Politici en het goede, dwalen kan


Brief



over de terughoudendheid

van de prins


Brugge, 31 januari 2017


Lectori salutem,


Aan de vooravond van WO II in 1939 kon nog
een schip uit Hamburg afvaren, de SS Saint-Louis,
met aan boord mensen die in Duitsland niet langer
gewenst waren, voor het overgrote deel joodse
mensen. Zij wilden via Cuba een inreisvisum
verkrijgen voor de VS, maar dat werd niet
toegestaan. 
Wat moet een verkozen leider doen opdat men zijn of haar handelingen later als waardevol zal beschouwen? Nu we (alweer) een hyperkinetische politicus zien verschijnen en dan nog op de machtigste troon van het wereldtoneel, komt de vraag wel degelijk aan de orde. Waarom zou een goed georganiseerde samenleving met uitgebreide wet- en regelgeving, met een ambtelijk apparaat dat adequaat kan uitvoeren wat is opgedragen door de politici, in principe de uitvoerende macht, niet impliceren dat precies de uitvoerende macht niet al te veel dadendrang aan de dag hoeft te leggen?

Dus zou men van politici kunnen verwachten dat ze al dik tevreden zijn als alles goed functioneert, burgers tevreden over het bestuur lustig en naar hartenlust hun ding doen, wetende dat hun leven en have en goed veilig is voor willekeur van de overheid en snode plannen van derden. Indien nodig zal men via de rechtbank mogelijke inbreuken of misdaden laten beoordelen. Het recht veroordeelt in principe daden, geen mensen, maar mensen moeten indien nodig wel boeten voor wat ze hebben uitgevreten en zeker bij levensdelicten zal men zowel gestrengheid betrachten, verwacht iedereen, als proberen een strafuitvoering te bedenken die mensen opnieuw tot de samenleving kan toelaten. Daar is niets soft aan, maar tegelijk willen we vooral een retributieve strafuitvoering, waardoor we de indruk krijgen dat de daad vergolden wordt, maar de toekomst niet veiliger wordt. Op zoek naar humane rechtspraak heeft men reeds aan het einde van de negentiende eeuw strafvermindering bespreekbaar gemaakt en in sommige landen ook uitvoering gegeven, maar sinds de jaren 1980 is de roep om straffe straffen alleen maar toegenomen, zonder dat we goed weten waar het op berust.

Er zijn wel verklaringen denkbaar, waarde lezer, maar die vinden we niet zo aangenaam, omdat ze ons een spiegel voorhoudt: we zijn banger dan ooit dat er iets mis kan gaan met onszelf of onze naasten. Tegelijk geloven we stellig dat we zelf nooit in het beklaagdenbankje zullen zitten. Ofwel zijn we zo slim dat we nooit betrapt worden ofwel zijn we zo sluw dat we nooit van geweld of list beschuldigd zullen worden. Toch kan de rechtspleging de vraag niet tijdig invullen, ook al omdat men vaak zaken traineert met allerlei rechtmatige middelen. Maar doorgaans komt er een besluit in de vorm van een vonnis of arrest dat de partijen voldoende aan hun wensen tegemoet vinden komen. Wel leeft de idee dat het justitiële apparaat totaal niet meer zou beantwoorden aan de vragen van de tijd, wat een overdrijving moet heten.

Bovendien vergeet men ook nog eens dat we moeten vaststellen dat onze vraag om rust in de straten zover doorgetrokken wordt, dat vooral onschuldige grappenmakers er niet zonder GAS van afkomen, terwijl wie met zijn of haar auto eens door een stille wijk schuurt nergens van zal horen. Het lijkt erop dat we de goede maat uit het oog verloren zijn. Of beter, dat we in discussies over macht, gezag, samen leven en samenleving in een slingerbeweging terecht zijn gekomen, waarbij wat het ene moment algemeen aanvaard lijkt het volgende moment alweer achterhaald en fout blijkt.

Hoe dat gaat, blijft altijd nogal wonderlijk, want als we goed toekijken, dan zien we dat het verhaal van de hyperdiverse samenleving de afgelopen decennia niet echt door het publiek werd gevolgd, maar door projecten als Erasmus, maar ook door de toename van intercontinentale huwelijken, blijken steeds meer mensen wel te aanvaarden dat de liefde blind kan zijn. We aanvaarden dat er in een familie mensen komen die met onze opvattingen niet vertrouwd zouden zijn, maar de werkelijkheid lijkt complexer en bovendien tot denken aan te zetten: zouden die "vreemde" mensen echt zo opkijken van onze waarden en normen, als xenofobe stemmen willen doen geloven?

Een pas aantredend president, zelf kleinzoon van een migrant, een Beier, meent dat men de samenleving moet beschermen en wil daarom mensen de toegang tot het grondgebied van de VS verbieden. Nu is dat niet voor het eerst het geval, want al aan het einde van de negentiende eeuw wilde men gevaarlijke immigranten en mensen met een of andere ziekte terugsturen. Ook aan het einde van de jaren '30 ziet men dat de VS weinig bereid zijn nog meer vluchtelingen uit Europa op te nemen, doorgaans joodse mensen en Duitsers die in conflict leven met het regime van Hitler. Het wedervaren van de SS Saint-Louis is weinig bekend. Het ging om een schip dat in 1939 uit Hamburg naar Cuba vertrok, maar het diende ten einde raad uiteindelijk naar Europa terug te keren. Eén derde van de opvarenden die in België, Nederland, Frankrijk en het UK werden opgevangen, onder meer in kamp Westerbork, waar later het doorgangskamp van de bezetter in het kader van de Endlösung gevestigd werd, overleefden WO II niet.

Het feit ook dat na 7 december 1941 Japanners werden opgepakt, na het uitvaardigen van een presidentieel decreet, kan men maar beter in gedachten houden, want het blijft cruciaal te weten dat overheden om allerlei redenen wel degelijk de grondwet en bestaande wetgeving terzijde kunnen schuiven en zelfs zeer geachte politici als FDR kunnen zich op dergelijke vergissingen laten betrappen. De Japanse bevolking in Californië was vrij goed geïntegreerd en al zal er wel een enkeling loyauteit aan de Keizer hebben betracht, het was zeker, voor zover men naderhand heeft moeten vaststellen, waren niet al die Jappen echt bereid tegen de belangen van de VS te handelen. Overigens, ook de Fransen hebben hun erfzonde, want waren ze al niet bereid die emigranten uit Duitsland veel steun te verlenen, dan werden die emigrés in september 1939 opgepakt en in kampen opgesloten, zoals ook Hannah Arendt het beleefde, die in mei 1940 als gevolg van de chaos wist te ontkomen, op eigen houtje terug keerde uit Gurs, Pyreneeën, naar Parijs, waar ze haar echtgenoot aantrof, eerder per toeval om dan met een groep via de Pyreneeën naar Spanje te trekken. Daar pleegde in Portbou Walter Benjamin zelfmoord.

Men kan tegen deze misstanden door toedoen van het hoogste gezag inbrengen dat de overheid wel iets moest ondernemen, om de bevolking niet de indruk te geven dat ze in de steek gelaten werd. Het neemt niet weg dat tegelijk moeten onderkennen dat na de oorlog zowel in de VS als in Frankrijk weinig gedaan werd om deze bevelen van hogerhand in herinnering te houden. Liever kon men dat alles vergeten.

De conclusie moet dus zijn dat in uitzonderlijke omstandigheden de hoogste instanties kunnen dwalen - merk op dat ook de Belgische Procureur-generaal Ganshof Vandermeersch in opdracht van de regering lijsten liet opstellen van verdachte personen en daarbij werd Joris Van Severen (1894 -1940)   opgepakt en in Abbeville domweg neergeschoten zonder enige bijzondere opdracht, gewoon in een dronken bui. Hij was wel een autoritaire politiek ingesteld, maar had de groot-Nederlandse gedachte achter zich gelaten en was zich gaan richten op een sterker België. Collaboratie? Daar had hij zich niet aan kunnen bezondigen, toch? Maar nog eens, het gaat hier om uitzonderingstoestanden, niet om courant beleid.

Dat is wat we nu evenwel al enige tijd merken, dat overheden steeds meer en steeds vaker de uitzonderingstoestand inroepen en bovendien zowat iedereen schuldig achten zonder enig bewijs daarvoor. Dat is zorgwekkend, omdat de basis van het recht sinds de 12de eeuw gevat is in de bekende term "Habeas corpus". Tijdens de zeventiende eeuw werd in het Britse parlement en in de strijd met d vorst dit beginsel afgedwongen. Het gaat erom dat men het lichaam moet hebben om van een misdrijf te spreken en vervolgens kan men zien dat de overheid niet zomaar burgers ter verantwoording mag roepen zonder gegronde redenen. Het gaat dus om de vraag hoeveel willekeur een overheid aan de dag mag leggen. Voor sommige mensen, van eerder reactionaire gezindte, was en is het probleem dat op die manier bepaalde misstanden niet tijdig opgelost raken, waarbij zij vooral het behoud, het status quo voor ogen hebben staan. Links zal met het habeas corpus of daarvan afgeleide inzichten ook de nodige moeite hebben, omdat zo de regering te weinig greep kan krijgen op de samenleving. Revolutionaire regimes rekenen graag af met dergelijke beschermende maatregelen. Bescherming bieden aan burgers tegen onterechte aantijgingen, dat lijkt ook vandaag voor politici een lastige kwestie. Toch is het duidelijk dat men zonder die regel in de zuiverste dictatuur zal belanden.

We moeten dus besluiten dat iemand het betreden van het nationale grondgebied niet zomaar kan verbieden, al weten we ook dat in geval van de exodus uit Syrië  de toepassing van de Conventie van Genève een grote belasting opleverde voor Griekenland en de Balkanlanden opleverde, maar het blijft intussen wel zo dat mensen voor oorlogsgeweld nu eenmaal op de vlucht gaan. Open grenzen garanderen en de rechten van particulieren op eigendom verzekeren, het blijft een belangrijke voorwaarde voor de toekomst van een land. De Republiek der Verenigde Provinciën was tijdens het Ancien Régime, zeventiende en achttiende eeuw een gastvrij land, zowel voor arme drommels die er aanmonsterden bij de VOC of in de scheepswerven en geschutsgieterijen gingen werken als voor intellectuelen als Descartes en Voltaire, die beide in de Republiek onderdak vonden; beiden hebben op hun manier de bestaande orde der dingen niet enkel in vraag gesteld, maar ook mensen de kans gegeven te ontkomen aan al te dwingende denkkaders.

Vandaag lijken we meer dan tijdens de Golden Sixties opnieuw verzeild te geraken in beknellende denkkaders, waarbij we denken de strijd te moeten voeren tegen het kwade. Het bevreemdt me zeer dat mensen dezer dagen nog in ernst kunnen aannemen dat zij zo zeker kunnen zeggen wat het goede is en dus ook welk kwaad zij moeten bestrijden. Er bestaat kwaad, mensen kunnen elkaar veel kwaad toebrengen, kunnen proberen elkaar te vernietigen, maar dat kan men alleen als zodanig aanpakken en niet in naam van "Het Goede", want wat goed is, wat heilzaam is, kan niemand alleen voor zichzelf inroepen.

De strijd van het goede tegen het kwade is een oeroude religieuze beweging, die we graag als belachelijk afdoen, maar onder meer de klassieke western droeg die boodschap uit: er is een strijd gaande tussen goed en kwaad en wij moeten strijden aan de zijde van het goede. Bij de Manicheeërs was die strijd er niet een die wij voeren, maar waar wij de speelbal van zijn. In de visie van de raadgevers van Donald Trump is dat natuurlijk onmogelijk te vatten: wij moeten zelf voor het goede strijden. Wie zou het anders kunnen beweren, waarbij we moeten bedenken dat ook uitmuntende politici zich aan foute ingrepen kunnen bezondigen, terwille van het algemeen belang? Daar zit de totalitaire verleiding verborgen, waar we niet afdoende oog voor hebben. Discussies over het algemeen welbevinden vormen de basis van de democratische samenleving.

Daarom moeten we ons heftig verzetten tegen wie zich op de zekerheid beroept aan het goede te willen bijdragen, want men kan dwalen waar het gaat om het juiste te doen, omdat men niet altijd voldoende zicht heeft op wat er gaande is, zeker kan men nooit zomaar bij individuen alles aan het licht brengen. Ik denk dat het van belang is te begrijpen dat politici hun beste mogelijkheden in het geding brengen, maar dat in een open samenleving er redenen zijn om die inzichten ter verantwoording te brengen. Democratische samenlevingen erkennen de moeilijkheid van de onzekerheid en weten daarmee om te gaan. De vierde macht legt niet altijd die omzichtigheid aan de dag en kan zich evengoed vergissen. Als men dezer dagen meent dat die vierde macht zich boven de verantwoording verheven achten, dan zal men ook onderkennen dat men inderdaad kan laten weten wat niet juist is dat voorgesteld wordt.

Tot slot moeten we elkaar in de ogen durven kijken en weten dat we erbij zijn, als politici bewust fout beleid voeren, onbehoorlijk bestuur faciliteren. Elke ambtseed betreft het naleven van de grondwet en de wetten, die men al dan niet kan wijzigen, maar trouw aan de grondwet is in een democratie het minimum dat men kan vergen van zowel van de uitvoerende als van de wetgevende macht, maar ook van de rechterlijke macht. Er is ruimte voor interpretatie, zeer zeker en soms is het maar goed ook. Want bij gewijzigde  omstandigheden kunnen de wetten ontoereikend blijken om met nieuwe problemen om te gaan.

vale

Bart Haers





Reacties

Populaire berichten