Het eindeloze debat over armoede



Kritiek



Maatschappelijke kwesties
oplossen
armoede bestuderen of mensen ondersteuning geven

Een schilderij uit 1778 van Jan Beerblock
toont de ziekenzaal van het Sint-Jan in
Brugge. Is dit de diepste armoede en wat
met vandaag? Dat is het hele eiereneten, want
hoe zullen we ons diepe armoede inbeelden? 
Onverwacht ontstaat er een debat over cijfers die de Vlaamse minister niet wil geven, omdat ze niet gevalideerd zijn. Hoe groot is de armoede en hoe verhouden die cijfers zich tot de werkelijkheid en tot de ervaring van mensen? In wezen gaat dit over de politiek die men wil voeren en waar progressief beleid op moet uitlopen. Wat is rechtvaardig beleid en hoe verhouden we ons, ten overvloede tot gelijkheid.

Wie is arm en hoe kijken we ernaar toe. Men zegt dat mensen medische zorgen niet zoeken, omdat ze bang zijn voor de kosten, terwijl sinds tijden de terugbetaling van medische zorg goed geregeld is en nu zelfs zo dat wie in armoede leeft voor 1 euro bij een arts terecht kan. Het gaat ook zo voor andere domeinen van het leven. Natuurlijk is het zo dat men mensen in armoede moet ondersteunen, maar het blijft ook zo dat mensen om verschillende manier in armoede kunnen verzeild raken, zoals een onderneming die slecht afloopt, ziekte zonder uitzicht en eventueel ook eigen zware fouten, ook dat. Want armen lijken net zo min op elkaar als welgestelden en het beleid, als men het goed wil bekijken, kan mensen wel degelijk helpen, dat doen mensen op het terrein. Maar armoede betekent ook dat mensen wellicht bepaalde verwachtingen niet ingevuld zien en dat kan behoorlijk lastig zijn. Het verschil tussen armoede in absolute termen, waarbij men dus de maand niet rond krijgt en zich met budgetmeters moet behelpen, maar het punt is dat men zo wel mensen kan helpen.

Alleen is het zo dat het parlement, dat de regering een kader kan scheppen waarin het ondersteunen van mensen in armoede mogelijk wordt, maar het blijft moeilijk te bevatten dat men vanuit een assemblee enige steen zou kunnen verleggen. Dat gebeurt op een ander terrein, waarbij professionele medewerkers van OCMW's die samen met het betreffende bestuur dossiers behandelen en afhandelen. Ik denk dat men begrijpen moet dat deze mensen, professionals heel wat bereiken.

Ook vrijwilligers zetten zich in en toch, soms blijkt het allemaal niet zo gratuit is, dat wil zeggen dat men van de mensen die men helpen wil, dankbaarheid verwacht, zoals de brave dametjes in de negentiende eeuw die aan weldadigheid deden en daarvoor met respect behandeld wilden worden; sommige van die dametjes werden op een zeker moment strijdsters voor vrouwenrechten, net omdat hun liefdadigheid niet tot oplossingen kon leiden. Een aantal vrijwilligers bij voedselbanken bleek gedegouteerd omdat enkele mensen groenten opzij schoven. Ik weet niet of die preien echt niet meer eetbaar waren, ik weet ook niet of een voedselbank een goede oplossing biedt voor mensen in armoede. Men zou terug kunnen keren naar de kleine dorpswinkel, waar men kan kiezen voor een kleine hoeveelheid in plaats van altijd met voorverpakte hoeveelheden groenten aan te kopen, waarna men wel eens een deel moet weggooien.

Ik denk dat men goed moet bekijken wat er in de aanbieding is. De vele organisaties, door de overheid zelf opgezet en in stand gehouden, die niet studeren over armoede, maar proberen concrete mensen bij te staan en vooral aan te zetten zelf de schouders eronder te zetten, zien we niet altijd op het voorplan komen. Eenvoudig is hun taak niet, want niemand heeft alle succesfactoren in de hand, noch alle verantwoordelijkheden voor problemen die men zichzelf op de hals haalde onder controle, want soms zien we niet alles en blijven we hopen dat het dubbeltje aan de goede kant zal vallen. Mensen willen graag geloven dat ze rationeel handelen, maar wat voor de buitenstaander evident irrationeel is, kan voor de betrokkene gerationaliseerd worden.

De zoektocht naar het goede leven vormt in het debat over armoede nooit een issue, omdat men gelooft dat het allemaal aan het ontbreken van een job ligt, niet aan perspectieven en het accepteren van omstandigheden. Als men het een onrecht vindt dat anderen meer hebben dan jijzelf, dan kan je eeuwig boos blijven, maar je kan ook bedenken dat je op dat succes geen vat hebt. Nu toonde de VRT een programma waarin een bekende figuur, ene Tom Waes, aan kinderen (zestienjarigen) uitlegde wat de waarde van Geld is. Geld met een kapitaal, want de man, die zelf niet echt succesvol was in het onderwijs, vond dat hijzelf ook niet abusievelijk welstellend is. Maar voor zover ik het zag - ik kon de uitzending niet helemaal uitkijken - maakte hij er geen begin mee uit te leggen dat goed presteren op school toch wel betekenis kan hebben. Maar er is meer dat vragen oproept, want ten gronde kan men de situatie van de eigen ouders ook niet altijd goed inschatten. Soms begrijpen kinderen dat ze hun wensen wat moeten temperen en zich nog meer inspannen. In verband met migratie, kan men toch niet beweren dat elk verhaal van integraal manifest fout afloopt. Maar het zijn dan wel ouders én kinderen, schoolgaande jeugd die de inspanningen leveren, vaak tegen de adviezen van LBC's in.

De discussie over armoede in Vlaanderen moet men ernstig nemen, maar tegelijk blijft het bizar dat sociale partijen die gedurende jaren mee het beleid hebben vorm gegeven, nu komen klagen dat de cijfers voor het jaar 2014 niet goed zouden zijn, want dat zou betekenen dat hun beleid niet adequaat is gebleken. Het is en blijft een vergissing, want men kan in Vlaanderen inderdaad vaststellen dat het algemene welvaartspeil sinds WO II maar ook sinds 1974, het jaar van de eerste petroleumschok heel erg gestegen en is en men kan best accepteren dat de armoede terug gedrongen werd en dat hierbij personeel die onmiddellijk met mensen in armoede te maken hebben vaak heel wat bereikten en toch ook met mislukkingen te maken hebben. Het beleid van bovenaf moet die aanpak ondersteunen, niet proberen zelf de wetgeving dicht te timmeren.

Bekijken we het hele aanbod aan mogelijkheden, dan valt het zelfs niet altijd goed begrijpen dat sommige mensen er niet (tijdig) toegang toe krijgen. Het verlies van domicilie kan hierbij pijnlijk uitpakken, want dan kan men op vele voorzieningen geen beroep meer doen. Die voorwaarde is best begrijpelijk, maar maakt het voor daklozen des te moeilijker om opnieuw een eigen stek te verwerven en wat greep te krijgen op het eigen leven. Hier zou men vanwege de luid ronkende politici wel een zekere bescheidenheid mogen verwachten en begrip voor het feit dat het alleen de nabije mensen, ambtenaren en vrijwilligers zijn, die erin slagen hun cliënten weer moed te geven de draad op te pakken en tegelijk de verwachtingen te temperen, zodat niet zo gauw afhaken.

De overheid, dus ook de verkozen politici hebben wel degelijk een rol te spelen maar tegelijk moeten zij ook hun verwachtingen temperen in die zin dat ze de uitvoerende mensen voldoende ruimte moeten geven, wat in de praktijk ook wel het geval is. Maar men kan moeilijk stellen dat men armoede helemaal uit de wereld zal helpen, gegeven het feit dat we niet altijd kunnen beweren dat iedereen vrij is van zorgen, of dat de omstandigheden altijd optimaal zijn. Bovendien merkt men dat de zorg om armoede te bestrijden vaak een groep gelijkgezinden aan het werk houdt, die graag zeggen dat er altijd risico op armoede bestaat. Nog eens, wie zijn of haar bedrijf verliest, door eigen fout en door toedoen van derden, kan heel veel meer verliezen. Of wie geen plaats vindt op de arbeidsmarkt, kan men dat altijd volkomen aan hem of haar toeschrijven? Omstandigheden zijn wat ze zijn en het lukt niet altijd mensen tijdig uit de maalstroom te halen en te vermijden dat ze helemaal tussen de raderen fijn gemalen worden.

Toch denk ik dat men nogal gemakkelijk bepaalde criteria ziet om armoede te voorspellen, zoals alleenstaande ouders met kinderen. Vooral de sociale status van de moeder lijkt dan doorslaggevend. Een diploma is dan een goede garantie. Kijkt men om zich heen, dan ziet men juist vrouwen in een precaire sociaaleconomische positie hun kinderen extra ondersteuning geven. Of je moet helpen met het huiswerk? Ik denk het niet, wel moet je ze aanmoedigen hun huiswerk te maken en plezier te krijgen in het leren.  Men kan wel correlaties zien, maar mensen vooraf afschrijven, omdat ze geen diploma haalden, lijkt mij een verregaand vooroordeel, want men kan niet altijd alle data verzamelen en bovendien kunnen mensen hun situatie ook in alle stilte verbeteren.

Het klopt dat men aandachtig wezen moet als het over armoede gaat, maar tegelijk dient men ook na te denken hoe men de bestaande instrumenten zomaar overhoop zal gooien omdat ze niet voldoen, zouden voldoen. Men heeft de afgelopen jaren, sinds het einde van de twintigste eeuw een hoop doelen, millenniumdoelen gesteld en wil die voortdurend grondig evalueren. Maar dat men mensen in armoede moet helpen is iets anders dan armoede uit Vlaanderen halen. Dat laatste zal maar in beperkte mate lukken en dat heeft niets met cynisme te maken, wel met het begrip voor het onverwachte en onvoorspelbare. Dan mensen bijstaan, zoals gebeurt, is belangrijker dan mensen betalen om de armoede te bestuderen. Of nog, er bestaan structurele instrumenten om de armoede te bestrijden en die werken. Maar het is ethisch niet geheel zuiver op de graat de armoede helemaal te willen uitroeien. De toestroom van mensen op de vlucht voor oorlog, dictatuur en foltering, hebben tijd nodig om iets op te bouwen en/of zich voor te bereiden op een terugkeer naar het land van herkomst. Zal men hen dan zomaar in dezelfde lade stoppen als bijvoorbeeld de mensen die via volgmigratie hierheen komen of bewust illegaal naar Europa komen?

Het is goed zich rekenschap te geven van het feit dat niet iedereen het even goed heeft in onze samenleving en waar mogelijk zal men bijstand verlenen. De overheid beschikt over tal van instrumenten en die werken goed, dat wil zeggen, dat men eens zou moeten nagaan hoelang mensen beroep moeten doen op het OCMW, want dat blijkt niet altijd duidelijk en ook wie onvatbaar blijkt voor die bijstand, want dan moet men andere middelen inzetten en hen niet a priori uitsluiten. Nog eens, niemand weet a priori dat hij of zij nooit verregaande ondersteuning nodig zal hebben, maar tegelijk weten we dat niemand graag in die situatie belandt. Echter, van "de armoede" een blijvend issue maken, kan ook betekenen dat men liever armen heeft dan hen te helpen aan de armoede te ontkomen.

Bart Haers



Reacties

Populaire berichten