Johannespassie als opmaat



Kleinbeeld


Bach, lente en passie
Gedachten over kunst en het genoegen van het luisteren


Johann Sebastian Bach, maar ik vond
niet gek veel info over deze afbeelding. 
Naar aanleiding van concert van het koor Jardindesvoix te Gent op 26 maart.

Waarom doen overheidsinstanties zo pathetisch over onze mobiliteit? Is het niet goed gebruik dat we mogen gaan en staan waar we willen, in principe dus? Neen, men wil het autogebruik beperken want te lawaaierig, te stinkend en hinderlijk. Maar hoe, vraagt een redelijk mens zich af, zal men nog al die activiteiten kunnen ondernemen, als de auto uit de steden geweerd wordt. Zal men nog een kwartet of een amateurconsort, een koor kunnen vormen, als al die mensen die niet bij elkaar wonen ergens heen moeten om te repeteren? In 1860 voerde men de stadstollen af, nu legt men er nieuwe op. Wie of wat zal de prijs zijn?

Naar Gent rijden was ooit een fluitje van een cent, je kwam er vanzelf en je kon overal naartoe. goed, men heeft het Sint-Baafsplein parkeervrij gemaakt, lang geleden al, men heeft (dure) parkeergarages gebouwd, die nooit voldoende plaatsen in de aanbieding hebben en geleidelijk werd de auto gebannen. De baanwinkels schoten uit de grond, maar nu blijken, als gevolg van langdurige wegeniswerken winkelstraten leeg te bloeden. Het goede leven in de stad mogelijk maken, daar moeten we achter staan, maar er is ergens een kantelpunt, waar het nagenoeg ondoenbaar is nog naar de stad te komen. Maar op zondag 26 maart viel het mee, dat wil zeggen, ik parkeerde m'n karretje op een paar km van de Sint-Pauluskerk, achter het befaamde instituut voor meisjes, Sint-Pieters (vroeger toch). Mooi weer, een brede laan waar nauwelijks een auto te bespeuren was die reed, wat wil een mens meer en het werd een mooie wandeling.

De avond begon vroeg, maar eenmaal een plaatsje gevonden, begon het wachten op de eerste noten van de Johannespassie. Ik heb werk al eens gehoord, life, maar toch blijft  altijd een andere beleving dan de meer bekende Matthaeus-passie, veel beknopter en ook muzikaal meer gericht op het uitdrukken van het gebeuren. De Johannespassie werd geschreven in 1724 maar er volgden ook later nog versies, tot in het jaar voor zijn dood maar die versie werd niet meer afgewerkt.

Terwijl we wachtten op de intrede van het koor en de solozangers, van de dirigent ook, keek ik nog eens rond in deze kerk, gebouwd tussen 1930 en 1936, wetende dat dit gebouw, de school en de straten en lanen rondom behoren tot een belangrijke episode in de urbanisatie van Gent en omgeving. Is het een mooi gebouw? Dat valt te bezien, maar het is wel historiserend bedoeld, want de romaanse stijlkenmerken laten onverlet dat er toch veel licht binnenvalt, vooral in het koor. Men kan lezen dat het gebouw binnenin eclectisch is ingericht, met vele neostijlelementen. Toch kon ik mij op dat moment inbeelden - zoals bij vorige gelegenheden dat ik muziek kwam beluisteren - dat de kerk bijna onmiddellijk een patina moet hebben gehad en niet als nieuw werd ervaren.

Dan begon, na een interessante uitleg over de Johannespassie het werk met een koor waarin de heersende Zoon werd gepresenteerd, maar ook zijn lijden werd voorzegd. Door de herhaling, licht variërend op het thema komt de toehoorder, heet het, in de sfeer van het stuk. Dit oratorium dat voor een beperkte bezetting is opgevat, laat horen hoe men in die tijd het passieverhaal moet hebben ervaren en dan komt er telkens weer een gevoel op, dat niet zozeer met de passie zelf te maken heeft, maar dat de esthetische ervaring eerder plaatst in het licht van de beginnende lente. Hoe dat kan weet ik niet, want dat Jezus moet lijden, staat buiten kijf, maar het is alsof de triomf over de dood er al in vervat zijn. Want het stuk eindigt met de graflegging, maar de toehoorder weet, zoals de componist, zoals elke christen mens dat met de graflegging het verhaal wel afloopt op Goede Vrijdag, maar na Stille Zaterdag komt dan Pasen, de mare van de verrijzenis.

Kan het zijn dat Bach zelf met deze Johannespassie en in het licht van het Johannesevangelie zelf die passage bij de hogepriesters en bij Pilatus wilde belichten vanuit de idee dat zij, de Joden, van geen heiland wilden weten. Men heeft, bedacht ik luisterend, hierbij de positie van de joodse samenleving altijd gezien als de daders van de kruisiging, maar ten eerste, zingt de evangelist telkens dat het zo voorschreven of voorzegd was, dat het zou gebeuren. Maar luisterend naar de muziek en met een inwendige enscenering bedacht ik mij dat dit nu juist de tragiek was: het Jezus/heilandverhaal kon alleen in een Joodse context gedacht worden en beleefd, want de referenties aan profetieën zijn legio en ook de gedachte aan een heiland stond daarbij lange tijd centraal. Alleen was er een immens verschil tussen wat Christus uiteindelijk te berde bracht, de boodschap van naastenliefde, al pakt dat minder zoetsappig uit dan het make love van John Lennon, en wat Joden toen verwachtten van een Heiland, want ze wilden een legerleider, een voorganger van Ben Gurion die de Romeinen eruit zou gooien. Het had dus weinig zin, zoals men in de negentiende opnieuw ging beklemtonen dat de Joden de christusmoordenaars waren, want zonder Joodse cultuur en samenleving, zonder Joods geloof in die ene God was er ook geen Christus geweest en dus ook geen Christelijke cultuur. Net toen joodse mensen in Duitsland zich assimileerden en tot ergernis van iemand als Wagner tot de voorhoede in wetenschappen en cultuur, ook tot de economische bovenlaag gingen behoren, werd het antisemitisme sterker. Nu moet men toch ook niet vergeten dat dames uit die elite, zoals dr. Alette Jacobs en Hannah Arendt niet veel ophadden met de orthodoxe joden, zeker niet met de weinig gecultiveerde mensen uit Oekraïne, want dat was toch een ander slag mensen. Dat was dus gewoon sociaal gegeven, dat neerkijken op de gewone mensen, de arme sloebers vooral.

Bach schreef dus muziek bij de scènes en zet in de verf hoe Pilatus geen kwaad ziet in die man, Jezus dus. Maar de muziek verzorgt ook ons gemoed en laat zien hoe mensen die Jezus volgen willen, die in hem hun leider willen zien, die hem de grootste onder de vorsten noemen. Maar er is nog een andere aria mogelijk, die het overdenken, het beschouwen verklanken. Waar het koor opereert als het Griekse koor, doorgaans commentaar gevend bij de recitatieven, komt het ook soms tussen in de actie als de kring van hogepriesters en farizeeën, maar ook knechten, roepend, enfin, niet liefelijk kwelend dat Barrabas vrij moet en Jezus gekruisigd, zodat uiteindelijk de kruisiging plaats heeft.

Is het in dit oratorium niet allemaal schematisch uitgewerkt, dan wellicht omdat in de Matthaeuspassie nu net die passages veel rijker zijn uitgewerkt, maar de tragische keuze van de Hogepriesters om hem door de Romeinen te laten executeren, komt er des heviger door naar voor. Men kan zich afvragen of Bach niet van een grapje hield, of beter, Johannes, want als Pilatus een bord maakt om boven het kruis te hangen met de boodschap "Jezus Christus de koning der Joden", in het Hebreeuws, Grieks en Latijn: INRI. Maar de joden vonden dat dit niet kon en dat er zou moeten staan dat hij, Jezus gezegd had: "Ik ben de Koning der Joden". Pilatus zegt dan: wat ik geschreven, heb ik geschreven en daar konden zij het dan weer mee doen. In discussies heb ik het argument al eens eerder horen opduiken, maar omdat we die teksten niet meer lezen, zien we er de suggestieve kracht niet meer van.

Wat ik geschreven heb, heb ik geschreven! Het is de ultieme blijk van standvastigheid, koppigheid ook. Pilatus wist overigens dat die hogepriesters hem een rol opdrongen waar geen goeds aan te vinden was, want zij gebruikten hem, de landvoogd om hun vuile zaakje op te lossen en zelf vrij van schuld verder te kunnen doen. Zo zingt het koor in de discussie met Pilatus dat ze geen andere koning dan de keizer hebben en intussen overwegen ze om in opstand te komen.

Maar in wezen kan men ook dit niet exclusief aan Joden toeschrijven, dat opportunisem, want het blijkt veeleer goed gebruik te zijn dat mensen bij het bikkelen om de macht de meest vuige arglist niet uit de weg gaan. In de mate werd het geheel van verhalen die we in de Bijbel aantreffen, ook de niet canonieke boeken en de apocriefe verhalen, het verhaal van mensen kan heten, waarbij de eigenheid van de monotheïstische benadering erin lijkt te bestaan dat de godheid juist verder van de mens is komen te staan dan de klassieke goden uit het pantheon. Anderzijds zien we in het oude testament vaak wel verdraaiingen van wat er reëel is gebeurd, om zich dat verhaal van het uitverkoren volk te kunnen blijven aanpraten.

Bach werd na zijn overlijden in 1750 algauw vergeten, behalve daar waar men hem kennen moest, zoals blijkt uit de biografieën van Mozart en Beethoven, want zij bestudeerden zijn vindingen op het vlak van Fuga en contrapunt en refereerden er ook in hun composities aan. Het was Felix Mendelsohn, kleinzoon van de Berlijnse filosoof Mozes Mendelsohn die Bach opnieuw in de concertzalen bracht en zijn werk, De Matthaeuspassie opvoerde in 1829. Wij, het deel van de samenleving die iets met klassieke muziek heeft of anders met Oude muziek, dragen ertoe bij dat men telkens weer die geconsacreerde muziek ten gehore brengt en we kunnen ons gelukkig prijzen dat er nog ensembles zijn die dit met genoegen doen, maar zoals het in de actuele muziekproductie het geval is, ik heb het dan over de pop, rock en andere populaire genres, was het in die tijd van Bach, Beethoven en Mendelsohn wel zo dat er altijd weer nieuw werk diende te komen. Gustav Mahler en ook Pierre Boulez stonden ook in die traditie van componeren en dirigeren.  

Ik vraag me wel eens af of we er ons rekenschap van geven hoeveel muziekkapellen er wel niet waren en dus mensen die min of meer van hun muziek konden leven. Ook de familie Bach was volledig betrokken bij die muziekcultuur en dat betekende dus zowel uitvoerend kunstenaar zijn als zelf ook composities maken. Dat betekent dan ook dat er brood in zat en als men goed was, een goed belegde boterham.

Dat er dus mensen zijn die de muziek willen spelen, koren die willen repeteren, als professionals maar ook als amateurs moet ons dan ook verbazen, want het is en blijft zeer oneigentijdse muziek, die de tand des tijds doorstaan heeft. Maar juist zo een uitvoering bijwonen, waar dirigent, ensemble en koor, om de solisten niet te vergeten, het beste vab zichzelf geven en meer dan tevreden als het weer eens is volbracht, brengt wel iets van vreugde mee, ook al gaat het over het dieptepunt, de kruisiging, dood en graflegging van de messias. Het gaat er ook over, zoals de alt zingt, dat men kon zeggen: "het is volbracht" en dat willen we vandaag misschien niet meer zo gemakkelijk aanvaarden. Daarna volgt een andere aria, waarin de bas met het koor een andere gedachte laat horen, die er kort gezegd op neer komt: dood, waar is uw angel? Geen doodsnood meer, de kans om zonder te lijden te sterven en het hemelrijk te beërven, maar dat lijkt ons wat veel gevraagd. Leven en sterven? Geboren worden en sterven, het waren zaken die we niet in de hand hadden, behalve dan als een levende wegens begane wandaden verbannen werd of gedood op bevel van de rechter. Vandaag hebben we het leven meer dan ooit in handen en het roept vragen op.

Neen, Bach zal geen antwoorden geven op onze vragen, hoe goed te leven, behalve dan dat hij de slagen van het lot, het overlijden van zijn eerste vrouw, van kinderen hem niet gespaard is gebleven, maar nog eens, daar had men geen greep op. Vandaag mogen we oud worden, sommige mensen zeer oud, zoals de pianiste Alicja Herz-Sommer, die 110 werd en ook van de muziek leefde, via de muziek leefde en de vreugde ervan in de donkerste omstandigheden van Theresiënstadt kon delen. Luisterend naar de Johannespassie ervoer ik opnieuw hoe muziek ons toelaat een tweede gelegenheid te baat te nemen om iets te bekijken, ervaren. De muziek ervaren is onmiddellijk, zonder versterking, zonder kunstgrepen, behalve dan natuurlijk de beheersing van de stem en van de instrumenten. Maar terwijl we luisteren, terwijl we horen hoe in een aria een thema vele malen herhaald wordt en ik kan mij vergissen, maar het lijkt geen letterlijke herhaling, maar lichtjes gewijzigde hernemingen, komen de gedachten tot rust.

Ik bedacht mij, wandelend door de zonovergoten laan, dat die muziek vergt dat we in stilte luisteren, want het zou geenszins een ervaring zijn als ik had, indien er om het orkest en het koor heen mensen hadden staan praten en lachen? Vraag is dan of Bach zijn stukken ook in de muziek  gewijde stilte ten gehore kon brengen.

Bart Haers



Reacties

Populaire berichten