onze schouders ophalen voor onze wereld?




 Reflectie

 Kunnen we van
deze wereld houden?
Waarover nadenken zo moeilijk lijkt: Agape




Het bouwen van deze pracht was een daad van
liefde, maar nu we het massaal willen bezoeken,
bestaat de kans dat er over afzienbare tijd
veel van zal verkruimelen. 
Een boek lezen en vertellen wat we erin hebben gelezen, om anderen aan te sporen het te lezen, is belangrijk genoeg, het debat aangaan met het boek, vormt nog een andere kwestie en niet elk boek, elke roman of elk essay vraagt erom, maar in die gevallen waarin de auteur ons ertoe brengt zelf te gaan nadenken over de kwestie, kan men maar beter proberen hiervan ook verslag te doen. Vaak roepen media van alles over boeken, zonder dat er echt aanleiding toe is, veel vaker nog zwijgt men ongemakkelijk over betogen en onderzoeken. Amor Mundi, van Peter Venmans blijft nawerken.

Er is veel dat er te vertellen valt over de liefde, want al eeuwen gaan onze gedichten en liederen over niets anders. Ook over samenleven wordt er al sinds Plato nagedacht, maar daar komt aan het licht dat mensen zoals ze zijn, niet per se deugen en dat men naar de beste leider moet zoeken, de Koning-Filosoof. Arendt dacht er ook intens over na en zocht wel naar de ontbrekende schakel tussen wat we de individuele persoon noemen en wat de samenleving heeft te zijn. Peter Venmans laat zien, met zijn verschillende onderzoeken dat dit voor filosofen altijd weer een struikelbrok vormt: zegt men iets over het individu, dan verdwijnt de samenleving en zegt men iets over de samenleving dan verdwijnt het individu. Over hoe mensen handelen in de samenleving, hoe individuen hun belangen behartigen en tegelijk begrijpen dat ze, dat we ook iets aan Caesar moeten geven, meer dan alleen de denieren, ook wel denarii, voor de belastingen, willen ze niet van de voordelen van het leven in een goed geordende samenleving verstoken raken.

Nadenken over wat we bedoelen met amor mundi, liefde voor de wereld, heeft daarom ook betekenis omdat het wellicht ook wel eens de "grote ethische" vragen anders zou kunnen sturen dan nu het geval. Recht op leven, bescherming van het leven, prenataal en aan het einde van de reis, het zijn vragen die door wijzigingen in de omstandigheden niet altijd hetzelfde antwoord kunnen krijgen. Vragen omtrent fertiliteit, inclusief abortus of over het levenseinde, zullen nooit voor eens en altijd beantwoord kunnen worden. Recht op goed leven? Uiteraard, maar wat is goed leven en kan men voor een ander vaststellen of die goed leeft. Het was voor sterk uitgebouwde bureaucratieën als de Zweedse mogelijk aan eugenese te doen...

Het is een vraag die bepaalde inzichten in dit werk oproepen, waarbij men licht uit het oog verliest dat we meer zijn dan de persoon, maar ook mee gekneed zijn en worden door omstandigheden, waar we niet altijd greep op hebben. Men kan dan beweren dat die omstandigheden contingent zijn, maar dan komen we weer bij het idioom van Martin Heidegger, dat we in de wereld geworpen zijn en dat we in feite slechts hier leven om te sterven. De omstandigheden, die wij graag, wat al te graag negatief inkleuren, zijn wat ze zijn, maar wie hier mag leven, in Noordwest-Europa, kan bezwaarlijk zeggen dat er zware structurele problemen zijn en ja, soms heeft men het onderwijs overdreven hervormd, zodat het veel aan kwaliteit heeft verloren, maar doorgaans zijn de kansen voor een grote meerderheid van mensen genadig op het niveau van het overheidsaanbod, maar kunnen andere, familiale en persoonlijke omstandigheden zorgen wel eens voor moeilijker situaties, maar hoeveel mensen stellen niet vast - post factum - dat ze thuis veel meegekregen hebben. Zoals men weet helpen algemene maatregelen dan niet meer en moet men naar de personen, de gezinnen kijken en doen wat nodig is, zonder mensen hun waardigheid te ontnemen. Dat is werk van zeer betrokken mensen, die dicht bij de personen willen en durven komen en weten dat met dreigen en straffen niet altijd veel bereikt kan worden. Dat is werk van toewijding.

Amor mundi is tegelijk overweldigend en veel, allesomvattend en dat maakt het een moeilijk te hanteren concept. Is het ook mogelijk zo in het leven te staan. Arendt ging er immers vanuit dat men niet te zeer moet kijken naar hoe de dingen en al helemaal de mensen zouden moeten zijn, maar dat men mensen vooral moet aanvaarden zoals ze doorgaans zijn. Doorgaans, dat betekent dat er inderdaad mensen voor beulswerk of bully in de wieg gelegd lijken, maar doorgaans zoeken we het comfort van een geregeld leven, met af en toe eens een kleine uitspatting, waarbij we morgen niet in het gedrang brengen. En ja, soms plegen mensen passionele daden, daar helpt helaas geen lievemoederen aan en voorkomen blijft moeilijk, omdat mensen wel eens in een heilige woede kunnen ontsteken wegens geleden krenking(en). Waar het dan wel misloopt, gaat het mogelijk wel even moeilijk, maar het hoeft niet altijd volkomen levensbepalend te zijn.

Als het om economische kwesties gaat, want men kan goede argumenten inbrengen tegen het neoliberalisme, onder meer dat de overheid het probleem zou wezen, niet de oplossing, maar ten gronde zal men vaststellen dat veel van wat de afgelopen jaren als neoliberalisme voorstelde, weinig met liberalisme, zowel in economische als politieke zin uitstaans heeft.

Iedereen handelt (in)direct economisch en tegelijk is het van belang dat er in een economisch bestel een eerlijke competitie bestaat en er een betrouwbare arbitrage voorhanden is, dan zal het ook niet gaan. Natuurlijk kan men zich moeilijk verzoenen met de wereld van Ayn Rand, die het individualisme ten top drijft, waarbij, zoals we bij Peter Venmans lezen dat haar helden zich aan niemand, zelfs niet aan kinderen committeren. De staat vindt in de ogen van Ayn Rand geen genade, terwijl men zou kunnen bedenken dat totale anarchie tot grote ongelijkheid aanleiding zou geven. Bij het lezen van Atlas Shrugged, een moeilijke titel om te vertalen, want to Shrugg betekent "schouders ophalen" en dan kan men alleen bedenken dat Rand laat zien hoe de Atlassen zich uit de samenleving terugtrekken, want in handen van tweedehanders gaat de wereld achteruit. Die Atlassen halen er de schouders over op. Alleen zij die absoluut geloven in hun eigen kracht en dat ook bewezen hebben, kunnen het behappen en willen dus ook niet bemoederd worden. Atlas Shrugged noemt men dan maar een dystopie - verweven met een utopie - maar het komt me voor dat de meeste utopische werken vooral te maken met hoe structureel personen in een bestel ingekapseld worden en daardoor net dystopisch blijken. De wereld van Aldous Huxley, Brave New World, laat zien hoe alle individualiteit weggeveegd wordt, bij Rand krijgt men te maken met een hypertrofie van het individu, althans van de Atlassen. Maar of er ook maar een begin van een utopie in verweven zit, blijft mij duister. Wel is het van belang te begrijpen dat Huxley meer met een gedachtenexperiment bezig was: hoe zou het zijn als we mensen kunnen maken naar de noden van het geheel en wat voor consequenties heeft dat wat persoonlijkheden aangaat?

Mensen willen anderen veranderen, maar als men ziet dat zich juist doorheen de evolutie een grote variatie aan mensen heeft aangediend, dan zal men toch wel eens de vraag dienen te stellen of men niet juist moet rekenen op het toeval, maar ook vrede kan men hebben met hetzelfde toeval, namelijk dat mensen doorgaans redelijk intelligent blijken en ook nog behoorlijk weten hoe ze kunnen functioneren in de samenleving, omdat natuurlijk de erfelijkheid belang heeft en we naar onze inzichten door genen en dna bepaald zijn, maar evenzeer door opvoeding, vorming en zelfverwerkelijking. Nurture en Culture?

In die zin ook begrijp ik de ambivalentie in hoofde van Peter Venmans, want de mensen die zijn kunnen altijd nog beter, maar wat als we dan alle mogelijke toevalstreffers, in de industrie, de kunsten of de sport, zelfs in de politiek zouden moeten missen? Houden we overigens van mensen als we ze koste wat het kost willen kneden naar onze wensen. Okay, mensen komen hopeloos hulpeloos ter wereld, moeten sociale wezens worden, want als ze in niemand vertrouwen leren stellen, eerst in hun moeder en vader, broers en zussen - wat in onze samenleving vaak beperkt blijft en waarbij psychologen graag vertellen dat kinderen best niet te groot in aantal zijn, omwille van mogelijke trauma's -, dan blijken we ook hulpeloos, eerder dan dat we Atlassen zouden zijn. Die spelen wat graag het spel van goed vertrouwen, zonder zelf anderen echt te vertrouwen. Maar nog eens de baten van een samenleving gebouwd op vertrouwen telt men niet.

Dit is dan ook een belangrijk motief om het boek van Peter Venmans  aandacht te schenken, want we kunnen niet zomaar van deze wereld houden zoals de auteur in een veelzijdig opgebouwd betoog aan de orde stelt. Vanuit mijn invalshoek en gegeven de omstandigheden, zoals terrorisme, het klimaatgeloof en discussies over individualisme versus... is het inderdaad de vraag of het mogelijk is in de deze wereld te leven en er nog een beetje van te houden ook. Is dat dan nodig? Filosofisch zou er veel tegen in te brengen vallen, want hoe kunnen we dat nu omschrijven, houden van de wereld? Dat is ook veel te groot en inderdaad, er zitten ook haken en ogen aan, er gebeurt veel dat te laken valt, op kleine schaal, op grote schaal. Regeringen en samenleving roepen op tot haat tegen anderen, de minderheden of de minderwaardigen. Sommige filosofen menen dat we voor onze uitspraken vaste grond moeten vinden, anders zijn ze niet bruikbaar of zijn ze gewoon onwaar. Maar die vaste grond wordt er dan meteen weer onderuit getrokken, omdat we de waarheid niet zouden kunnen kennen of omdat de waarheid het bezit zou zijn van het patriarchaat of andere machtsinstanties.

Kan men inderdaad maar beter beducht zijn voor autoriteiten, want we zijn niet zeker van hun goede intenties, we kunnen ook niet zeker menen dat ze kwaadwillig zouden zijn. Neem de schooldirectie, voor elke collegejongen het hoogste gericht dat de toekomst kan bepalen. Maar wat stond hen voor ogen? Indoctrinatie, manipulatie en in het ergste geval eventueel misbruik door een leraar toedekken. In de werkelijkheid is dat gebeurd, helaas, terwijl men ook aandacht kan besteden aan de kritische massa of beter aan het feit dat door meer dan gemiddeld onderwijs het vermogen tot kritisch denken bij generaties jongeren ontwikkeld is geworden, wat ertoe leidde dat mensen beter het beleid kunnen inschatten en er minder de dupe van zijn dan ooit voordien. Sommigen werden inderdaad gezagsgetrouwer dan anderen, maar over belangrijke kwesties, zo moet men vaststellen, blijkt de consensus vrij groot, afdoende om tot een gedragen beleid te komen.

Want men kan veel zeggen over intenties, alleen wat zich in daden omzet heeft volgens filosofen en sommige psychiaters betekenis. Maar de intenties komen ook ergens vandaan, namelijk van de basishouding die men ontwikkelt tegenover zichzelf en de wereld. In die zin is de kritiek van Peter Venmans van de aandacht voor zelfontplooiing wel interessant. Nieuw is het niet dat men vragen stelt over het belang van zelfontplooiing en zelfrealisatie, want het is de kritiek bij uitstek op de maakbaarheid van de wereld en zeker van de mens en ook wel ten aanzien van de meritocratie. Nu zijn er weinig redenen om aan te nemen dat iemand er niet naar zou streven het beste van zichzelf in te zetten en om te worden wie men wilde zijn. Wie we van geboorte zijn heeft belang maar het is niet alles bepalend, want anders zou de samenleving stagneren en uiteenvallen. Wat we willen worden als zesjarige zal anders zijn dan wat de twaalfjarige voor ogen heeft staan en de dertigjarige zal overigens alleen nog weten dat hij of zij iemand wilde worden, een succesvol wielrenner of bekwaam schrijver. Niet altijd kunnen mensen hun ambities kwijt in hun job, maar vinden ze in het theater of muziek hun ding, waarin ze genoegen vinden en zelfbevestiging.

Dit heeft belang voor de vraag of er zoiets als amor mundi kan bestaan, want als je bij Venmans de bladzijden over Sloterdijk en diens "Du musst dein Leben änderen" leest waaruit sommige recensenten niet meer wisten te puren dan dat we massaal ecologisch zouden reconverteren, dat wil zeggen onze voetafdruk beperken, terwijl Sloterdijk ons een "Timshell" voorhield: door oefening kunnen we veranderen, ten goede en met meer aandacht voor het leven. Hiermee kwam Sloterdijk wel ver af te staan van zijn eerste magnum opus, "Kritiek van de cynische rede", terwijl de idee best dezelfde kan geweest zijn: hoe staan wij mensen nu werkelijk in het leven en tegenover elkaar. Moeten is maar moeten, willen is kunnen. Toch denk ik dat Peter Sloterdijk niet anders dan uit bekommernis en als aansporing die werken heeft geschreven.  

Natuurlijk zijn wij mensen best schadelijk voor de bestaande natuurlijke orde en dat op zijn minst sinds de 16de eeuw en zeker vanaf de 19de eeuw. We hebben de dodo's uitgeroeid en wellicht ook de mammoets, de oeros en de bizons op de Amerikaanse vlakten. Of het allemaal nodig was? Buffalo Bill laat zien hoe ambivalent onze voorgangers er geen graten in zagen zijn shows voor waarachtige beelden van de Nieuwe Wereld te houden. De massaliteit van het toerisme, waarbij iedereen naar Venetië wil of het Alhambra wil bezoeken, zodat men tijdsblokken moet instellen. De ouden konden nog kwansuis abusievelijk het Alhambra binnenlopen en er door niemand gestoord de onwaarschijnlijke uitstraling van ervaren, bewust dus. Telkens men bericht over de vernietiging van erfgoed door terroristen in Aleppo en Afghanistan, bedenk ik mij dat we, toeristen zijnde, druppels blijken die maar blijven vallen en zo ook een monument uithollen. Liefde voor dat erfgoed is ook een liefde voor het werk van voorzaten, mensen die de genade kenden vroeger te zijn gekomen, wij onderkennen nauwelijks de genade van later te komen.

Maar zij die onze kathedralen bouwden, bouwheren en bouwers hadden blijkbaar een verbond, wilden tijd en middelen investeren, maar ook kunde ter beschikking stellen. Nu zijn er maar weinig kathedralen die helemaal afgewerkt zijn of aan een ideaaltype beantwoorden. Bij Venmans ontdekken we Georges Roditi, die de geest van de perfectie plaatst tegenover het perfectionisme, waarbij de maker bij Roditi het vertrouwen vindt om telkens opnieuw de tafel te maken of de gedachte uit te werken met zin voor perfectie, wetende dat men niet zover komt. Ook Richard Sennett en in hoge mate ook Peter Bieri brachten die gedachte onder de aandacht. Perfectionisme kan pathologisch blijken, werken in de geest van perfectie brengt ons bij het liefhebben van onze taak, zoals een Sisyphus. Of hoe ook de straatveger wel eens kan vloeken als mensen hun afval achteloos op de grond laten vallen in plaats van het in de aanwezige vuilbakken te deponeren, aandachtig dus, waarbij hij dan wel na gedane dagtaak merken kan dat het plein er weer proper bij ligt... tot nieuwe passanten weer een blikje vergeten te deponeren of een vorkje achteloos laten liggen als ze het hebben laten vallen.

Een ander aspect dat we niet uit het oog mogen verliezen in deze is wat zowel Peter Bieri, het handwerk van de vrijheid als Martha Nussbaum op verschillende manieren hebben aangedragen, namelijk dat we handelende personen blijven, ook als we nalatig mochten blijken. Bieri beschrijft de vrijheid als iets dat net altijd weer onze aandacht vraagt, ook als we eens beslissen ons eens in een feestje of een wandeling door een nog niet eerder aangedane stad of plaats willen onderdompelen en op ons af laten komen wat er kan komen. De wil zelf is bij Bieri niet zoals bij Sartre iets dat we niet kunnen ontkomen, waardoor men wel beroep moet doen op de grote, overweldigende verantwoordelijkheid, die uiteindelijk uitkomt op een heel strak invullen van daden en gedachten. Bij Bieri kan men nog eens zotte invallen hebben en besluiten die ook uitvoering te geven. De vrijheid bij Bieri wekt ons op tot levensvreugde, wat je bij andere figuren niet aantreft of het zou Erich Fromm moeten zijn, maar die raakte intussen vergeten. Misschien is het dat wat bij Peter Venmans  duidelijk wordt, dat amor mundi - hoe moeilijk het begrip ook te omschrijven valt - ook tot levensvreugde aanleiding kan geven.

Dat we dan bij Martha Nussbaum uitkomen en haar boek over woede, mag ons niet ontgaan, dat wil zeggen, dat de gedachtesprong niet evident is, maar uit het voorgaande mag blijken dat ik de gedachte genegen ben dat amor mundi precies met het emotionele te maken heeft, maar de redelijkheid, het aanwenden van de rede niet in de weg hoeft te staan, het tegendeel is eerder het geval. Bij Nussbaum, die ook over politieke emoties schreef, ontdekte ik dat men inderdaad in politicis de indruk krijgt dat politici én burgers, journalisten inbegrepen graag de negatieve emoties oproepen, zoals verontwaardiging - bij jonge sociaaldemocraten een conditio sine qua non - terwijl men ook zonder die droeve emoties aan de slag kan en diensten bewijzen aan de samenleving. Nussbaum brengt in haar werk, de breekbaarheid van het goede, ook al te berde hoe complex we onze filosofische overwegingen vorm geven, maar naar het voorbeeld van bijvoorbeeld Aristoteles ziet zij toch mogelijkheden met goede wil naar de wereld te kijken. De woede die zij beschrijft en hoe we daarmee omgaan biedt in fine wel de ruimte om niet de haat te voeden maar nadat de woede is geluwd ruimhartigheid aan de dag te leggen. Ook dit vergt wel iets van mensen.

We danken dus Peter Venmans voor zijn veelomvattende analyse, menen ook dat hij Hannah Arendt recht doet door de kwestie van de Amor Mundi zo uitvoerig te belichten, waar zij nauwelijks drie maal over dat idee geschreven heeft, het niet echt tot een sleutelbegrip in haar denken wenste te maken, maar er ook de negatieve aspecten van zag. Komen we na lectuur van het essay van Venmans tot een betekenisvolle relatie met de Ander? Gedeeltelijk schetst de auteur daar wel mogelijkheden en aanzetten toe, maar het ligt toch bij ons of we willen omgaan om een liefdevolle wijze met de ander en met de wereld zoals die het geval is. Dat ligt er nu net aan,  dat geen filosoof alle mogelijke omstandigheden kan bevroeden, waar mensen in terecht kunnen komen en dus ook niet hoe we best zouden handelen. Dat is overigens wat Arendt, Bieri en Nussbaum en nu dus ook Venmans gemeen lijken te hebben, dat ze een open blik op de mogelijkheden op willen houden, wetende dat een worst case scenario wel mogelijk is, maar niet zo imminent dreigend aanwezig is.

Toch zal bij het denken over amor mundi niet enkel een redelijk betoog afdoende blijken, zal men zich ook bezinnen over wat men zelf verwacht en hoe men betekenis geven kan aan de dingen, aan ervaringen en aan anderen. Men kan altijd nog geloven, zoals Max Stirner voorstelde, dat we als persoon helemaal alleen zijn en alle andere mensen nauwelijks meer dan dingen. De link met het werk van Ayn Rand is me nog niet duidelijk, maar dat die benadering voor mensen wel eens aantrekkelijk kan lijken mogen we niet uit het oog verliezen. Echter, waarom zouden we alleen maar de gevaren zien die het leven, onszelf zouden bedreigen? Waarom alleen aandacht aan haat besteed? Is het niet gemakkelijk om de wereld om ons heen te geven als we het zelf moeilijk hebben, dan moeten we ons toch afvragen of we het hier in onze welvarende contreien echt wel zo slecht bedeeld moeten voelen. Bedenken we toch dat er redenen zijn om te geven om deze wereld, alleen al het leven zelf. Een wonder is het niet, schreef Simon Stevin maar wonderlijk blijft het wel. Ook zal men bedenken dat het wonderlijke wel eens onze betrokkenheid kan opwekken.

Bart Haers


  
   





Reacties

Populaire berichten