Electionblues



Dezer Dagen


Zeeën van opinies,
warrelingen en onbegrip
elites en elitehaat

Een socioloog die eerder empirisch de relaties
tussen mensen in een zwakke sociale positie
zich verhouden tot het algemeen belang: Richard
Sennett. 
De dag was jong gisteren, toen duidelijk werd dat Trump voldoende kiesmannen zou halen en 2 jaar gedoe eindigde op ene deceptie, voor elites en mensen die van zichzelf vinden dat ze het hart op de juiste plaats dragen en vooral in staat zijn tot helder en logisch denken. Dat ze niet altijd de empirie laten meespreken, was me al opgevallen, maar in de lange uren gezever over hoe het allemaal was kunnen gebeuren, bleken de media niet in staat tot enige zelfreflectie, al moet dan weer grondig onderzocht wat we dan bedoelen. Het werd een vreemd zwalpen op een door een orkaan gegeselde zee van opinies, waarbij het sloepje algauw uit het roer liep. Bovendien, we hoorden dezelfde experten die al voor de verkiezingen hun grote gelijk hadden geclaimd. Waar strande mijn sloepje?

Voor den Donald heb ik het niet, maar goed, ik bevind me ergens in een kleine franje van de zogenaamde intellectuele elite en dat wordt me vaak op duidelijke wijze meegegeven. Dat ik mij wel degelijk bewust ben van de moeilijkheid om mensen te ontmoeten die niet meteen sporen met mijn situatie, laat onverlet dat dit wel gebeurt en dat er een empirisch inzicht kon ontstaan over andere mensen in een gedeeltelijk ander universum, want overlappende aspecten zijn er natuurlijk altijd wel, meer nog, misschien behelzen die meer van mijn en hun inzichten dan we gemeenlijk aannemen. In onze jeugd was de samenleving minder gesegregeerd en ik moet vaststellen dat het vaak mensen zijn die zich toen, omstreeks 1980 sociaal gedreven vonden en noemden, mee de polarisering in de hand gewerkt hebben. De anderen zijn dan dommekloten en niet in staat tot solidariteit. Of het waar was, is, weten we niet meer en onderzoeken we niet meer. Er ontstond een vernederend discours over dat klootjesvolk, dat tegelijk vaak, met dank aan Bourdieu in het hart werd gesloten. Geleidelijk werden volkse figuren in de media opgevoerd, die dat rafelrandje in 'onze' wereld brachten, zoals een Sergio of een Eddy Wally terug salonfähig. Het was geen kwestie van smaak of goesting, het was een bewuste keuze voor een geloof in de ruwe bast en soms blanke pit.

Intussen schreef men zich te pletter aan grootse postmoderne fresco's over de wereld die onbegrijpelijk werd, ging men politieke correctheid uitdragen en vond men het goed en achtte men het edel, al mag het net zo niet klinken. Er ontstond geleidelijk de idee dat wat men goed vond in feite rationeel is, evident en onontkoombaar want gebaseerd op redelijk denken. Empirische gegevens die het verhaal doorprikken worden niet geduld noch in overweging genomen. Initiatieven als "zonder haat straat" kwamen in het straatbeeld, maar hoe mensen dachten over nieuwkomers, wilde men niet echt weten. Onderzoek van Marion van San werd voorwerp van heftige polemiek, maar bij mijn weten heeft geen enkele krant haar onderzoek door een journalist laten lezen om het af te toetsen en na te gaan hoe zij tot bepaalde inzichten is gekomen. De idee van het onderzoek over criminaliteit en criminalisering bij allochtone jongeren was op zich al een aanfluiting van goede smaak. In 2001 kon Patrick De Wael het rapport alleen maar laten archiveren, want spreken over criminogene aspecten van de leefwereld van jongeren uit milieus met een migratieachtergrond werd onmogelijk geacht. In die zin leefde men in de illusie dat men dingen kon doodzwijgen en verdoezelen. Nu in Molenbeek een groep jongeren actief is gebleken, die zowel in de criminaliteit als het terrorisme actief zijn, blijkt dat onderzoek van Marion Van San toch wel relevant.

Het mag duidelijk zijn dat men ook verder ging, want toen Willem Vermandere dat liedje bracht over de bange blanke man, vond ik dat zelf zo een veralgemening dat ik het alleen kon betreuren dat de man zich op die manier mee schuldig maakte aan het culpabiliseren van mensen die geen kwaad in de zin hebben, maar bezorgd zijn over een aantal kwesties, die hen ook aanbelangen, zoals het goede samenleven zonder vaar en vrees. Nemen we de klimaatkwestie onder ogen, dan denk ik dat men vooral omzichtig met de voorraden fossiele brandstof moet omgaan en dat men ook de luchtvervuiling moet terugdringen, maar tegelijk zal men niet om het feit heen kunnen dat mensen die nu leven, gebruik maken van de mogelijkheden, zoals de auto, informatica en graag eens goed eten, of veel eten. De bladen staan vol met adviezen hoe we zouden moeten leven en zoals ooit in de katholieke actie het geval was, werkt men graag met exempels, figuren die het goede prefigureren en ook hier komt culpabilisering om de hoek kijken, net als in de goede oude moederkerk.

Aan de andere kant, zelfs als het over geluk gaat, krijgt men de idee dat we zelf aan het onbehagen lijden dat tot foute politieke keuzes kan leiden, vergetende dat het de bladen zijn die de argumenten vlijtig aandragen voor zo een onbehagen en voortdurend de wrok meegeven om wat er allemaal mis zou gaan. Geen enkele Vlaamse krant heeft de laatste twee jaar een begin van een visie op de economie van de VS aangeboden en hoe dat uitpakt voor mensen in Winsconsin of Pennsylvania; oude verhalen over oude industrieën die al dertig jaar op de helling staan, krijgen veel aandacht, hoe men daarvoor al dan niet oplossingen heeft voorzien, blijft het stil. Macro-economische data  vertellen grootheden die het persoonlijke leven en handelen ver overstijgen en in die zin is elke politiek die enkel vertrekt van die grootheden op een zeker moment een moeilijk te hanteren instrument om met mensen te spreken over hun leven en hun verwachtingen. Dat is onder meer wat Tomas Sedlacek in zijn boek "Economie van goed en kwaad" vaststelt: elk handelen om te overleven, om goed te leven heeft economische facetten, maar kunnen niet altijd als economisch relevant geduid worden in een of andere theorie, noch die van Keynes noch die van de Chicagoschool. Rationele verwachtingen spelen in de neoliberale visie van die school een grote rol en ook de neokeynesiaanse school nam die rationele verwachtingen op en dat is wat nogal eens tot misverstanden aanleiding kan geven.

In 1972 verscheen van John Rawls "A theory of justice", waarin hij een gedachtenexperiment ontwikkelde, de 'original position', waarbij men kan overwegen kan wat rechtvaardig is als men niet weet wie men is of welke sociale en economische omstandigheden dat bestaan kenmerken. Het laat toe aan rechtvaardigheid een quasi rationeel cachet te geven, waarbij inderdaad gelijke kansen op vrijheid en op kansen aan de orde zijn. Deze ideeën hebben in de afgelopen dertig jaar school gemaakt en in een aantal opzichten kan men de theorie best hanteren in het onderzoeken van de staat van rechtvaardigheid in een samenleving. Maar dan loopt het ook ras mis, want de perceptie van oneerlijke verhoudingen blijken wel eens te rationeel en te weinig empirisch. Het verschil is dat mensen wel weten dat iemand die zestig uur per week zijnen nestel afdraait voor een bank of voor een kabinet misschien niet altijd even gemakkelijk eens de riem kan afleggen. Mensen oordelen inderdaad ook in het licht van wat ze willen bereiken en voor de ene is prestige belangrijker dan voor de andere. Maar dat kan men moeilijk weten of zelfs maar meten in termen van winstmaximalisatie, aangezien we geacht worden in dat kader ons leven te leiden: de top halen.

Alicja Gescinska stelt dat de Amerikaanse samenleving haar failliet beleeft, maar ik vraag me met permissie af of mensen in Oklahoma of zelfs Chicago per se menen dat ze falen omdat ze niet helemaal tot het gaatje gaan. Men spreekt over het onbehagen omdat men zelf, geen grijzende man met geld zijnde harder moet werken. Maar als men nagaat hoe de idee van de Amerikaanse droom samenviel met de ontwikkeling van het wilde kapitalisme waarin Vanderbilt, Carnegy en al die anderen hun kans gingen en slaagden, vergetend dat anderen het ook probeerden en nooit die almacht bereikten en toch vinden dat ze iets goed hebben gedaan, kan men dezer dagen toch nog voorbeelden vinden van stevige sociale promotie en professionele successen. Wie naar een samenleving kijkt, spreekt over gelijke kansen en tegelijk voortdurend alles wat niet de top haalt, afdoet als non discript, moet wel begrijpen dat hij of zij geen oog heeft voor hoe mensen leven, welke aspiraties ze koesteren en of een aantal mensen bewust resigneren, maar daaromtrent ook wel met rust gelaten willen worden. Historisch is de Amerikaanse droom vooral de droom van de industrialisatie en precies Thomas Mann beschreef in "De Buddenbrooks" aangaf hoe men niet altijd in staat is mee op te gaan met de golf van de modernisering.

Tinneke Beeckman stelde vast in "Macht en Onmacht" dat men de afwijzing van het bestel bij de jonge terroristen niet alleen sociaal-economisch kan duiden. Afgezien van de aantrekkingskracht die het jihadisme blijkt uit te oefenen op jonge criminelen, kan men er ook niet omheen dat mensen hun ongenoegen wel eens verankeren in een strenge leer, waar handelen duidelijk gekaderd is en zo houvast kan bieden. Hier kan men enkel, zoals ook Richard Sennett het bedacht, via empirisch onderzoek toe komen, want hoe zullen deze mensen vragenlijsten invullen? Het gaat niet om kwade wil, maar om een wijze van onderzoeken die de onderzochte niet zint, hem of haar vraagt naar zaken die ze wellicht niet altijd willen overdenken.

Maar zoals Christopher Clark in "Het IJzeren Koninkrijk" over het Pruisen in de laten 19de eeuw en voor 1914 het uitdrukte, er waren navrante verschillen tussen de hofkringen, de "sociaaldemocratische cultuur" en wat het zogenaamde gewone volk beleefde, betrachtte, maar tegelijk was er een gedeelde cultuur, een set van inzichten dat velen deelden en waar ze deel aan hadden, dankzij onderwijs, dankzij de bladen. Philipp Blom kwam tot de bevinding dat in de meeste Europese landen die deelnamen aan WO I en vooral in het Westen, de telgen uit oude geslachten, uit de elites relatief meer het leven hadden gelaten dan onder de andere burgers. Dat valt moeilijk te rijmen met de voorstelling dat het de gewone soldaten waren die het meest in het vuur gejaagd werden terwijl de officieren op veilige afstand bleven. In België was het enthousiasme voor die oorlog noch bij de elites noch bij het volk erg groot, onbestaande eindelijk, terwijl in Duitsland, Frankrijk en het UK onder de studenten van de universiteiten en de intellectuelen een golf van enthousiasme oprees en velen meesleepte. Ook Thomas Mann bleek tijdens WO I geneigd dat nationalisme, zelfs een cultuurpatriottisme schrijvende te ondersteunen, maar hij zou later inzien hoe fout die "Betrachtungen eines unpolitischen" wel niet waren. Erica Mann zou na zijn dood het essay (toch) heruitgeven.

In deze dagen dat velen hun ontgoocheling nauwelijks kunnen verbijten en moeten vaststellen dat in Amerika ook wellicht gelijkgestemden voor de man hebben gekozen, moeten we dus dat onbehagen en die voorkeur niet culpabiliseren noch die keuze criminaliseren. Het komt mij voor dat men in 2000 nagenoeg dezelfde dingen bedacht heeft, maar er geen weg mee wist omdat de vaudeville rond de telbureaus en technische fouten in Florida de afloop hypothekeerden en toen Busch de winnaar bleek, was men in feite nog niet klaar met het hele gedoe. Busch? G.W. staat voor een late reactie op 11 september, voor een onnodige oorlog in Afghanistan en vooral Irak, voor de val van Lehman Brothers in 2008. Busch stond onder curatele van de neo-conservatieven, Trump lijkt er geen uitstaans mee te hebben, zelfs ideologisch geen strak plan te hebben.

Dan komt dan toch die vraag weer opdoemen: waarom haten mensen in welvarende landen zo grif hun bestuur en de mensen die dat bestuur schragen, incarneren? Het gemakkelijke en onbevredigende antwoord is dat ze het niet snappen, het moeilijke antwoord kan men slechts bij benadering geven. Hier speelt de kloof tussen een rationeel denkende elite (een elite die denkt rationeel te denken) en een bevolking die niet blind is voor empirische gegevens, maar ook vatbaar blijkt voor goedkope kritiek aan het adres van het bestel. Goedkope kritiek aan het adres van het systeem? Dat politici er niets van kennen, maar van wat dan wel? Misschien is de kritiek wel terecht dat politici niet goed weten hoe anderen hun keuzes maken, levenskeuzes, kleine keuzes ook, waarbij   de ratio stricto sensu niet altijd de bovenhand halen. Mensen gaan ten onrechte naar de spoeddiensten van ziekenhuizen omdat ze niet goed de weg weten met het systeem van wachtdiensten of de honoraria te hoog vinden. Maar nu wil men in een aantal ziekenhuizen de wachtteams van huisartsen een plaats geven om zo aan de poort de selectie te maken zodat de urgentieartsen hun aandacht aan echte spoedgevallen kunnen besteden. Maar dat de gezondheidszorg ook wel eens georganiseerd wordt vanuit de positie van de zorgverleners wordt daarbij zelden in het debat gebracht. Zou dat niet legitiem zijn, dan zou de gezondheidszorg en vooral de concrete zorg op het terrein chaotisch verlopen.

Het onderwijsbeleid in de VSA en andere Westerse landen is minder emancipatorisch dan toen de kwaliteit werd gehaald door vast te houden aan onwrikbare standaarden: leerlingen moesten voldoende punten halen en de opvolging van leerlingen gebeurde via schriftelijke beurten en mondelinge, want  het puntenboekje lag altijd klaar. Men heeft het competitieve onderwijs afgebouwd en zelfs eliteonderwijs zoals Eaton lijkt niet meer zo strak en hoogstaand als men wel wil doen geloven. Wellicht is het instituut het voor onbetaalbare toegangsticket voor een vlotte toegang tot de hallen van de macht. Vooral is de bescherming tegen de buitenwereld voor de bloedjes wellicht een knoert van een hinderpaal om andere mensen te leren begrijpen.

Velen vandaag stellen zich vragen over de vraag waarom vele van die kiezers lijken af te wijzen wat wij koesteren, de waarden van de verlichting en dan vooral de rationele aanpak van problemen, waarbij het resultaat altijd onwrikbaar en onweerlegbaar is. Empirische kennis van wat werkt, intuïtief begrip voor wat anderen doen heeft niet de status van een afgeronde en onweerlegbare redenering. De Mercatorkaart was ideaal en geschikt voor zeezeilers omdat ze minstens toelieten bestek te maken wat hun positie op de breedtegraden betreft. Ook voor de positie op de lengtegraden was ze nuttig, maar het duurde tot in de achttiende eeuw voor men die positiebepaling goed kon hanteren. Niemand zal daarvan de zin ontkennen of juistheid, maar het is wel al een beetje uit te tijd, omdat men nu met satellieten veel sneller een juiste plaatsbepaling kan afronden en voor drukke vaarwateren is dat wel zo nuttig. De Mercatorkaart heeft evenwel nadelen, die door andere projecties opgegeven worden, maar waardoor het beeld van een continent wel zeer veranderen kan. De vorm van de VS kennen we van de Mercatorprojectie en die is zo iconisch, dat mensen er gemakkelijk mee uit te voeten kunnen. Andere projecties rekken het Noordelijke continent in de Noord-Zuidrichting uit en drukken de landmassa in Oost-Westelijke richting samen en zouden zo laten zien dat de claim van het Vrije Westen op voorrang en de legitimatie van hun positie onterecht is. Een Mercatorprojectie is dan niet meer neutraal of wetenschappelijk verantwoord, wel ideologisch gedragen - maar wij begrijpen dat niet omdat we de ideologische lading van Mercators cartografie niet doorzien. Het was op college en aan de universiteit dat we zulke andere projecties te zien kregen, met de ideologische duiding erbij en de vraag bleef zweven of dat wel helemaal klopte, dat Mercator inderdaad de handigste manier bleef om zich een beeld te vormen van de wereld, los van ideologische consideraties.

Het probleem is nu dat elkeen de andere verdenkt van fout benaderen van kennis om ideologische redenen. Het Darwinisme of de Evolutietheorie, die in een Westers narratief stond voor het doorgronden van diepste geheimen van het leven: waar komen we vandaan? Hoe werkt voortplanting en hoe kwam er leven op aarde? Hoe veranderen soorten? Dat soort vragen heeft in de negentiende eeuw geleid tot vooruitgang op het vlak van biologie, maar ook het mensbeeld bijgesteld. Het feit dat in de commentaren op de verkiezingsresultaten ook verwezen werd naar dit soort op het oog achterhaalde debatten in de westerse wereld, omdat de aanhangers van Trump die evolutietheorie om religieuze redenen niet lusten, laat  onverlet dat Trump zelf zich laat voorstaan op het feit wel erg "the fittest" te zijn voor de job. Wij zullen, hoorde ik een paar jaar geleden zeggen, de aanvallen op de evolutietheorie afslaan, maar daarmee werd meteen de evolutietheorie meer dan het voordien geweest was, een wetenschappelijke theorie, maar het werd een dogma, waar men niet aan mag tornen. In 2009 werd de theorie uitgebreid gevierd, tegen het licht van de reactie, zoals Intelligent Design, maar hoezeer ik de theorie ook onderschrijf en redelijke grond vind om een andere verklaring voor de ontwikkeling en evolutie van de soorten ook niet voor deugdelijk te houden, vond ik de discussie bepaald agressief gevoerd.

De discussie speelt ook op het vlak van de Klimaatverandering. Trump spreekt van een hoax, omdat men er ook wel enkele keren aanleiding toe heeft gegeven dat men de menselijke inbreng in de klimaatverandering niet mag onderschatten. Empirisch valt die klimaatverandering vaak niet goed te ervaren, tenzij men aan de hand van grote gegevensverzameling over langere termijn kan aantonen dat de klimatologische omstandigheden zijn gewijzigd.  De argumenten die ervoor pleiten dat mensen de afgelopen 150 jaar, misschien al langer mee het klimaat hebben beinvloed, kan men niet weerleggen, iets anders is het te geloven dat we hocus pocus die klimaatverandering zullen kunnen beheersen, laat staan terugdraaien. CO2 verminderen, of beter de uitstoot ervan, de uitstoot van methaan reduceren? Prachtig en dat kan gepaard gaan met ook voor mensen minder hinderlijke verbrandingsprocessen. De vraag is of we daarmee voldoende greep hebben en of dat niet botst met andere fenomenen, zoals de toenemende welvaart in andere delen van de wereld, waar men zich nog geen zorgen wil maken over het klimaat.

Deze discussie gaat dan ook nog eens gepaard aan de discussie over globalisatie. Globalisatie zelf alleen heeft de verhuis van jobs met zich gebracht, maar de ICT-revolutie heeft gezorgd voor nieuwe jobs en nieuwe beroepsactiviteiten. Het beeld van deze, onze wereld niet verwarrend vinden, doch helder en klaar, lijkt mij gemakzuchtig en gespeend van begrip voor anderen die van de olifant in de kamer slechts de slurf zien of de achterpoot. Het gaat dan niet om uitleggen wat goed is voor de mensen, maar precies de complexiteit, ook empirisch waar te nemen te duiden. Met alle respect voor het vak van journalistiek, maar op dit terrein schieten juist de journalisten hier vaak te kort en ook politici laten de gedachte over de complexiteit der dingen liever achterwege. Wel presenteert men tegelijk behoorlijk strenge directieven, waarvan burgers niet altijd de zin vatten, soms zelf de manke aanpak ervan doorzien. Onder meer Raymond Tallis, maar ook Stephen Toulmin menen dat we wetenschappelijke kwesties niet zomaar mogen vereenvoudigen om het over het voetlicht te brengen. De discussies sinds gisteren duidelijk werd dat Trump de kiesmannen achter zich had, nodig om verkozen te worden, gaan evenwel aan dat inzicht voorbij.

Hoe complex tot slot is een samenleving niet en hoe werken omstandigheden in op groepen en individuen? Kan men dat aflezen uit de kranten? Van televisie en via welke zender/omroep: ABC, CNN, FoX? We kunnen daar nooit geheel zeker van zijn, omdat velen zich inderdaad nogal eens van commentaren onthouden in de publieke sfeer. Het is nu maar de vraag hoe "Black life matters" zal evolueren en of men in staat zal blijken op vreedzame wijze de beoordelingsfouten van politiemensen aan te klagen die onterecht het leven kost aan onschuldige burgers. Een goed begrip van Amerika kan men vinden in allerlei boeken, van Frank Albers, van Geert Mak ook, die John Steinbeck achterna reisde en van andere Amerika-kenners. Kenmerkend is niet dat zij niet proberen de gang van zaken in de VS te vatten en goed over te brengen bij de lezer, wel dat zij zich niet zonder vooroordeel over hun studieobject buigen en zich ook al eens door fascinatie laten leiden. Overigens, waar zijn de Europakenners of de Hollandwatchers te vinden als men ze nodig heeft? Kennis opbouwen over een samenleving vergt wel wat tijd en het blijkt altijd bewerkelijk het algemeen menselijke in de bijzondere expressie te ontwaren, laat staan dat men de vele facetten in een oogopslag kan vatten.

Trump werd verkozen door een deel van het electoraat en velen gingen niet stemmen. Men zegt dat zij de wetenschappen afwijzen, dat zij irrationeel de dingen benaderen en dat ze niet bij machte zouden zijn te begrijpen waarom Trump ongeschikt zou zijn voor de job. De neerbuigendheid en het paternalisme viel me al langer op, maar gisteren was het echt schokkend. Op uitzonderingen als Bas Heijne na, probeerde men er zich nauwelijks voor te hoeden zich over de eigen blinde vlek te bekommeren, namelijk dat men niet zomaar alles kan zien, omdat wat men ziet in een samenleving altijd weer datgene is wat men zelf opmerkelijk vindt en wat evident lijkt, ziet men niet. Was de vreugde van populistisch rechts, bij Marine Le Pen, bij Geert Wilders en het Vlaams Belang groot, dan was de afkeer en ontzetting bij democratische partijen, systeempartijen groot. Over Trump gaat het dan niet meer, wel over hoe men het ongenoegen kan exploiteren en met empirisch beproefde verhalen mensen verleiden. Laat duidelijk zijn dat ook democratische partijen en commentatoren daar niet immuun voor zijn, voor de verleiding.

In wezen kan men stellen dat velen die spreken namens of ten bate van de democratie in hun visie en houding wel een dosis totalitair denken valt op te merken. Kan men bezwaarlijk vooraf beweren dat Trump een goede president zal zijn, hem bij voorbaat elke kans ontzeggen is niet democratisch. Waakzaam zijn voor de instituties opdat die niet (verder) uitgehold worden kan dan een eerste opdracht zijn, belangrijker is nog dat men datgene waarvoor men zegt te staan, de open samenleving ook in daden en handelen moet huldigen. Mensen vernederen omdat ze een set van inzichten schokkend genoeg afwijzen, zal niet helpen; bemoeizuchtig mensen trachten aan te sturen die niet volgens de normen van de betere middenklasse leven zal ook niet helpen en vooral mensen neerbuigend bejegenen die nagenoeg dezelfde studies afgewerkt hebben maar zogenaamd subalterne posities bekleden is wellicht ook iets waar men voor zal moeten waken. Wie pleit voor het behoud van Zwarte Piet? Mensen die weten dat kinderen eens tot ongeloof vervallen het hele verhaal van de sint ook ras vergeten of aan de positie van piet geen grote conclusies trekken. Mogen mensen zeggen dat Zwarte Piet voor hen, omdat ze uit Suriname of Indië komen, of Afrika, omdat ze zich als andersgekleurde medemens inderdaad schokkend grof bejegend worden? Uiteraard, maar wat moet de conclusie zijn? Tot nu toe is het telkenjare een heel gedoe en lijkt men zelfs de heilige schrift omtrent Sinterklaas letterlijk te nemen. Wil men botsen in een samenleving als de onze, dan zijn er aanleidingen genoeg te vinden en kan men door de rol van slachtoffer aan te nemen veel aandacht vangen. Echte slachtoffers hoort men dan weer zelden. Hier komen vele ontwikkelingen in het denken van de afgelopen decennia samen. Alles wat kenbaar is, moet redelijk zijn, zegde Hegel, maar wellicht ging hij voorbij aan de vraag of mensen altijd kenbaar zijn.

Zwalpend op de oceaan van meningen die werden aangedragen, had men geen idee meer van de efemeriden van ideologische aard die een poging tot begrijpen van het Amerikaanse electoraat belemmeren kunnen. Dat wij, de weldenkende gemeente, mee het redelijk goede onderwijs in de VS en Europa voor de massa hebben ondergraven en niet begrepen hebben dat niet meer spreken over infinitesimalen en differentialen in de wiskunde voor het begrijpen van deze wereld schadelijk is, maar ook de omgang tussen mensen met en zonder die inzichten wel heel gauw tot misverstanden kan leiden. De elite moet niet op de hurken zitten om iets uit te leggen, wel de kans geven dat wie er de wil toe heeft die kennis ook te verwerven en er uiteindelijk iets mee aan te kunnen vatten. De Amerikaanse droom is wellicht op die manier ook door progressieve geesten op de helling komen te staan. Beroepen bovendien belachelijk maken in series waarin men bekende lui heel andere beroepen iets laat doen, of neofieten binnen de kortste keren een ambacht bij proberen te brengen, helpt ook niet. Bewondering voor de meubelmaker, de metaalbewerker of de glazeniers, voor al wie niet top lijkt, maar wel er het beste van weet te maken... het zou een ander klimaat mogelijk maken.

Bart Haers     




Reacties

Populaire berichten