Hoe kunst rechtzaal aankleedt en inspireert



Dezer Dagen




Kunst en rechtsbedeling
Hoe de rechtsstaat vorm kreeg



Haardsteen, gevonden in Nederland, voorstelling
van de kuise Susanna die veroordeeld was wegens
ontucht, maar gered werd door Daniël. Hij
ondervroeg de mannen die de vrouw
beschuldigden en kon zo de vrouw
vrij doen pleiten en redden van
steniging. 
Schrijven over een expositie die je niet echt kon bezoeken, omdat een dame die als suppoost fungeert er een stokje voor stak, het gaat tenslotte om de kunst, niet om futiliteiten. Tja, wat ik fout deed, weet ik nog steeds niet, wel dat ik volgens het reglement dichter dan wenselijk bij de schilderijen kwam. Er kan veel gezegd worden over suppoosten, maar zoveel dienstijver ben ik nog niet tegengekomen in musea en het Groeningemuseum  is normaliter welwillend tegenover bezoekers. Maar deze keer vond dus iemand het nodig een man van middelbare leeftijd aan te spreken over zijn manier van kijken naar een doek. Even voordien was ze nog als een schildwacht naast een ander werk komen staan, dat een studiegenoot en vriend met enthousiasme van commentaar voorzag, zonder overdreven luid te spreken. Maar er bestond een risico dat ik zo een doek of paneel zou aanraken. Tiens, tiens, zou een museumbezoeker met enige ervaring en grote liefde voor de kunst de neiging voelen het patrimonium te beschadigen? Om kort te gaan, ik ben boos weggegaan. Woedend omdat je wordt aangesproken voor iets wat niet aangericht werd, boos om de verwaten dame.

Het liet zich aanzien dat deze tentoonstelling ons wel iets te vertellen had, maar ook dat er kritische vragen zouden volgen. Waarom ik per se deze tentoonstelling wilde zien en toch nog even wachtte? Omdat dit wellicht de gang van het leven is, maar ook omdat we stilaan weten dat ons denken over wat recht en wat rechtvaardigheid is, niet altijd nog zo helder op ieders netvlies te lezen valt. Aangezien de tentoonstelling een boeiende periode in onze geschiedenis behandelt, van 1450 tot 1750 of daaromtrent, kan de tentoonstelling best wel indicaties geven over hoe het recht is ontstaan en vorm heeft gekregen.  

Het misverstand dat de (lange) middeleeuwen een tijd van barbarij en duisternis moeten heten, komt altijd weer opzetten, terwijl zeker voor de hoge en de Late Middeleeuwen, de periode vanaf 1000 tot 1500 grosso modo is er een van een opvallend snelle ontwikkeling van lokale gemeenschappen en grotere verbanden, vorstendommen en ook het intellectuele leven kende een grote bloei, enerzijds vanuit abdij- en kathedraalscholen, anderzijds vanuit overheden die vastere gronden zochten voor hun instellingen.  Macht en hanteren van machtsmiddelen werden aan het einde van de 10de eeuw en in de volgende eeuwen een voorwerp van bittere conflicten, maar het was ook wel zo dat die conflicten minder gewelddadig werden opgelost dan wij nu graag denken. Kon men bij een individueel gesprek nog eens zeggen dat de tegenpartij had aangepakt diende te worden, werd er al eens een moord gepleegd, er was ook een substraat ontwikkeld voor de idee dat de overheid het geweldmonopolie best in eigen handen hield. Ik denk dat de ontwikkeling van het recht een structurerend element is in de Europese geschiedenis, waarbij men wel hoogtepunten kan vaststellen zoals het verlenen van Keures aan de Vlaamse Steden in de 12de eeuw, de Magna Charta in het UK en wellicht ook het Vierde Concilie van Lateranen in hetzelfde jaar 1215, waar het 'universele verbod' op godsoordelen wordt uitgevaardigd, maar ook de inquisitie wordt ingevoerd. Let wel, de bedoeling van Lateranen, van Innocentius III was precies het rechtspreken te humaniseren. Maar het liep niet zoals gepland en in de vijftiende eeuw raakte de tortuur ingeburgerd. Men kon geen beroep meer doen op godsoordelen, getuigen waren niet altijd betrouwbaar. De tortuur zou men kunnen zien als een poging - in de strijd tegen ketterijen - de zaak onder controle te houden. Sommige theologen wilden zelfs een argumentatie voor tortuur opzetten. Thomas van Aquino lijkt daar niet zo voor gewonnen, maar toch verbinden we middeleeuwen en tortuur graag met elkaar, terwijl de tortuur vooral in een latere periode belang krijgt in de waarheidsvinding.

De reden ligt niet zomaar bij de idee dat men niet mag doden, want tijdens de negende eeuw was de macht versnipperd geraakt en de openbare op vele plaatsen verpatst aan lokale heren die hun omgeving terroriseerden, maar eenmaal een zekere stabiliteit hervonden werd, op het niveau van vorstendommen, kon men erop aan denken regels voor de samenleving te ontwikkelen. Bedenken we dat lange tijd de eeuwige verbanning een zware straf was, zeker voor wie geworteld was in een lokale gemeenschap. Ook in de bijbel is verbanning, wegsturen uit het legerkamp in Deuteronium een belangwekkende straf, die men later zal hanteren als argument om wat al bestond voor zeer zware vergrijpen te argumenteren en legitimeren. Ook pelgrimages, naar Santiago de Compostella waren op een bepaald moment geschikte alternatieven voor verbanning.

Het concept van lokale "vredes", zoals dat in Cluny werd uitgewerkt, naast momenten waar men wapengekletter verbood, maakten het mogelijk opnieuw vormen van vrede te waarderen en toen begon met de regelgeving beter te organiseren, waarbij lokale heren niet enkel meer uitblonken als roofridders, maar wel degelijk de orde in hun vorstendom gingen opleggen. Het maakte ook nodig en mogelijk dat er recht werd gesproken en dat doorgaans aan de rechtspraak gevolg werd gegeven. Dit proces maakte het ook mogelijk dat de rechten en vrijheden van boeren en stedelijke burgers, vanaf de 12de eeuw erkend werden.

Een ander deel van het verhaal kennen we uit de mythologie en de legenden, waar men het had over godsoordelen, waaronder het gerechtelijk tweegevecht.  Galbert van Brugge was het die in zijn relaas van de moord op Karel de Goede, graaf van Vlaanderen (1119 - 2 maart 1127) ging twijfelen aan de mogelijkheid om via voortekenen en godsoordelen recht te doen gelden. Diederik van den Elzas zal reeds in 1128 een keure schenken aan Sint-Omaars die later in min of meer gelijkaardige vorm aan andere steden gegeven zal worden en waarin onder meer de rechtspraak, waarbij men onderscheid maakte tussen hoge rechtspraak, die aan de vorst en aan een aantal grote steden toekwamen en anderzijds de lage rechtspraak die doorgaans aan smalle steden en aan kasselrijen, omschrijvingen met hoofdzakelijk landbouw als activiteit.

Vanaf het jaar 1100 zal de ontwikkeling van het recht leiden tot grotere complexiteit, tot continuïteit ook en tot specialisatie van ambtenaren belast met rechtspraak. Waar de vierschaar lange tijd nog een zaak was van berechting door pairs, kwam men er geleidelijk toe omwille van de accuraatheid een ambt van rechter te installeren, waardoor burgers en de overheid zeker mochten zijn van de eerlijkheid en oprechtheid, afstandelijkheid ook van de rechtspraak. Tussen 1200 en 1800 zou overal in Europa op een of andere manier een systeem van rechtspraak ontstaan dat objectiviteit in de waarheidsvinding en in de berechting diende mogelijk te maken. Dat tussen droom en daad wetten en praktische bezwaren in de weg zaten, mag niet verbazen, maar beweren dat het recht vanaf de hoge middeleeuwen een zaak van willekeur was, dat in het feodale systeem zelf maar ook in de modernisering van instellingen vanaf de vijftiende eeuw, deels ingegeven door vorstelijke ambities controle te krijgen op het hele apparaat, gaat wel wat ver. Net rechtspraak was al onder de Romeinen altijd heikel, want als niet alle partijen de uitspraak aanvaardden, dan ontstond er een machtsvacuüm dat door malafide figuren kon ingenomen worden. 

In de tentoonstelling werd met nadruk voorgesteld dat de aankleding van rechtszalen, schepenkamers of andere erop gericht was dat de rechtsvinding en berechting eerlijk zou verricht worden en dat rechters blind zouden blijven voor verwantschappen of voor vriendschapsbanden. De aankleding diende wellicht ook de rechtszoekende vertrouwen te geven en respect in te boezemen. Dat de eedaflegging in een rechtbank meer is dan de hand opsteken, lijken wij wel vergeten, maar meineed werd zeer zwaar bestraft, omdat men bij de rechtsvinding allerlei middelen niet ter beschikking had en diende te kunnen vertrouwen op het woord van de getuigen. Als die bewust de waarheid geweld aandeden, dan kwam de rechtsgang in het geding. In de rechtszaal een grote voorstelling geven van de waarde van een eed, een ambtseed of een getuigeneed, moet men dus niet enkel van belang achten voor de rechters maar ook voor de andere partijen in het geding.

Het is daarom van belang te begrijpen dat het recht zoals wij dat kennen ouder is dan de Code Civil - Code Napoleon - en indrukwekkende apparaat dat hij op wist te zetten en dat in hoge mate rationeel was opgebouwd. Toch dateren vele van de ideeën in de Code en in het functioneren van de rechtspraak op wat in de voorafgaande eeuwen tot stand was gebracht. Wel heeft de Verlichting nieuwe paden geopend, opdat men het recht op goede grond kon vernieuwen. De gelijkheid van burgers werd tijdens de achttiende eeuw algemeen aanvaard - al zal blijken dat tot onze dagen de verleiding van klassejustitie en omgekeerde klassejustitie mogelijk waren. Nieuwe technologieën dienden in de bestaande wetboeken, Burgerlijk recht, straf- en strafprocesrecht ingeschreven te worden. Men zal begrijpen dat men wel eens kan glimlachen om een doek waar de veroordeling van de twee mannen ofte ouderlingen die een mooie vrouw hadden bespied en haar hadden proberen te verleiden - of was het verkrachten? - en vervolgens lieten ze haar vervolgen wegens ontucht. Daniël treedt voor haar in de arena, ondervraagt de twee heren afzonderlijk en kan bewijzen dat ze valselijk de vrouw beschuldigden. Zij worden ter dood veroordeeld. De idee dat rechters niet op een getuige af kunnen gaan, maar onafhankelijke bronnen moeten zien te vinden komt ook in Deuteronium voor.

Het is dus een mooi moment om de kunst van het Recht onder de aandacht te brengen, ook al omdat men rechtsgebouwen steeds abstracter aankleedt en minder oog lijkt te hebben voor de symboliek en de verhalen over hoe recht tot stand kwam en komt. Wat is een rechtsstaat? Die vraag moeten we ons werkelijk stellen, al moeten we niet enkel naar de schandalen kijken die we vaak door gerechtsjournalistiek voorgeschoteld krijgen. Die zijn er ook, maar tegelijk zou men toch eens moeten onderzoeken hoe of rechtzoekenden echt ontevreden achterbleven. Feit is wel dat veel van rechtbanken besluiten is altijd weer het einde van een proces, van pleidooien en conclusies, waarbij de rechtzoekende vaak niet meer  weet wat er gaande is. Bovendien is het de vraag of we echt weten of mensen die kiezen voor een burgerlijke rechtszaken om geschillen te regelen of zich in hun rechten bevestigd te zien echt naderhand ontevreden achterblijven; wel zien we dat mensen de hulp van advocaten wel eens met enige achterdocht bekijken, omdat ze te snel naar dure rechtsgang zouden verwijzen.

Het betaamt zich af te vragen hoe ons recht kunnen laten gelden en hoe dat tegen het algemeen belang afgewogen kan worden. Het feit dat rechters voortdurend meerdere parameters moeten in het oog houden en tegelijk geacht worden neutraal naar de partijen te kijken, lijkt simpel en helder, maar is het niet altijd. De tentoonstelling laat zien wat doorgaans ook gedacht wordt, namelijk dat de aankleding van zalen waar recht wordt gesproken ook een anagogische betekenis krijgt: gedaagden, advocaten, rechters, maak iets van een rechtszaak, want ze komt er alleen omdat mensen iets gedaan hebben dat we niet in orde achten. Het gaat dan niet enkel om moord en doodslag, maar geleidelijk is het scala van misdrijven en vergrijpen toegenomen en zien we door het bos de bomen niet meer. Net dat is wat zo een vorstelijke rechter als Salomon diende te overzien, zoals ook in onze recentere geschiedenis rechters soms bijzonder moeilijke kwesties dienden te behandelen. Neem de vragen die de rechters in het grote Nazieproces in Nürnberg te behandelen kregen en hoe de verschillende nationale geplogenheden inzake rechtsbedeling met elkaar in conflict kwamen. Dat Albert Speer geen doodstraf kreeg, maar dat de anderen zich onverbiddelijk toonden en niet konden aannemen dat ze iets fout hadden gedaan, blijft wonderlijk, ook al omdat Speer gezegd had dat hij zich verantwoordelijk achtte voor de misdaden tegen de Mensheid, de menselijkheid en het oorlogsrecht.

Vandaag staan we voor andere zaken: mogen overheden ons wetten opleggen waar geen ontsnappen mogelijk aan is? De vraag lijkt bizar, maar het heeft iets totalitairs, al die CCTV's, camera's die iedereen kunnen volgen. Juist, men vindt een mogelijke dader van de aanslagen op Zaventem, maar tegelijk, wat als men nu op goede gronden tegen het regime zou willen reageren - zonder terreur of wapengekletter - zou dat nog mogelijk zijn. Ik denk dat de groep Straten-Generaal zonder meer kan reageren, omdat ze zich binnen een rechtsstaat mogen uitdrukken - moeten hoeft niet - maar wat als de staat zo een verzet zou verbieden? Aan de andere kant: zal men mensen die bewust onjuiste informatie uitsturen, via de sociale media, vervolgen? Als men mensen ten onrechte iets aanwrijft, dan begaat men laster en eerroof, maar wat, denkt een mens dan, als iemand een feitelijke situatie bewust anders zou presenteren om er voordeel bij te halen? Inside information bij beurshandel bestaat al, maar bestaat er iets tegen foute boekhouding? Zolang de grote revisorenkantoren hun zegen geven, wordt dat moeilijk en dat blijkt ook, zoals bij een aantal faillissementen is gebleken. Zo bezien, kan de rechtsstaat en kunnen rechten van individuen vrij goed in acht genomen worden. Of we het voldoende vinden, blijft wel de vraag.

Brugge stond wellicht in de 12de eeuw mee aan de wieg van wat zeshonderd jaar, zevenhonderd jaar later de rechtsstaat zou worden en ook nu nog, toch lijkt die nooit helemaal opgebouwd. Maar men zal misschien oog hebben voor het feit hoe het rechtssysteem geleidelijk is opgebouwd en dat door ideeën geleid, door praxis aangestuurd.  

Bart Haers



Reacties

Populaire berichten