid ontneemt. Maar tegelijk ziet men mensen soms inspanningen opbrengen om anderen bij te staan, als die in hoge nood verkeren.

In deze crisissfeer, die naarstig opgefokt wordt zonder dat we nog goed weten wat de inzet is, stellen we ook vast dat een deel van dit land, de vele parlementen en regeringen die Franstalig België rijk is, zich verzetten tegen een handelsakkoord waarvoor de partijen die daar het heft in handen hebben zelf hun toestemming gegeven hebben. Of CETA goed is? Waarom zou het slecht zijn?A) te kapitalistisch en b) niet duurzaam en c) te gunstig voor Vlaanderen terwijl het om Europees-Canadese onderhandelingen en een verdrag gaat. De argumenten overtuigen niet omdat men niet de moeite doet, zoals bij de Brexit het geval is onzin en werkelijkheid duidelijk onder de aandacht te brengen. Men klaagt dat bedrijven regeringen zouden kunnen aanklagen en verhaal halen bij een bijzondere arbitrage-instantie als een regering wetgeving zou doorvoeren die deze bedrijven in hun activiteit kunnen schaden. Niemand zegt a priori dat bedrijven het pleit vanzelf zullen winnen, want ook de regering mag en moet zich verantwoorden. Het gaat ook over voedselveiligheid en het gebruik van ggo's, maar ook over bosbouw en over intellectuele rechten.

Als burger begrijp ik dat regeringen het niet altijd onder de markt hebben, vaak onvoorstelbaar moeilijk te overbruggen belangenconflicten moeten verzoenen en tegelijk begrijpen dat burgers zekerheid, rechtszekerheid van node hebben willen ze hun leven zelf vorm geven, ondernemen, investeren, plannen maken voor de toekomst. Links is moe, schreef Tony Judt, die zelf niet bepaald rechts mag heten. Het valt op dat men oude paradigma's blijft hanteren, terwijl staatsgeleide economieën het er niet bijster goed vanaf gebracht hebben. Men kan ook niet beweren dat hier en nu in Europa het wilde kapitalisme zou heersen. Wel heeft de val van de Muur in 1989 en de uitbreiding van de EU in 2004 een aantal grenzen verlegd en bovendien zijn er de opkomende economieën, China, India, Zuid-Afrika, Brazilië en nog een aantal andere die in staat zijn producten veel goedkoper te produceren. De vragen die dat meebrengt zijn legio, onder meer over onderwijs, maar ook over hoe men met nieuwe technologie zou omspringen.

De vaststelling dat de armoede toeneemt, zoals men slag om slinger beweert, de kwetsbaarheid die mensen op de rand van armoede brengen kan, neemt ook toe, terwijl mensen, jongeren, medioren, zelfs senioren best in staat blijken hun boontjes te doppen. Maar als men hen vraagt of ze zich welvarend weten, dan zeggen velen dat ze dat niet durven te beweren. Vraagt men mensen of ze moeten krasselen om het einde van de maand te halen, dan klinkt het eenstemmig "Ja", maar kijkt men naar spaartegoeden en eigendommen, dan blijken mensen een zekere welstand te kennen. De overheid en vooral de oppositie hebben dezer dagen weer eens gezegd hoe slecht het met ons land gesteld is, zelfs met deze wereld. Terwijl het aantal mensen in armoede wereldwijd langzaam daalt, sommige landen een betere ondersteuning weten te realiseren en de economieën veranderen, blijft men hier de deuntjes van veertig jaar geleden, met enige zin voor variatie herhalen.

Het punt is dat we ons niet mogen verkijken op reële problemen van individuele burgers, ook al hebben zij er soms wel iets aan toe bijgedragen, maar dat ervan uitgaan dat elke problematische situatie door wetten ingeperkt moet worden, ook tot nieuw onrecht kan leiden: een vrouw met kinderen, zonder echtgenoot is een vogel voor de kat, zegt men, waarbij men dan nog eens mogelijke vluchtige vriendschappen als bezwarend voorstelt en dus zal - zoals in Nederland gebeurde - de kinderen uit huis plaatsen, waarna voor die kinderen de hel pas echt losbreekt, omdat de opvoeding in instellingen niet altijd goed uitpakt. Zoals Paul Frissen schrijft in "De fatale staat", zal men nooit elk probleem kunnen oplossen van elke individuele burger. Laat het duidelijk wezen, men helpt mensen die in nood zijn, maar ook zorgt men dat mensen zichzelf kunnen redden. De overheid voorziet daartoe middelen, zette wetgeving op die mensen toelaat daartoe voorzieningen op te richten en dat werkt wel degelijk. Helaas, alleen als er problemen zijn horen we er iets van. Mensen die in alle stilte hun ding doen, hun leven met hun naasten, magen en vrienden leven, hoort men niet. Activisten die menen dat alles fout is, horen we des te meer. Gelukkig zien velen door die sluier heen.

Alleen als het op publieke verantwoording aankomt, zien we dat men de wijze les van John Williams, zoals die in "Augustus" aan de orde komt, vergeet: politici, vorsten of verkozenen moeten niet willen beslissen wat goed is voor de mensen. Maar zij kunnen wel kaders scheppen waarin mensen zelf kunnen oordelen wat goed is voor henzelf maar ook voor anderen. Teveel overheid? Juist, dat beweerden Reagan of Tatcher, om baby-tatcher niet te vergeten, terwijl teveel overheid over meer gaat dan over de kosten ervan, maar ook over teveel willen regelen, omdat men "entscheidend" wil zijn, soeverein wil bepalen wat goed is. Weber en Carl Schmitt mogen wat vaker het publieke debat over de res publica kruiden. En die crisis, die gaat wel over, al lijken mensen het allemaal wel te geloven,of niet meer. Wil men hen niet van de res publica vervreemden, dan kan men hen beter ernstig nemen. En wij, burgers, wij kunnen ons   beter ook een beetje ernstiger nemen en politici aanspreken, niet over onze kleine besognes, maar over wat goed is tot nut van 't algemeen.

Bart Haers

PS de krant vraagt waar we bang voor zin? Voor den duivel en zijn moer niet. Moslims leven met ons samen, laten we hen niet doen geloven dat ze aan onze samenleving geen deel hebben? Velen groeiden hier op, spreken onze taal vaardig en willen ook hun huisje, tuintje en ander genoegen in veiligheid en zonder aangestaard te worden. Kranten zouden ook eens kunnen onderzoeken waar we hier wel fier op zijn, maar dat zou wellicht niet genoeg choqueren.  




Reacties

Populaire berichten