Pilatus, referentie voor hoge ambtenaren?




Dezer Dagen


Pontius Pilatus
Een kwestie van banale ambtsbetrachting?


Jeroen Bosch schilderde dit werk, "Ecce Homo", waarin
Pilatus zich ontdoet van de eindeverantwoordelijkheid,
Barrabas de boef en moordenaar vrijlaat en een man
waarin hij geen schuld ziet, vrijlaat. 
Wie heeft het nu nog over die man die zijn handen waste in onschuld? Het blijft nochtans intrigerend welke rol die man toegemeten krijgt in het verhaal. Wat ik geschreven heb, heb ik geschreven, hoorde ik in de Johannespassie, maar waar gaat het allemaal om? Om profetieën die bewaarheid worden.

Het valt telkens weer op, dat we met teksttradities niet meer vertrouwd zijn, want dat mensen verhalen vertellen, moeten vertellen, weet ook Johan Braeckman te vertellen, maar er is meer, elke gelegenheid en omstandigheid heeft eigen verhalen en verdraagt niet altijd dat men er inbreuk tegen pleegt, omdat we dan uit het lood geslagen zijn. Toch is precies het Nieuwe Testament een verhalenbundel dat buiten de traditie viel, de Joodse, maar ook andere, zonder dat we onmiddellijk opmerken. Er zijn immers ook veel verwijzingen naar de Thora, de psalmen en andere teksten, de profetieën uiteraard, Jesaiah, Jeremia en Daniël, om het verhaal van Jonas niet te vergeten.

Natuurlijk, men kan er ongekende macht aan ontlenen, aan het gepast hanteren van deze teksten, om mensen te indoctrineren, aan de andere kant bleken ze ook aansporingen tot verzet en opstand, tot verandering, persoonlijk en maatschappelijk. Lange tijd hebben we de verplichte lezing van deze teksten gezien als maatschappijbevestigende aanzetten, waarbij de reflectie niet altijd het eerste opzet bleek. Vastgesteld kan worden dat de Bijbelkritiek, het commentariëren en reflecteren, zoals die met de Egyptische en andere kerkvaders begon en in de tijd van de gnosis en het neoplatonisme en bij Augustinus een uitgebreid corpus van lectiones opleverde de Westerse cultuur mee heeft getekend en uitgetekend, niet enkel in de richting van orthodoxie, maar ook als basis voor ketterijen en godsdienstoorlogen. Wellicht zal de auteur van de bekentenissen er zich niet van bewust van geweest zijn, maar zelf was hij vaker dan men het voorstelt polemisch in zijn commentaren.

In deze seculiere tijd, bedenk ik mij, waar we het lezen zelf, blijkens dagelijkse overstromingen van diaree aan commentaren, lezen mensen wat ze willen lezen en niet de tekst die er staat. Het geduld, denk ik, om ernstig met teksten om te gaan, zonder ze daarom als sacrosanct te beschouwen, maakt dat discussies overstromen van droeve emoties. Wie spuit er al geen gal? Wie geeft lucht aan zijn afkeer en haat? Toch is dat allemaal wat gemakkelijk.

Pilatus was voor mij lange tijd een bijrolletje, die de opdracht van de landvoogd en de senaat in Rome diende uit te voeren: geen hommeles in Judea en Galilea en verder zorgen dat de belastingen betaald worden. Krijgt die man daar toch wel een stel opgefokte schriftgeleerden en hogepriesters over de vloer met zo een oproerkraaier die zegt dat hij de zoon is van God. Wat moet een mens daarmee? Naar la Salpétrière sturen allicht, waar al die would be Nero's en Napoleons langdurig behandeld werden? Pilatus zag in de man geen kwaad en vond dat die overtredingen van de sabatsrust en het vergeven van een overspelige vrouw allemaal maar mierenneukerij waar hij geen aandacht aan besteden kon. Moest hij nu die opdonders die hem een doodsvonnis kwamen ontfutselen ter wille zijn? Voor de lieve vrede wel natuurlijk. Vijftig jaar later bleken er geduchte strijders het de Romeinen wel echt moeilijk te maken, maar dat konden noch Pilatus noch de Hogepriesters weten.

Men kan dus denken dat Pilatus hier handelde als ambtenaar die zich alleen bekreunde om zijn opdracht, wilde hij die notabelen in de samenleving niet tegen zich en vooral niet tegen de Romeinse macht in het harnas jagen en eventueel nog carrière te maken. Vraag is ook of hij zich had vertrouwd gemaakt met de Joodse samenleving, de tradities en gebruiken, de religie? Sinds de tweede eeuw voor Christus waren de commentaren en reflecties over de geschriften - die net gecanoniseerd waren - bron van discussies en interpretatieve schermutselingen.

Had ik het net over opdondertjes, dan moet men dat niet beschouwen als een antisemitische vloek, wel een poging te begrijpen hoe het hoogste gezag zich met de zaak inliet. Had Pilatus de macht om die Jezus vrij te laten? Zeer zeker, maar het zou een ondermijning van het vertrouwen en vooral van het gezag geweest zijn. Hij beoefende dus de deugd van het minste kwaad. De evangelisten die wilden aantonen dat die christus eindelijk wel in de sterren geschreven stond, hadden er veel voor over dat de handelingen van de deelnemers aan deze dramatische omslag ook al in de Talmoed en de Thora waren voorzegd. Wie heeft daar nu belang bij?

Het is een van die vele kwesties die het best boeiend te maken zich met dat nog jonge christendom in te laten, voor het een staatsgodsdienst was. Paulus, die het christendom over het Romeinse Rijk zou verspreiden geloofde rotsvast dat de Wederkomst niet op zich zou laten wachten maar wist ook niet meer dan dat. Van een chiliastische beweging, die het einde ter tijden in het verschiet zag, zou het christendom geleidelijk de stabiliteit van de club moeten verzekeren en daarbij interpretaties accepteren die het einde der tijden juist wilde uitstellen. Pilatus was geen figurant, maar de hefboom, die het mogelijk maakte dat men Jezus aan het kruis nagelde - niet bond - en hem dus de kans gaf te verrijzen. Het verhaal moest uitlopen op Pinksteren, zoals verhalen verteld worden om iets mee te geven.

Vroeger zegde men wel eens als een ambtsdrager weigerde een (moedig) besluit te nemen, dat hem schade kon berokkenen, dat hij zijn handen in onschuld waste. De gedachte dat een (hoge) ambtenaar zijn macht kon misbruiken was er diep in geslepen, niet omdat mensen dachten aan eeuwen van verdrukking, dat werd gezegd, maar in wezen wisten maar weinig mensen hoe het leven onder Maria-Theresia of ten tijde van laatste Spaanse vorsten over de Nederlanden was geweest, zeker niet dat er in de achttiende eeuw sprake was van grote demografische groei en stijging van de welvaart. Neen, de reden was naar mijn oordeel dat mensen, al dan niet hoog opgeleid merkten dat ambtsdragers en politici niet altijd op hun woorden vertrouwd hoefden te worden. Zeker als ze zich aan hun verantwoordelijkheid onttrokken, werd er al eens gevloekt aan de tafel van de notabelen in de Hoop op Vrede en kloegen anderen in het café de afwezigheid van het gezag aan. Ze zouden vandaag nogal opkijken, met al die Gemeentelijke administratieve Sancties.

Pilatus, denk ik, was niet enkel de man die zich wegstak achter de gedachte dat hij niet verantwoordelijk was voor de dood van die man in wie hij geen schuld zag, maar om de lieve vrede de notabelen in Jeruzalem hun gang liet gaan. Dat een notoire boef zijn straf ongedaan zag worden en in vrijheid naar huis kon - of opnieuw als struikrover mensen de keel oversnijden - was iets waar niemand om leek te malen. Pilatus zal wellicht een ander machtsmiddel achter de hand hebben gehouden en die Barrabas hebben laten volgen om te voorkomen dat die voor onrust zou zorgen. Daar zegt het evangelie niet veel over. In die visie was en bleef Pilatus de man zonder gezicht, zonder opmerkenswaardige kwaliteiten, gewoon de uitvoerder van het bevel de rust te verzekeren. Was hij een man die zich tevreden stelde met banale ambtsbetrachting? Wat ik geschreven heb, heb ik geschreven.

Merken we ook op dat niemand als advocaat van Christus optreedt, die het voor hem opneemt, zelfs zijn Rots, Petrus, verloochent hem. Het stond nu eenmaal zo geschreven. Pilatus probeert hem een woord te ontlokken dat hem vrijpleit van enige aandrang tot subversie en we weten dat die Jezus ooit zegde dat je de keizer moet geven wat de keizer toekomt, iets wat je bezwaarlijk subversief kan noemen. Petrus was bang zelf ook te sneuvelen in het gewoel, dat men er blij om was dat een schijn van rechtspraak haar beslag kreeg. Men kan altijd nog menen dat we hier antisemitisme kunnen putten, maar in wezen kon het verhaal dat we kennen zich alleen in die context afspelen en moet men de universele draagwijdte van het verhaal onder ogen zien. Het gaat over mensen, Jezus en zijn volgelingen die dromen van een rechtvaardige wijze, Jezus die in veertig dagen vasten niet verleid werd door de duivel maar wellicht ook moet nagedacht hebben of hij de openbaar wel zoeken zou of kon. Maar het was zijn lotsbestemming, toch? Dat is het lot op te treden in verhalen waarin mensen het ondenkbare verwoorden: "bovenal bemin uw naaste als uzelf". Wat als men zichzelf eerder haat?

Uiteraard was de kerk en de uitleg van de gewijde teksten  die de bedienaren voor ons in overvloed achter de mouw hadden, bepaald niet subversief en dus haakten we massaal af eens we de droom van Ivan hadden gelezen, dat beroemde gesprek tussen Jezus en de Groot-Inquisiteur.  Enfin, anderen vonden gewoon de eisen van de kerk niet meer passen en anderen vonden de wonderverhalen niet passen in hun rationele overtuigingen. Toch, als we de subversiviteit van de afgelopen twintig jaar overzien, dan is dat er eerder een die niet veel om het lijf meer heeft, behalve, dan dat de populisten niets minder willen dan de bestaande foute boel op te ruimen. Maar wat gooien we dan weg en wat krijgen we in de plaats? Dat laatste weet geen kat, maar heeft in het verleden al vaker voor grote ontgoochelingen en erger gezorgd. Mary Beard beschreef overtuigend in haar synthese, SPQR, dat onder het keizerrijk de verhalen over decadentie en moord dan wel onze aandacht trekken, maar keizers én senatoren, andere ambtenaren ook, soms slaven, hadden er meer dan een dagtaak aan alles naar behoren te doen verlopen.

Men kan in het optreden van Pilatus niets verhevens vinden, maar hij incarneert de bestaande orde die bij tijd en wijlen zonder verpinken zegt dat de mensen het zelf maar moeten uitzoeken. Dat hebben we zo te zien verleerd, of beter, de "vergeten mensen" die menen dat het beleid geen rekening met hen houdt, hen niet bedient, vergeten dat het goed kan zijn niet voortdurend onder de verstikkende mantel van het gezag te moeten leven. tijdens de Gouden Eeuw, beschrijft Luc Panhuysen hoe in Hollandse steden de regenten wel eens aangepakt werden door het gemene volk, met geweld, omdat de broodprijzen en andere kosten te hoog opliepen. Zij zagen, las ik bij Simon Shama ook dat ze niet altijd meer wisten hoe goed ze het wel niet hadden, ook al vonden ze het niet rechtvaardig dat Jan Six in zijn fraaie Grachtenhuis mocht wonen en de Bickers de lakens konden uitdelen.

We beven nu niet meer voor volksoproer, noch voor ongewenste ingrepen van bovenaf, maar denken wel dat het beleid nergens naar lijkt. Hier maak ik abstractie van de samenstelling van de zittende regering, want zelfs in tijden van 541 dagen langer dan ooit, maar de andere instellingen bleven in functie en gedeeltelijk hielp de situatie de begrotingstekorten van de federale overheid binnen de perken te houden. Men kan zeggen dat die autonomie heilzaam is, maar ook dat politici zelf niet altijd meer goed weten wat hun inbreng zou kunnen zijn en al te grote bescheidenheid wordt in de media genadeloos afgestraft. In de jaren dat Pilatus Prefect was in Judea en Galilea, kende de regio nogal wat reuring, ook al omdat ze niet geneigd waren de vergoddelijking van de caesars te accepteren en nog minder hun beeltenissen wensten te vereren.

Nu was Pilatus een lid van een belangrijke groep in de Romeinse samenleving, de equites en derhalve betrokken bij het landsbestuur. Hij zou wel eens betrokken kunnen geweest zijn bij een complot tegen keizer Tiberius, maar werd uiteindelijk, in 37 na christus naar Rome terug gestuurd, want hij zou uit argwaan disproportioneel gebruik hebben gemaakt van zijn macht om een samenscholing van Samaritanen uit te drijven, terwijl die zochten naar de verdwenen Ark des Verbonds. De historische Pontius Pilatus zal dus wel kleurrijker geweest zijn en meer betrokken bij de gang van zaken dan de evangelisten laten verstaan. Maar dan zal men toch proberen te zien wat de positie van die auteurs was: 1°) na de gebeurtenissen en 2°) met kennis van de dreigende opstand van de Joodse gebieden. Die streden wel degelijk voor een aards rijk. Pilatus was dus betrokken partij en gevolmachtigde, maar zijn tegenstanders konden klacht indienen bij de senaat in Rome, waar men al langer wist hoe men met corrupte of machtwellustige gouverneurs, procurators en prefecten af te rekenen had. We begrijpen dus dat zo een man, die door een opgezweepte massa - denken we - en een aantal hogepriesters en andere leiders aangesproken wordt om te doen wat hij geacht wordt te doen, de boel op orde houden en onruststokers van straat halen, geen andere keuze had dan het gevraagde vonnis uit te spreken. Maar hij zag in die Jezus geen geweld, gevaar, bedreiging voor de orde. Wat die Joshua dan wel betekenen kon, daar zijn ze in de loop van de volgende decennia achtergekomen, want de groep van christenen zou dan nog wel lange tijd in de catacomben moeten leven, ze won aan aanhangers en zelfs aan prestige, omdat de openbare religie in het rijk nogal officieel en weinig inspirerend bleek. Die geest van weerstand, weerbaarheid en zelfbewustzijn, zo te zien, herkennen we niet bij de christenen dezer dagen. Maar wellicht is iets anders nog belangwekkender, namelijk dat we het uiteindelijk wel zelf zullen moeten uitzoeken, want niemand weet met absolute zekerheid wat er gaande is of wat we kunnen bereiken, weet wat we willen bereiken.

Ons beeld van dat verre verleden is behoorlijk diffuus en al kan Etienne Vermeersch ons goed uitspellen hoe de Schrijft er wel eens ver naast kan zitten, de omgeving, de levensomstandigheden, bijvoorbeeld de status van een timmerman in een dorp in Galilea, blijven ons vaak onbekend. Het gaat toch om de wonderlijke historie. Wij hebben aan die wonderen zoals op de bruiloft van Kanaäan, ook niet zoveel, maar er is genoeg om eens over te mediteren, voor wie dat wil. De gedachte dat een man, om allerlei beweegredenen die met de zaak niets te maken hebben een instrument wordt om een voorspelling te bewaarheden, krijgt hoogstens efemere uitleg, terwijl hij referentiefiguur zou kunnen zijn voor ambtenaren, als ze dat zouden willen hebben.  



Bart Haers     

Reacties

Populaire berichten