Hoe goed vertrouwen behoeden




Dezer Dagen


Wereld in verandering
over tafelgesprekken

Tony Judt, historicus stelde zich in zijn
laatste jaren vragen over hoe hij de wereld
had zien veranderen. Maar hij bleef
uitgaan van de gedachte dat men
anderen in goed vertrouwen tegemoet
moet treden. Maar wat als een politicus
dat vertrouwen niet lijkt te verdienen? 
Men zegt wel eens dat mensen aan de zondagse roast beef zich verliezen in geleuter, wat een veronderstelling is of hoogstens de projectie van wat men misschien zelf heeft meegemaakt in de vage jaren van de jeugd. Het kan zijn dat men tijdens zo een zondagse zit over banaliteiten spreekt, maar soms komen er ook wel eens interessante onderwerpen aan de orde, dat wil zeggen, onderwerpen die men zou willen delen, zonder het tafelgesprekkengeheim te schenden.

Dat er veel veranderde de afgelopen jaren, daar kan men niet onderuit, want onze perceptie van de dingen lijkt gedomineerd te worden door de angst voor statusverlies en vooral verlies aan comfort en inkomen, waar we menen recht op te hebben. Toch kwamen we er allen bij uit dat veel ten goede is geëvolueerd en dat we nu over mogelijkheden beschikken waar we in onze onbezorgde jeugd niet van hadden durven dromen. Wel is het zo dat er ook reden tot zorg is.

De discussie over de handelswijze van de heer Trump en zijn benaderingen van de wereld is niet zonder betekenis voor ons. Het maakte alvast mij duidelijk dat we niet meer de illusie kunnen hebben dat politiek zich ver van ons bed afspeelt, maar ons onverwacht kan raken in onze eigen plannen, maar tegelijk kan men zich moeilijk aan de indruk onttrekken, dat politiek niet zo hoeft te functioneren, tenzij men politiek herleiden zou tot een circus. Velen geloven het wel, dat politiek niet meer dan wat gedoe op de Bühne is en dat we er verder geen uitstaans mee hebben, maar zoals de marxisten leerden en de burger goed gesnapt heeft: als u zich niet met de politiek inlaat, zal de politiek zich wel met u inladen. Sinds ik de in de vroege jaren 1970 mijn grootvader hoorde klagen over de invoering van de BTW, terwijl het ook wel een grote administratieve vereenvoudiging betekende, voor handelaars en consumenten, begreep ik dat we soms maar een klok hoorden. Zo ging het ook met de klagende landbouwers, die van de EEG en later de EG nogal wat subsidies kregen toegestopt, lang niet altijd onterecht, maar vaak ook een gemakkelijk te negeren inkomstenpost. Op een zondagmiddag aan het eind van de Nieuwjaarsmaand en bij het vieren van een verjaardag, merkte ik dat we nadat de familiezaken besproken waren toch wel weer uitkwamen bij wat ons zeer  blijkt te raken, de teloorgang van de politiek als een kwestie van het algemeen belang.

Wie het aanbracht, heeft niet zoveel belang, maar dat het fameuze filmpje van Hans van Mierlo niet enkel mij is blijven inspireren, mocht duidelijk zijn. Van Mierlo begon in 1967 met een nieuwe benadering van politiek, waarbij hij af wilde van de arrogantie van de macht en het laten ondersneeuwen van het beleid door oneigenlijke doelen, lees: zelfverrijking en verdoezelen van onbehoorlijke praktijken. De situatie van de Nederlandse politiek waarbij al drie bewindslieden ten onder gingen aan een deal van een procureur - die later dus staatssecretaris werd -  met een crimineel, waarbij de staat de crimineel onbehoorlijk veel schadevergoeding zou hebben toegekend, kwam aan bod. Ook de Chodiev-deal kwam weer ter tafel en de vraag wie er zo blind  kan zijn, namelijk dat een afkoopsom voor pertinent crimineel gedrag misschien niet de beste aanpak kan vormen. Anderzijds kan het wel wenselijk zijn bij grote fiscale dossiers die weg te bewandelen, zoals de affaire Beaulieu heeft laten zien, waardoor in feite niemand nog weet waar en wie met overheidssubsidies is gaan lopen, hoe bepaalde inbreuken tegen administratieve regelingen werden vergeten, dat alles maakt dat men zich wel moet afvragen of steun aan bedrijven een goede zaak is. Velen zeggen dat men zo bedrijven in eigen land kan houden, maar dan is men blind voor de maatschappelijke gevolgen. Subsidies aan bedrijven hebben weinig zin, een faire vennootschapsbelasting en een correcte waardering van investeringen in uitbreiding en innovatie des te meer. Subsidies hebben het nadeel dat men ook resultaten verwacht en bedrijven die voortijdig een investering of kostenpos - lees: een productie-eenheid - afstoten krijgen dan de wind van voor. Het helpt ook omdat subsidies veel administratieve bewerkingen vergen, ook op het niveau van de controle, al lijkt dat laatste wel het moeilijkste hoofdstuk. Van Mierlo stichtte een nieuwe partij, D'66 om een andere vorm van overheidsoptreden te bevorderen, meer democratisch en minder zelfingenomen. Alexander Pechtold doet inderdaad zijn best, maar soms vergeet hij die originele opzet.

Een goed begrip van de relatie tussen overheid en samenleving was ook nu weer een onderliggend thema, omdat we ons inderdaad moeten afvragen of de overheid zich veel met ons moet bemoeien. Toen ik verwees naar Arendt en stelde dat men als politiek wezen niet altijd evengoed ook een binnenwereld heeft, waar alvast de politiek geen uitstaans mee heeft, vond men dat wel behoorlijk goed bekeken, terwijl we anderzijds wel begrepen dat mensen in hoge nood best wel geholpen worden, wil men groter maatschappelijk ongemak vermijden. Maar ook daar is het niet de politiek die de concrete handelingen van het personeel van ocmw's voorschrijft. Het punt is dat de politiek inderdaad in dergelijke instellingen voorziet, maar tegelijk weet dat de ambtenaren en dus ook de sociaal assistenten hun opdracht in de geest van die wet- en regelgeving uitvoeren, tot welzijn van die mensen. Controle is gewenst, maar en initieel wantrouwen zou het werk behoorlijk belasten.

Ook inzake onderwijs zou men best eens laten begrijpen dat goed beroepsonderwijs van groot belang is, maar dat men niet moeten denken dat dit waardeloos onderwijs is. Om kort te gaan, iemand citeerde de krant die stelde dat het de N-VA is die het BSO en TSO een kwaad hart zo toedragen, terwijl Koen Daniëls, woordvoerder inzake onderwijs en Peter de Roover een loopbaan in dat onderwijs achter de rug hebben. Natuurlijk zijn de omstandigheden veranderd door het invoeren van een leerplicht tussen 6 en 18 jaar, maar men goochelde met de cijfers over mensen die in het watervalsysteem terecht komen. Ook gebruikte men Belgische cijfers in plaats van cijfers van de Vlaamse onderwijsadministratie om een en ander in te zetten als argument voor hervormingen.

Pratend en luisterend merkte ik dat we misschien wel op het oog over een aantal punten van mening verschillen, of toch de indruk wekken van mening te verschillen, maar tegelijk was ook duidelijk dat onze kijk op hoe de samenleving functioneren kan, hoe de politiek daarop ingrijpen kan best veel raakpunten vertoont. Daarbij speelt mee dat we uiteraard adequate informatie nodig hebben om onze beslissingen goed te overwegen en te verantwoorden. Natuurlijk kan internet hierbij zeer goede diensten leveren en het is natuurlijk altijd zo dat je zelf wel moet zien wat die informatie waard is. In die zin zou Google ook minder inspanningen moeten om ons altijd weer alleen welgevallige informatie te bezorgen. Anderzijds blijk ik niet de enige te zijn die vindt dat je wel degelijk hoffelijk kan discussiëren via facebook, al blijft er altijd wel het risico bestaan dat iemand de sfeer komt bederven. Maar goed, dan verwijder je zo een onheuse commentaar gewoon. Het is niet dat er geen tegenspraak mag zijn, wel dat de toon redelijk hoort te blijven en argumenten ad hominem best achterwege blijven.

Toen ik vertelde dat ik wel eens aangesproken wordt op het feit dat ik met euthanasie niet zo goed uit de voeten kan, omdat het me zo een definitieve ingreep lijkt, waarbij niets gezegd is over het feit dat in een aantal gevallen een genadedood gunnen best aangewezen is, kreeg ik de geruststelling - die ik wel niet nodig heb - dat ik niet de enige ben die vindt dat euthanasie juist in gevallen van dementie en andere ouderdomskwalen misschien niet aangewezen is. Wat dan met het zelfbeschikkingsrecht? Hier bleek de een te menen dat we moeten zorgen voor de ouderen die ons een goed leven hebben mogelijk gemaakt en iemand vond dat je op zeker ogenblik de werkelijkheid niet meer goed overziet. Een derde stem zal sommigen als een vloek in de oren klinken, namelijk dat het niet altijd gemakkelijk is zorg op te nemen, maar tegelijk is het wel zo dat het geen taboe mag zijn. Wel moet men zich hoeden voor Nederlandse toestanden, waar men de residentiële opvang van hoog bejaarden onredelijk inperkt en tegelijk de thuiszorg afhankelijk maakt van de bereidheid van familie en eventueel buren, zodat mensen zich wel eens als overtollig en vooral veel last bezorgend ongemakkelijk kunnen voelen. Vergeten we niet dat mensen niet altijd in de buurt blijven wonen en werken waar ze geboren werden, zoals aan het tafelgezelschap te zien was, maar ook dat men verwacht dat mensen, vooral vrouwen beter een voltijdse baan hebben, om hun eigen onafhankelijkheid te verzekeren. En zo vergeet men dus alweer dat men door maatregelen voor te stellen op het ene terrein in de knoop kan komen met wat men op andere domeinen wenselijk acht.

Ook bij ons is die zorg aan vele regels gebonden, onder meer een soort score van hulpbehoevendheid, waarbij het de huisartsen zijn die hier moeten optreden - en het laat zich veronderstellen dat die huisartsen ook niet te vlot mogen besluiten dat iemand veel hulp behoeft. Zou men niet, vanaf een zekere leeftijd uit mogen van een grote zorg- en hulpbehoevendheid, zodat kinderen niet met die lastige administratieve klip te maken krijgen, overwegende dat het vaak al moeilijk genoeg is dat je moet erkennen dat vader of moeder niet meer alleen thuis kan blijven, ook al wordt er overdag veel ingesprongen, de risico's op onzalige valpartijen of het mismeesteren van de oven en andere toestellen kan tot brand leiden.

Zelfbeschikking, wie zal dat niet voor zichzelf hoog in het vaandel voeren, maar tegelijk merkt men, dat goede samenwerking met anderen, goed overleg en af en toe een ongevraagd advies ook wel betekenis hebben. De moeilijkheid is inderdaad dat we trots elke inbreng willen afwijzen, maar vooral voor een single kan zo een advies meer zijn dan enkele simpele woorden. Aan de andere kant is ook duidelijk dat mensen er soms een voorwaarde aan verbinden, dat je dan wel op dat advies moet ingaan. Wel, goede communicatie kan dan wonderen doen. Een advies hoef je niet blind te volgen, maar ook niet botweg af te wijzen, alleen lijkt het in onze cultuur allemaal zo moeilijk, of beter, blijken we niet altijd aan onze (late) puberale eigenzinnigheid te ontkomen.

Niet zo lang geleden zat ik wachtend op een afspraak te lezen in een niet eens zo dik boek, over Montaigne en kwam een jongedame die ik al eens ontmoet had een naburig tafeltje bezetten en ze vroeg naar mijn lectuur over die vrolijke wijsheid, waarover Montaigne het gehad zou hebben. Ze leek me deze keer niet zo vrolijk als bij vorige gelegenheden, maar ik wilde elke indruk van indiscrete nieuwsgierigheid vermijden en vroeg haar waarom een wijs mens niet vrolijk mocht zijn. Uiteraard stelde ze vast dat de meeste wijze mensen net de vrolijkheid hebben afgewezen, want er valt in het ondermaanse zo weinig te lachen. Of dat werkelijk zo is? Ze keek me aan alsof ik zelf niet echt goed weet wat er speelt in deze wereld. Ik vond dat ze misschien wel een punt heeft, dat we wel bezorgd zijn om een aantal evoluties, maar ook dat we niet per se al die ballast ten allen tijde moeten meedragen.

Mensen zijn toch naar, voegde ze me toe, mijzelf in een moeite niet meerekenend, want ik leek haar wel geschikt en beslist niet naar. Daarmee bedoelde ze dat ze al vaak gemerkt had dat haar vriendelijkheid soms op onvoorstelbare eisen uitliepen, al werden ze niet als zodanig vertaald, uitgesproken. Ze bedoelde, nog maar eens, dat ze wel eens vriendelijk was voor collegae, mannen én vrouwen, maar dat ze dan achteraf een kleine rekening gepresenteerd kreeg. Ik vond dat ze dan moest leren dat ze vriendelijk kon zijn, daar is niets mis mee, maar dat ze niets daarmee zou beloven en "haar grenzen" kon blijven handhaven. Een glimlach kan nooit kwaad. Ik wist niet dat ik een open zenuw raakte, want ze vroeg zich af of ik nu ook voor dit gesprek een rekening zou presenteren. Ik bestelde vervolgens voor haar en mezelf nog een wijntje en dan ging het gesprek al wat beter. Finaal kwam ze met een verhaal op de proppen, waar ik verder niets mee aan kon vangen, dat ze op een middag een gesprek had gehad met een collega, iets ouder dan zijzelf, een man die vond dat hij bijzonder voortreffelijk is, waarna hij haar aan het einde vroeg of ze geen zin had even naar een volgens hem geheim plekje te gaan in gebouw. Ze liet zich bepotelen, zoals ze het naderhand had ervaren en kuste hem wel, maar hij kwam net te vlug tot de kern van de zaak en dat vond zij niet fijn.

Het gevolg was, zegde ze dat ze een uur later bij de baas werd geroepen omdat ze naar zeggen van haar collega onwelvoeglijke voorstellen had gedaan. Toen zij protesteerde, merkte ze dat die baas even leek te denken dat ze een uitvlucht zocht. Maar hij vertelde dat diezelfde man dat al eens een keer te veel had gedaan, een jonge, nog wat onervaren collega meetronen en vervolgens doen alsof zij hem had verleid. Het bedrijf had daarna een proces moeten voeren, maar hij had ervan afgezien en het ontslag ingetrokken, waarna hij die jongedame een andere werkplek had helpen zoeken. Toen ze terug op de werkplaats kwam, een open kantoor stond die kerel een aantal collega's in te lichten. Hij vroeg zonder meer of ze haar boeltje kwam pakken. Toen liet de baas, die haar gevolgd was hem weten dat zijn laatste dag gekomen was, omdat hij mensen in ongemakkelijke posities bracht en zo het bedrijf schade toebracht.

Helemaal verwonderd was ik niet, wat ik heb ook al nare mensen tegengekomen, maar zo een openlijke daad van minachting... toen zegde ik haar dat ze zich dus gerust kon voelen en haar werk verder kon zetten. Integendeel, zegde ze, nu voel ik mij verplicht aan de baas, hoewel die bij hoog en bij laag beweert dat zij hem geen dank verschuldigd is. Daar heeft hij een punt, maar zij zegt dat ze dat niet kan geloven. Het punt was dat ze zo getraind was in het denken dat iedereen altijd weer wederdiensten verlangt, dat ze de generositeit en de redelijkheid van haar baas niet kon erkennen. Ik vroeg haar ook waarom ze mij dat intieme verhaal vertelde en toen bleek dat ze liever een vage bekende aansprak dan haar zus of iemand anders uit de naaste omgeving. Ze had tenslotte een beetje hoerig gedaan. Dat wel, maar toch, ze had het in goed vertrouwen gedaan en dat was ernstig beschadigd. Natuurlijk kan men nooit helemaal zeker zijn dat een ander helemaal ter goeder trouw handelt, maar tegelijk, mag toch blijken, kan het wel.

We hebben geen greep op anderen en soms kan ons goed vertrouwen naïef of zelfs dom blijken, maar anderzijds, denk ik, kunnen we niet anders dan dat goede vertrouwen koesteren. Ook in gesprekken over Trump en andere politieke nozems merkt men dat zij teren op ons gekwetste vertrouwen in anderen, in de samenleving. Natuurlijk kan men wel eens de indruk hebben dat we ten onder gaan aan wantrouwen, machtsmisbruik en wat dies meer zij, terwijl we ook kunnen vaststellen dat er ruimhartige mensen onder ons zijn, die niet enkel woedend en verongelijkt door het leven stappen. De kwestie is dus dat we elkaar de nodige ruimte geven en ja, seks mag, in allerlei omstandigheden, als het niet een nemen alleen is. Maar het gaat niet enkel daarom in het leven en bovendien kan men ook wel menen dat seks vaak om andere dingen gaat, zoals juist minachting of machtswellust in plaats van lust. Toch is de wereld daarom niet slecht of verdorven. Overigens hoor ik te vaak van mensen die goed met zichzelf kunnen omgaan dat ze ruimdenkend zijn en toch, ze houden zo graag vast aan eenvoudige denkbeelden, waardoor ze niet over de omstandigheden moeten nadenken. De politici van deze wereld brengen niet altijd de moed op, daarover na te denken en daarnaar te handelen.

Want laten we wel wezen, in zekere zin moet men zich gelukkig prijzen als politici niet teveel willen doen, of toch geen zaken waaraan ze veel fout kunnen doen. Carl Schmitt beschreef hoe politieke macht daaraan afgelezen kan worden, dat soevereiniteit betekent dat men de noodtoestand kan inroepen en dus ook doen handhaven. Vele ambtenaren van douane in de luchthavens volgden haast onmiddellijk het presidentieel decreet uit, nog voor er uitvoeringsbevelen waren gegeven. Als burger vind ik dat vooral beangstigend, dat men een nieuwe regel uitvoering geeft zonder na te gaan of die rechtsgeldig is. De Amerikaanse instellingen zullen de komende tijd op de proef gesteld worden, maar het zal moeten blijken of rechters en hoge ambtenaren bereid zijn de wetgeving te overtreden om aan de wensen van de president tegemoet te komen. Pas dat zou beangstigend zijn. Een onberekenbare en onvoorspelbare overheid ondergraaft de democratie en de rechtsstaat.

Bart Haers  




Reacties

Populaire berichten