Barre tijden? Nee toch





Reflectie



O tempora, o mores
Over werkelijkheidszin en inschattingsvermogen



J.J. Rousseau stred tegen sociaal onrecht
en vond dat zijn armoede hem verhinderen
zou om voor zijn kindjes te zorgen en
ook nog te kunnen denken. Maar dan man
geeft wel de indruk redelijk goed te
kunnen leven. Rousseau was niet zo
puissant rijk als Voltaire, maar
of hij hulpbehoevend was? 
Cicero verzuchtte het en graag herhalen we dat onze tijden toch bar zijn. Van mijn mentor leerde ik dat we vanzelfsprekend geneigd zijn de illusie te zien dat de wereld achteruit zou gaan. Dit klopt niet, net zomin als we moeten aannemen dat we zomaar vooruit zouden gaan. Zou het echt zo zijn? Toen ik het las in de krant, dat de tijden bar zouden zijn; ik denk dat we niet goed weten wat de toekomst brengt, dat er redenen zijn om bezorgd te zijn, maar dat we onmogelijk kunnen zeggen dat we in barre tijden leven. Er leven mensen in barre omstandigheden leven. Er zijn mensen die zichzelf in nesten brengen. Maar barre tijden? Dat lijkt me er zwaar over.

We leven elk ons eigen leven maar delen een context die naar mate we buiten de eigen intieme kring treden minder overlapping vertoont. Maar dat we in barre tijden, omdat we een zeker onbehagen ervaren, moet men toch wel beter omschrijven wat we nu barre tijden noemen. Ook volstaat dat niet als we er iets aan willen verhelpen, want dan moeten we echt een goede anamnese maken: hoe bar zijn deze tijden? Begin er maar eens aan.

Natuurlijk zou ik het zinnetje in de krant kunnen laten rusten, maar het komt zo vaak voor dat we elkaar onze tijd afschilderen als dramatisch, tragisch, onverkwikkelijk en wat al niet meer. Waarom dat zo is, blijft mij een raadsel, want tegelijk schrijven andere redacteuren dat we ons niet door angst mogen laten leiden. Ik kan het ook hierom niet laten rusten, dat in de toekomst onderzoekers, historici echt zouden gaan geloven dat we in barre tijden leven en een gevaarlijk leven leiden, want er sterven mensen, gelukkig op hoge leeftijd en ja, ze lijden aan aandoeningen die met de jaren komen, die met de welvaart te maken hebben. Als het op levensverwachting aankomt, ziet men hoe oud mensen mogen worden, maar ja, als we ons op gemiddelden beroepen, moeten we er rekening mee houden dat mensen die hoge bovengrens niet halen.

Mensen lijden aan bore-out of burn-out. Er woedt een depressie-epidemie en andere kunnen niet gauw genoeg aan hun smetvrees tegemoet komen en kopen, gebruiken zeepjes en sopjes die wel de bacteriën doden, maar dus ook de goede. Er zit iets scheef, maar dat heeft niets te maken met barre tijden. De ene gaat kapot aan het verlies van een kind, dat niet goed verzorgd werd door de geestelijke gezondheidszorg - dit gaat over Kim de Gelder - de ander kan er niet van slapen dat het hondje wat pips in d'r mandje ligt of in de buggy.

Misschien moet ik nuanceren en kan ik niet instemmen met het feit dat we barre tijden beleven, maar dat we zelf de ervaring hebben soms bar bejegend te worden. In ons liefdesleven en in het gewone leven eisen we onvoorstelbaar veel van de ander, maar vergeten we wel eens dat die eisen wederzijds gelden. Toch kan men dat niet zomaar veralgemenen, want er zijn mensen, jonge en oudere die zorgzaam met elkaar omgaan. En ja, professioneel zijn de eisen ook niet minder natuurlijk, want we gaan voor de perfectie. Voor zover ik iets van koken afweet, kan je een rosbief mooi sappig braden, maar kan het nooit beter worden dan succulent, nooit of te nimmer perfect. Ook een interieur kan heel mooi ontworpen zijn en aangenaam voelen, maar de perfectie?

Of zou het zo zijn dat we barre tijden beleven omdat we denken dat we de zaken te weinig  onder controle hebben en niet voldoende zeker zijn van wat de volgende dag brengen zal? We vrezen het lege, flexibiliteit zonder er zelf controle over te hebben en toch ook routine. Laten we wel wezen, routines kunnen belangrijk zijn om ons bijvoorbeeld creatieve vrijheid te geven in onze werkzaamheden. Maar totale beheersing van de dingen, moeten we dat echt wensen of zouden we zo vele kansen de nek omwringen voor ze zich voordoen? We kennen ze wel, die mensen die geen verrassing willen want dat kan hun welbevinden in het gedrang brengen, terwijl het net kleur kan brengen in hun dagelijkse leven.

Of zou men ons echt willen overtuigen van het feit dat iedereen deze tijd wel als een barre periode moet zien? Iemand zegde me ooit optimistisch te zijn voor de eigen tijd en pessimistisch voor... tja, de samenleving. Op zich is dat nog niet zo kwaad, al denk ik dat we nu net niet pessimistisch hoeven te zijn, wel betrokken, bekommerd, maar de dingen gaan zoals ze gaan. Het is niet om dat Lenny, Leonard Cohen of David Bowie sterven dat ik mij daar echt door verlaten voel. De oorlog in Syrië of de situatie in Oekraïne, daar kan ik wel over nadenken, maar zoveel ligt er niet in mijn mogelijkheden. Toch kan men als burger natuurlijk wel proberen over bepaalde kwesties stennis te maken, maar met woede of verontwaardiging alleen komt men er niet. Bovendien, als men ziet hoe de geopolitieke kaarten er nu bij liggen, hoe Europa twijfelt over zichzelf en vergeet dat men inderdaad op een aantal terreinen kan zoeken naar intensere samenwerking, dan is het duidelijk dat we als burger iets moeten doen. Maar dat betekent nog niet dat we barre tijden beleven.

Er zijn mensen met grote persoonlijke problemen, die ze zelf niet onderkennen en dus geen hulp zoeken, maar dat beter zouden doen. De minister van welzijn, Jo Vandeurzen doet heel hard zijn best met zijn administratie en allerlei initiatieven om de geestelijke gezondheidszorg op een hoog niveau te tillen en het ook wel in stand te houden. Hij poogt het aantal suïcides te beperken, maar hij noch zijn diensten heeft op dat vlak veel vat op mensen met wanhoopsplannen. Maar er wordt zo aan de weg getimmerd dat het hartverwarmend wordt, als men er een kijk op heeft. Mensen helpen elkaar, via mantelzorg, omdat ze zorgzaam willen zijn voor anderen, als vrijwilliger in een rusthuis of ziekenhuis en helpen zo het team van professionelen een en ander op te vangen, waar dat team niet altijd aan toekomt.

Leven we daarom in een ideale wereld? Moet dat dan? Of zou men dit een cynische vraag noemen? Ik dacht eraan dat een Gents hoogleraar als een van de opdrachten die filosofen in de 18de eeuw zich zouden gesteld hebben het lijden te verminderen. Wel de geneeskunde is daar in hoge mate in geslaagd en heeft in een moeite door nieuwe problemen geschapen. Kinderen die na 26 weken of 30 weken zwangerschap geboren worden en gered worden, hebben het niet onder de markt. Lijden oplossen is niet altijd eenvoudig en de medaille heeft wel eens een keerzijde. Maar Rousseau zelf zag niet goed hoe men het fundamentele lijden van de mens echt kon temperen. Bovendien had hijzelf ook geen al te best schuldinzicht, als het om zijn bloedjes van kinderen ging, die hij te vondeling legde. De discussie sleept al meer dan twee eeuwen aan en voelt ongemakkelijk aan, omdat Rousseau - afgezien van het feit dat onweerlegbare feiten ontbreken maar alles wel wijst op de feitelijkheid dat hij 5 kinderen bij het weeshuis afleverde - ook meteen zijn kritiek op de bestaande orde uitte[i]. Wat Rousseau deed was onbezonnen op het moment dat hij de kinderen verwekte en onbegrijpelijk op het moment dat hij de kinderen afstond. Dat ik als "leek in de filosofie" door mijn gevoelens zou geleid worden, doet niets af aan de vraag of men een filosoof die zover durft te gaan nog wel ernstig kan nemen. Ik weet het, ik heb Rousseau bij de herhaalde lectuur van werken nooit echt als een gids voor het verkennen van mens en samenleving kunnen beschouwen.

Meer nog, zijn benadering van wat goed handelen zou kunnen inhouden, blijft bedenkelijk, omdat hij in zekere zin - zoals men dat wel van Spinoza kan zeggen - niet leefde wat hij beleed. Toen ik "Du contrat social" ging verkennen, heb ik altijd weer vastgesteld dat de tekst zelf consistent moet heten, maar dat we doordenkend over zijn proposities moeten vaststellen dat dit sociale contract als basis voor de samenleving te veel een alomvattende benadering oplegt, waaraan het persoonlijke geofferd wordt. Niet iedereen onderschrijft de these dat Maximilien de Robespierre in zijn aanpak op Rousseau steunde, hoewel hij, Robespierre, er ook wel een eenzijdige lezing aan gaf. Maar het valt wel op dat mensen, onder meer door zich te laten inspireren door het werk van John Rawls, A theory of Justice, ook nog altijd denken in termen van een sociaal contract, die aan de samenleving en het samenleven vorm zou moeten geven, ook daaraan hun criteria voor goed beleid ontlenen en dus ook hun impliciete aanname dat de politieke constellatie die we nu kennen als bar te beschrijven. Met andere woorden, mensen vinden deze tijden bar op grond van het feit dat de politieke situatie hen niet bevalt en een meerderheid van de kiezers een andere keuze hebben gemaakt en zo een volonté génerale hebben uitgedrukt. Men kan de macht van de volonté temperen bij referenda, door een hogere drempel voor deelname en voor de score te bepalen, niet de helft plus één, maar bijvoorbeeld 60%.

Ik hecht noch aan de neoliberale dogma's, evenmin aan een uitgesproken beklemtoning van gelijkheid, zonder oog te hebben voor grondwettelijke vrijheden, wel denk ik dat deze tijden in enige mate bar lijken, omdat de persoonlijke vrijheden, die in de jaren zestig en zeventig werden beleefd en ervaren, maar ook soms als al te (klein-)burgerlijk werden bevonden door maoïsten en ook wel door sommige populistische stemmen, ons vandaag lijken te hinderen. Dat betekent, als anderen er onbeschroomd gebruik van maken, kan ons dat hinderlijk lijken, zoals free speech van de ene ons enthousiasmeert en die van een andere schokt.

Het zijn vooral barre tijden, vrees ik, als het om het vertrouwen in de politiek en de samenleving, in medemensen gaat. Neen, men moet niet blind zijn, weten dat niet iedereen het beste met anderen voorheeft, niet iedereen vindt dat empathie vanzelfsprekend begrip, wederzijds begrip zal opleveren, ook om iemand een loer te draaien heeft men veel empathie nodig. Maar toch, de basis van vertrouwen lijkt weggespoeld in een voortdurend opgezweepte van waarschuwingen dat controle beter is dan vertrouwen.

Het blijft de vraag waarom men zoveel onbehagen ventileert over politici, over de instituties en over het leven dat we leiden. Ook meent men dat die instellingen alleen ons ten dienste mogen staan en vooral in de houding van anderen profitariaat te bespeuren. Bar zijn deze tijden toch niet, omdat voor al die geobserveerde negatieve fenomenen, soms menselijk, al te menselijk, zijn er ook tegenvoorbeelden, zien we dat er warmte is in deze samenleving en dat mensen erin slagen mensen voor te laten op ideologische en andere geschillen.  

Natuurlijk, hoe kon ik het vergeten: terrorisme, internationaal terrorisme? Jawel, dat gebeurt en raakt diep, doodt mensen, die we kennen en vooral die we niet kennen. Terrorisme raakt ons in onze veiligheid, maar er wordt tegen gestreden door bekwame diensten, al maken die fouten en zien ze zaken over het hoofd, met soms dodelijke gevolgen. Is dat niet eigen aan dit soort conflicten en is onvermijdelijk, maar men boekt resultaten, al zien we het niet altijd. Deze wereld is geen paradijs, maar ook is het altijd weer mogelijk om opnieuw te beginnen of verder te gaan, de traditie getrouw en ze toch weer veranderend.

Leven in het barre land, in barre tijden, het scherpt de zintuigen, vergt bijzondere alertheid voor gevaren, wekt de indruk dat men acuut bedreigd is. Veiligheidsmaatregelen worden genomen, vrijheid wordt ingeperkt, want er mag niets gebeuren. Zou het geen illusie zijn, een waanbeeld, waarbij men verblind is geraakt voor andere mogelijke interpretaties van fenomenen? Er zijn domeinen waar we niet ontkennen dat de tijden bar zijn, maar bijvoorbeeld op sociaal-economisch vlak, ziet men dat dit voor Vlaanderen, Nederland en Duitsland niet aan de orde is. In hun politieke strijd tegen de regering overdrijven belangengroepen de moeilijkheden en geven zo een vervalst beeld. Is er  zoveel racisme? Misschien moeten mannen boven de vijftig maar beter eens klagen over hoe ze weggezet worden in de media? Neen, het helpt niet moeilijkheden te ontkennen, maar met zo een term als "barre tijden" geeft men een manipulatief beeld van deze tijd, van het leven dezer dagen.

Bart Haers







[i] Dit lijkt mij een bruikbare benadering van de discussie: https://verbodengeschriften.nl/html/jean-jacquesrousseau-vrouwzonderkinderen.html

Reacties

Populaire berichten