Verdienmodel voedingsindustrie en dierenwelzijn




Dezer Dagen



Welzijn en dierenwelzijn
Slopende contradicties




Een ouderwetse stal met een zeug en tien of
vijftien jongen is niet maar van de tijd. 
Een bericht over geheime opnames in een slachterij waar varkens voor een grootwarenhuisbedrijf worden geslacht en verwerkt, zodat wij lekkere worstjes, bloedworst en wat al niet meer in de koelbakken vinden, brengt de minister van dierenwelzijn ertoe het bedrijf de vergunning te ontnemen. De varkens zouden onmenselijk behandeld zijn geworden voor ze geslacht worden. Tja, het moet allemaal snel gaan, industrieel en de ambachtelijke slacht is ten ene male verboden. Misschien toch even een en ander opnieuw overwegen?

Ik heb het niet zo vaak meer gezien, maar een keer herinner ik wel: er zou op een boerderij waar we vaak mochten gaan spelen een varken geslacht worden en door een stommiteit werd ik door de kettinghond gebeten. Het moment dat het varken gekeeld werd, heb ik niet gezien, wel gehoord, maar vervolgens werd het dier op een ladder gehangen en vervolgens opengesneden. Ik hield er geen nachtmerrie aan over, want het gebeurde gewoon. Nu we geconfronteerd worden met de praktijken in slachthuizen, betreur ik dat men de oude ambachtelijke methode ergens te lande op een mistige oktoberdag verboden heeft. Er moeten dan natuurlijk nog echte slachters zijn die hun vak kennen en weten hoe ze het allemaal kunnen afhandelen. Want men wilde de hoeveslacht verbieden om problemen met hygiëne en wellicht ook misbruik van hormonen en antibiotica te voorkomen. Maar de slacht in gestandaardiseerde procedures had voor gevolgd dat het vetmesten van dieren ook zeer gestructureerd verliep: zoveel kilo voeder betekent na zoveel tijd een varken van zoveel kg. Dieren liepen ook niet meer buiten en er mocht niets meer mis gaan. Ook werd de greep van geïntegreerde bedrijven die voer leveren en zelf zorgen voor de reproductie van nieuwe slachtdieren volledig op de tekentafel ontwikkeld. Voor de boer was er niet veel lol meer aan en in heel wat gevallen werd de bedrijfsvoering ook uit handen gegeven - ook al omdat de overheid toezicht hield op de bemesting van weiden en akkers. De afgelopen jaren heeft men de productie opnieuw wat diervriendelijker gemaakt door varkens ook te laten uitlopen en is de vleesproductie opnieuw wat diervriendelijker geworden. Maar goed, het slachthuis moet werken en dus moet het vooruit gaan.

Er is nog een element, dat politici zonder meer aanbelangt, dat is de kostprijs, niet hoeveel de boer verdient aan een varken bij levering, wel de prijs van het vlees in de winkel, want hoe lager die is, hoe beter. Hier ontstaat toch ook wel een discrepantie, want de boer moet toch rechtmatig vergoed voor zijn werk. Doch, zoals ik al schreef, vaak blijkt die eerder een werknemer van de integrator dan een echte bedrijfsleider. Veel vrijheid rond de teelt van varkens heeft die immers niet meer. Of het slachthuis in Tielt echt uitzonderlijk dieronvriendelijk met dieren omging, kan ik niet ontkrachten of verifiëren, want ik weet niet hoe die filmpjes gemaakt zijn en waar en wat de bedoeling was, tenzij juist - naar men zegt - kleine onregelmatigheden op te sporen.

Wel is het zo dat we in onze overvloedsamenleving en dito economie, waar men dus eerder kiest voor overproductie en overaanbod, dan voor het aanvaarden van tijdelijke stokbreuken omdat men een voortdurende stroom eenvormige producten wil. Het herinnert aan een gesprek in het stadje Bourg-en-Bresse, waar ik vroeg hoe men die kippen zo gelijk kreeg, maar men toonde mij dat er een variaties van 12 % op het gewicht zat, waarbij men wel probeert die kippen toch zo zwaar mogelijk te krijgen op een zo kort mogelijke tijd. In die tijd, ongeveer 1990 waren er al kwekers die hun kippen net iets langer hielden en dus een groter gewicht per kip kreeg, maar vooral was het gevolg dat de kwaliteit van de bouten en de filet beter was geworden.

Er spelen dus ook in het economische model en zeker het businessmodel vaak meerdere overwegingen mee en soms moet men het punt zoeken waar twee lijnen, twee overwegingen elkaar kruisen. Soms lukt dat ook domweg niet, als het bijvoorbeeld over dierenwelzijn gaat. Sinds de jaren zeventig is er een toenemende aandacht voor dierenwelzijn gegroeid, maar men kan hier niet stellen dat een boer of zelfs een slachter bijzonder wreed zou zijn, alleen moeten ze natuurlijk die dieren transporten en vervolgens slachten, daar helpt geen lievemoederen aan. Het blijft dus moeilijk begrijpelijk te maken dat men de diervriendelijkheid in zo een slachthuis zou gaan opvolgen. Het is de aard van de procedure en tenzij men vegetarisme bij wet zou opleggen, zal dat moeilijk te vermijden zijn, dat er al eens iets mis kan gaan.

Moeten we dan wreedheid toestaan? Dierenrechtenactivisten vinden dat dieren met rust gelaten moeten worden, maar onze cultuur is daar niet op ingesteld. Ook ziet men niet voldoende dat onze samenleving als gevolg van zowel een demografische boom als van vergrijzing snel in omvang is toegenomen, waardoor de vraag naar voeding snel toenam en bovendien was er de randvoorwaarde dat de  productie van voeding zo goedkoop mogelijk zou uitpakken. Nu zegt men mij dat de prijs voor voeding in België de laatste jaren snel is toegenomen als gevolg van allerlei wijzigingen, zoals de prijs van energie en de belastingen op energie, water en nog zoveel meer. Waar zitten de marges in het verdienmodel dan wel?

Want dan vergeten we nog dat landbouwers dezer dagen oog moeten hebben voor wat ze lozen, want er is het mestactieplan en alles wat erop is gevolgd en ook kan men niet om de regelgeving heen die het handelen van boeren bepaalt in de omgeving van natuurgebieden. Wie blind is voor die belasting die rust op de landbouw en dan nog eens de goedkoopste distributieprijzen, wil, zal moeten opmerken dat het verdienmodel voor juist de eerste schakel het moeilijkst te realiseren valt.

Hier helpt de blinde hand, mocht Adam Smith zelf hebben geloofd dat die regulerend werken zou, al helemaal niet, omdat veel niet economisch gestuurde afwegingen het beleid zijn gaan bepalen. Dierenwelzijn bepleiten is nobel, maar als ik op een of andere gelegenheid al die mensen zie genieten van een speenvarken of op een of andere partijdag mensen hesp zie binnensmikkelen, dan vraag ik mij toch af hoe men die grote hoeveelheden kan produceren. Nog eens en het blijft een economische paradox, we rekenen op overvloed, waar vroeger economisch handelen net te maken had met tekorten en het omgaan met schaarste. Alleen in het droomland Cocagne bestond er overvloed. Mensen kunnen ook niet meer zomaar een varkentje houden in de tuin, want ook daar wordt de hand gehouden aan allerlei regels over hygiëne en kwaliteit van het voer, al gaven mensen dan wellicht oud brood en de resten van maaltijden. Soms ook wat extra voer, maar een veearts zal er niet zo gauw omtrent komen.

Het is een afweging die men mij nog niet zolang geleden voorschotelde, want gesteld dat we plots in tijden van schaarste zouden terecht komen, en mensen zouden een varkentje of een schaap weten te verwerven, of meer dan een en zouden die dieren zelf opkweken, maar niet naar het slachthuis brengen, hoe zouden ze die dan slachten en verwerken? De afhankelijkheid van de industrie, zeker de voedselindustrie mag men, zegde men mij, niet onderschatten. Ik dacht spontaan terug aan een artikel over het feit dat kweker en wetenschappers zoetere spruitjes hebben weten te produceren, terwijl de originele smaak best wel goed was, zeker als men er geen spek bij kapte. Het is zoals met witloof dat minder bitter zou zijn geworden en nog een paar van die ingrepen. Waarom? Omdat er clichés aangehouden worden. De lekkere spruitjes, met een kwart nootje muskaat erover heen... daar ging niets boven, met goede aardappelen en vleesbrood van gemengd kalfsgehakt. En dan die vleessaus.

Ik vind dierenactivisme okay, maar men moet het niet te ver drijven. Ik heb de indruk dat de meeste dierenrechtenactivisten nauwelijks vlees eten en dat ze andere mensen een slecht geweten willen aansmeren. Ik eet vlees en met smaak maar besef wel dat die dieren in economisch optimale omstandigheden worden klaargemaakt voor de slacht, waarbij het te betreuren valt dat men niet altijd veel runderen in de weiden ziet en varkens op de boomgaard ziet men ook al niet meer. Maar het verdienmodel van de landbouw laat ons toe geld aan andere zaken te besteden dan aan voeding en dat vergeet onder meer Ben Weyts. Nog eens, men moet  dieren niet dieronvriendelijk behandelen en al helemaal niet wreed, maar men moet de werkelijkheid van het industriële slachthuis niet ontkennen. Wil men daar enigszins aan verhelpen, dan zal men de slacht op de boerderij opnieuw moeten toestaan en dat kan mijns inziens volkomen hygiënisch gerealiseerd worden, met inbegrip van diergeneeskundige keuringen.

Met dat alles komt hier nog iets aan de orde: als een autofabriek de deur sluit, dan weent men op het spreekgestoelte van de Kamer, maar hier juicht men omdat de minister een bedrijf een slachthuis sluit, waar laag betaalde en laag geschoolde werknemers werkzaam zijn. Dat is toch het ergste wat er is, arme mensen hun job afnemen. Of weegt dat op tegen de dierenrechten en hen vrijwaren van wreedheid? 

Bart Haers

Reacties

Populaire berichten