Beperkingen aan de zuivere rede*

Reflectie


Het licht van de rede
Over Gaia en andere kwesties



Peter Singer
Gaia bezocht undercover het "Animalarium" van de VUB, waar dieren verzorgd worden die dienen voor wetenschappelijk onderzoek, proefdieren dus. Het resultaat is uiteraard dat er een en ander mis is met die dieren die voor proeven gebruikt worden, waarom zou Gaia er anders mee uitpakken. Moeten we nu wantrouwig staan tegenover Gaia of moeten we juist blij zijn dat ze een wantoestand aanklagen in de sfeer van de dierproeven? Het begrip ratio krijgt in deze wel een bijzondere betekenis, maar dat lijkt men niet goed te begrijpen.

Gaia vindt dat we dieren dienen te beschouwen als autonome wezens, met eigen onvervreemdbare rechten en meent dat mensen dus geen enkel dier mogen instrumentaliseren. Men haalt die ideeën in hoge mate bij de utilitaristische filosoof Peter Singer, die meent dat men zich niet aan speciesisme mag bezondigen, een bepaalde soort, de menselijke dus, voorttrekken. Gaia gaat er erg ver in en de vraag is of Peter Singer, die in andere domeinen een meer genuanceerde visie ontwikkelde en zelfs over zijn werk "Animal Liberation" uit 1975 kritische opmerkingen heeft gemaakt, die benadering helemaal kan onderschrijven.

We zijn gedurende jaren, decennia wakker gemaakt omtrent de omgang met de natuur en onder meer de Club van Rome heeft daar in hoge mate toe bijgedragen, iets wat men naar waarde moet schatten. Wel merkt men dat in de loop van de decennia uit die consideraties dogma's zijn gededuceerd, die niet altijd de toets der kritiek doorstaan. Zo weten we dat bij Greenpeace zowel inzake nucleaire energie als inzake GGO een enkeling aan de top al eens een afwijkend inzicht verkondigde en daar spitsroeden voor diende te lopen.

Het punt is dat die dogmatische benadering aanleiding geeft tot inzichten die niet meer redelijk blijken en dat we ons moeten hoeden voor bedrijfsblindheid. Gaia en Greenpeace ontkomen daar net zo min aan als BP of andere organisaties, om de NRA niet te vergeten. De redeneringen deugen op het eerste zicht wel, maar ergens in de benadering verliest de ratio het van de ratio eigen aan de organisatie of de denkrichting, de ideologie.

Wil ik het probleem van de dierproeven dan negeren? Ik weet in gemoede niet wat de baten van dierproeven zijn, slechts bij benadering, maar ik weet wel dat er in de KU Leuven gedurende jaren gynaecologisch onderzoek werd verricht aan de hand van onderzoek bij een aantal apensoorten. Voor zover ik weet, bleek die benadering een aantal therapeutische stappen vooruit mogelijk gemaakt heeft die vrouwen ten goede komen. Onder anderen dr. med. Thomas D'hooghe heeft hieraan een grote bijdrage geleverd. Zou het voor die dieren een kwelling geweest zijn, zouden ze onwaardig behandeld zijn geworden? Ik kan noch mag daar een oordeel over vellen, want ik ken de specifieke omstandigheden niet. Het is wel zo dat men aan de kant van  onderzoekers in andere sectoren wel een zekere bedrijfsblindheid aan de dag heeft gelegd, zoals Trudy Dehue betoogde in haar boek over de behandeling van depressies en van aandoeningen als ADHD. Vaak werden medicijnen te weinig op vrouwen getest, of helemaal niet, omwille van het feit dat de hormonenhuishouding niet altijd zorgen zou voor betrouwbare resultaten, maar vrouwen nemen ook antidepressiva, zodat dus daar het aanslaan van een middel altijd nog in casu moet bekeken worden.

In vele debatten die we afgelopen jaren beleven, merk ik telkens weer dat er een partij is die meent dat ze het bij het rechte eind hebben en dat er geen alternatief is voor hun benadering, maar dat valt dan wel eens tegen of mee. Nu een van de laatste iconen van het reëel bestaande marxisme overleden is op zijn bed en niet op het veld van eer, zijn er mensen die erin slagen de vele wandaden van de dictator of die onder zijn gezag zijn bedreven tegenover mensen die zijn geloof in de revolutie niet deelden en in gevangenissen terecht kwamen, met de mantel der liefde weten toe te dekken. Oh ja, Guantanamo is Amerikaans en slecht, de rest is het puin van de geschiedenis, zoals Arthur Koetsler het zou formuleren; vrijheid van opinie afgeven in ruil voor onderwijs van bedenkelijk niveau en volksgeneeskunde... het embargo is een historisch feit, maar die is er ook niet voor niets gekomen, al kan men Ronald Reagan wel een verscherping van het embargo toeschrijven.

Hier komt iets aan het licht dat men bij discussies over waarheid, juistheid, accuraatheid van een visie niet altijd te berde brengt, namelijk dat inzichten al eens kunnen veranderen of om evident instrumentele redenen gerevitaliseerd kan worden. Anders gezegd, we kunnen van bepaalde inzichten of ideologieën de eigen intrinsieke samenhang en coherentie wel onderkennen, als we niet nagaan hoe dat in de praktijk van het leven vorm heeft gekregen, dan kan men moeilijk de ratio van een ideologie ondergraven. Koetsler beschreef na zijn ontnuchterende ervaringen met het marxisme en stalinisme hoe de zuiveringen van de jaren dertig mensen tot minder dan stof herleidden. Zelfbeschuldiging was de grond van het proces en het middel om zelf niet het vuile werk te moeten uitvoeren. Vasily Grossman beschrijft in "Alles stroomt" hoe een man die terug is gekeerd uit de Goelag tot het inzicht komt dat de revolutie niets met vrijheid en bevrijding te maken had, omdat de vrijheid werd opgeofferd aan de absolute gelijkheid.

Een politicus als François Fillon krijgt het verwijt conservatief, katholiek en ultraliberaal waarbij men zich moet afvragen wat er conservatief is aan zijn poging om de arbeidsmarkt naar het Duitse voorbeeld te flexibiliseren. Links meent dat Fillon ook de seculiere staat terug zou willen dringen, terwijl hij dat in de feiten nog niet betracht heeft en de man is al langer actief in Parijs, met vijf jaar verblijf in Matignon op de teller. Hij was minder genuanceerd dan Alain Jupé en meer beginselvast dan Sarkozy, wat hem de nominatie heeft opgeleverd. Maar de hele campagne door heeft het mediageweld op de strijd tussen Jupé en Sarko alle aandacht gevestigd en zo in feite ook de kandidatuur van Jupé besmet. Maar de aanpak van Fillon zou wel eens soelaas kunnen bieden, want de Franse politiek zit al een paar decennia op slot, zodat oplossingen voor prangende problemen maar niet mogelijk bleken.

In die zin blijft het altijd nog moeilijk in te zien dat men zich van een bepaalde ratio kan bedienen en menen onweerlegbaar gelijk te hebben, terwijl er aperte mankementen in zitten. Castro zegde dat de geschiedenis hem zou vrijpleiten. Waarom en waartoe? Wel Lenin geloofde dat zijn revolutie historisch noodzakelijk was en dat de geschiedenis zijn gelijk zou aantonen. Alsof de geschiedenis zelf iets kan aantonen, iets als het gelijk van een ideologie. Maar ook dat is niets nieuws, want Caesar wist al dat je maar gelijk kon hebben als je won. Omdat vervolgens Octavianus echt de tegenstanders van Caesar kon verslaan, zoals Brutus en Antonius, waarbij Augustus het vuile werk van het opruimen van verzetshaarden niet kon laten rusten. Hij regeerde wel van 31 voor christus tot 14 na christus en kon zo zijn macht stelselmatig uitbreiden.

Kortom, meent iemand te mogen zeggen dat de geschiedenis hem gelijk zal geven, dan zal ook wel duidelijk worden dat zo alle onmenselijke daden vergeten mogen worden en meteen dus ook dat de goede bedoelingen nooit zonder bloed aan de handen gerealiseerd kunnen worden. Vandaag zien we dat wel meer mensen en groepen zich beroepen op hun onweerlegbare gelijk en als men er hen op aanspreekt, dan zullen ze wijzen op de consistentie van hun redenering en dat men hen daarom niet van denkfouten kan verdenken. Dat kan best wezen, maar als een redenering onfeilbaar is omdat die consistent is, dan moet men die niet afwegen aan de praktische haalbaarheid of wat mensen er zullen van maken, maar dus alleen de inherente kwaliteiten. Is dat niet wat men de geradicaliseerde moslims voor de voeten werpt? Ook hun inzichten zijn volmaakt in lijn met een bepaalde opvatting over hoe de dingen moeten zijn.

Een democratie verdraagt uiteraard niet dat er een denken zou zijn dat niet aan maatschappelijke wenselijkheid mag getoetst worden of op inbreuken op de rechten van de mensen en van de burger, dan wel op het Europese Verdrag over de rechten van de Mens. Als we de pleidooien voor vegetarische of veganistische levenswijze zien, dan lijkt men de anderen een slecht geweten aan te praten, ook al blijkt niet iedereen even gezond te zijn als men zich aan dat dieet houdt. Men veegt mensen met obesitas de mantel uit, omdat ze teveel kosten aan de sociale zekerheid, maar is dat wel zo? Bovendien kan men zich afvragen, zoals in het geval van de minister van volksgezondheid, of elke obese persoon daar echt iets aan kan doen, want het kan aan het metabolisme, de stofwisseling liggen, die men niet altijd zonder zware bijwerkingen kan bijsturen.

We moeten ons verlaten op de ratio om tot inzichten te komen, maar we mogen er niet altijd aan voorbij gaan dat we in onze argumentatie ergens een vergissing begaan waardoor we een niet zo redelijke benadering aandragen als we denken. Of beter, als we met rationeel bedoelen dat er alleen elementen die beantwoorden aan een formeel logisch kader mogen ingebracht worden, dan kan men wel eens tot een onredelijke benadering besluiten. Het zou ineens een probaat middel tegen simplisme kunnen wezen, of dat niet van links of van rechts komt. Maar voorwaarde is wel dat wie een redenering de wereld instuurt, zeker als men prominent deelneemt aan het publieke debat, ook voldoende zin voor zelfkritiek aan de dag weet te leggen. Dat betekent niet dat men er een karikatuur van moet maken en doen alsof men sprekend nog denkt over wat men te zeggen heeft, zoals intellectuelen dat een kwart eeuw geleden plachten te doen in navolging van enkele spraakmakende voorbeelden, zoals Jacques Lacan. Sprekend onderzoeken kan best interessant zijn, het kan evenzeer verwarren als iemand die meent te mogen profeteren[i].

Nadenken over wat er ons te wachten staat, betekent niet een optie bevoorrechten boven andere, maar precies de verschillende mogelijkheden tegen elkaar afwegen. Omdat we evenwel niet altijd de tijd nemen zo een uitgesponnen discours te aanhoren en we vooral het besluit willen kennen, komen we terecht in een sfeer van zelfbegoocheling. Het licht van de rede kan dan niet meer schijnen, want we zoeken niet uit hoe het werkelijk het geval is, maar hoe we menen dat het geval moet zijn.

De gehoorzaamheidstest die Stanley Milgram ontwikkeld had, laat zien wat er gebeurt als mensen een opdracht krijgen waar ze niet van het opgelegde pad mogen afwijzen, maar in een film die werd opgenomen, is er een man die probeert eronder uit te komen. Hoe zou de test werken als er naast de opdrachtgever iemand aanwezig zou zijn die de testpersoon, degene die de stroomstoten dient toe te dienen, mag wijzen op de gevaren en de ethische bedenkingen die er bij het gebeuren te maken zijn? Met andere woorden, het klopt waarschijnlijk wel dat mensen tot een blinde gehoorzaamheid bereid en in staat blijken als men de omstandigheden daarop inricht. Maar in een goed werkende 'machine' heeft men precies ook mensen nodig die het proces bewaken en er de fouten uithalen. Een leger dat alleen bestaat uit strikt gehoorzame soldaten en onderofficieren, kan wellicht als het moeilijk wordt geen grootse resultaten boeken. Men heeft over het Pruisische leger vaak gezegd dat het getekend was door kadaverdiscipline, maar Christopher Clark maakt er wel kanttekeningen bij, namelijk dat men vooral trouw diende te zijn aan de vorst, koning en later keizer, maar dat men ook niet mocht nalaten in het belang daarvan gegeven omstandigheden te evalueren en dan passend te handelen. Onder het keizerrijk van Wilhelm II lijkt hier wel de aandacht verschoven te zijn naar discipline en het autonome handelen op het slagveld terzijde geschoven te zijn geworden. Toch bleef men eenheden en (onder-)officieren de ruimte laten om in specifieke omstandigheden zelf oplossingen te bedenken en ook dat diende getraind te worden.

De rede, zoals Descartes het begrip hanteerde en waarop men zich nu nog meent te baseren, als een benadering van de werkelijkheid, vrij van de ballast van de empirie, heeft als nadeel dat de resultaten logisch formeel wel zullen kloppen, maar de toets van de werkelijkheid niet doorstaan, zoals Jacques le Fataliste, een figuur die Diderot in het leven riep, voortdurend bewijst, want hij laat telkens weer zien dat zijn meester die zich verliest in theoretische bespiegelingen nooit een antwoord heeft, terwijl hij, de fatalist wel weet zijn meester uit de penarie te halen. In het licht van discussies over populisme, over demagogie en scherpslijperij lijkt het mij relevant die kritiek op het rationalisme niet uit de weg te gaan. Mogen we dieren bewust folteren? Niet dus, maar het heeft ook geen zin te beweren dat mensen aan dieren geen nutsfunctie mogen geven. Aan het einde van de rit zal men wel moeten beseffen dat we op termijn de aarde en de ecosystemen van planten en dieren meer moeten ontzien, wil de mensheid nog een toekomst hebben.

Bart Haers






* We merken dat in het debat over bijvoorbeeld Trump of het jihadisme, de discussie er een is tussen een weldenkende gemeente en anderen, die men al eens een gebrek aan beschaving durft aan te wrijven. Maar men kan zich zeer gedegen kwijten van de opdracht een consistente en coherente visie  te ontwikkelen en aan het einde van de rit merken dat men de bal mis heeft geslagen, omdat men de menselijke bestaanswijze en het menselijke uit het oog heeft verloren. De eigen benadering tot het uiterste doordenken heeft ongetwijfeld charme, maar het kan ook misleidend werken. 

[i] Profeten waren minder dan men geneigd is aan te nemen, tuk op hun opdracht. Sommigen probeerden weg te vluchten en kwamen in penibele omstandigheden terecht, zoals Jonas die door een walvis werd opgeslokt - en het kon navertellen. 

Reacties

Populaire berichten