Graaaicultuur en erger



Dezer Dagen



Graaicultuur
De zogenaamde neergang van een politicus



Siegfried Bracke wordt volgens
de pers uitgespuwd door de Gentenaars,
terwijl hij inderdaad niets onwettigs deed.
Of ik hem waardeer, doet niets terzake,
maar de term graaicultuur verwijst niet
naar het doen en laten van een persoon,
wel om wat te doen gebruikelijk is. 
Al sinds ik het me heugen kan, hoor ik klagen over de politici als potverteerders en zakkenvullers en altijd weer wekte het grote woede op bij de klagers. Suum cuique? Het was en is een moeilijke gedachte, want we maken graag de rekening van anderen. Dat politici graag wat meer meegraaien, zegt men mij, moet niet verbazen, zoals ook voetballers graag in een grotere ploeg spelen. Het zal wel, maar tussen naïef idealisme, zoals Peter Mertens dat graag incarneert en vileine veilheid, waar men de politici graag van beschuldigt bewegen de meeste politici zich, zonder dat er altijd veel oneerbaars gebeurt. Het zal dus gaan over de vraag wie zich ethische vragen stellen moet en welke.

Met de deur in huis vallend: iedereen, ook burgers moeten zich ethische vragen stellen, al kan men dat niemand opleggen. Maar die vragen behelzen het eigen handelen, niet a priori wat anderen doen. Natuurlijk kan men tot de bevinding komen dat iemand, een zakenman of politicus, een journalist of arts, een leraar zich onethisch gedragen. Niemand kan volstaan met de gedachte dat wat niet verboden is toegestaan zou zijn. Als men teveel deontologische en ethische regels moet aanleggen, is er iets mis met het aanvoelen van mensen, maar het kan ook gaan om aanmatigend gedrag van wie de regels wil dichtmetselen.

Want het kan zijn dat men er hoogstaande ethische normen op na houdt, maar van allerlei hefbomen gebruik weet te maken om invloed uit te oefenen, meer dan hem of haar toekomt. Het probleem met macht of beter met het spreken over macht is en blijft dat men er net niet graag over spreekt, terwijl ook in een democratie macht het cruciale begrip is. Men kan niet spreken over ethisch omgaan met macht als men er geen woord aan kan wijden. Het is dus glashelder dat we moeten spreken over hoe mensen, groepen, partijen macht nastreven en wat zij zeggen ermee te willen aanrichten. In tijden waarin demagogie en populisme mensen verleiden hen macht te geven, figuren die beweren zuiver op de graat te zijn en het beste voor te hebben met de zogenaamde kleine man, de zogenaamde gewone man, terwijl ze niet echt bezig zijn met het algemeen belang, moet men over die macht en het bereik ervan des te scherper nadenken.

De discussie over de intercommunales, in Vlaanderen geregisseerd door een decreet uit 2001 en nog eens hernieuwd in 2016[i], laat zien dat er alweer een schimmengevecht aan de gang is. Men moet dus niet de indruk wekken dat partijen, dat men niet doende is een en ander beter onder controle te krijgen. Opvallend is dat lokale besturen al goed vijftien jaar geleden een oefening rond kerntaken hebben aangevat, maar er is bijzonder weinig uitgekomen en bovendien werd dat debat niet mediageniek bevonden, te technisch ook. Het gevolg is dat men zich nu moet afvragen wat men gemist heeft. De media hebben aan deze discussie slechts sporadisch aandacht geschonken.

Het gemeentelijk kerntakendebat was en is daarom interessant omdat het kwam na een regen van convenanten, waarvoor gemeenten wel geld kregen van de Vlaamse overheid, maar vaak achteraf met lasten, inzake pensioenen zaten, die ze niet altijd zo gemakkelijk konden invullen. De nood aan personeel genereert nood aan logistieke en facilitaire ondersteuning want er moeten lokalen ingericht worden, er moet extra ondersteunend personeel komen en dat levert dan weer nieuwe lasten op.  

Milieuconvenanten en jeugdwerk, zelfs  - uiteraard - zorg voor de ouderen, het werd allemaal vanuit Vlaanderen aangeboden dan wel opgelegd, waardoor gemeenten heel wat middelen kregen, maar het kostte ook veel, onder meer aan planlast en administratie. Het is van belang te begrijpen dat een discussie over kerntaken voor de gemeenten niet voorbij kan aan de toegenomen taken die men decretaal heeft uitgerold en dus zal men merken dat die gemeenten op verschillende terreinen samenwerking gaat zoeken met buurgemeenten, om de totale last op de begroting te beperken. Los van de vraag of zo een cultuurfunctionaris of sportfunctionaris enige zin zou hebben, heeft men vanuit een soms Jacobijns denkende overheid een en ander uitgewerkt, waarvan men nu vaststellen moet dat de gemeenten wel creatief moeten zijn.

Vandaar ook het streven naar maximalisatie van de middelen door deelnames in nutsdiensten, waarbij men de financiële belangen weet op te drijven. Want moet men niet een onderscheid tussen de winst van de intercommunale en de vergoeding voor de bestuurders die afgevaardigd door de gemeente die revenuen ook in eigen zak mag steken, waarbij ik mij altijd afgevraagd heb waarom de werkzaamheden namens de gemeente - die al een schepen- of burgemeesterswedde betaalt - die inkomsten niet mogen beuren. Het zou niet mogelijk zijn, zegt men, maar de aansporing om die vergoedingen te maximaliseren zou dan wellicht vervallen.

Toch moet men er zich blijvend voor hoeden van de verloning van politieke mandaten een thema te maken, want de vraag is of men bijvoorbeeld in een oligarchie moet terecht komen, waar alleen welgestelden... nu ja, zal men zeggen, dat is toch al zo want wie wordt politicus m/v? Zonen en dochters van politici, lijkt het wel. Of dat slecht is, moeten wij maar uitmaken en ons kiesgedrag daaraan aanpassen. Feit is dat Siegfried Bracke mee mevrouw Freya Vandenbossche op het spoor gezet, waarbij nu is gebleken dat mevrouw Vandenbossche het minste lijkt bij te verdienen, bovenop haar wedde als Vlaams parlementslid. Maar ze kan zich rustig op de achtergrond houden en niet inhalig blijken.

Maar als we de media volgen, die nu klagen over de graaicultuur bij de lokale overheden, dan moet gezegd dat die politici vaak in een competitief milieu figureren, waar men aan de top moet staan om een steen in de rivier te verleggen. Vaak evenwel vergeet men dat het verschil tussen dat wat men zelf denkt te hebben gerealiseerd en wat men aan anderen te danken heeft. Het valt nogal eens voor dat journalisten het politieke leven vertellen als een strijd van winnaars en verliezers, terwijl politici m/v nog nauwelijks de kans krijgen zelf hun weg te maken. Ook partijen zijn hard bezig met rendement van kandidaten en wie het spel niet speelt, gaat er uit.

In dat gebeuren spelen vergoedingen een grote rol: de kamer telt ondervoorzitters, secretarissen en quaestoren bij de vleet en kan men de doublure nog begrijpen, het gaat telkens om meerdere leden, die bovenop hun wedde nog een extra vergoeding krijgen. Bovendien laat het zich aanzien dat vele deze functies vooral sinecures zijn, waar dus weinig extra werk aan kleeft. De quaestoren zorgen voor het onderkomen van het parlement, voor het beheer van de gebouwen en de logistiek, maar het zijn ambtenaren die hun opdrachten vervullen. Aan de ene kant is zo een college van quaestoren garantie voor gedeelde verantwoordelijkheid van de Kamerleden, aan de andere kant lijkt het niet meer van deze tijd. Opdat het parlement goed moet kunnen functioneren en ook duurzaam onderhouden moet worden is de taak van de quaestoren belangrijk, maar laat dat dan ook eens duidelijk worden.

Politici staan dus telkens weer voor de uitdaging zich goed in de kijker te werken en daar hangen dan bijkomende inkomsten aan vast. Het is tragisch te moeten vaststellen dat we een systeem in stand houden dat politici, maar ook Ceo's van bedrijven, hoge ambtenaren verplicht om posities in te nemen die ook nog eens financieel beloond worden en vervolgens gaan we hen dat verwijten. Iedereen noemde Jean-Luc Dehaene een volkse figuur - zelf zag ik hem als een bourgeois - maar op zijn overlijdensbericht dat in de krant stond, stonden ook zijn mandaten bij Lotus Bakeries en daar spreekt men schande van. Ik vond er niet veel oneerbaars aan, want de man had zich uit het actieve politieke leven terug getrokken, dacht ik. Als we dan bedenken dat die vergoedingen op een niveau liggen, waar "gewone" mensen zich niet veel meer kunnen voorstellen, dan ontstaat er inderdaad een probleem van legitimiteit.

Mag men van politici verwachten dat ze werken pro deo, dan zou men moeten vrezen voor hun koopbaarheid en dat zouden we ook niet willen. Bovendien heb ik vaak mogen ervaren dat mensen menen dat politici graaiers zijn, tot ze zelf dichter bij de vleespotten mogen komen. Ook journalisten dienen hier meer zelfkennis aan de dag te leggen, want men kan natuurlijk eisen dat anderen ethisch handelen, maar wat bakt men er zelf van. Het is best okay dat we een ethisch kader onder ogen hebben, dat we weten wat kan en wat betaamt, wat dus niet betaamt ook in gedachten hebben. Finaal maakt men die keuze voor zichzelf en als de burgers het niet langer aanvaarden, dan moet men niet zeuren.

De gretigheid waarmee men Bracke aanviel en de Gentse SP-a links liet liggen, ook al was het die partij die in beginsel schimmig had gedaan over Publipart - al schrijft Marc Hooghe nu dat men al 12 jaar had moeten weten dat Balthazar in een pluche zetel zat, de media hebben het niet of nooit gemeld en daar zit volgens mij de crux - dan nog zal men natuurlijk over de wedde van de voorzitter van de Kamer zeuren - iets wat al een aantal nog in leven zijnde voorgangers mochten beuren - en over zijn bijverdienste. Voor mij is dus het eerste probleem dat onder meer De Morgen nooit al die mandaten die zogenaamd te vinden zijn op een of andere site - cumuleo.be - en dan kan men dus een massa info vinden over transparantie, anticorruptie en nog wel een paar andere indicaties. De brede media hadden aldus ten allen tijde toegang tot deze informatie en konden het ook nog eens vragen aan de betrokken politici[ii]. Die waakzaamheid mag men verwachten van journalisten.

Zou ik dan suggereren dat er niet zoiets bestaat als graaicultuur? Ik denk dat het duidelijk is dat me allerminst illusies maak en dat sommige politici vergeten wat hun opdracht is. Er zit nog wel een adder onder het gras: de gedachte dat politici de hele samenleving moeten leiden en dat men op tal van domeinen beheersorganen moet inrichten, waarbij men al te vaak bovenop het werk van vakspecialisten gaat zitten, zonder de relevante kennis a priori te kunnen inroepen, kan een gevoel van zeggenschap geven, dat ons tot omzichtigheid dwingt.

Hoe we een politicus m/v waarderen zal ook wel te maken hebben met die graaizucht, maar vaker zou men moeten kijken hoe deze naar de samenleving en medemensen kijkt. Susan Neiman heeft daar in "Morele Helderheid" behartigenswaardige gedachten over naar voor gebracht. Ten gronde stelt zij dat politici vaak niet meer weten wat er buiten hun omgeving gaande is, omdat ze in wezen nooit meer een gewoon gesprek kunnen voeren en bovendien in een bestuurdersmodus zitten. Hierdoor groeit de gedachte dat "de mensen" niet weten hoe de echte wereld aan toe gaat en vooral, hoeveel kennis burgers wel in petto hebben.

Als politici zeggen dat het normaal is 4300 eurootjes te verdienen, dan geeft dat uiting aan die vervreemding. Maar het valt op dat dit inzake concreet beleid nog veel sterker het geval is. Kijk naar het debat over onderwijs en de onderwijshervormingen, waar je geen politicus zult vinden die nog gelooft dat Bildung voor leerlingen en studenten van belang is, want sociologen en pedagogen menen dat dit te elitair is, terwijl de afgelopen honderd jaar juist sociale promotie mogelijk is geweest omdat jongeren uit arbeidersgezinnen of zelfs nog minder gegoede omgevingen net wel toegang kregen tot Bildung, tot leren en de wil die kennis onderhouden, dus nieuwsgierig te blijven. Het is moeilijk dan niet aan August van Istendael te spreken, waarover Geert van Istendael[iii] heeft geschreven. Sociologen geven evenwel de indruk dat hun methodes boven elke twijfel vergeven zijn. Er is voortdurend gezegd dat onderwijzers, leraren s.o. en zelfs docenten het niet begrepen. Hoe verwaten kan men zijn?

Gedurende decennia sprak men over de kennismaatschappij die eraan kwam  en dat mensen levenslang moeten leren maar noch journalisten noch politici zijn er zich van bewust dat er buiten hen om mensen zijn die - ook met dank aan internet - kennis eigen blijven maken, naar lezingen gaan of via allerlei kanalen en boeken info bij elkaar vinden én verwerken. Zoeken zij dan vanzelfsprekend naar complottheorieën? Soms wel zeker, maar evengoed leest men al eens The Economist of Le Monde Diplomatique en dan zijn er nog andere hoogwaardige bronnen, waar denkende geest ons pad verlichten. De goede boekhandel laat ons veel verkennen en ook de openbare bibliotheek geeft hier veel te denken. Alleen, die openbare bibliotheek moet nu vooral voor plezier zorgen, voor fun. Een democratie heeft vooral veel uitwisseling aan inzichten nodig.

Wat mij dus stoort in het gesprek over graaicultuur is dat het aan de ene kant een oud zeer oprakelt, waarover iedereen verbaasd doet, terwijl in wezen het belazeren van de weldenkende gemeenschap op de voorgrond komt. Men kan het weten, over cumuls, over geldzucht en tegelijk weten   oplettende mensen wel dat journalisten en politici nu komen zeuren dat het anders moet, laat onverlet dat ze de burgers, namens wie en tot wie ze zich richten in wezen niet kunnen waarderen. We zullen over twintig jaar merken dat al die aangescherpte regels ook alweer omzeild zijn geworden, omdat ze niet vol te houden zijn en het doel niet dienen, de burgers kunnen bedienen. Men zal over kerntaken spreken en beseffen dat een grondig wieden zo moeilijk is. Men zal vergeten dat burgers, meer dan ooit behoorlijk goed geschoold zijn en dus ten onrechte infantiel bejegend worden. Kennis van zaken is er veel in de samenleving, maar men heeft te vaak de indruk belazerd te worden en dat is niet goed. Bekijk dus goed die kerntaken van lokale besturen maar beloof niets dat men niet hard kan maken, want er zullen altijd nog ideologische verschillen opduiken en dan zal de macht spreken.

Bart Haers







[i]http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi_loi/change_lg.pl language=nl&la=N&cn=2002011134&table_name=wet. Het decreet werd uitgebreid en aangescherpt door een decreet met diverse bepalingen die de werking van de intergemeentelijke samenwerking vormen geven en de betrokkenheid van de particuliere inbreng en de vergoedingen voor bestuursleden/uitvoerende en controlerende mandatarissen. De tekst van die herziening staat ook in het Staatsblad natuurlijk: http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi_loi/change_lg.pl?language=nl&la=N&table_name=wet&cn=2016051317
[iii] http://kwestievanverwondering.blogspot.be/2012/04/over-august-van-istendael.html

Reacties

Populaire berichten