Er is maar een waarheid




Dezer Dagen



Een weg tot waarheid
Welke waarheid?



 
Om de zwakke kracht van de zwaartekrachtgolf
te meten werd dit uitermate scherp afgestelde
meetinstruement gebouwd. Alleen uitleggen wat
men zo zou kunnen meten, vergt een zekere
voorkennis. Maar men heeft zo een zwaartekrachtgolf
kunnen meten. De bouw van het instrument vergde
al heel wat kunde. 
Ook Etienne Vermeersch mengt zich in het debat met de vaststelling dat er maar een weg is naar de waarheid. Welke waarheid? Die naar de Big Bang kan inderdaad als een moeizame overdacht worden, want het duurde tot 1931 voor iemand zover was en het duurde tot na WO II voor dat inzicht het brede publiek kon bereiken. Professor em. Etienne Vermeersch kan stellen dat de religie op dit punt weinig kan bijdragen aan betere inzichten. Edoch, kan de wetenschap wel veel inbrengen als het om menselijk gedrag gaat? Er zijn methodes die ons helpen een en ander te beschrijven, maar zowel de psychologie als de sociologie laten niet altijd toe met dezelfde zekerheid uitspraken te doen. Nog minder het lukt het deze disciplines ons de weg te tonen naar het goede leven.

Een film "La stanza del figlio" greep me bijzonder aan, omdat de rouwverwerking en de beladenheid, c.q. de schuldvraag beantwoorden elk naar een eigen hoekje dreef. De liefde kwam weerom met een brief, met een nieuw begin. Hier helpt de ratio niet echt,want het verlies van een zoon was voor Moretti in de film en wellicht in het echt het ergste wat kon gebeuren en niemand wil of kan er zich op voorbereiden. Omstandigheden, zoals een brief, duwen het verhaal een richting uit die je als kijker niet verwacht had.

Men zal wel eens vermoeden dat ik niet geloof in rationele of wetenschappelijke kennis, maar dat klopt slechts ten dele en inderdaad, kennis die afdoende gestaafd is, neem ik aan, zonder voorbehoud als er geen redenen toe zijn. Maar wat Etienne Vermeersch op ons bordje legt, roept vragen op, omdat hij meent dat er maar een weg is naar kennis en dat is de rationele benadering en hier moet men toch vragen wat dat betekent, want wetenschappelijke kennis komt tot stand via controleerbare en herhaalbare waarnemingen. In de fysica is dat niet zo moeilijk, al blijkt dat wel dat veel inzichten uit de fysica op grond van intuïtie zijn tot stand gekomen, waarbij de observatie niet buiten spel is gebleven. Toch heeft de theoretische natuurkunde wel degelijk een grote inbreng gehad in het voortschrijden van de inzichten en valt de noodzaak van observatie dan wel niet helemaal weg, maar de theoretische natuurkunde werkt vooral op een wiskundige manier en is daarom de meest rationele wetenschap denkbaar.

Etienne Vermeersch zegt dat geschiedenis qua rationaliteit maar 0,8 op 1 scoort, maar te vrezen valt dat hij daarbij weinig oog heeft voor de hermeneutische kant van het vak van de geschiedenis en dat die andere moeilijke klip, die van de historische kritiek, wel rationeel is van aard, maar om heeft te gaan met bronnen die een eigen verhaal vertellen. Als men dan ook nog eens bronnen gaat hanteren los van hun eigen bestaansreden, dan vergt de argumentatie veel zorgvuldigheid. Men kan evenwel nog een stap verder gaan en zich afvragen wat die kennis ons bijbrengt in het begrijpen van het menselijke, al te menselijke en dan wordt het wellicht heel stil. Hoe kan men historische kennis hanteren als een basis voor een beter begrijpen van het eigen handelen of het handelen van anderen?

John Lukacs schreef een essay over de plaats van Hitler in de historiografie en over de vraag hoe we die periode (1932 - 1945) nu moeten begrijpen. Was Hitler een dwaas of een dolgedraaide, zelfingenomen dan wel gefrustreerde gek? Hoe kon hij zoveel mensen van zijn utopie, een 1000-jarig rijk overtuigen? Uiteraard ontbrak het die mensen aan inzicht in de figuur van Hitler en in de werkelijke omstandigheden van het rijk, om nog te zwijgen van de verwachtingen die ze konden koesteren. Maar velen gingen mee, al blijkt wel dat lang niet iedereen even enthousiast in het systeem geloofde.

Wibke Brühns, een bekende nieuwslezeres in Duitsland, geboren in 1938, beschrijft hoe de familie deel had aan de aanslag van 20 juli 1944, haar vader en neef wisten van de aanslag van von  Stauffenberg op Hitler en gaven dit niet aan. Haar vader en grootvader waren zeer patriottische Duitsers en in de eerste Wereldoorlog hadden haar grootvader en vader al dienst gedaan in het Oosten, na de oorlog had hij alle moeite om de grote familiezaak in Halberstadt weer op te bouwen. Verschillende leden, onder wie vader en zoon Klamroth namen dienst in de SS en steunden lang Hitler en zijn partij. Dat zijn feiten die Wibke Brühns pas laat kon naspeuren, omdat ze er eerst zelf niet zoveel van verwachtte, maar ook en zeker was het zo dat ze wel wist waar haar ouders en grootouders hadden gestaan en daar wilde ze liefst niet teveel mee te maken hebben. Finaal kon ze aan die weinig aangename waarheid niet voorbij en dat beschreef zij in haar boek over hoe de familie Klamroth de opgang van Halberstadt mee bewerkstelligde en uiteindelijk de ondergang ook geheel te ondergaan had, maar er zelf aan had meegewerkt.  

Het punt is dat waarheid altijd ergens over gaat, dat een abstracte waarheid in het luchtledige blijft hangen en dus ook zinledig is. Zoals al eerder geschreven, de strijd tussen de wegen naar waarheden, waarvan Vermeersch nog maar eens zegt dat er maar een weg is, de wetenschappelijke, want de andere, die van het geloof, zit vol tegenspraak en onzekerheden, negeert andere vormen van kennis. Precies dat argument verdient aandacht, want ook de wetenschappelijke weg leidt niet altijd tot zekere inzichten en het gebeurt wel eens dat wetenschappers het niet met elkaar eens kunnen worden. Bovendien zorgt nieuw onderzoek vaak tot een scherp conflict over de geldigheid van het onderzoek en de resultaten ervan. De genealogie van de mens als soort vormt zo een terrein waar men niet altijd gemakkelijk vaste grond onder de voeten krijgt. Hoe zat het met al die resten en wat vertegenwoordigen ze? Hoe kan men groepen terugvinden, in plaats van de resten van een persoon, zoals Lucie? Kan het zijn dat het ontstaan van de menselijke soort gedurende een paar miljoen jaar zeer onduidelijk en onzeker was en dat de verwantschap met de Chimpansee bleef doorleven door regelmatige onderlinge seksuele relaties. Volgens sommigen kan men overigens de geschiedenis van de menselijke soort laten beginnen rond 200.000 BP, sommigen gaan nog minder verder terug, tot de Homo Sapiens Sapiens, maar zelfs daar blijken de bloedlijnen niet helemaal zuiver te trekken. Het ligt niet aan het gebrek aan wetenschappelijkheid, maar aan de beschikbaarheid van sporen en voldoende goed gedocumenteerde contexten voor die sporen.

En ja, als men de periode voor 200.000 niet echt goed in kaart weet te brengen, kan men dat maar beter uitleggen, eerder dan in het publieke betoog plots die vondsten van resten van menselijke wezens van 3 miljoen jaar als aanwijzingen beschouwen, zonder dat de hele stamboom in de sporen terug te vinden is, wel kan via DNA een en ander vastgesteld worden, maar ook daar is het bereik niet zo groot, tot 140.000 via het (vrouwelijke) mitochondriaal dna. Maar wat weten we dan meer. Het hele verhaal van het ontstaan van de menselijke soort blijft altijd nog boeiend genoeg, veel is er nog niet helder, want hoe of waarom een aantal wezens uit de familie van de primaten uit de bomen kwamen en rechtop gingen lopen, is voor zover ik weet niet duidelijk en ook het ontstaan van de taal, het aanwenden van vuur, het dragen van kleding... het zijn vragen waar we zelden goede sporen voor vinden, maar de homo sapiens sapiens werd blijkbaar een homo faber en een spraakwaterval.

Natuurlijk kan men het Etienne Vermeersch niet euvel duiden dat die kennis maar traag wordt opgebouwd en dat men afhankelijk is van sporen en indirecte bevindingen. Het herkennen van materiaal dat dienstig kan zijn, vergt overigens ook wel enige ervaring. Feit is wel dat deze kennis over hoe de mens werd wie we zijn geworden, nog altijd niet zo heel veel zegt over wat het kan betekenen goed te leven.

De weg van de wetenschappen heeft ons inderdaad tal van inzichten opgeleverd, over de Aarde, over vulkanisme en platentektoniek, over de verhouding van zuurstof en koolstof in de lucht, het belang van fotosynthese en zoveel meer. Waarom er leven kon komen op deze aarde en hoe dat in het werk is gegaan weten we al heel wat, waardoor we onze plaats in het grotere geheel beter kunnen inschatten. Maar de conclusies die men daaruit trekken kan verschillen nogal, want sommigen menen dat we de aarde meer moeten koesteren, dat we geen dieren meer mogen eten of opkweken voor de slacht en anderen menen dat we best mogen genieten van de dingen die de aarde te bieden heeft. Ook over wat het goede leven noemen, in de filosofische en in de alledaagse versie, zien we dat de discussie niet stil lijkt te vallen. Sommigen halen inspiratie bij de grote monotheïstische godsdiensten, anderen weigeren er zich op te verlaten want het zou nergens op slaan, wat de bijbel of de Thora te vertellen hebben.

De breuk in de samenleving tussen gelovigen en ongelovigen trekken, lijkt weinig zinvol, omdat katholieken door de band de stand van de wetenschappen volgen en er in grote mate geen problemen mee hebben ook als het erop aan komt ethische keuzes te maken, zoals inzake abortus en euthanasie. Het verschil tussen autochtone Vlamingen en autochtone, niet-westerse immigranten en hun nazaten blijkt veel dieper te zijn, ook al omdat men niet altijd bereid is de kennis die op school wordt uit- en overgedragen te aanvaarden. De evolutietheorie en de oorsprong van de mens zijn niet voor iedereen zomaar te aanvaarden en dat heeft te maken met de wijze waarop men deel kan hebben aan het onderwijs. Anderzijds, zou het zo zijn dat men daarom voetstoots de inzichten die de evolutionaire psychologie weet aan te dragen, of men gelovig is of niet? De implicaties voor het mensbeeld zijn niet zo gering als men het wel wil voorwenden, want stellen dat mensen niet tot altruïsme in staat zijn, kan men bezwaarlijk een onbetwist wetenschappelijk inzicht noemen.

Zoals Etienne Vermeersch de zaken voorstelt, zou elk wetenschappelijk inzicht dat beantwoordt aan de methodologische en inhoudelijke randvoorwaarden van de betrokken discipline, voldoende moeten zijn om ons de waarheid bij te brengen, maar de vraag blijft dan welke waarheid en wat brengt die bij. De waarheid absoluut noemen, slechts een weg naar de waarheid voorhouden, is dat niet wat de kerk gedurende bijna twee millennia heeft gedaan? Wetenschappelijke kennis is van groot belang, kan ons helpen inzichten te ontwikkelen over hoe we nu moeten leven, maar tegelijk weet men hoe moeilijk het was voor Vesalius de visie van Galenus onderuit te halen en ook Ptolemaeus had machtige vrienden aan het begin van de wetenschappelijke revolutie, in de 16de eeuw. Vermeersch meent dat we ons moeten verlaten op wetenschappelijke zekerheden en wat altijd weer gebleken is, kan men wetenschappelijke inzichten voor waar aannemen, tot iets anders uit het onderzoek is gebleken, maar dat blijkt ons niet onmiddellijk duidelijk.

Zeker wat de humane wetenschappen betreft, zal men altijd merken dat de inzichten met elkaar conflicteren, of het nu over taalkunde gaat dan wel over semiologie. Die hang naar zekerheid die Etienne Vermeersch in zijn denken nooit kan ontkomen omdat het zijn drijfveer is, maakt het ook moeilijk alternatieve zienswijzen te erkennen. Het blijft overigens ook nog de vraag of we onze ethische vragen en ons dito handelen op de bevindingen van de wetenschappen kunnen baseren. Het valt immers op dat we in onze omgang met anderen, mensen die ons na staan of verderaf van ons zich bewegen zelden op grond van wetenschappelijke bevindingen regelen, maar vooral intuïtief. Dat sommige mensen meer geneigd zijn de categorische imperatief van Kant te huldigen, dan het nieuwe adagium, dat we niet aan altruïsme hoeven te beginnen, want dat is altijd ook een verkapt of verborgen egoïsme of egocentrisme, kleurt ook mee de samenleving. Weten we altijd wel wat ons drijft en als we ongewild fouten begaan, zijn die wetenschappelijk fout of gewoon moreel fout? En wat dan met het goede dat mensen doen? Of nog complexer: was zo een pater Walter Voordeckers oblaat, die mee de bevrijdingstheologie vorm gaf en uitdroeg en vermoord werd in 1980 door doodseskaders in Guatemala een goede mens? Volgens de kerk - Johannes Paulus II was de bevrijdingstheologie een dwaalleer - en onze westerse liberale opvattingen, waren zijn bemoeienissen met de armen niet zomaar goed te keuren. De moord maakte veel goed, maar de bevrijdingstheologie bleef men afwijzen en dus is de vraag of die inzet van Walter Voordeckers wel zo zuiver op de graat was. Zelf ben ik nooit laaiend enthousiast geweest over de bevrijdingstheologie, maar zijn dood en redenen waarom, maakten dat zijn offer wel waardevol moet heten, omdat hij machteloze landarbeiders te hulp kwam en daarvoor vermoord werd.

Een kwestie die in de discussie over waarheid en hoe die te bereiken, te verwerven altijd weer onbesproken blijft, betreft de kwestie of we met de waarheid zoals Descartes en Kant die presenteerden in het gewone leven wel iets kunnen aanvangen. Geen erg als we het hebben over de grote waarheden die niet variëren of veranderen, niet contingent zijn. Echter, komen we op het terrein van de veranderlijke dingen, van het begrensde, dan is men meer aangewezen op empirische kennis en daar kan men op het vlak van de wetenschappelijke activiteit meerdere vormen aantreffen. Scheikundeproeven of natuurkundige proefopstellingen leveren dan bewijs voor eeuwige waarheden, zoals het begrip eenparig versnelde beweging of de inval van het licht op een spiegel. Ook in de scheikunde kan men vaste betrekkingen tussen stoffen vaststellen en hoe die ook verband houden met hun respectieve atoomnummers. Maar in het leven dat we leiden en waar we keuzes maken, ethische keuzes kan het moeilijker worden met eeuwige waarheden die keuze te bepalen. Rationaliteit krijgt dan een andere betekenis, zoals Aristoteles betoogde.

In het algemeen is het leven zelf de weg naar inzicht en waarheid, waarbij wetenschappelijke inzichten zeker veel kunnen helpen, zoals onze menselijke bestaansvorm, met een levensverwachting ver boven de 45 laat zien. Maar velen klagen over allerlei welvaartsaandoeningen en zijn ontevreden over zichzelf. Dan helpt niet zozeer wetenschappelijke onderzoek maar een of andere vorm van introspectie, over gefrustreerde verwachtingen bijvoorbeeld of over wat we wel kunnen verrichten aan daden. Leren leven loopt langs verschillende sporen en de wetenschappelijke is er een van, maar hoe we het voor het overige klaarspelen, hangt van culturele factoren af of van de opvoeding, vorming. Het neemt wel niet weg dat voorgangers in deze of gene eredienst best niet te zeer geloven dat ze voor alles een antwoord hebben, want een boek van 1400 jaar oud of 2200 jaar oud kan wel mooie verhalen bevatten, hoe we daar iets mee kunnen aanvangen is dan weer van een andere orde. De geest van tolerantie en pluralisme is dezer dagen helaas helemaal verzwonden, want we willen vooral niet falen en dwalen in de verkeerde richting. Dus is het handig zich aan de wetenschappen te kunnen vastklampen, zoals anderen zich verliezen in een obsoleet godsgeloof. Slecht leven? Goed leven? Wie zal dat bepalen, tenzij in de rechtbank als mensen zich moeten verantwoorden? En het spreken van recht, casuïstisch als het is, leidt tot een ander soort inzichten dan de wetenschappen in de aanbieding hebben.


Bart Haers 

Reacties

Populaire berichten