Politici, doe eens normaal



Kritiek


Der vaderen fierheid
Nog eens: leiderschap bedenkelijke wens


Mark Rutte wil dat we normaal doen.
Hij wil een groep mensen aanspreken
die onze normen niet naar waarde
schatten, maar net zij vinden dat
ze hun visie, de Islam, wel mogen
aanprijzen als een beter model.
Mij zullen ze niet overtuigen,
maar sommige politici gaan wel
in op hun wensen, ten nadele van
meisjes en vrouwen die aan
autonomie verliezen. 
Men hoort het nu Den Donald president is, dat mensen op zoek zijn naar leiderschap en willen dat de zaken duidelijk worden. Ook klagen hoogleraren over het feit dat studenten zelf geen oplossingen meer zoeken en menen pedagogen dat ouders hun kinderen te veel beschermen. Intussen blijkt dat kinderen nood hebben aan een eigen ruimte en tijd, die niet georganiseerd is, niet vastgelegd voor een specifieke activiteit. We zijn bang ons te vervelen en dat kinderen zich vervelen. Maar hoe intens zo een zeilkamp of scoutskamp ook was, er was tijd om zelf in te vullen, want zich goed kunnen vervelen is een kwestie van beschaving. Men moet dus niet alles dichttimmeren, noch voor de kinderen en de politiek ten aanzien van burgers. Die hebben ook wel hun oordeelsvermogen over wat goed is. Politiek als wapen inzetten tegen de anderen... is dat niet nogal Victoriaans? 

De discussie over de betekenis van leiderschap in een democratie krijgt een nieuwe dimensie, nu in de politiek het cynisme hoogtij viert, lees: nu men zich nauwelijks schroomt onwaarheid te vertellen, met de zekerheid dat men de leugen voor lief zal nemen. De reden zou zijn dat mensen bang zijn voor de werkelijkheid, wat een nogal bizarre benadering moet heten, omdat we juist met het erkennen van dingen zoals ze zich aandienen ook vooruit komen. Al blijkt dat ook alweer een enge opvatting voor wat we als welbevinden kunnen beschouwen. Er dienen zich dus wel meer vragen aan, waar we over moeten nadenken, want dat in de komende maanden ook in Europa belangrijke verkiezingen zullen plaats hebben met verstrekkende gevolgen, mag ons niet ontgaan. Echter, de vraag der vragen is en blijft of we niet beter af zijn met een prudent en bijna onzichtbaar bestuur, dat ons toelaat zelf binnen de perken van de wet te doen waar we goed in zijn. Het is dus absoluut van belang te voorkomen dat de wetgeving alles zou dichttimmeren, want dat doodt veel initiatief, tenzij van mensen die net de scheurtjes in het behang opzoeken.

Over volksverlakkerij schreef ik al en ik denk niet dat we iemand de hoofdprijs kunnen toewijzen, want in de wijze van debatteren is er een sluipend gif geslopen, dat we onze eigen zaak met alle middelen mogen verdedigen. We? Neen, politici en hun partijgangers. Maar uitpakken met "alternatieve feiten" spant natuurlijk wel de kroon. En tegelijk, het onderwijsdebat heeft laten zien hoe zorgvuldig en hoe langdurig met cijfers is gegoocheld.

Een ander aspect is dat wij, velen onder ons zo te zien geen vertrouwen meer hebben in politici, terwijl wij toch dag na dag de weldaden van het bestel ervaren. Er zijn problemen, bijvoorbeeld over het herorganiseren van het stelsel van sociale zekerheid, zodat het niet enkel een instrument is tegen armoede, maar ook voor wie (veel) beter af is, een verzekering tegen tegenslagen in het leven en het pensioen opnieuw voor iedereen een leefbaar pensioen wordt. Hoe dat moet? Onder meer door het stelsel door te lichten en na te gaan waar verbeteringen mogelijk zijn.

Maar dan gaat het om solidariteit en men zegt dat die zou wegsijpelen, omdat mensen zich niet meer thuis voelen in deze samenleving, omdat er teveel nieuwe burgers bij zijn gekomen, die het systeem onhoudbaar zouden maken. Het verhaal van de immigratie is voor veel mensen kristalhelder: men heeft de grenzen opengezet en nu komt het zout der aarde over ons heen. Het zout der aarde? Doorgaans bedoelen we daarmee omwille van de kostbaarheid van het zout in de bijbelse tijden de besten mee, de uitverkorenen, maar nu is zout al lang geen goud meer en dus kan men het zien als iets dat zelfs overbodig werd. In feite is het zo dat tot een halve eeuw gelden zout nog diende om vlees en vis te bewaren opdat men lang na de slacht of de visvangst de vis of het vlees kon consumeren zonder gevaar voor eigen leven en dat van het gezin, was zout een gegeerd goedje. De streek rond Salzburg ontleende er eeuwenlang haar welvaart aan. Maar nu, zoals gezegd, hebben we de indruk dat zout eerder ongezond is en moet gemeden worden.

Voor de experten die zich bezig houden met de wettelijke regeling rond verblijf en gezinshereniging is het probleem eerder dat mensen niet begrijpen dat mensen rechten hebben. Jawel, zeggen ze dan bij de aanhang van het Vlaams Belang, maar wij gunnen hen die rechten niet langer. Alleen wie Belg, Vlaming is, mag hier wonen, want dan weten we wat we aan elkaar hebben. Intussen wonen er drie of meer generaties economische en andere migranten in onze steden en dorpen en verkleurde onze samenleving. Velen weten de vrijheden wel te waarderen die de afgelopen tweehonderd jaar werden opgebouwd en waar af en toe stevig is voor gesteggeld, tot en met betogingen toe. Maar de betekenis van die vrijheden bestaat er vooral in dat we ons private leven naar eigen inzicht kunnen invullen en dat we, relatief welvarend als we zijn, van onze tijd goed of ander gebruik kunnen maken. Als men naar activiteitenkalenders kijkt dan ziet men dat er elke dag en avond wel iets te beleven valt. Maar ja, wie wil er nu naar een lezing over de chaostheorie of een discussie over de toekomst van individuele mobiliteit in tijden van onoplosbare files. Het zouden activiteiten zijn waar ik wel eens iets meer over zou willen horen.

De noodzaak, denk ik om inderdaad in de publieke ruimte meer debat te organiseren en radio, televisie, youtube laten daar ruimte voor, botst op de gedachte dat dit allemaal toch wat lastig is. Natuurlijk mag Bart van Loo over de piemel van Napoleon een avond spreken en zijn liefdesleven uit de doeken doen - ook al is zijn concurrent daar net zo goed mee bezig - toch is het wellicht van groter belang te begrijpen hoe Napoleon erin is geslaagd de verdiensten van de Revolutie veilig te stellen zonder de uitwassen ervan te accepteren en bovendien uit het systeem, het bestel dat we kennen als het Ancien Régime het beste te puren, zoals blijkt uit de Code Napoléon - de officiële titel: de "Code Civil" - vertoont dan ook bijvoorbeeld een aantal patriarchale trekjes, waarna de vrouwen tot in de twintigste eeuw dienden te strijden om hun plaats te veroveren en werkelijk gelijke rechten te genieten. Voor sommigen is dat punt nog niet helemaal bereikt, maar de weerbarstigheid om bijvoorbeeld Allette Jacobs te laten studeren en als arts een praktijk te laten voeren, inclusief voorlichting voor vrouwen om hun vruchtbaarheid beter te beheersen, lijkt vandaag nagenoeg vergeten. De echte feministen weten hoe hard de strijd voor gelijke rechten is geweest, maar ze hadden of hebben niet altijd door dat het vaak vrouwen waren die mee de vooruitgang tegen hielden.

De autonomie van de persoon, een thema dat in mijn jeugd en jonge jaren centraal stond in vele discussies, over onderwijs, over jeugdwerk en ethische kwesties, lijkt dezer dagen nog nauwelijks een menselijke ziel te beroeren. Eerder willen we dat een strakke leiding ervoor zorgt dat we zelf niet moeten zoeken naar oplossingen voor problemen. Men kan zich afvragen of de vraag van mensen uit de vermeende elite om strakker leiderschap en meer aandacht voor de handhaving van de wet ten aanzien van de kleine luiden, die geen vertrouwen verdienen, niet wijd verbreid is, terwijl die laatste de elite met een scheef oog aankijken, vrezend de pineut te zijn.

Zou er dan toch een oorlog van allen tegen allen woeden? Als we zien hoe vaak mensen denken: "I see you in court room", en ook vaak doen, al is er wettelijk weinig aan de hand, maar omdat we ons gerechtigd voelen, op iets of iemand aanspraak te kunnen maken. Dat die andere persoon ook rechten kan laten gelden, vinden we dan een vervelende bijzaak, waar we liever niet verder over nadenken. Het blijft problematisch denk ik om zo in het leven te staan, maar mensen als Geert Wilders en Donald J. Trump blijken er dan wel exponenten van te zijn. Het heeft ermee te maken dat we geleerd hebben alles, zelfs onze erotische behoeften, met militaire offensieve ogen te bekijken: wat kunnen we binnenhalen en hoeveel moet ervoor wijken. Een samenleving gebaseerd op wantrouwen en op de gedachte dat het doel de middelen heiligt, kan enige tijd werken, in werkelijkheid blijft er nog weinig energie over om een eigen leven uit te bouwen. We moeten er voortdurend op bedacht zijn dat anderen ons een loer kunnen draaien en dan moeten we dat vergelden, natuurlijk.

Behalve het toegenomen wantrouwen en de gedachte dat we overal recht op hebben waar we ons oog op laten vallen, bijvoorbeeld een goed diploma, merkt men ook dat we denken dat we dat zonder meer moeten krijgen. Studeren is geen nuttige bezigheid meer, waar een student ook eens plezier aan kan beleven, maar moet zo snel mogelijk met een goed diploma verzilverd worden, of we nu echt weten waar het over gaat of niet. Het nadenken is ook wel zeer gericht op het vinden van tactische en strategische argumenten om doelen te bereiken, al de rest geldt als bezigheidstherapie, maar dat valt nog mee, wanneer we naar de meest creatieve geesten te kijken, dan blijkt dat zij vaak lange tijd moeten wachten op een flits, een inzicht, waar ze mee aan de slag kunnen. Echter, kijken we naar televisieseries, dan zien we dat die bijna industrieel gemaakt worden, vaak ook nog eens min of meer een bekend format volgend, letterlijk of niet.

Wil men werkelijk leiders die ons de weg wijzen, of willen we van politieke verantwoordelijken vooral dat zij ons de ruimte laten om te doen wat in onze mogelijkheden ligt, zonder daarbij altijd meer of beter te willen zijn dan anderen? Ik denk dat het competitie-element wel nooit uit onze samenleving geweerd zal kunnen worden, maar dat men toch terug zal moeten overdenken of die obsessie met records nog wel zinvol zijn. Sebastian Haffner beschreef in "Een Duitse Jeugd" hoe hij met zijn vriendjes en talloze anderen vanaf zijn vroege jeugd, 1907, met records en lijstjes bezig waren maar dat dit op de een of andere manier mee een klimaat schiep waarin het presteren zo dominant werd, dat velen er niet meer aan toe kwamen. Het was voor Haffner een cultuurverandering die mee het klimaat schiepen waarin Hitler kon gedijen. Als je Mark Rutte bezig hoorde in Buitenhof, dan merkte ik dat hij voortdurend Nederland als het best presterende land wilde voorstellen. Nu, op een aantal terreinen presteert het land puik, maar dat is niet de verdienste van politici. De verdienste hoort daar te leggen waar ze thuis hoort, onder meer bij de overheidsambtenaren, maar vooral bij ondernemers én werknemers van bedrijven. De Minister-president heeft wellicht vooral de verdienste dat hij na een periode van te streng soberheidsbeleid het roer is gaan omgooien, maar nog eens, het zijn de burgers die het land maken of kraken. Wie gelooft in recepten van populistische makelij, zal merken dat de wettelijke vrijheden niet enkel voor de "tegenstanders" gelden, maar voor iedereen en dat vormen van willekeur en corruptie toenemen, als men die vrijheden gaat inperken. Vrijheid van meningsuiting kan best veilig stellen, maar als men het ergens niet mee eens is, dan dient men ertegen in het geweer te komen en dat gebeurt dezer dagen niet altijd. Hoeveel Nederlanders hebben hun afwijzing van het Oekraïne-referendum ook volmondig geuit. Meer in het bijzonder, zegde Michel Eyquam de Montaigne, moet men wreed zijn tegen wreedaardigheid.

In Knack legt Danny Pieters, socioloog uit dat het bedenkelijk is sociaal beleid alleen toe te spitsen op de armsten, want dat wordt het sociaal beleid arm. Bovendien is solidariteit niet altijd gediend met eenrichtingsverkeer. Al vind ik het adagium dat men mensen aan het werk moet zetten om hen uit de armoede te halen, te bekrompen, omdat men dan geen rekening houdt met omstandigheden, geef ik wel graag aan dat prof. dr. Pieters wel degelijk vindt dat mensen zoveel als mogelijk uit de armoede geholpen moeten worden, dus niet enkel via 'opgelegde' arbeid, maar dat men de grens niet op 15% mensen met de laagste inkomsten, maar ook hoe er voorzieningen klaar staan om hen te helpen. De schuldbemiddeling voor mensen met een gokprobleem botst wel eens op de onwil het probleem te onderkennen, maar blijkbaar slaagt men er wel in, met vallen en opstaan, dat probleem onder controle te krijgen. Anders dan voor tabak geldt er voor gokken vooralsnog een beperking op de publiciteit.

De vraag of de kinderbijslag kan helpen de kinderarmoede weg te werken, komt hem onzinnig voor omdat er geen kinderen in armoede zijn, wel gezinnen in armoede. Stelt men dat het aantal vragen om hulp van de voedselbank is toegenomen met 17 %, dan zal men toch moeten nagaan wie die mensen zijn die nu een aanvraag mogen doen. Het probleem is dat men ook zou kunnen kijken hoe vanuit OCMW's en andere instanties mensen geholpen worden. Want de wetgeving is een ding, de praktijk op het terrein is veel belangrijker, maar is beslist beleid en daar kan men niet mee scoren. Met andere woorden, die politici die nu de Vlaamse regering aanpakken omdat het nieuwe bestel van kinderbijslag - een opvoedingsondersteunende bijslag voor mensen, per kind, onafhankelijk van het inkomen, wel bijgestuurd voor de gezinnen met zeer lage inkomens - niet voldoende of te weinig zoden aan de dijk zou zetten, hopen dat men de weldaden van het bestel niet ziet. Dat is een problematische voorstelling van zaken en versterkt de instituties van de democratie niet.

Laten we dus maar terugkeren naar een bestel waarin mensen doen wat ze denken te moeten en kunnen doen, waarbij de rechtsstaat ervoor zorgt dat inbreuken en erger aangepakt worden. Het werk van politici moet er meer in bestaan dat wettelijke kader te bewaken in plaats van het voortdurend bij te schaven, tot het onleesbaar wordt en onvoorspelbaar. Politici kunnen het land ook kraken, als men zich de verdienste van de burgers wil toeeigenen of via wetgeving alle gevaren wil dichttimmeren, maar zo verliest men ook ruimte voor zinvolle activiteiten. Neem nu de acties tegen dierproeven. Dierenrechtenactivisten zijn mordicus tegen, terwijl de mensen die met dierproeven te maken hebben, daar consciëntieus mee omgaan, omdat ze moeten, maar ook omdat ze vinden dat men dieren niet onnodig pijn mag toedienen. Toch geloven we dat laatste niet. Het is een uiting van fundamenteel en funest wantrouwen. We hebben dus geen leiders nodig die ons zeggen wat we moeten denken en doen, maar eerlijke en verantwoordelijke politici die weten dat hun rol beperkt is, maar wel noodzakelijk. Het wantrouwen in alle politici en in de politiek is ongepast, maar we moeten toch wel eens vragen aan politici: doe eens normaal en timmer niet alles dicht


Bart Haers


Reacties

Populaire berichten