muzikale beleving, concert op zondagavond



Kleinbeeld

Rachmaninov & Brahms


Affiche voor concert
Men kon met dank aan Klara dit weekend naar een top 100 luisteren, waar veel mooie muziek werd aangeprezen, maar ik heb al sinds lang, sinds mijn jeugd de idee dat zoiets misschien leuk is, maar vooral geestdodend. Men kan maar honderd werken uitkiezen en bijvoorbeeld uit bepaalde grotere werken meerdere onderdelen halen. Anderzijds, een lied als "A Chloris" getoonzet door Reynaldo Hahn staat er niet bij. Geen erg, wat mij betreft, want zo een top 100 heeft geen betekenis, tenzij men er een betekenis aan wil hechten. Het repertorium is zo oneindig groot en overweldigend, dat men best kan kiezen en als men al voorkeuren heeft, kan men zich nog altijd eens laten verrassen door wat er tussen de scheuren en gleuven van de canons doorschijnt.

Ook het zogenaamde vierde concerto voor piano en orkest van Sergej Rachmaninov, de variaties op een thema van Paginini, is zo een werk dat men best kan waarderen en de eerste Laureaat van de Koningin Elisabeth Piano, Vitaly Samoschko speelde met het Jong Symfonisch Gent dit stuk met grote inzet van de pianist en het orkest. Zo hoort het ook, hoor ik u zeggen. Maar er zaten nogal wat muzikanten om me heen, die mijn aanvoelen  deelden, dat het een schitterende belevenis was. Het bestaan van dit orkest was me niet direct bekend en ik weet niet of dat eraan ligt dat er soms te weinig aandacht is voor organisaties als deze, waar preprofessionele musici hun eerste orkestervaring kunnen opdoen, naast mensen aan de pupiter die meer beslagen zijn. Men wordt niet in een keer een orkestmusicus en wil men het grote repertorium horen, dan heeft men gedegen musici nodig, die met partituren overweg kunnen en tegelijk weten hoe ze met het orkest kunnen meespelen.

Dan speelde men Brahms, de tweede symfonie, wat ook weer heel wat met zich meebracht, gewoon omdat muziek nu eenmaal door opbouw en verwerking de luisteraar kan verrassen met klankkleuren en ritmes. Voor sommigen zou Johannes Brahms onverteerbaar zijn, omdat hij te zwaar orkestreren zou, maar ik kon wel genieten van deze natuurwandeling, al hoefde ik me niet onmiddellijk naar Karinthië te begeven. De beleving van de muziek bracht me niet in extase, maar toch, het was een lang uitgesponnen nunc stans, dat wil zeggen dat de tijd van het stuk de beleving gelijk opging. Op de terugweg naar Brugge stond de radio niet aan, omdat ik de muziek in de oren wilde horen. Het waren geen oorwormen, maar wel muziek die ik graag hoor.

Als toetje oftewel encore kregen we de vijfde Hongaarse dans van Brahms, wat toch wel altijd een belevenis mag heten, net omdat het zo zelden gespeeld wordt. Waarom die Hongaarse dansen niet in die top 100 staan en geen enkel werk van Johannes Brahms, blijft mij een raadsel. Want als je de tweede of de vierde symfonie hoort van Brahms, live, dan weet je wel wat vervoering kan betekenen.

Het is altijd prettig te zien hoe zo een orkest onder leiding van de man of vrouw op de bok het publiek kan verblijden, want soms is het niet eenvoudig de juiste timing te respecteren, het volume te temperen en wat al nog meer zo een dirigent onder ogen moet zien. Ik denk dat het werk van Rachmaninov, variaties op het 24ste capriccio van Niccolo Paganini veel vergt om de verschillende groepen van het orkest bij elkaar te houden, want soms spelen ze wel erg verschillende dingen en worden thema's niet altijd even glashelder uitgewerkt, maar moet dat wel zo overkomen bij het publiek.

De dirigent op de bok, Geert Soenen is er zo te zien in geslaagd zijn orkest op een hoger niveau te tillen, want er klonk vooral muziek in de zaal van het Gentse conservatorium. Dat het bijwonen van concerten voor eenieder altijd nog te prefereren zou zijn boven de beste muziekinstallatie en boxen thuis, lijkt mij een evidentie, maar we zijn zo verwend door de grote namen als het op concerten aankomt, dat men gemakkelijk zou kunnen denken, ach, Amaj, wat hebben we daar nu aan. Maar gewoon kaartjes bestellen en naar Gent gaan en je weet waarom.

Natuurlijk, in Brugge hebben we ook een mooie concertzaal en daar mocht ik al enkele concerten meemaken, maar het zal wel aan mij gelegen zijn als ik er niet altijd veel van heb overgehouden. Behalve een keertje, ook met Vitaly Samoschko die er Rachmaninov's Derde Pianoconcerto speelde en nog een keertje dat er een concertante versie van een opera werd gespeeld, ik denk Carmen, maar dat ben ik niet meer zo zeker.

Hoe kan men de honger naar life bijwonen van concerten aansterken, zonder dat men wacht op de Berliner Philharmoniker of het Gewandhausorkester Leipzig, het Koninklijk Concertgebouw Orkest is Amsterdam is ook mogelijk, want de levende muziek horen is ondanks de kwaliteit van de opnamen altijd weer een kleine deceptie. Het heeft wat mij betreft te maken met de idee van Goethe, over de onmiddellijke ervaring. Hoe vaak ik ook radio luister of naar Podium Witteman kijk en luister, dan zie je wel eens bijzondere werken, maar tegelijk, denk ik, wacht ik dan wel eens tot zo een werk uitgevoerd kan worden. Die onmiddellijkheid immers zal voor de perfecte uitvoering misschien een risico wezen, maar voor de zintuigen en vooral het gehoor is het dan wel een zegen. Je hoort beter de verschillen tussen forte en piano, merkt hoe de groepen met elkaar converseren en hoort hoe de inbreng van de solist en de verschillende groepen in onze oren tot een soms ontroerend dan weer overweldigende belevenis voert.

Al sinds mijn jeugd heb ik inderdaad ook gemerkt dat we graag vooral sterren horen, maar soms blijkt een uitvoerder niet enkel veelbelovend, maar is hij of zij het ook, wat echter niet of nog niet aan het oor van een grotere platenboer of orkestorganisator is geraakt. Hoe de muziekmarkt nu overigens functioneert is minder duidelijk omdat de betekenis van de klassieke dragers, vinyl of  cd langzaam taant - maar een herstel lijkt in aantocht omdat wij stervelingen graag zo een materiaal bewijs van onze aankoop hebben, een cd of vinyltje, waar we mee kunnen uitpakken.

Het was dus een mooie concertavond en een aantal bekenden maakten het bijwonen des te aangenamer. Het leven in onze steden, het culturele leven mogen we toch niet laten verwateren omdat we menen dat het allemaal moet opbrengen. Neen, een violist hoeft niet arm te wezen - overigens, sommige sterren kunnen er goed van leven en daar is niets mis mee. Het feit dat de Vlaamse minister van cultuur de middelen voor Jeugd en Muziek Vlaanderen op aanraden van een adviescommissie voor zich hield, moet hier toch aangekaart worden. Muziekeducatie? Moet eigentijds. Pardon? Eigentijds, wat is dat en hoe efemeer is eigentijds niet. Jong Symfonisch Gent hoort ook tot die initiatieven van Jeugd en Muziek Vlaanderen en alleen al daarom moeten we het orkest in het hart sluiten.

Niemand houdt zomaar van Bach of van Delibes, noch van Rachmaninov of Brahms, Vivaldi en al die andere componisten, of beter, hun werken, de werken die ze componeerden. Zelden wordt iemand als Yehudi Menuhin geboren, die al als twaalfjarige volleerd leek. Dat neemt niet weg dat ook mindere goden hun weg naar het podium mogen vinden. Zijn we eerlijk, dan weten we dat door de hervormingen van het DKO de kansen om via die weg een goed beslagen muzikant te worden zeer beperkt zijn, terwijl er gelukkig de kunsthumaniora is. Men weigert zo te zien het brede publiek de kans te geven eigen wegen te bewandelen en dat moet droevig stemmen. Moet men zich dan opsluiten in de klassieke muziek? Niets moet, maar als je al eens zo een technoset hoort, dan ben ik althans niet overtuigt. Nu Klara definitief de weg is opgegaan van een gemakkelijke vulgarisatie, dreigt men te vergeten dat muziekeducatie geen voorrecht hoeft te zijn voor een kleine groep mensen, kleinburgers (?).


Bart Haers  






Reacties

Populaire berichten