Franse Presidentsverkiezingen

 Dezer Dagen


Vivons
Sous la Cinquième République


Michel Rocard, wellicht een van de beste
presidenten die Frankrijk nooit gehad
heeft. 
Hoe kon het zover komen, dat een man zonder partij en een partij zonder elan - al kan het FN bogen op een stevige aanhang en kan ze de animositeit tegen de elites, wat dat ook mag betekenen, aardig mobiliseren - de politiek beheersen en door het publiek de beste kandidaat-presidenten geacht worden. Kortom, de Vde Republiek ondergaat de gebeurtenissen en niemand lijkt te geven om wat voor het land van belang is. Rechts, uiterst Rechts, Links en extreem links vertellen van alles, maar ik zoek naar figuren die het voor alle Fransen proberen op te nemen en de toekomst wil verzekeren. Een reflectie vergt een overzien van meerdere sporen.

Democratie, zo zegt men, laat een meerderheid toe te besturen en de minderheid moet er zich niet te zeer tegen verzetten, tot ze zelf meerderheid wordt. Maar een democratie kent altijd minderheden en elites, al vinden de meeste elites zelf dat ze niet elitair zijn, toch stellen ze hun inzichten als hoogst evident en normaal voor. Daardoor nemen zij deel aan het debat alsof dat in feite overbodig is. Gevolg is wel dat er dan anderen op de voorgrond komen die zeggen namens die zwijgende, die morele meerderheid zouden spreken - al fungeert die dan als verborgen minderheid. Hoe we op termijn kunnen vermijden dat mensen zich vergeten voelen, achten, ligt niet voor de hand, want hoe zal men aantonen en betogen dat dit niet zo is? Er zijn domeinen, zoals toegang tot het gerecht, goede gezondheidszorg en onderwijs, waar men dat kan meten, maar anders dan in de VS lijkt dat bij ons minder kwalijk uit te pakken, behalve als mensen niet over de informatie beschikken en dus niet de juiste toegangen vinden. Er was een tijd dat mutualiteiten in Frankrijk en ook bij ons, die assistentie verleenden, maar besparingen maken het niet altijd meer mogelijk de mensen bij de les te houden die het meeste nood hebben aan die informatie. Omdat mensen bovendien menen dat kranten en nieuwsuitzendingen op radio en televisie over allerlei zaken gaan die hen niet aanspreken, zal men vaststellen dat zij ook niet altijd tijdig op de hoogte gebracht worden.

In een democratie is immers informatie een begin van een goed leven en dan hoeft men niet altijd zelf alles bij de hand te hebben, maar men dient wel te weten dat er informatiepunten zijn, zoals in bibliotheken en andere diensten van de overheid. Men kan dus niet beweren dat mensen aan hun lot worden overgelaten en wie weet dat het OCMW of een openbare bibliotheek toegankelijkheid verzekeren, ook met moeilijke vragen, moet beseffen dat we niet altijd voor alle vragen interesse hebben. Ik denk, uit ervaring, te mogen zeggen dat men goed overleg kan plegen, in de eigen rechten erkend kan worden en uiteraard voor de eigen verantwoordelijk geplaatst wordt. Lastig is het als mensen die heel grote nood kennen, de weg niet gewezen krijgen, want dan gaat het goed fout. Maar ik heb de indruk dat de media zich niet altijd realiseren dat men hier niet over grote getallen hoeft te spreken, maar kijken waar er iets te verbeteren valt - als dat al mogelijk is. Men zou zich, vanwege media en sociologen kunnen buigen over de vraag wat afhankelijkheid in ons huidige bestel betekent, want dankzij de technologie vermogen we enorm veel, terwijl we zelf niet alles meer in de hand hebben, zelfs minder dan we graag aannemen. In het politiek evenwel leeft de illusie dat goed leven samengaat met de grootst mogelijke onafhankelijkheid. Echter, om een job te vinden, ben je wel afhankelijk van de goodwill en het vertrouwen van een mogelijke werkgever.

Het derde element in het debat over de betekenis van bestuur voor burgers, voor u en mij is immers dat we niet altijd uit nooddruft vragen stellen en verwachtingen koesteren. Het onderwijs werd de afgelopen decennia steeds meer geschoeid op de vraag hoe men mensen bedrijfsklaar kan krijgen. Mensen die vinden dat gelijke kansen inzake onderwijs betekent dat men de ongelijkheid tussen mensen, kinderen en jongeren niet mag erkennen, zullen net die mensen minder kansen geven die er nood aan hebben. Ik weet niet of Marine Le Pen een onderwijsbeleid voor ogen heeft staan dat juist daar kan remediëren waar het zo ontstellend fout is gegaan, in de banlieus. Maar ik weet wel dat de klassieke partijen met het hervormingsprogramma inderdaad het beroepsonderwijs te min vonden, precies daar waar het een stap omhoog kan betekenen op de sociale ladder. Kinderen helpen, jongeren enthousiasmeren voor kennis, ook vakkennis vergt meer dan alleen de idee dat je lasser kan worden of electro-mechanicus, die dan met zicht op een langjarige loopbaan hun leven stabieler kunnen inrichten. Want natuurlijk verschieten die mensen wel eens als hen gevraagd wordt eindeloos flexibel te zijn, terwijl ze gewoon goed hun werk willen doen en daar de nodige vreugde uit te halen, naast een goed leven dankzij dat werk.

De Vijfde Republiek was een werkbaar alternatief voor de stuurloze  vierde Republiek, waar ministers en regeringen elkaar sneller afwisselden dan de seizoenen. Maar inhoudelijk heeft men zich er wijselijk van onthouden aan de republiek een inhoudelijke zending te geven, want dat zou het open debat bemoeilijken. Wel laat een democratie toe de veranderingen, die vanuit de samenleving komen en die vaak ook door politiek beleid bewerkstelligd worden, dat we die veranderingen ten goede accepteren en er betekenis aan geven.
Een punt is dat blijft beweren dat het bouwwerk dat de sociaal gecorrigeerde markteconomie waaraan sinds WO II is gewrocht en er veel aan voorzieningen is opgebouwd zonder zin en betekenis zouden zijn. Die veranderingen, waarbij mensen in meerderheid een goed leven kunnen leiden, al zijn ze niet altijd tevreden over hun bestaan, omdat ze niet hebben kunnen doen wat ze hadden gewild. Opgemerkt moet wel worden dat het wel eens fout kan gaan en dat men maatregelen neemt die perverse gevolgen hebben, zoals het invoeren van de 35-urige werkweek zonder dat de buureconomieën daaraan meegaan.

Het komt steeds weer aan bod, dat mensen het beleid niet meer erkennen als iets waar ze zelf belang bij hebben en zeker in Frankrijk hebben burgers de indruk dat de samenleving de verkeerde kant op zou gaan, maar hoe is het zover kunnen komen? De kloof tussen het volk en de elites? Het is het eerste antwoord dat we krijgen, maar klopt het ook. Het volk is divers, dat klopt, maar de scholingsgraad is wettelijk uitgebreid en tegelijk, heeft men bepaald dat in Frankrijk tot 80 % van de kandidaten die deelnemen aan het examen, de Bac, ook slagen. Voor leraren is dat frustrerend, maar voor jongeren die zich wel willen ontwikkelen, vormt dit een inbreuk op hun recht op een billijke waardering voor hun inspanningen. Ten gronde gaat het om wat men dan meritocratie noemt en wellicht heeft de stapeling van maatregelen die enerzijds gelijke kansen moeten verzekeren er voor gezorgd dat mediocriteit bevorderd wordt, terwijl men toch winnaars wil zien. Het gevolg is wel dat men - zoals in het UK al werd opgemerkt - de democratisering van het onderwijs stokte en de elite in Westminster nog altijd uit Eaton en Oxford komt. In Frankrijk heeft men de grote nationale instituten na de oorlog open gesteld, maar een mengeling van maatregelen zoals de hervorming van het onderwijs hebben die toegang versperd. L'Ecole Nationale d'Administration, Sciences Politiques en de Ecoles Supérieures hebben hun rol vervuld en kaders opgeleid voor de samenleving, de politiek, terwijl zij in naam van de gelijkheid de ongelijkheid niet wegwerken, omdat ze nu niet meer toegankelijk zijn voor wie niet de betere colleges en lycea heeft kunnen bezoeken.

Sinds Charles de Gaulle in 1958 de nieuwe republiek vorm gaf, is Frankrijk veranderd, is Europa veel prominenter geworden en daar hebben Franse politici het al te vaak moeilijk mee, zoals inzake het ondersteunen van de eigen industrie. De Gaulle werd verweten dat hij niet van politieke partijen hield, wat men, gezien de geschiedenis van Frankrijk voor en na WO II wel kan begrijpen. Wel accepteerde hij dat politieke ideeën zonder een vehikel niet veel betekenen en dat de politiek georganiseerd diende te worden op grond van die ideeën. Wel heb ik altijd de indruk gehad dat de generaal vooral uitging van praktische kwesties, die men oplossen kon, maar dat politieke ideeën het zicht op de courante problemen en mogelijkheden niet mochten of mogen beletten. Wat hij onder anderen François Mitterand verweet was dat die het publiek niet altijd met de waarheid tegemoet trad. Wie kijkt naar het beleid van Georges Pompidou en Valéry Giscard d'Estaing, zal merken dat het beleid op economisch vlak liberaal was, de innovatie steunde en tegelijk wilde men de sociale voorzieningen verder uitbouwden. Giscard maakte het ook mogelijk dat abortus onder voorwaarden mogelijk werd. Het verwijt van Mitterand aan  Giscard luidde dat die de prijs van het brood niet kende en het leven van de arbeider... terwijl Mitterand evenzeer een lid was van de hogere bourgeoisie. Vooral hebben Pompidou en Giscard tijdens hun ambtsperiodes blijk gegeven van een open blik op de samenleving en de wereld. Maar net als Charles de Gaulle hadden ze geen ideologische matrix waarmee ze hun beleid presenteerden.

Na Giscard, met Mitterand komt er een periode van ideologische verwarring, zeker als Mitterand na drie jaar toch maar kiest voor een meer liberaal beleid en toelaat dat Jacques Delors in Europa een beleid ging voeren dat wel eens botste met wat oudgedienden van de PS, zoals Pierre Mauroy voor ogen hadden staan. Met Michel Rocard en Pierre Bérégovoy had Mitterand nog regeringsleiders die economisch een en ander op gang trokken, maar tijdens de tweede ambtsperiode was Mitterand vooral bezig met het aankleden van zijn nalatenschap. De ideologische dada's van de Franse elites smolten weg, net omwille van het imploderen van het reëel bestaande socialisme en omdat de achtergrond die het marxisme is, de ideologie veel had en heeft bewerkstelligd, maar niet op de veranderingen die dat met zich bracht konden voortbouwen.

Het socialisme heeft - nadat het aggiornamento faalde - voor velen alleen nog zin als men terugkeert naar de basis, zoals Podemos en Jean-Pierre Mélenchon het aanpakken en inderdaad, ze krijgen steun uit de bevolking, maar het zijn niet meer de verworpenen der aarde die dat spoor willen volgen, wel jongere mensen die goed opgeleid zijn doch van Stalin en Lenin noch van Pablo Iglesias, de stichter van de Spaanse communistische partij in 1911 gehoord hebben en al evenmin de epoche makende gebeurtenissen van 1989 aan den lijve hebben ondervonden.

De ideologische schema's zijn dus niet verdwenen, meer nog, als ik mevrouw Gwendolyn Rutten hoor zeggen dat onze cultuur superieur zou zijn, dan vrees ik het ergste, namelijk zelfgenoegzaamheid. Ook dezer dagen kan men gewagen van een gebrek aan argumenten voor die these, in die zin dat niet iedereen zonder meer de waarden en inzichten is toegedaan die mevrouw Rutten als superieur bestempelt. Men kan overigens sommige waarden meer aandacht geven dan andere. Zo vraag ik me af of mevrouw Rutten de Broederschap echt wel hoog in het vaandel voert en wat dat moet betekenen als ze ernaar handelen zou. Overigens, ook de idee van een basisvertrouwen in de samenleving wel eens meer aandacht mogen krijgen.

De overheid, welke partij ook in de regering zit, gaat doorgaans uit van kwade trouw bij burgers, zodanig zelfs dat wie volgens de boekjes handelt inzake fiscaliteit of verkeersregels, ruimtelijke onderling ... zich wel eens een dommerik moet voelen. Men heeft ook bij ons een vorm van noodtoestand afgekondigd, maar in Frankrijk is dat wettelijk omschreven, waarbij men voortdurend mensen vraagt zich te legitimeren en aan te tonen dat men geen wapens bij de hand heeft. Politiemensen moeten uiteraard waakzaam zijn en ongepast gedrag detecteren, maar toch, hoeveel mensen zijn er betrokken bij de gewelddaden van afgelopen jaren? Vaak kunnen ze onder de radar blijven omdat ze weinig of niets bloot geven van hun plannen en gedachten. Toch blijkt het mogelijk hen op te sporen en zo aanslagen te voorkomen. Maar men is, moet men toch eens bedenken, vergeten dat verreweg de meerderheid van burgers, in Europa wel degelijk te goeder trouw handelen en zich gedragen. Wat ontbreekt of niet meer opgebouwd is het wederzijds vertrouwen tussen burgers en politici, tussen het overheidsapparaat en de burgers.

De Vijfde Republiek, zoals Charles de Gaulle en zijn medestanders die in gedachten hadden, ging juist uit van het herstel van vertrouwen van de burgers in de overheid en probeerde opnieuw vertrouwen in te boezemen vanwege de overheid bij de burgers. Hoe vaak men ook zeurt over de kwalijke kantjes van nationalisme - en die zijn er ook wel eens, zoals de dynamitering van de IJzertoren in de Diksmuide heeft laten zien, lang geleden natuurlijk - dan nog gaat nationaal bewustzijn ook en vooral over vertrouwen van de overheid in burgers en burgers die weten dat de overheid in principe te vertrouwen valt. Uiteraard kan de overheid tegenover individuen dat vertrouwen beschamen en tegenover groepen die uit de band springen hardhandig optreden. Maar er is altijd nog de rechter om na te gaan of de ene partij over de schreef is gegaan en de integriteit van burgers heeft geschonden. Maar burgers hebben ook niet altijd voldoende vertrouwen in de overheid, omdat we denken dat ze er niet veel van snappen.

Met dat alles denk ik dat de verkiezingen van 2017 voor het presidentschap in Frankrijk vanwege de burgers een zaak van herstel van de republiek moet zijn, ook zij die een mandaat nastreven - bij de verkiezingen voor het parlement - zullen zich tegenover burgers en de samenleving betrouwbaar moeten opstellen. Niet teveel concrete beloftes doen, maar aangeven waar men heen wil, met de arbeidsmarkt, de onderwijspolitiek en het aan de samenleving overlaten wat mensen willen doen, zoals investeren of goed een beroep met grote maatschappelijke betekenis uitvoeren, dat van rechter, docent en leraar, artsen, ambtenaren ook. Hier zal wel een dosis liberalisme in meespreken, maar men zal vooral moeten aantonen dat de overheid ook machte partijen als grote bedrijven kan terugfluiten als die regels overtreden. De wetgever moet niet teveel wetten uitvaardigen, wel zorgen dat de bestaande wetten nageleefd worden en dat ongewenste machtsonevenwichten getemperd worden.

Kortom, men moet de verscheidenheid, vooral niet de hyperdiversiteit aanprijzen, we leven nu eenmaal in samenleving met vele miljoenen en dus is er diversiteit. Er is ook ongelijkheid en Piketty heeft alleen bewezen dat hij goed kan tellen, maar niet de vraag hoe we met die ongelijkheid beter om kunnen springen. Wie ongelijkheid  onrechtvaardig noemt, moet beseffen dat men nooit algehele gelijkheid zal bereiken, want zelfs in animal farm waren sommige dieren meer gelijk dan andere. Strijden voor een rechtvaardiger samenleving? Het klinkt mooi en is noodzakelijk, alleen is de vraag hoe men dat kan bereiken als men meent dat talent niet mag verzilverd worden of dat ouders hun kinderen niet alle kansen op een goed leven mogen geven. De Vijfde Republiek en de andere democratische regimes in Europa die na WO II weder opgebouwd werden - in Frankrijk rust er nog steeds een onuitgesproken conflict op de instellingen over de wettigheid van Vichy. Onuitgesproken in die zin dat men wel stelling inneemt, maar men kan niet zo gemakkelijk over de scheidslijnen heen stappen. Men kan het falen van Pétain en Pierre Laval c.s. niet vergeten en moet aangeven hoe zij de Republiek schade toebrachten. Dat zij ideologisch dicht bij het nazisme en fascisme van Mussolini stonden, moet men ook goed onthouden.

Maar vandaag, dezer dagen wacht de Fransen in het bijzonder en de Europeanen een bijzondere opdracht en zending: De democratie opnieuw handen en voeten geven, burgers kunnen de democratische instellingen niet overlaten aan de media en ook niet aan de politici of justitie. Niet alles wat we doen en beleven is politiek, maar we kunnen het ons niet veroorloven de politiek als een gesloten netwerk te laten functioneren. Juist omdat men vertrouwen wil hebben in de instellingen, zal men politici best een steun in de rug geven. En aan die mijnheer Fillon zou ik zeggen: u kunt geen mandaten meer bekleden, ook  geen parlementair mandaat. Maar elke kiezer dient hier naar eigen vermogen een oordeel over te vormen. Daarom is het nuttig te beseffen dat onze samenleving, zowel economisch als sociaal, maar ook cultureel heel wat te bieden hebben, waard om voor op te komen als dat bedreigd mocht worden. Marine Le Pen kan dan scoren met de idee dat alles naar de verdoemenis gaat en dat alleen zij Frankrijk kan redden. Niemand kan in zijn of haar dooie eentje geheel op eigen inzicht koers zetten naar een betere samenleving maar dient ook andere inzichten met respect te bejegenen en het debat aan te gaan. Daar is de Vijfde Republiek dus aanbeland, dat mensen niet meer weten wat men moet willen. Nu, dat zal blijken op 7 mei.

Bart Haers


Reacties

Populaire berichten