Vrijhandel, autonomie en nudging




Reflectie




Monocausaliteit en maakbaarheid
Waarom maakbaarheid een illusie kan wezen


Adam Smith bepleitte inderdaad vrijhandel,
maar de notie van de onzichtbare hand speelt
niet zo heel erg op in zijn benadering. Hij verzet
zich tegen protectionisme en mercantilisme,
ziet het belang van arbeidsspecialisatie. Maar
zou hij het slechten van tolmuren tussen Canada
en de EU? Allicht zou hij dat toejuichen en zelfs
niet geheel onderschrijven, want zo een verdrag
met zoveel items, want dat schaadt de transparantie.
Ook hier blijkt de prijs van transparantie de
toenemende complexiteit. 
Maakbaarheidsreligie? Mag men het zo noemen en waarop berust de idee dat we alles kunnen controleren en beheersen, sturen ook. Met het debat over CETA kwam het mij weer eens voor dat de discussie inderdaad ook over waarden kon gaan, over een toekomstvisie ook, maar tegelijk speelden twee fenomenen vooral de voorstanders een loer, dat is de verdinglijking van waarden en abstracties. Hierover zal ik nog wel schrijven, maar het meest opvallende was de CETA-discussie zelf, zoals vele andere discussies leed onder de gedachte dat men een draai aan de knop alle problemen kan oplossen. Nu zit het CETA - neutrum in mijn opinie wegens A van Akkoord en zelfs agreement - behoorlijk complex in elkaar, maar de weerstand werden slechts door een of twee items in dat akkoord aangevochten. De wijze van beslechten van geschillen tussen overheden en zich benadeeld geachte bedrijven wegens onvoorzien nieuw beleid mocht en kon niet via arbitrage geregeld worden. Zo te zien een ideologische discussie, maar is het wel de crux van het akkoord?

Het gaat om een veelomvattend akkoord dat vele doelen moeten dienen, zoals toename van de onderlinge handel door het wegnemen van douanetarieven en dus het reduceren van het protectionisme. Maar er zitten ook op een ander terrein verwachtingen in, die verder reiken dan zuiver economische groei, of de toename van de werkgelegenheid maar bijvoorbeeld gaat het ook over normen en standaarden van producten. Verder wil men om de handel te bevorderen de leesbaarheid van de wet onder controle houden. Het is dus niet zonder betekenis dat zo een alomvattend handelsakkoord voor de verdragssluitende landen ook impliceert dat zij verplichtingen op zich laden en aanvaarden. Paul Magnette wilde net die verplichting van een voorspelbare wetgeving uit het akkoord. Nou moe, dat is nu net eigen aan een democratisch bestel en een rechtsstaat dat nieuwe regelgeving die de vooronderstellingen van burgers en ondernemingen niet onverwacht zou schaden, zodat men ook altijd overgangsclausules in de regelgeving opneemt, zodat men met kennis van zaken besluiten kan nemen.

De wet- en regelgeving op producten gaat overigens meer dan alleen productnormen, maar dienen ook steeds meer gezondheidsdoelen, wat men kan onderschrijven. De andere zijde van de medaille is dat men mensen ook het recht moet laten zich wel te bevinden, ook al doen ze iets dat niet helemaal koosjer zou zijn. Het blijft merkwaardig dat men vandaag van mensen verwacht dat ze zowel keihard genieten als nooit iets buitensporigs doen. De angst voor het buitensporige en excentrieke is nooit zo groot geweest als dezer dagen, maar men plaatste ook hekkens rond de norm, zodat we maar niet in de buurt komen.

Er is meer aan de hand, want we willen lang leven, gezond leven en tegelijk wil men zinvol leven en iets beleven. Life is an experience you don't want to skip. Neen, leven moeten we volgens duidelijke normen die door wetenschappers en ook pseudowetenschappers - denk aan de ontelbare dieetgoeroes die telkens weer ontmaskerd worden, al beroepen ze zich op Harvard-studies - terwijl een goed leven soms wel eens de limieten van het redelijke nadert, omdat men in een situatie komt dat men veel zou missen als men niet ja zou zeggen.

De ideologie van het maakbare leven lijkt me op dat vlak minstens op een domein onhoudbaar, want men wil zelfbeschikking en dus zal men gouden opportuniteiten laten varen als die niet in de planning passen. Tegelijk zoeken mensen juist extreme ervaringen op, omdat ze het met de dagelijkse sleur gehad hebben. De maakbaarheid van het leven stelt ons geen verhaal voor, dan dat we een perfect leven kunnen leiden, maar de incoherentie van zo een perfectie valt nauwelijks te ontkennen.

Immers, alles wat is, zegde Hegel, is redelijk en dus kunnen we het met de rede bevatten. Wat is, zou men moeten concluderen is alleen het tastbare wat is, om het woord materialisme niet te vermelden. Wat we kunnen waarnemen, zien, horen, zeggen behoort tot wat is. Wittgenstein zegde later dat de wereld alles is wat het geval is. Zonder na te denken over de Hegeliaanse positie kan men Wittgenstein niet duiden. Wat het geval is, betekent, wat gebeurt, of we het nu onmiddellijk bevatten of niet en dat is dan ook niet altijd redelijk. Wittgenstein was een taalfilosoof, maar hij lijkt aan de ene kant tot de uiterste grenzen van de kentheorie te zijn gegaan, ontkende dat er filosofische problemen zijn die men ook handelend zou moeten oplossen, alleen maar raadsels, die men als bezigheid kan oplossen, zonder dat het aan de gang der dingen iets veranderen zal.

De maakbaarheid van het leven, van de samenleving gaat juist uit van de gedachte dat men alle problemen die zich stellen kan oplossen en dat men dus de gang van de dingen kan wijzigen. Daarbij speelt nog iets anders mee, de gedachte dat men iets kan wijzigen door aan een enkel knopje te draaien of nog, alles heeft een oorzaak en elke stap, wijziging van een uitgangspositie kan ook maar een enkel welbepaald gevolg hebben. Spinoza, zegt men dan, ging uit van de idee van de eindeloze causaliteit, maar of hij zou neigen de monocausaliteit der dingen te onderschrijven, valt niet zo gauw na te trekken, al evenmin of hij zou onderschrijven dat een fenomeen maar een enkele oorzaak zou hebben. De veelheid van oorzaken en correlaties, wat het beeld maar al te vaak in mist hult, de veelheid ook van gevolgen, kan men moeilijk negeren en dat maakt het debat wel moeilijk. Daarom bedacht René Descartes in zijn Discours de la méthode de idee dat men een groot probleem best kan opdelen in behapbare brokken. Daar kan men veel voor zeggen, maar na de behandeling van de afzonderlijke subproblemen mag men niet vergeten tot een nieuwe synthese te komen[i].

Het komt me overigens voor dat iemand als Jonathan Israël in zijn claimen van wat hij de Radicale Verlichting noemt, de geschiedenis wellicht wat naar zijn hand zet. Wat de oorzaak is van de Verlichting tussen de eeuw van het humanisme en de eeuw van het wetenschappelijk positivisme, van rond 1600 tot rond 1905 - toen Einstien kwam met de relativiteitstheorie en het Newtoniaanse wereldbeeld sterk uitbreidde - en dus niet teniet deed, was de mogelijkheid verloren gaan, wiskundig de fysica te beschrijven in duidelijke vergelijkingen, waardoor men de suggestie van monocausaliteit kon accepteren. De ontwikkeling van de kwantummechanica en de verdere evolutie van de deeltjesfysica maakte die invalshoek nog verder onbruikbaar.

In de sociale wetenschappen, economie en sociologie voorop zagen we evenwel dat men wel oog kreeg voor correlaties bij fenomenen, zodat men het begrip "oorzaak" scherper diende te definiëren en ook aan te geven bij de beschrijving van fenomenen. Edoch, vulgo geeft men in zaken die economisch lijken of sociologisch graag mee dat deze oorzaak onvermijdelijk die gevolgen heeft. Het versterkt de notie van voorspelbaarheid, maar of men zo van deze wetenschappelijke benaderingen geen illusies maakt, valt nog te bezien.

Ik denk dan ook dat we dezer dagen in vele discussies botsen op het onvermogen om problemen zo te beschrijven dat men er de complexiteit van zien kan. Meestal isoleert men om een probleem, obesitas bijvoorbeeld, weet men  te beschrijven wat die ene boosdoener is, individueel gedrag of misdadige voedingsbedrijven, maar ook soms een gen dat voor obesitas zou zorgen. Zijn de bedrijven echt misdadig als zij ons onze drang naar zoeternijen met genoegen voeden? Of zijn wij nalatig als we het gebruik ervan niet onder controle weten te houden? Soms lukt dat mensen om redenen die niet aan hun vermogen of onvermogen tot redelijkheid en op de rede gebaseerde inzichten te handelen, maar op grond van inderdaad irrationele verwachtingen en bevliegingen, impulsief handelen dus. Bedrijven zegt men dan weer ontlokken ons die impulsieve reflexen, door dag na dag aperte en subliminale boodschappen te brengen over hun producten.

Er is dan ook niet voor niets een ideologische strijd ontstaan over wat regeringen mogen doen, moeten doen om de gezondheid van mensen te vrijwaren. Daarbij horen we vooral dat mensen onwetend zouden zijn en vervolgens niet geholpen willen worden, zodat gezondheidsproblemen vooral het gevolg zijn van dwaas en ondoordacht denken. Nudging zou   hieraan weten te verhelpen, wat ook veel progressieve mensen aanvaarden en zelfs volmondig onderschrijven. Nudging betekent dat men mensen kleine duwtjes in de goede richting geeft. Waarom we gezondheid moeten nastreven, meer nog dan welbevinden, is dat het systeem onbetaalbaar wordt. Geld inzamelen voor kanker? Prachtig, want we moeten kanker verslaan, maar ons organisme, die hele complexe menselijke machine is vatbaar voor kanker en hou ouder we worden, hoe groter de kans dat mensen een ziekte onder de leden kregen. Maar kan iemand nalatig gedrag verbinden aan teelbalkanker, borstkanker, botkanker? Zeer moeilijk en toch zijn de mogelijkheden toegenomen die ziekten te verhelpen.

Met nudging is nog een ander wezenlijke kwestie verbonden, die in ander dossiers, zoals euthanasie vaak wordt ingeroepen: absoluut zelfbeschikkingsrecht. Autonomie om te sterven, wie kan hier iets op tegen hebben? Bovendien beschikt de geneeskunde over zovele middelen om aandoeningen te genezen, te verzorgen op zijn minst, dat men kan zeggen dat er ruimte mag zijn om op enig moment te kiezen er een einde aan te maken. De kwestie is evenwel dat we wel in articulo mortis kiezen voor zelfbeschikkingsrecht, maar dat we onderweg die vrijheid allang uit handen hebben gegeven. Zelfbeschikkingsrecht om een kind te hebben, ook al zijn de biologische en fysiologische omstandigheden er niet naar, komt ook niet meer te sprake, waardoor zo een extreem gewenst kind dan ook de zware verantwoordelijkheid krijgt vaders en of moeders en meemoeders gelukkig te maken, hun prestige te verhogen zodat ze gelukkig zijn dat zo een kind excelleert. Met alle goede wil van de wereld, hier is een persoon die lange tijd niet kan kiezen, niet om geboren te worden, niet om zelf keuzes te maken maar daar verschillen we nergens in, of de conceptie nu op natuurlijke wijze tot stand komt, dan wel of die via ifv of donorinseminatie gebeurt. We kunnen vele wensen invullen, veel leed voorkomen en oplossen, wat  ons gelukkig, tevreden stemmen moet.

Toch knaagt er iets, want we geven, zoals gezegd een hoop autonomie op om van al die weldaden en in de eerste plaats dus een gelukkig te leiden, want dat is best maakbaar. Edoch, nogmaals, die autonomie over kleine zaken, was dat niet wat in de achttiende eeuw de weerstand tegen de kerkelijke en vorstelijke autoriteit in opstand deed komen. Vrijheid eisen blijkt evenwel makkelijker dan vrijheid geven, zoals uit talloze discussies in het Vlaamse parlement blijkt. Ongezond leven? Maar intussen wel publiciteit zien over hamburgerbedrijven dan wel de spot drijven met overgewicht, het krioelt alles door elkaar. Men wil een nationaal instituut, het frietkraam nekken, omdat die vette patat levens zou kosten[ii]. Maar mogen mensen elkaar dan nergens meer ontmoeten, zelfs niet in een klassiek frietkot - die hand over hand verdwijnen en als eethuisjes gaan fungeren? Mensen kunnen regelmatig naar een frituur gaan, een keer per week, misschien meer en wellicht is het geen verstandige keuze, maar legitimeert dat een verbod van hogerhand, om levens te redden? Nadat men de pastoor terecht verboden heeft te zeuren over sex voor de fun - misschien wisten sommigen er meer van, dan de goegemeente wilde bevroeden - wil men nu op grond van wetenschappelijke zekerheden opnieuw ons gedrag sturen. Natuurlijk sterven er helaas mensen voortijdig, maar anderzijds, waarom zou men moeten leven, zich alles ontzeggen en vervolgens niet meer te weten waarom, waartoe men leven zou. Men wordt dan toch weer een instrument in het kader van grootse projecten, waarbij men dus veel autonomie opgeeft dan wel ontnomen wordt.

In de discussie over CETA blijkt men dus vele kwesties verknoopt te zien, die door betrokkenen vaak zonder zin voor coherentie en consequentie worden gepresenteerd als evident. Immers, een reden waarom een bedrijf een regering zou willen dagen, zal met een hoge mate van zekerheid met de neiging tot nudging te maken hebben en ongezond geachte producten minder vrij toegankelijk te maken voor consumenten.  Bij het debat over maakbaarheid lijkt dat fenomeen zich ook voor te doen, want men wil mensen beloven dat wanneer men rationeel handelt een gelukkiger leven zal leiden, minder of niet zal lijden en dus zwelgen in welbevinden. Ik ben zo vrij daar sceptisch tegenover te staan. Dat men intussen nog maar eens bereid is autonomie op te offeren, of beter, het recht, de mogelijkheid in gedachten te dwalen, toch een groot winstpunt van de Aufklärung in de mate dat die alwetende autoriteiten de pas wist af te snijden, komt niet ter sprake.

Voor mij zijn de doelstellingen van dat nieuwe veelomvattende handelsakkoord, dus ook de wijze waarop men mogelijke betwistingen over nieuwe regelgeving wil regelen via arbitrage, omdat ik vermoed dat zo een arbitrage wel tot redelijke afwegingen kan komen. Dat men zo een commissie dat vermogen a priori ontzegt, komt mij uitermate storend voor. Gezien de toenemende publiciteit voor goksites en zelfs voor speelholen, waar veel mensen aan ten onder blijken te gaan, zonder dat dit zelden tot grote verontwaardiging aanleiding geeft - mensen moeten maar weten wat ze doen - kan men die andere vormen van nugding best tegen het licht houden.

En ja,de rede is universeel, maar of we immer en altijd en overal in staat zijn tot besluiten en keuzes te komen, tot gedrag te komen dat volslagen rationeel zou zijn, durf ik te betwijfelen en vooral juich ik dat vermogen tot dwalen toe. Hoe Utopisch zou zo een leven niet zijn, vooral hoe geestdodend ook. Weg met de verbeelding? Maar kan men zeker zijn dat men deductieregels en logische opeenvolging van stappen in een redenering heeft gevolgd, dan wel of men bevangen is door de waan van de dag, gepropageerd door rationele hoogleraren, het blijft altijd nog afwachten.

Laat mensen hun weg naar welbevinden maar zoeken, zolang ze er duidelijk blijk van geven anderen niet te willen beschadigen of zichzelf domweg in de vernieling te leven, al kan men dat nooit uitsluiten. Wie zijn de grote helden van de muziekindustrie? Precies, de club 27, de zangers, jongens en meisjes die na groot succes op 27 jaar stierven, de dood verkozen. Die veelduidigheid der dingen spoort zo te zien niet met maakbaarheid en met goed economisch beleid dat burgers en ondernemingen vrijheid schenkt en de kans geeft eerlijk te concurreren en consumenten te verblijden. Maar we weten hoe efemeer die blijheid van een goede aankoop wel niet is. Aan de andere kant, een kleine buitensporigheid kan wel eens leiden tot onverwacht welbevinden.

Vrijhandel is geen doel op zich, maar een manier om handel tussen politieke entiteiten te vereenvoudigen. Sinds de 18de eeuw, waar men koos voor mercantilisme, terwijl filosofen als Adam Smith betoogde dat vrijhandel en specialisatie vooral leiden tot algemeen welbevinden. Wie beweert dat vrijhandel alleen de grote spelers zou dienen, ontkent het belang van wetgeving en de autonomie van het gerecht in de rechtsstaat. Niet alles loopt perfect, maar tegelijk moet men ook niet voortdurend roepen dat het hier alles kommer en kwel is. En aan de andere kant, oog hebben voor een gebrek aan consistentie kan ook geen kwaad. Want het is wel duidelijk dat men mensen op grond van rationele argumenten wil doen geloven dat men het goed met hen voorheeft, als allerlei genoegens hen ontzegd worden. Laten we met politici van alle ideologische pluimage maar eens afspreken dat ook nudging en verbodsbepalingen begrensd moet worden. Gezond kunnen leven is een positieve vrijheid die zeker steun verdient, maar tegelijk blijft het de vraag of men mensen altijd bij het handje moet of kan nemen. Het recht op dwalen, omdat men andere afwegingen maakt, vormt ook een grondslag van ons bestel. Het risico? Dat we in een perfect voorspelbare wereld zouden terecht komen, waarbij we niet lijden zouden aan kwalen maar aan tomeloze verveling en bevrijd van passies, droeve en andere, geestloos zouden leven.

Bart Haers






[i] Het punt is dat men de afzonderlijk afgehandelde kwesties vaak niet meer vanuit een invalshoek kan benaderen en dat maakt het heropbouwen van een synthese moeilijk. Sommigen doen dan beroep op zoiets als holisme, maar dan begint vaak al niet aan een systematische onderverdeling van het niet te behappen probleem.
[ii] http://nieuwspaal.nl/europa-wil-verbod-op-vette-friet/

Reacties

Populaire berichten