Wijlen Gustaaf Dumon, Burgerlijk oorlogsinvalide



Kleinbeeld



Brugge onder vuur
Een herinnering aan m'n overgrootvader



Gustaaf Dumon en familie bij het graf in Hoogstade,
waar Aimé Dumon, die in 1915 bij Reninghe stierf
begraven werd. Men kan zien hoe die ene man
toegetakeld is geworden en het bleef een wonder
dat de artsen, Joseph Sebrechts hem hebben weten
te doen herstellen. Gebruik zou gemaakt zijn
van een ijzeren plaat in de schedel. 
In 1970 was ik op een feest waarvan ik nog enkele vage herinneringen aan heb, want mijn overgrootvader, Gustaaf Dumon, werd 90. Hij had een gezicht dat ik later nooit meer helder kreeg, alleen via foto's kan ik er nog iets van maken. Hij was veel maar ook een oorlogsslachtoffer. In en om Brugge lagen Duitse militairen, maar de beschietingen kwamen ook van op zee, want de haven van Zeebrugge was een U-botenbasis en de achterhaven - vlakbij de stad dus - diende als bunker en er werden beschadigde boten hersteld. Geschiedenis die niet altijd aan bod komt en ons, mijzelf en al die andere nazaten op een gouden schaaltje werd aangeboden, maar dat we niet echt konden bevatten.

De grote oorlog, WO I was voor ons land, welvarend en industrieel voortvarend een tragedie, want het vertrouwen in de neutraliteit werd niet gegarandeerd maar bleek uiteindelijk zelf de casus belli, de garanderende mogendheden maakten gebruik van de neutrale status van Nederland en vooral België om hun strategische en tactische posities te optimaliseren. In juli en de eerste dagen van augustus moet de verwarring groot geweest zijn, maar zo te zien heeft men lang gewacht, tot de mobilisatie beslist was, burgers in onzekerheid gelaten of liever, niet willen verontrusten. Ook in Brugge, waar men ook zaken deed, waar kleine bedrijven net in die periode een groeispurt kenden en waar de industrie dankzij de nieuwe haven nieuwe perspectieven kreeg was 1914 een jaar van verwachtingen. Ook mijn overgrootvader, toen 34 jaar oud, in de fleur van zijn leven was zich van de fruithandel aan het heruitvinden als graanhandelaar. Hoe of het allemaal zit, bleef in feite onbesproken, het gebeurde gewoon. Mijn grootvader was de oudste zoon, negen jaar toen en moet in relatieve welvaart zijn opgegroeid. Ook mijn grootmoeder, die opgroeide in de Ezelstraat, 7 jaar moet toen niet hebben kunnen bevroeden dat alles anders worden zou. Haar vader was een slager en kweekte zelf ook runderen, leverde naar mij is overgeleverd aan de betere families van de stad. Hoe de stad er toen uitzag, kan men wel zien op foto's, maar hoe het leven was, voor die mensen, blijft altijd moeilijk te bevroeden. Feit is dat ik een keer mijn grootvader hoorde zeggen, op een 11de november, dat zijn vader, die volop bezig was met de oogsten te kopen en binnen te halen, zou gevloekt hebben, wat wij, diens zeer vrome gedrag kennende, vreemd hebben gevonden. Maar mijn grootvader zei dat het voor iedereen onvatbaar was, die augustusdagen en dat het na de oorlog nog wel eens er sprake kwam, hoe plots dat goede leven op de helling kwam te staan. Ergens moeten ook de kinderen begrepen hebben dat er veel fout ging. Ook werd wel gesproken, hoopvol, over 1870, toen België gemobiliseerd had en de grenzen in het Westen en Oosten had verdedigd, maar de Pruisen waren toen bij Sedan de Maas overgestoken en hadden er de Keizer en 90.000 man troepen krijgsgevangen genomen. Wat oorlog was, wist men dus niet meer in 1912, 1913 toen er wel berichten kwamen over oorlog op de Balkan en de volwassenen die iets meer lazen, over de Agadirkwestie hadden gehoord. Veel heeft mijn grootvader daar ons niet over gezegd, maar soms horen kleine oortjes meer dan ze moeten horen en toch, pas later krijgt het betekenis.

Proberen we ons in te leven in die begindagen van de oorlog, dan komt men bij Stijn Streuvels uit en enkele andere getuigenissen. Zou er onderzoek bestaan over zittingen van de gemeenteraad van de stad Brugge. Ik denk dat de reacties en improvisaties in die periode aan kunnen geven hoe de stad functioneerde in die tijd, de zogenaamde Bel Epoque. Ik weet wel dat onder meer Achille Vanacker in zijn jeugdherinneringen een ander beeld van de stad heeft gepenseeld, dan wat ik er over aan de weet ben gekomen, of beter, zijn beeld over de armoede van zijn familie, kan men best ter harte nemen, zonder het zonder meer te veralgemenen. Als men ziet hoe de modernisering in Brugge, ondanks Emile Verhaerens opmerken dat men vooral Brugge niet mocht moderniseren en waartegen Georges Rodenbach zich verzette in een opmerkelijke roman, Le Carilloneur de Bruges[i], waarin net die kwestie haarfijn werd behandeld: behoud van het schitterende patrimonium of de weg inslaan van de modernisering. Wie handel dreef of een druk beklante slagerij had, moest wel mee, kon ook profijt trekken van de vernieuwing. De discussies tussen de voorstanders van het behoud en bevriezen en de aanhangers van een herstel van de oude welvaart door de haven te herstellen - in 1907 werd Zeebrugge een feit en ook het Zeekanaal, nu Boudewijnkanaal was aangelegd, een rechte streep door het landschap, moet ons wel aangaan, omdat de vragen die gesteld werden voor de bewoners van de stad, die niet alleen toeschouwer waren van groot gewicht waren. De romanschrijver is om zijn visie verguisd, maar ik waag het eens te meer om een lans te breken voor zijn werk.

België was een van de eerste landen in Europa waar men het nut en de mogelijkheden van de spoorwegen onderkende en vooral de lijn Oostende - Brussel werd algauw een belangrijke as, ten koste van de lijn Gent - Antwerpen, maar hoe het belang van goederentransport gewaardeerd kan worden, blijft altijd nog een belangrijke indicatie van die ontwikkelingen. Echter, het personenvervoer, het kusttoerisme kende al voor 1914 een grote bloei en al blijven er in Oostende nog maar enkele sporen van de oude koningin der Badsteden over, men kan aan de wegenaanleg, de uitbouw van de strandboulevard en de nieuwe uitleg aan tussen de het Casino en Petit Paris, nog altijd zien dat de verwachtingen hoog gespannen waren en het verblijfstoerisme snel toenam. In den Haan is de ontwikkeling van de Concessie nog altijd goed af te lezen, met alle charme van dien.

Met andere woorden, ik zie mijn grootvader enerzijds en mijn grootmoeder anderzijds opgroeien in een dynamische omgeving, waar de mogelijkheden tot verdere ontplooiing zich voordeden. Dat mijn overgrootvader ambities had voor zijn kinderen, bleek ook door de keuze voor de Frères, maar door de omstandigheden na 1917, zou mijn grootvader vroegtijdig de school moeten verlaten via avondonderwijs zijn vorming verderzetten. Doorheen de jaren merkten we dat het Brugs van mijn grootmoeder en groottante een charmante en gekuiste variant bleek dat een bourgeoistaal genoemd mocht worden. Overigens hield, zo bleek, mijn grootmoeder van het Nederlands zoals het boven de Moerdijk gesproken werd.

In de winter van 1917, die vaak als een hongerwinter werd voorgesteld, vroor het hard genoeg opdat men zou kunnen schaatsen en dat bleek ook Gustaaf Dumon wel te behagen, want op zo een winterdag was hij met de oudste kinderen - een deel van mijn grootooms en groottantes zijn tijdens en ook nog na WO I geboren, tot 1923 en er waren dus kinderen bij de vleet. Mijn grootvader was ook op het ijs, maar helemaal duidelijk is het niet waar de familie zich bevond en hoe of de overheid het schaatsen verbood. Feit is dat schaatsen op de Damse Vaart evengoed mogelijk moet zijn geweest als op het brede rak bij de Gistfabriek. De Britse marine die de U-botenvloot wilde neutraliseren, hebben dan op de haveninstallaties gevuurd. Er is ook vaak sprake van luchtbombardementen, maar hoe dat in het werk ging, is niet geheel duidelijk. Een bombardement op de Balsemboomstraat wordt wel uitgebreider behandeld. Zonder goede bronnen, dagboeken en politieverslagen blijft het allemaal wat gissen.

Feit is dat mijn overgrootvader op die winterdag in het gelaat getroffen werd en dat men hem voor overleden hield, tot iemand merkte dat er nog leven in was. De befaamde chirurg Dr. Joseph Sebrechts heeft toen de patiënt opgelapt. Hij was de enige van de hoofdartsen van Sint-Jan die niet met de Belgische troepen naar het Westen getrokken was, maar in de stad gebleven was, omdat hij de kliniek open wilde houden voor de burgers.

Er bestaat briefwisseling en een verslag over hoe mijn overgrootvader het overleefde, maar wetende wat men nu vermag inzake traumatologie en hoe men nu een kaaksbeen kan herstellen, moet die arts wel heel veel inspanningen gedaan hebben om zijn patiënt te redden en te voorkomen dat hij als plant verder zou moeten leven. Of hij zijn kans op slagen hoog inschatte, weet ik niet, maar dat in 1970 een negentjarige werd gevierd, met ongetwijfeld in herinnering dat alles en nog meer, staat wel vast.

Een van de vragen die ik me al die jaren heb gesteld was hoe mensen die nergens heen konden, wier handelscontacten onbereikbaar waren en met de wetenschap dat de bezettende troepen de veestapel zo ongeveer geliquideerd hebben voor eigen gebruik, dat alles overleefd hebben. Brugge was wellicht ook niet direct bereikbaar voor het Belgium Relief Fund, een organisatie die door Neutrale staten, inclusief de VS werd opgezet om "poor little Belgium", de burgers dus van de grootste ellende te vrijwaren.  Evengoed blijft het een vraag hoe mensen na 1918 het leven weer oppakten, met alle trauma's die men opgelopen had. In 1919 ging mij grootvader van school en werd hij ingeschakeld in het bedrijf van zijn vader. Hij speelde wel voetbal, bij Cercle als ik het wel heb en volgde avondschool, waar hij talen, boekhouding en handelsrekenen zou hebben gevolgd, wat hem later in staat heeft gesteld een eigen zaak uit te bouwen in Den Haan. Vader Gustaaf en zoon Jozef leefden niet per se op voet van oorlog, maar de zoon werd sneller volwassen dan de vader had voorzen of bedacht en om gedoe te vermijden mocht mijn grootvader een eigen zaak starten, maar niet in Brugge.

11 november blijft een bizarre dag, want er kwam een einde aan een conflict dat de oude wereld deed instorten, maar velen wilden na WO I de draad gewoon weer opnemen. Het blijft opvallend dat de periode tot 1925 in de geschiedschrijving vooral als het op het politieke leven aankomt, weinig uitgewerkt beschreven is. Maar ook het herstel van het land wordt doorgaans vaagweg weergegeven, behalve de wederopbouw van de "Verwoeste gewesten", maar ook dat blijft dan weer vooral een discussie over complete wederopbouw of aanpassingen aan de nieuwe mogelijkheden.

In de Brugse families Dumon en Vandenbussche is er na 1945 ook niet zo vaak aandacht besteed aan die heropbouw, maar men heeft het wel gedaan, zoals wie het kon in Vlaanderen en België de draad weer opnamen of nieuwe initiatieven hebben opgestart. De geschiedenis laat mensen niet altijd veel keuzes zegt men, maar als ik die periode 1917 - 1972 bekijk, de jaren dat mijn overgrootvader met zijn zware verwondingen, halfblind en halfdoof door het leven is gegaan, hoe zijn zonen en dochters, kleinkinderen hun weg hebben gemaakt in het leven, dan denk ik dat die wederopbouw, ook na 1945 voor velen van hen mogelijkheden hebben geboden.  Broers van mijn grootmoeder gingen naar Brussel, Roubaix en Knokke, een zus trouwde met een juwelier. Dit (klein-)burgerlijke Vlaanderen, al hou ik niet van dat 'kleinburgerlijke' heeft de dertigjarige oorlog niet enkel overleefd, denk ik, maar de weg gevonden naar een toenemende welvaart. De inbreng van de overheid, via infrastructuurwerken, autowegen, onderwijs en wetenschappelijk onderzoek is overduidelijk, maar tegelijk zien we dat er veel gebeurde omdat mensen dat wilden of dachten dat het kon.

Velen menen dat de overheid voor alles zou moeten zorgen, maar mensen zijn niet altijd geschikt om in Cocanje te leven waar de gebraden kippen hen in de schoot vallen. Het kan ook niet dat de staat al die taken op zich zou nemen. Wie dan weer doorschiet en de staat helemaal geen rol wil laten spelen, noch inzake veiligheid, borgen van eigendommen en ook de verdediging tegen buitenlandse vijanden, zal merken dat dit al te veel onzekerheid brengen zal. Wat dokter Sebrechts deed voor mijn overgrootvader, was hij gezien de eed van Hypocrates dan wel verplicht, hij ging op zoek naar middelen die hem verder konden brengen dan wat op moment voor mogelijk werd geacht. De rol van pioniers in het maatschappelijke leven mag men dan ook niet ontkennen en dat mensen slagen waar iedereen hen falen voorspelde, moet ook niet vergeten worden. De plaats van de politiek in het maatschappelijke leven is belangrijk, maar wat burgers doen, kan men ook niet negeren.

Winstbejag afwijzen lijkt me niet zo een goede idee, de citroen uitpersen dan weer een kwalijke. Deze stad, Brugge, het Belfort, Oud Sint-Jan en het stadhuis, daarvoor werden de middelen opgebracht door de stedelingen, net zoals de kerken gebouwd werden door vermogende burgers in de grote dagen van Brugge. Vandaag neemt de staat die opdrachten op zich, waarbij het opvalt dat de burgers er minder bij betrokken zijn. Meer nog, we zijn al te vaak hyperkritisch voor grootscheepse plannen en schieten ze af, zodat initiatieven van overheden en burgers wel schipbreuk moeten leiden. Eenvoudig zijn de kwesties niet altijd, maar toch, als we zien hoe ellendig traag de administratieve molen draait rond het nieuwe stadion van Club Brugge, dan moet men wel bedenken dat onze houding nogal ambigu is.

Het Europese parlement stemde in met een grootscheeps onderzoeksprogramma voor wapentechnologie in Europa. Wie de vrede genegen is, zal het niet graag horen, maar deze 11 november krijgt daarmee wel een bijzonder kantje, want decennialang heeft Europa defensie overgelaten aan de NATO en de VS, maar ook dat tijdperk zal eens eindigen. Dat er nu een EU is, waar ooit oorlog en zorgvuldig gecultiveerde vijandschappen leefden, zoals de Fransen versus Pruisen, door historici als Ernest Lavisse er bij de schoolgaande jeugd ingestampt, moeten we die Unie toch wel als een grote stap voorwaarts zien. De kwestie van de gedeelde soevereiniteit, of gaat het om een verenigde soevereiniteit, zoals de Republiek der Verenigde provinciën dat ooit voordeed, moet men toch niet vrezen. Wel moeten politici en het apparaat, de mensen die het apparaat doen draaien, zich er rekenschap van geven dat ze niet altijd zomaar altijd vooruit kunnen stormen. Leo Tindemans heeft daar in zijn befaamde rapport aandacht aan gegeven, maar nu nog blijkt het moeilijk voor politici om aan te geven waarom Europese besluitvorming tot stand kan komen en wat dat kan meebrengen. De winsten van de communicatiebedrijven werden via het beperken van de roamingprijzen afgetopt, ten behoeve van de gebruikers, maar dat lijkt men evident te vinden. Andere kwesties, handelsakkoorden roepen grote verontwaardiging op, terwijl dat kansen biedt, zonder dat iemand echt kan berekenen wat dat zal betekenen, want wanneer kan men spreken van een best mogelijk scenario voor de handel tussen de EU en Canada? Ooit voerde België, aan het einde van de negentiende eeuw graan in uit Canada, de VS, Rusland en Argentinië zonder douanerechten, om de kostprijs van het broodgraan te verlagen, wat de boeren in de zeepolders zwaar op de huid viel en velen in problemen bracht. Men zal begrijpen dat beslissingen van de overheid gevolgen hebben en het voorbeeld van de Belgische invoerpolitiek laat zien dat men wel eens vermalen kan worden in de logica van een ander.

De oorlog van 1914 die men kan laten duren tot 1945, heeft veel op de helling gezet, geldt als een donkere periode, maar als we zien wat erop gevolgd is, voor de VS, voor West-Europa, gouden jaren, zal begrijpen dat een benadering van die geschiedenis heel wat onderzoek vergt en men kan nog steeds een aantal blinde vlekken aangeven, zoals de hele oorlogshandeling aan de voor Duitsland Oostelijke fronten. De kijk op hoe WO I eindigde heeft ook het verhaal over het begin meebepaald, maar nu Europa als Unie een politieke samenwerking op ongeziene schaal realiseert, moeten we ook niet zomaar speuren naar de nadelen. Men zal ook moeten nagaan of de Unie daarvoor verantwoordelijk is. De textielindustrie sneuvelde in de globalisatie als een van de eerste industriële sectoren, maar de welvaart werd er sinds de crisis van de jaren 70 niet minder op. Die paradox, die men nog steeds niet in een synthese heeft weten te vatten, vergt dan ook veel meer aandacht. Als Trump mensen kon aanspreken, dan ook omdat de media ons graag de fouten, vergissingen voorschotelen en andere aspecten niet onder de aandacht brengen. Het is niet de enige verklaring, maar een fenomeen heeft nooit slechts een unieke oorzaak. Zo ook Wereldoorlog I en ook de gevolgen zijn doorgaans veelvuldig. De stroom van gebeurtenissen die we geschiedenis noemen onderzoeken en er feiten, omstandigheden en handelingen door mensen en instituties uit distilleren blijft altijd de opdracht van de historicus. Die kan in de verleiding komen het verhaal sterk te vereenvoudigen, maar dan doet men dat verleden geen recht.  

In het leven van de mensen moet die oorlog er heel diep hebben ingehakt, niet enkel om de evidente reden dat mensen naar het front werden gestuurd, waarbij dus niet enkel de soldaten in de miserie zaten, maar ook de burgers. De oorlogsvluchtelingen naar Nederland, meer dan een miljoen, naar Frankrijk - is dat ooit becijferd ?- en naar het UK kregen opvang, maar de omvang was niet altijd even vriendelijk. Op het thuisfront viel het leven stil en de bevoorrading uit. Daarover mag het op zo een 11 november ook gaan. Wat zou mijn grootvader voorgeschoteld hebben gekregen op die heugelijke dag, 11 november 1918?

Bart Haers



[i] Bruges-la-morte en ook wel Le Carilloneur de Bruges - de beiaardier van Brugge - kan men lezen als een negatieve waardering van Brugge. De roman Bruges-la-morte wekt nog steeds woede bij Bruggelingen en leedvermaak bij anderen, maar toen Georges Rodenbach aan de Beiaardier begon, was de besluitvorming over het Boudewijnkanaal, toen zeekanaal al afgerond en de werken aangevat, ook bouwde Delancerie het Provinciaal Hof, van buiten Vlaamse Gotiek, Renaissance ook, eclectisch dus, als structuur werkte hij met staal en beton. Verder kreeg de stad  een snelle spoorwegverbinding met een nieuw station, een spoorweg op een lange viaduct, de straten werden opgebroken om tramlijnen aan te leggen en de stad kende ook nieuwe nijverheden en groeiende bedrijven. Zonder de zaken al te rooskleurig te willen beschrijven, de stad groeide en de voorsteden werden langzaam geïncorporeerd. Dat alles maakt van de romans van Georges Rodenbach bijzondere getuigenissen en uiteraard zette hij de twee uiterste standpunten tegen elkaar op, anders is er alleen sprake van een essay of een pamflet. Nu goed, men kan boeken als het goed is op verschillende manieren lezen. Zelfs de koning, Leopold II, stoorde zich aan Bruges-la-Morte, wat toch een verdienste mag heten...

Reacties

Populaire berichten