Politiek als ambacht






Reflectie



Politiek als wetenschappelijke activiteit
een vergissing of een gewoonte



Charles de Gaulle beloofde de zelfbeschikking
in 1958 aan de inwoners van Algiers en
Algerije, maar zorgde voor spanningen met
de Fransen, maar dat dacht hij beter
beheersbaar dan een eindeloze
burgeroorlog. 
Men ken een recensie schrijven na lectuur van een heel boek, maar is het echt onmogelijk bepaalde hoofdstukken afzonderlijk te behandelen, omdat het zo frappant een inzicht heeft waar men even niet van terug heeft? Bij een globale recensie of compte rendue, waarbij men rekenschap geeft van het gelezene, ziet men vaak niet meer goed welke elementen een auteur in het geding brengt. Natuurlijk staat het eenieder vrij na zo een algemene en globale benadering ook nog eens meer gedetailleerd een studie of essay te bekijken. We proberen hier een invalshoek van Frank Ankersmit tegen het licht te houden, over waarom de kloof tussen politiek en de burger zou zijn toegenomen. Wellicht zitten er achter dat fenomeen heel wat aannames die we moeten onderzoeken, maar men kan maar beter beginnen met wat er zich aandient, alvorens in een volgend stadium over democratie, politieke kloof iets te melden.

De norm voor valide kennis vandaag is zonder meer wetenschappelijk verworven kennis, waarbij de empirie minder gewicht heeft dan het laboratoriumonderzoek. Frank Ankersmit laat doorheen het onderzoek zien dat hij presenteert onder de titel: Wetenschap, geschiedenis, de ambachtsman en de politicus[i], dat we wij het benaderen van de werkelijkheid gemakzuchtig aannemen dat wetenschappelijk verworven inzichten beter zijn, terwijl ze sinds Newton ook wel een heel eigen specifieke invloed hebben gehad. De algemene geldigheid van wetenschappelijke inzichten, dus zeker in de natuurkunde en de chemie, hebben onze samenleving onvoorstelbaar veranderd en de sprongen sinds 1860 zijn zo mogelijk nog groter. Het belang van wetenschappen kan men nauwelijks onderschatten, maar de prijs ervan, wanneer men die gedachte overzet naar de politiek, waar men ook graag evidence based te werk zegt te gaan, maar dat heeft gevolgen die voor het politieke niet zo wenselijk blijken. Wat is immers "evidence based"? Discussie over object of methode komen zelden aan bod in het publieke debat.

Valt het niet op hoezeer politieke wetenschappers en sociale wetenschappers, economen ook vaak met grootheden te werk gaan, met massa's data die volgens zeer specifieke methodes bewerkt worden, maar waarvan wel al eens gebleken is dat ze niet geheel accuraat de werkelijkheid beschrijven. Een samenleving beschrijven blijft overigens behoorlijk heikel, ook al omdat we er minder gemakkelijk zicht op krijgen dan wetenschappers graag zouden willen. Hoe handelen mensen doordeweeks? De banaliteit van huwelijken, scheidingen, de sleur der dagen en zoveel meer kan men niet enkel in cijfers vatten. Nog minder dat mensen deze gebeurtenissen niet als banaal ervaren, maar ingrijpend in hun eigen bestaan, maakt dat de cijfers slechts de illusie van inzicht wekken. Nu is dat volgens Ankersmit ook wel een van de bijzondere aspecten van het werk van Johan Huizinga, dat hij niet zomaar geloofde in het hanteren van ambtelijke bescheiden, al droeg hij met zijn archiefonderzoek in Haarlem wel bij tot een meer adequate geschiedschrijving van de stad.

Over de sublieme historische sensatie kan ik nog niet geheel beslagen op het ijs komen, maar wel over de gedachte die Ankersmit uitwerkt en ons zou moeten bezighouden. Van de grootheden en wetmatigheden waarmee wetenschappers werken kan men zeggen hebben onze wereld veranderd, maar in wezen veranderen zij zelden iets aan materie, aan dingen. De ambachtsman zal de wereld niet veranderen, maar in zijn omgang met de materie verandert hij wel een en ander. De invloed van de ambachtsman is onmiddellijk en zijn vaardigheid om de gewenste resultaten te bereiken kan niet zonder ervaring. Richard Sennett gebruikte ook het beeld van de ambachtsman en diens ervaring als een belangrijke notie in nieuwe, andere toepassingsgebieden. Het is in deze zin dat Ankersmit poneert dat de omgang van politici met de res publica en hun invloed op de samenleving beter vanuit een ambachtelijke benadering werken, dan vanuit een wetenschappelijke.

Waar zou het verschil dan in tot uiting moeten komen, want geheel duidelijk kan zo een uitspraak niet zijn, tenzij men juist de samenleving en het politieke als een bijzondere materie wil beschouwen. Dan, suggereert Ankersmit dat politici zich niet in de wetmatigheden van de samenleving kunnen verdiepen en dat bepaalde wetmatigheden die men in het politieke bedrijf graag ter sprake brengt, misschien niet veel betekenis hebben als het op politiek handelen aankomt. De auteur verwijst dan naar Karl Marx die uitlegde dat men verandering niet bereikt op grond van wetenschappelijke politieke gegevens, wel als men politieke ervaring opbouwt. Wellicht is Geert Wilders hier een toonbeeld van, want ook bij Ankersmit merken we dat politici al eens een bain de foule moeten accepteren; neen, politici moeten echt met mensen praten, in wat de Amerikanen de caucus noemen, die niet enkel bij verkiezingen ingericht wordt maar door volksvertegenwoordigers tijdens de zittijd, om beter te vatten wat gaande is. Nu, sommige lenen het oor liever aan gulle schenkers, maar de caucus blijft bestaan en is een opmerkelijke politieke institutie. Het was Charles De Gaulle die in Algiers met een groots gebaar stelde: "je vous ai compris" en zo mee de omstandigheden schiep om de vrede te herstellen en uiteindelijk het Zuidelijkste departement onafhankelijk te laten worden, Algerije.

Toch kan de voormalige generaal misschien model staan voor dat leerproces dat de politiek vormt en dat niet in statistiek en opiniepeilingen berust. Ervaring met de gevolgen van zijn woorden, de goede en de andere, maken hem tot iemand die twintig jaar na 1945, ook tijdens zijn mokkerij na zijn terugtreden tijdens de vierde Republiek. Hij hield zich publiek afwezig, maar had contacten, hield evenwel pogingen af om zich opnieuw op de voorgrond te laten duwen. Hij wachtte het moment af en kwam dan inderdaad zeggen: ik heb u begrepen. Had hij gedacht vlug terug te worden geroepen, dan duurde dat nagenoeg tien jaar, maar vervolgens bleef hij ook tien jaar aan het hoofd van de Franse regering, ook na de verkiezingen van 1965 voor het rechtstreeks verkozen presidentschap. Na het referendum van 1969 dat hij zelf had uitgeschreven, trad hij terug, al of niet verbitterd.

Wie naar politici luistert, verneemt dat de regering naar de mensen moet luisteren en vooral de oppositie vinden dat zij beter vatten wat burgers ervaren. Echter, hoe kan een politicus m/v weten wat we denken, als dat al ergens nodig voor zou zijn? Veel politici laten zich allerlei verwijten welgevallen en klagen vervolgens over de riool van de sociale media. Ik denk dat er andere mogelijkheden zijn, als men niet enkel overdreven vriendelijkheid wenst. Het punt is dat in gesprekken met politici, meestal met een glas zelden een grondig gesprek mogelijk is. Politici willen dan vooral handjes schudden en wie ze willen horen, smeert hen stroop aan de baard. Het politieke gesprek voeren gaat deze dagen uit van de aanname dat politic mogen zeggen en dat burgers moeten luisteren. Zo doet men evenwel geen ervaring op. In die zin blijkt dat in de VS toch iets meer georganiseerd te verlopen en moeten politici zich wel laten zien in hun kiesomschrijving, willen ze kansen maken herkozen te worden.  

Hoeveel politici zou men niet moeten wijzen op hun taalbeheersing en dan niet opdat ze op de letter zouden spreken. Neen, het punt is dat zij de taal niet afdoende beheersen om met vrucht retorisch uit de voeten te kunnen. Want het doel van retoriek ligt juist in de dialect tussen luisteren en aanspreken om te overtuigen. Maar daartoe moet men eerst een idee hebben van wat men vertellen wil. Heeft het betekenis wat een politicus zegt?   Trump toont aan dat zijn woorden een effect hebben, maar niet op de manier die men wetenschappelijk gegrond kan noemen, maar eerder ambachtelijk. Daarin ligt wellicht het verschil tussen Obama en Hillary Clinton, die teveel op een "koele" analyse berust, terwijl Obama minstens de indruk wekt ons niet alleen toespreekt, maar ook wil aanspreken, wil tonen dat ons lot er voor hem toe doet. Merkwaardig genoeg is dat ook wat Trump in de vingers heeft, al klinkt het vooral als een afwijzing van de klassieke politiek en de bolwerken van het politieke bedrijf. Obama heeft in zijn loopbaan blijkbaar een andere soort ervaring opgedaan dan Hillary, die nooit van de wetenschappelijke, academische analyse los kon komen. Of dat helemaal fout is, valt te betwijfelen, want Obama studeerde ook rechten en kent dus dezelfde klassieken als Clinton. Waar Trump studeerde laat zich van zijn discours niet aflezen en dat spreekt blijkbaar mensen aan die genoeg hebben van boekenwijsheid.

Bij ons heb je iemand als Jean-Marie Dedecker, die op het oog van zijn ervaring in de omgang met mensen gebruik maakt en vaak de gewoontedieren onder de politici het nakijken weet te geven. Bart de Wever heeft ook iets van een feeling opgebouwd om te weten hoe hij zijn boodschap moet brengen, al roept hij zo ook heel wat weerstanden op. Want het volstaat de meerderheid te halen, of minstens afgetekend de grootste fractie te vormen. Toch is dat alles niet afdoende om de inbreng van Frank Ankersmit te begrijpen. Hij toont namelijk aan dat de tegenstelling tussen ervaring en wetenschap nogal hardnekkig wordt voorgesteld als een verschil tussen twee werelden, terwijl wetenschappelijke doorbraken vaak komen van mensen die precies hun ervaring - over jaren - mee in het geding brengen. Hun ambachtelijke aanpak zit niet in de schaven en vijzels op hun werkplank, maar in hun manier van naar de dingen, de onderzochte werkelijkheid zitten.

Er speelt nog iets anders mee in het voorstel van Ankersmit, dat te maken heeft met de fierheid van de ambachtsman iets gerealiseerd te hebben, een voorwerp, artefact dat niet volmaakt is maar volkomen beantwoordt aan wat de bedoeling is, soms beter en soms iets minder maar altijd geschikt voor dat waarvoor het bedacht en ontworpen is. De gedachte van politici dat ze een steen in de rivier willen verleggen, kwam mij altijd vreemd voor en ook als een politicus (vooral dus een mannelijke politicus) die een instelling op weet te zetteen, vertelt dat het zijn kindje is, komt mij dat een bedenkelijke voorstelling van zaken voor. Een politicus die zegt dat hij met schrijven en schrappen een voorstel heeft geredigeerd met een bepaald doel dat op zich een middel is om het algemeen belang te dienen, beantwoordt dan meer aan dat van de ambacht. In wezen komen we zelden iets aan de weet over hoe het wetgevend werk tot stand komt, terwijl de parlementaire acta toch al een hele hoop informatie weet mee te geven. Prachtig bronnenmateriaal.

De materie van die politicus-ambachtsman is dan niet de samenleving, want die is notoir moeilijk te overzien en zelfs wie gelooft alle details onder de knie te hebben en meent te weten hoe het moet, kan nog altijd het onderspit delven, zoals Churchill mocht ervaren in 1945. Het gemoed van de mensen valt niet te meten, maar als een grote groep sterkhouders van het systeem er blijk van geeft dat het model niet meer werkt, dan kan het snel gedaan zijn met een regering, zelfs een regime. De ervaring van de politicus betreft dan ook niet uitsluitend het bespelen van de gemoederen of het bespelen van de tegenstanders, de medestanders lopen doorgaans mee, maar ook hoever hij of zij te ver kan gaan. Zijn omgaan met mensen en samenleving is dan ook subtieler dan we doorgaans en dagelijks in de media te zien krijgen.

Lenin en Stalin bedachten dat Marx hen een ideaalbeeld had meegegeven en transponeerden diens wetenschappelijk socialisme verder doorgedreven en hun inzichten als objectief en universeel geldig. Dat Marx zelf vond dat zijn wetenschappelijk socialisme niet direct als handleiding voor de actieve politicus kon gelden, maar wel als de grondslag van de inzichten, want om politiek te bedrijven opteerde hij voor ervaring, voor het zoeken van contact en het geleidelijk veranderen van het object, de materie, de staat dus en haar instellingen zodat aan het einde de socialistische heilsmaatschappij zou dagen. Dat is dan weer in strijd met zijn kritiek op het  congres van Gotha, waar men opteerde voor de geleidelijke, parlementaire weg. Daarom bedacht men dat de geschiedenis als noodlot die ervaringsdeskundige altijd nog een steuntje en vooral een flinke duw moet geven, kortom, de revolutie komt er niet zonder meer en dat mag men ook niet vergeten. Vergeten we evenmin hoe Ferdinand Domela Nieuwenhuis met onder meer Willem Liebknecht en andere grote figuren van het Internationale socialisme in de clinch ging, omdat ze wel hooggeleerd waren, maar nooit met de kleine luiden in aanraking kwam, zelfs niet met hen spraken om hun schitterende artikelen te plegen, terwijl hij net wel door zijn volksscholen en -bladen juist wel die mensen aansprak en aanhoorde.

Men zal de kloof tussen politici en burgers niet zo gauw dichten en dat hoeft ook niet ten allen prijze nagestreefd te worden. Maar misschien kan men ook aandacht opbrengen voor wat politici willen bereiken in plaats van voortdurend te zoeken naar al dan niet grote inbreuken op ene zedenwet, overspel bijvoorbeeld. Hoe laat een politicus m/v zien dat hij of zij betrouwbaar is? Wat is waar zij voor staan en hoe brengen ze dat op tafel en over het voetlicht. Daarvoor is enige ervaring nodig, expertise van het handelen en niet van het calculeren. Data zijn inderdaad vooral van node om te zien hoe bepaalde voorstellen zullen uitpakken, maar aangezien die macro-economische of sociale simulaties aperte beperkingen hebben, zal men ook wel bedenken dat het juist lezen ervan en het adequaat uitdragen ook wel de nodige aandacht vraagt en dus ook weer ervaring.

Wetenschappelijke kennis overigens berust ook op observatie, het ervaren van een bepaalde specifieke sensatie kan helpen de wetenschap vooruit te helpen. Heeft Albert Einstein dat ook niet meegegeven toen men hem vroeg hoe hij de Bijzondere Relativiteitstheorie vond. Dat hij met bepaalde indicaties van de Newtoniaanse natuurkunde op een onoplosbare vraag botste en een plotse inval hem bij die relativiteitstheorie heeft gebracht. Hij wist waar Newton tekort schoot, waar anderen, zoals Maxwell al indicaties hadden geformuleerd die bepaalde inzichten in een nieuw kader plaatsten, zonder dat een grondige herijking te kunnen komen;  het duurde wel even voor hij zag, met een flits zegt men, hoe dat fundamentele probleem op te lossen. In wezen is het altijd weer nuttig na te trekken in welke wetenschappelijke omgeving Einstein aan de slag ging en welke instrumenten en wat voor materiaal hij ter beschikking had. In de politiek en ook bij het leveren van commentaar bij het politieke gebeuren, laat men zich aan zo een benadering niet veel gelegen, maar het leidt er ook toe, zoals Ankersmit aangeeft, dat bijna alle onze politieke systemen, dus ook de democratie meer dan een zweem van totalitarisme aannemen, omdat via de wetenschappelijke benadering het bedrijven van politiek niet over het concrete en het omgaan met het concrete te maken kan hebben. Als men toch grootheden begrijpelijk wil maken, verandert men daar niet veel aan, integendeel, dan komt men tot de eenvoudigste reductie en begrijpt niemand nog wat de werkelijkheid erachter wel niet is.

Het korte stuk in het boek "De Sublieme Historische ervaring" laat zien dat het wel de moeite kan lonen het parcours van zo een onderzoek van naderbij te volgen en het niet te verdrinken in algemene uitspraken over hoe het boek eruit ziet en wat de conclusies dan wel zijn. Dat zijn de beperkingen van de recensie dezer dagen, waardoor al te vaak opvallende gedachten onbesproken blijven. Of Frank Ankersmit het helemaal eens is met mijn benadering, moet ik ook nog ondervinden.

Bart Haers




[i] Hoofdstuk 3 van "De Sublieme Historische Ervaring"

Reacties

Populaire berichten