Transparantie en wat we niet willen weten



Dezer Dagen



Arcana Imperii
 Uitwijzingsbeleid onderzocht



Ik was in Brussel bij de voorstelling van een boek
over architectuur en er werd gesproken over
de dood van een vrouw bij een poging haar
terug te brengen naar het land van
herkomst. Het beklijfde wel, maar
tegelijk een rilling van onmacht... 
De Standaard deed onderzoek naar de praktijk van de gedwongen uitwijzingen van illegalen en hoe mensen op vluchten naar hun land van herkomst of naar het land van eerste asielaanvraag behandeld werden. De journalistieke en dus informatieve betekenis van dit onderzoek kan men best hoog inschatten. De andere kant van de medaille is ook wel duidelijk: willen wij, burgers dat weten? Of zouden we er toch aandacht voor moeten opbrengen.

Transparantie is een deugd die we graag de overheid toeschrijven en kranten waken erover dat er over heikele kwesties duidelijkheid kan komen, wat ook in een moeite toelaat al te dolle complottheorieën uit de lucht te halen. Toch stelt men vast dat we, het volk, het niet willen dat mensen hier illegaal verblijven, liefst zouden we al die bedelaars niet zien in onze straten en de ellende van de vlucht zonder einde, daar willen we niet van weten, behalve als het een mooi romantisch einde krijgt. Helaas heeft het leven niet voor iedereen een happy end in petto, vaak wel een beter bestaan.

De overheid probeert de orde en de rust te bewaren, de wetgeving te handhaven, ook op het terrein van de vluchtelingen en de economische migratie. We vinden dat okay, want dan komen onze levensomstandigheden niet in het gedrang en die enkele activisten, denken we dan, die het opnemen voor soms rechteloze mensen, die doen maar, zolang ze de rust niet verstoren.

Toen die jonge vrouw Semira Adamu de dood bleek te hebben gevonden door handelingen van het escorte, ging er bij velen een schok door het lichaam: hoe kunnen we hier nu wel mee omgaan? Ik kan u niet meer zeggen waarover ik geschokt was, die dood in uitvoering van een opdracht, de reactie van Lieven de Cauter die de regering aanviel omdat ze had toegelaten dat dit incident plaats had, of over prof. Vermeersch die vond dat die uitzettingen moeten kunnen onder strikte voorwaarden. Mensenrechten zijn in zekere mate positieve rechten, maar zoals we stilaan zou men moeten weten zijn die vaak nodig om mensen tot ontplooiing te laten komen, maar kunnen ze ook betuttelend blijken.

Verder is er het probleem dat de migranten die nu naar ons toekomen niet komen via de Red Star Lines, in tweede of derde klasse, maar wel door mensensmokkelaars of -handelaars over de Bosporus, de Middellandse Zee of door Rusland naar Zweden reizend. Dat geeft al aan dat er van een legale immigratie voor deze mensen geen sprake kan zijn. Men bepleit daarom wel eens een systeem van green cards, waarmee men een ticket kan winnen. De migratie organiseren en proberen aan de bron de wonde te stelpen, die van uitzichtloze armoede, of beter, die van een perspectiefloos leven in een corrupt land met falend bestuur, blijkt  dan weer een geopolitiek vraagstuk. Ook moeten we onder ogen zien dat de demografische evolutie in delen van Afrika van dien aard is, dat er altijd een grote druk uitgeoefend wordt op het economische bestel, dat niet altijd aan iedereen perspectieven kan bieden. Oorlogen, falende staten en mensen met verwachtingen: de uitweg naar het rijke Noorden ligt open, maar de risico's zijn groot.

Wij van onze kant vinden dat we recht hebben op stabiliteit en zijn wel bereid geld op te halen voor Vredeseilanden, 11.11.11 of Broederlijk delen, maar zien die vluchtelingen om velerlei redenen liever niet komen. Begrijpen we nog hoe moeilijk het kan zijn in een uitzichtloze situatie te berusten, want dat is wat er gaande is: mensen zoeken een beter levenslot en wie zal hen tegenhouden?

Het recht op migratie wordt uiteraard door vele landen ingeperkt, meestal door inreismodaliteiten vast te leggen, omdat die overheden kostbare systemen van sociale zekerheid en andere voorzieningen te beheren hebben en wij vinden dat we er recht op hebben. Uiteraard ben ik het met die gedachte eens, maar dan moet ik de paradox onderkennen dat ik die vluchtelingen begrijp en zelfs humaan behandeld wil zien, maar ook dat het eigen kostbare en fragiele bestel er niet mag onder leiden.

Nu kan men op grond van de economische theorieën ook wel verwachten dat bevolkingsgroei op termijn de economische groei zal ondersteunen, op voorwaarde dat de bijkomende zielen ook iets gaan bijdragen. Hier begint het contraproductieve discours van beide zijden ten volle het beleid in de wielen te rijden. Pleiten voor open grenzen en voor humane opvang is best okay, maar vervolgens voortdurend overheden en burgers in de maag stompen met negatieve aspecten van opvang en integratie roept bij de tegenstanders een onbestemde walging op: kan het nooit goed genoeg zijn? Moeten zij onze sociale woningen innemen? Helemaal terecht is het niet, maar tegelijk, het voelt aan alsof eigen mensen daardoor minder (positieve) rechten genieten. Ook van jobs wordt gedacht dat het een zero sum game zou zijn, terwijl jobs, banen scheppen het gevolg is van al dan niet gunstige investeringsomstandigheden. Als men ziet hoe de nachtwinkels in handen zijn gekomen van een gemeenschap van inwijkelingen, die 's nachts willen werken en waarvan ik niet kan zeggen hoeveel zij eraan verdienen, met andere woorden of het wel een rendabele onderneming is, dan ben ik blij als ik later op de avond nog eens toevallig iets nodig heb en dan bij zo een Pakistaan of Benghali terecht kan.

Het probleem van economische vluchtelingen blijft de hypocrisie: zouden wij hier blijven als er geen professionele of andere perspectieven waren voor een goed leven? Maar welke voorwaarden moet vervuld zijn opdat die vluchtelingen hier kunnen gedijen? Ook daar botsen de opinies, want voor sommigen zijn de vluchtelingen, ook de economische de "sauvages nobles" van Rousseau en moet men hen het voordeel van de twijfel geven. Echter, zijn wij echt wel tuk op de komst van zoveel nobele mensen uit andere regio's? Weinig mensen geloven dat deze mensen slecht van inborst zijn, maar zoals ik eens hoorde van een Servische vluchteling in Brussel, voelen zij zich ook gerechtigd op een goed bestaan en zijn ze gehard door hun bestaan onder Tito en later tijdens de oorlogen. Ook het clanverband kan hen helpen, waarbij dus de voorstanders van open grenzen en van snelle en onvoorwaardelijke integratie - onvoorwaardelijk van onze kant - negeren dat wij samenlevingsverbanden die ons maffieus lijken niet willen. Voor voetballers en rijke immigranten met obscure achtergronden werden in het verleden al eens sluipwegen opgezet om hen versneld te naturaliseren, maar dat is lang niet altijd goed gelopen.

Komt dus weer die vraag: wat doen we met mensen die hier komen en die overduidelijk niet aan criteria voldoen die bij wet en bij (multilaterale) verdragen, de conventie(s) van Genève zijn vastgelegd, opdat mensen asiel kunnen krijgen en een kans krijgen een menswaardig bestaan op te bouwen. We kunnen ze  uitzetten of doen alsof, met een bevel binnen vijf of x dagen het grondgebied te verlaten. Wat dan niet gebeurt. Dus moet de overheid zorgen dat het wel lukt, met soms tragische verhalen van jongeren die hier al enige tijd leven, soms geboren zijn en door de gebrekkige opvolging van de procedures zeer lang konden blijven, soms illegaal. Gebrekkige opvolging? Het is inderdaad niet het hele verhaal, maar toch, het is het verhaal van de advocaten die zich ten volle inzetten en procedures stapelen, overvraagde colleges van ambtelijke of justitiële aard die hun apostille moeten hechten aan aanvragen en vervolgens de overdracht van data. Jongeren worden dan uit hun school en omgeving gehaald waar ze net wel gedijen, waar ze bouwen aan een goed leven hier en dus ook in zekere zin geen risico op overlast vormen, wel iets kunnen bijdragen, ook aan de economische groei.

Na Köln vorig jaar waar, waar illegale jongemannen, zo zegt men toch honderden vrouwen zouden hebben bepoteld of ronduit verkracht op het drukke plein rond de Dom en het Hauptbanhoff, verweet men de Duitse politie dat ze over het gebeuren hadden gelogen. Nu, een jaar later is er gebleken dat er maar een beperkt aantal daders ook vervolgd kon worden. Maar het is ook nog de vraag of we weten wie al die daders waren. Voor sommigen was het duidelijk: jongemannen die in de stroom vluchtelingen waren meegedreven en zo hartelijk door Merkel opgevangen. In werkelijkheid waren de daders blijkbaar in meerderheid illegaal in Duitsland verblijvende Marokkanen, die de stroom dankbaar zijn gevolgd of zelfs al langer in Duitsland verbleven. Ook Duitsland heeft problemen met de uitzetting van illegale inwijkelingen. Marokko, Algerije en Tunesië willen die lastpakken ook niet terug.  

Dus sturen we al tijden ongewenste personen terug naar het land van herkomst, waarbij vaak administratieve klippen genomen moeten worden. Maar goed, de administratieve molens mogen dan langzaam draaien, door allerlei politieke contacten en afspraken draait de molen uiteindelijk toch. Wat moeten wij burgers dan met de informatie over mogelijk onrechtmatige handelingen van politie en agenten van particuliere veiligheidsondernemingen? De politie doet wat moet, alle juridische procedures zijn doorlopen, de uitzetting moet. Lex, dura lex sed lex. Of moeten we toch begrijpen dat als de overheid mensen moet uitzetten, dat dit niet altijd zomaar gaat, omdat die mensen zich kunnen verzetten. Hoe zou uzelf zijn? Zou u zich laten wegslepen?

Het is dus okay dat de krant De Standaard probeert aan de weet te komen hoe die repatriëring in het werk gaat, hoe en of er sprake is van fouten of van gevaarlijke omstandigheden. Daar kan men niets op tegen hebben, maar men kan ook bedenken dat niet iedereen die vindt dat deze mensen het land en Europa uit moeten gezet worden wil weten hoe het eraan toegaat. Men kan dit ook een verzuim vinden of bedrijfsblindheid, maar het kan ook gaan in hoofde van burgers om arcana imperii: we weten dat dit moet gebeuren en dat het niet altijd goedschiks kan gebeuren. Dus moeten we de interne keuken niet kennen. Het is voor een burger een opmerkelijke positie, maar ik denk dat we die houding wel vaker aannemen.

Het zit zo met deze vorm van staatsgeheimen, dat het vaak om zaken gaat waarvan men weet dat het gebeurt, zonder dat we daar verder veel over willen nadenken. Komt er dan een rampzalig bericht over een jonge vrouw die sterft bij zo een uitzetting, dan schrikt men op, scherpt de regels aan en laat het vervolgens rusten, tot een nieuw beleid de omvang van het gebeuren laat zien en ook mogelijke misstanden. Opnieuw ontwaken? Niet iedereen is ertoe bereid. En toch gaat het om een radicale vraag: hoe humaan willen wij dat onze overheid optreedt? Een standaardantwoord is er niet. Zal men een gezin met kinderen in een vliegtuig zetten met uitgewezen drugsdealers? met pedofielen? Waarom wijst men dat gezin uit? Soms blijken een paar leden niet zuiver op de graat en moeten ze terug naar Kosovo, terwijl andere hier aardig gedijen. Als we standaardantwoorden willen, dan zullen we toch moeten weten dat er moeilijke gevallen zijn.

Paul Frissen schreef zijn boek over transparantie, omdat hij vond dat er wel eens overdreven gehamerd wordt op transparantie, waarbij het beleid gekneveld dreigt te worden en niet meer kan doen wat er van die overheid verwacht wordt, de vrijheid van burgers garanderen. Hij meent dat de democratische rechtsstaat niet gediend is van een overheid die alles op tafel gooit, want dan zou daar zo misbruik van gemaakt kunnen worden dat mensen hun autonomie en vrijheid verliezen. Hij zal wel niet bedoelen dat we misstanden moeten toelaten en onmenselijke behandeling gedogen van mensen die uitgewezen worden en ook daadwerkelijk terug gebracht.

De artikelen over die uitzettingen zijn niet bepaald hartverwarmend en toch, zo lijkt het, weten we dat het niet anders kan. De artikelen geven ook aan hoe moeilijk het is om werkelijkheid openheid van zaken te geven, wil men de rust in de samenleving bewaren? Hoeveel mensen worden er ten onrechte uitgezet? Wie zal het zeggen. De hele situatie van migratie is sinds de Balkanoorlogen (1992 en later) erg veranderd, de globalisatie heeft voor nieuwe verhoudingen gezorgd en mensen zoeken lotsverbetering. Hier oefent de krant dus haar taak uit de overheid te controleren in de afwikkeling van beleid. In een aantal opzichten worden wij daaraan medeplichtig, of we willen of niet. Mocht er niemand over spreken, dan zouden we dat niet pikken. Goed dat de wet op openbaarheid van bestuur er is, maar het blijkt niet altijd mogelijk volledige openheid van zaken te geven, omdat de administratieve verwerking, lees: verslagen, processen-verbaal ontbreken. De krant oefende het recht op informatie in het kader van de wet op de openbaarheid van bestuur ten volle uit, met de noodzakelijke passage via de Raad van State. Het geeft ons de kans, als burgers te begrijpen, dat we niet altijd gelukkig zijn met die informatie, maar dat we tegelijk willen dat het gebeurt. Dat is ook een aspect van burgerschap.

Bart Haers



Reacties

Populaire berichten