Europees zelfbewustzijn gewenst, superioriteit claimen niet




Dezer dagen



Wat heet superieur?
Herontdekking van het humanisme




Deze man, geboren in Hongarije en later
succesvol beursmakelaar in de USA, wendt
zijn middelen aan om onder meer in
zijn vaderland een vrije
Centraal-Europese Universiteit op te richten
en draaiende te houden. Men zegt dat hij de
vijand is van Orban, maar het is Orban die
zijn bemoeienissen niet lust. 
Een optimistische dame en politica roept dat we in een superieure cultuur leven en dan begin ik toch wel wat te schuiven op mijn stoel. Niet dat ik een volslagen cultuurrelativisme zou bedrijven, maar wel denk ik dat de uitgangspunten en basiswaarden best behartigenswaardig zijn, als we er ons tenminste van bewust zijn dat we voor het verleden veel kunnen kennen, voor actueel handelen, ligt het probleem dat we lang niet altijd weten hoe het nu zou kunnen gaan, ten beste, wel te verstaan.

Het verhaal gaat al langer dat onze cultuur superieur zou wezen en dat heeft niet iedereen voor lief genomen. In vele delen van deze wereld leeft men in een haat-liefdeverhouding met de Westerse modellen. De technologie kan men evenwel niet overnemen zonder de politieke organisatie of de waarden die het persoonlijke leven vorm geven. Het betoog dat dit moet staven zou wellicht de angel uit de spanningen kunnen halen, maar we slagen er niet in om met andere grote structuren, zoals de Islam op grond van goed overleg over onze zogenaamde superieure waarden te spreken. We onderkennen niet de haat die men brandende houdt, al zijn er genoeg mensen die wel degelijk de vrijheden, de vrouwenrechten, het streven naar billijkheid en gelijkheid, rechtvaardigheid die wij kennen werkbaar zouden willen zien in hun landen. Omdat we die haat niet onderkennen, begrijpen we ook niet dat onze hypocrisie, vermomd als pragmatisme en Realpolitik voor hen eerder een rem vormt voor hun emancipatie, omdat hun leiders, zoals Erdogan het op extreme wijze presteert onze cultuur precies weg te zetten als onleefbaar, onbegrijpelijk en irrationeel. Wat moeten we daarmee?

De waarden die sinds de Verlichting geëxpliciteerd werden en die we vaak reduceren tot enkele mantra's, vergen een zeker begrip en de aanvaarding dat we niet altijd zeker weten wat we het beste doen. De bewegingen van afgelopen decennia, aan de ene kant het culturele postmodernisme en aan de andere kant de neiging politieke correctheid te verwerkelijken, hebben het niet eenvoudiger gemaakt. Het verhaal dat we nooit ofte nimmer mensen onheus mogen behandelen, zorgt er wel voor dat we fenomenen niet meer benoemen. De hele discussie over Zwarte Piet, die in mijn heel jonge jaren nu eens een prettig gestoorde acrobaat was en dan weer een angstaanjagende ploert, was een deel van ons verhaal en in de loop van de jaren werd Zwarte Piet een waardige tegenspeler van Sinterklaas. Maar in de discussie zagen we hoe sommige mensen met een cliché op kwamen zetten dat in de beleving achterhaald leek, wat de discussie er ook niet op vooruit hielp. De discussie over de rol van het kolonialisme in de mondiale geschiedenis gaat altijd over uitbuiting en uitgebuit worden, maar het koloniale avontuur begon niet planmatig, kwam met horten en stoten op gang en wat Spanje in de zestiende, zeventiende eeuw presteerde was van een andere orde dan wat de Britten in Afrika deden tijdens de negentiende eeuw, toen Londen de golven beheerste en derhalve de wereld. Er waren Britten die vonden dat Spanje achterop was geraakt onder meer omdat ze niet zo slim waren geweest de driehoekshandel, met als kern het transport van slaven uit Afrika naar de Caraïben en naar het Zuiden van de (latere) VS op te zetten. Uit de Caraïben werd dan suiker en rum, katoen ook naar Patria gebracht en de verkoop liet toe wat geld naar Afrika te brengen en snuisterijen om de slaven te kopen.

Onze waarden hebben inderdaad een universele waarde, maar dan zal men toch meer over de inhoud moeten spreken, eerder dan mantra's herhalen. Gelijkheid is een hoog goed, zeer zeker, maar mensen mogen zich tegelijk ook onderscheiden. Vrijheid is prachtig, maar hoe kunnen we elkaar duidelijk maken hoe we in vrijheid ons leven vorm geven en hoe verhoudt vrijheid zich tot rationaliteit? Wat is rationeel het beste en wanneer botst dat op wat we redelijk vinden?

Mevrouw Rutten vergist zich door superioriteit te claimen, omdat dit voor mensen die hier leven en via hun ouders of grootouders nog verbonden zijn met het land van herkomst, ongeloofwaardig kan overkomen. We bestrijden discriminatie, maar ondersteunen domweg zelfontplooiing oftewel emancipatie onvoldoende, waaraan zowel het onderwijsbeleid als de media schuld hebben. Het gaat erom dat volksverheffing nastreven als oubollig wordt afgedaan, maar het gevolg is wel dat televisie noch radio mensen de kans bieden informatie te verzamelen die toelaat de wereld en de gang der dingen beter te begrijpen. Goede informatie is overigens niet neutraal, maar probeert wel aan te geven wat men zou kunnen begrijpen. Men zal daarbij enige ideologische onderstroom niet gemakkelijk vermijden. Nu denkt men evenwel als men een pseudolinks discours voert dat men objectief zou wezen.

Een cruciaal dispuut dat niet gevoerd of niet meer gevoerd wordt betreft het vermogen tot autonomie van personen en wat dat betekent voor hun handelen in de naaste omgeving en bredere kring. Autonomie is immers een terecht gekoesterd idee, dat helaas de afgelopen jaren niet meer zo vaak te berde wordt gebracht. Maar autonomie kan men niet goed inschatten als men de werking van heteronomie buiten beschouwing laat. Mevrouw Rutten laat als liberaal haast systematisch kansen liggen om vrijheid, zelfbeschikking en autonomie op een zinvolle manier aan te brengen. Autonomie als het over het levenseinde gaat, zelfbeschikking is mooi, net zoals het van belang is dat vrouwen over hun vruchtbaarheid kunnen beschikken - iets wat ethische reactionairen niet zien zitten of kunnen aanvaarden. Autonomie dient evenwel ook alle andere facetten van ons bestaan te beslaan, dus levensgewoonten. Paternalisme is nergens goed voor en dat lijkt mevrouw Rutten helaas te vergeten. Het is de aard van de politiek, die geen oplossing heeft gevonden voor het feit dat politici niet meer noodzakelijk beter weten dan burgers - en het omgekeerde kan men op goede gronden ook beweren. Het gevolg is dat politici bezweren moeten dat ze voor alle problemen een oplossing krijgen en dat zij die in pacht hebben. Onze, deze samenleving is geen mozaïek van problemen alleen.

Als onze cultuur en samenleving in hoge mate een niveau van humanisme bereikt hebben, dan kan men dat zien in het feit dat er weliswaar nog altijd criminaliteit is, maar de zware misdaad lijkt het moeilijker te hebben om eigen wegen te gaan. Maar vooral zien we dat mensen door de band op respectvolle manier met elkaar omgaan, waarbij de uitzonderingen op de regel de vaststelling bevestigen. Er is immers verkeersagressie, helaas, maar hoe vaak komt dat nu wel voor? Moeten we niet eerder vaststellen dat mensen in het verkeer behoorlijk hoffelijk met elkaar omgaan? Moeten we niet vaststellen dat mensen van zeer uiteenlopende opleiding, vorming, oorsprong met elkaar weten om te gaan? Ik zag gisteren nog een meisje met een hoofddoek in Eeklo staan praten met een iet of wat oudere dame die op een ladder achter de haag stond en in het stadsidioom met jonge moslima sprak, de gewoonste zaak van de wereld.

Mag men dan niet stellen dat politieke partijen ertoe neigen problemen, tekortkomingen die er wel eens zijn onterecht politiseren. Zoals ik een stuk schreef over het gebrek aan vertrouwen in onze samenleving, ligt daar net de superioriteit van onze cultuur, dat vrouwen erop kunnen vertrouwen dat mannen hen niet onnodig grof zullen bejegenen, doorgaans ook gewoon respectvol omgaan met hen. Maar het feit dat men nog altijd grof seksisme kan bespeuren is voldoende om het goede te negeren.

Op donderdag 20 april berichtte de krant De Standaard over een onderzoek vanwege Kind en Gezin besteld bij toonaangevende universiteiten over de kwaliteit van de kinderopvang, onthaalmoeders en vonden die onderzoekers toch niet dat de opvang steken liet vallen, al zijn de ouders doorgaans tevreden. Net daar wrong het schoentje: die ouders weten niet wat goede kinderopvang is. Zoals Susan Neiman in haar essay "Morele Helderheid" vaststelde betreffende de attitude van de besluitvormers in het Pentagon, zoals ook Richard Sennett vaststelde in zijn werk over ambachtmanschap, moet men deze houding van de onderzoekers ernstig onderzoeken, want waarom zouden ouders niet weten wat goed is voor hun kinderen. Ouders willen immers wel degelijk het beste voor hun kinderen, maar kinderen moeten zeker op prille leeftijd niet teveel op de weg naar succes gezet worden, omdat ouders door al die specialistische wijsheid vaak ten onrechte onzeker gemaakt worden en zo raakt het moeilijke proces van opvoeden nog meer in een spoor van tekortschieten verzeild. Heeft Paul Verhaeghe in Identiteit niet vastgesteld dat ouders al te gemakkelijk denken dat men kinderen voortdurend moet stimuleren, wat ook niet altijd goed zal uitpakken.

Het voorval van dit onderzoek wekte bij mij argwaan, want hebben die onderzoekers ook een rol als ouder, opvoeder? Of wensten zij, op vraag van Kind en Gezin, de organisatie in Vlaanderen die ouders en vooral jonge moeders bijstaat bij het organiseren van dat nieuwe leven als moeder, in alle objectiviteit alle plussen en minnen op een rij te zetten en kwamen ze tot het besluit dat ouders niet weten dat in de kribbe de verzorgsters te weinig met hun bloedjes zouden spreken. Ook zouden ze te weinig de kinnekes uitdagen? Nou moe, wat moet er dan niet allemaal geoptimaliseerd worden? En ja, wat met kinderdepressie omdat zo een overvraagd wicht of knaapje de weg niet meer ziet, geen tijd meer krijgt om al die indrukken te verwerken zonder angst dat het fout zal gaan.

Zelfbewustzijn kan best nuttig zijn, als men enige zin voor zelfkritiek niet uit het oog verliest. Ik denk niet dat we onszelf weg moeten relativeren laat staan dat we onszelf als zondebokken moeten beschouwen voor alles wat fout gaat in "Het Zuiden". Door allerlei omstandigheden, de geschiedenis dus, heeft Europa sinds de zestiende eeuw een ontwikkeling doorgemaakt die onder meer te maken had met de grote verschillen tussen de rijken en staten in Europa, maar ook door de intellectuele eenheid die zich continueerde onder het eindeloze conflict van godsdienstoorlogen en vorstelijk absolutisme, dat meer streven dan realiteit was. De industriële revolutie heeft vervolgens die voorsprong van Europa verder uitgediept, maar tegelijk kwam men dan tot vormen van oorlogsvoering en in totalitaire staten van onderdrukking die hun weerga in het verleden niet kende. Dus kan men naast een stevige dosis zelfbewustzijn best ook proberen gepaste bescheidenheid aan de dag te leggen. Na WO II hebben we in West-Europa inzake geweldbeheersing, supranationale samenwerking en het delen van soevereiniteit een niveau bereikt waar we best trots op mogen zijn, al lijkt men er nu de empleur niet meer van te zien.

Het blijft merkwaardig hoe men blind is geworden voor de bestaande tegenstellingen of beter, men vindt dat die problematisch zijn en opgelost moeten worden. Leed mag niet meer bestaan maar het feit dat we ongemeen oud mogen worden, brengt nieuwe complexe pathologieën met zich en het wordt moeilijk voor oudere mensen om te leven met wat minder goed gaat. Oud worden is dan geen zegen meer, terwijl men best kan genoegen nemen met de zegeningen, zoals de mogelijkheid te gaan kaarten op maandag in het dorpscafé of rustig wandelend een museum te bezoeken met enkele vrienden, voor elk wat wils. Maar de dorpscafés zijn niet meer rendabel, want er is het rookverbod en mensen durven niet meer een goed glas te heffen als ze nog moeten rijden met de auto. Sociale contacten worden zo moeilijker en de eenzaamheid krijgt alle kansen.

Laten we dus maar eens goed nadenken, mevrouw Rutten of we zoveel moeten regelen voor de mensen, waar die zelf met hun eigen inzichten ook wel toe komen. Vertrouwen in burgers stellen zou pas een uiting vormen van een superieure politieke cultuur. U bent geen Louis XV, mevrouw, of beter, u beseft niet dat die door kwatongen zwart gemaakte vorst mee de Verlichting in Frankrijk aangejaagd heeft, onder meer door mee te zorgen voor een beter wegennet en ook onderwijs te stimuleren. De fundamentele twisten over de draagwijdte van de pauselijke Bul "Unigenitus" heeft mee het debat aangejaagd en dat had een groter bereik dan de publicaties van de befaamde medewerkers van de Encyclopédie. Natuurlijk is dat boekwerk en zijn die geschriften van groot cultureel en intellectueel belang gebleken, maar die eindeloze reeks pamfletten verruimde ook mee de blik van een groeiend lezerspubliek.

Als men graag luidt de lof uitvent van Frederik II de Grote van Pruisen of van Maria-Theresia, dan zal men ook eens kijken wat de Franse vorst en de Bourbon-koningen in Spanje, zeker Filips V gepresteerd hebben, met hun ministers. De strijd tegen de Jansenisten en de parlementen, de poging om het belastingstelsel rechtvaardiger te maken - ongedaan gemaakt door zijn  kleinzoon Lodewijk XVI, zij het dat hier ook nuances een plaats verdienen. Tegelijk zal men vaststellen dat er behalve de helden van de Verlichting vooral een groeiend publiek was dat romans ging lezen en hun geschriften, van Voltaire en Diderot, Le Maistre en Rousseau in hun leesportefeuille hadden, ook al rustte er censuur op of waren het roofdrukken, en erover van gedachten wisselden. Zonder dat geinteresseerde publiek, mevrouw Rutten was de Verlichting een zwak dwaallichtje gebleven. Men moet dus niet enkel kijken naar de werken die geschreven werden en nu nog nauwelijks gelezen worden, maar ook zal men kijken hoe het publiek erop reageerde. De nalatenschap van de Franse Revolutie bestaat er onder andere in dat men niet bereid is gebleken de verdiensten van de overheden in de voorgaande eeuw te onderkennen - want dan wordt, zoals Burke, Van Zuylen en Goethe vaststelden - het bloedvergieten door de Terreur wel erg cynisch. De opheffing van kloosterorden begon in Oostenrijk en Frankrijk al voor de Revolutie, ook al omdat de kerkelijkheid tijdens de achttiende eeuw terug is gelopen. Intussen kregen loges en geleerde academies een groter publiek van geïnteresseerden in de vooruitgang van wetenschap en kennis. Anders gezegd, u, mevrouw Rutten bent politica en u doet het niet slecht, maar u zou kunnen proberen te zien wat mensen doen, die voor u anoniem zijn, maar wel hun leven waardig leiden en in hun beroep en gezinsleven blijk geven van goede inzichten en betrokkenheid. Dat soort optimisme, mevrouw, zou u ook eens ter harte kunnen nemen[i].

Bart Haers






[i] U nam via Guy Verhofstadt van Karl Popper de idee over dat u optimistisch moet zijn, dat dit een morele plicht zou zijn. Laten we wel wezen, het optimisme dat u tentoonspreidt behelst een aantal ideeën, niet de samenleving en nog minder mensen, die u niet kent of kan kennen. Ik denk niet dat het een illusie is dat mensen het met zichzelf en hun naasten goed voorhebben en ook niet liever willen dat anderen het goed hebben. Er zijn altijd wel pestkoppen en mensen die zich misplaatst superieur gedragen, maar daar staan dan weer anderen tegenover. Tony Judt liet een aantal geschriften na die zijn weduwe uitgaf onder de titel: In goed vertrouwen. Die gedachte mevrouw, brengt u te zelden aan de orde. Het geval van de Central European University, waaraan George Soros veel geld en energie besteedt, vormt wat mij betreft een bron van hoop en vertrouwen. Die man wordt voorgesteld als de vijand van Orban, terwijl hij niets minder is dan een welwillend burger die zijn vaderland vooruit wil helpen. Orban beschouwt hem als vijand, maar wij hoeven toch niet in die val te lopen, als we eens vijf minuten nadenken?



Reacties

Populaire berichten