Nadenken over macht in een democratie



Reflectie


Woorden van macht
Wie hanteert die (verborgen) macht


Een man met grote macht, deze Charles
Maurice de Talleyrand-Périgord. Toch was
nooit de hoogste in bevel, maar stond hij
achter vele tronen en machthebbers.
Gebruikte hij zijn macht naar behoren
of met fatsoen? 
La grande Librairie had het over woorden van macht, waarbij men de campagne van dit voorjaar voor het presidentsverkiezingen door de mangel haalde. Een mooi initiatief en het was een mooi troepje dat er zat. Tegelijk ziet men hoe gezeurd wordt over Obama die ergens een rede zal geven en er 400.000 $ voor vangt. Het plezier mijnerzijds bestaat erin dat ik mensen zie oordelen, alsof Obama plots besmet is met de geldzucht. Niemand is er vrij van en men moet echt niet hypocriet doen. Herman Van Rompuy geeft ook lezingen, vaak voor een habbekrats of pro deo. Het zit zo dat mensen door Obama te kapitelen denken iets in de pap te brokken te hebben, maar tegelijk voorbij gaan aan wat de man bewerkstelligd heeft. Doden via drones? Ach, mijnheer de president, slaap zacht.

Macht is in een democratie een taboe, als woord, maar ook als feitelijk gegeven. Men kan zich achter naamloze instellingen verstoppen om aan te geven dat men geen andere macht heeft dan die van het ambt. Armand Dedecker, Franstalig politicus bewees dat men macht kan gebruiken door via sluipwegen een situatie te scheppen die niemand moet willen, namelijk dat mensen die er bedenkelijke praktijken op nahouden uit de greep van justitie blijven. Voor een man die wellicht tot de Francmaçonnerie behoort zeer bedenkelijk, voor een liberaal een vernietigende handelswijze: hij maakt zichzelf onmogelijk.

Toch is het goed na te denken over macht, hoeveel macht men instellingen en politici wil toevertrouwen en waartoe. Media hebben graag de mond vol over gelijkheid, maar doen er alles aan om van politici bijzondere mensen te maken, bijna Uebermenschen, wat dan weer lelijk tegenvalt als de aap uit de mouw komt of de kat op de koord. Politici in een democratie, maar ook in een Franse monarchie rond 1765 of onder Louis Philippe, het zijn net mensen. Toch vervullen ze een belangwekkende taak, in wezen ervoor zorgen mensen zich veilig voelen en weten dat de stabiliteit verzekerd is. Er is dus niets geen noodzaak van Change of verandering, denkt de ouder wordende beschouwer, want als er iets moet gebeuren in de samenleving dan komt het van u en mij, moeten parlementen zorgen dat de budgetten ordentelijk de toekomst mogelijk maken, maar het zijn ondernemers en werknemers, huismoeders en zelfstandigen die het groeicijfer bepalen.  

De vrijheid berust dus bij burgers die op verschillende domeinen hun ding zouden kunnen doen en dat ook wel willen. Maar die vrijheid wordt niet enkel door de wet ingeperkt, maar ook door de vraag wat we verdraaglijk vinden van anderen. Sommige mensen hebben hun innerlijke libertijn versmacht, of doen toch alsof. Anderen denken dat we de wet moeten inzetten om ongedwongenheid te negeren. Ik zag nog onlangs in Eeklo een jonge moslima praten, staande met de fiets tussen de benen en een ouder wordende dame op een trapladder in haar tuin. Het was een vriendelijk gesprek en waarom niet. Vrijheid, denk ik dan, is niet spectaculair, maar men kan wel goed leven als men wat minder gedwongen bepaalde normen wil respecteren. Vrijheid en autonomie gaan goed samen, maar er zit ook een verwachtingspatroon achter. Tegenover vrijheid staat veel, dat die kan inperken, maar als we durven op ons oordeelsvermogen te vertrouwen, dan kan men die hinderpalen ook wel eens slechten. Over verkeersveiligheid gesproken, kan men vaststellen dat het goed is als mensen stoppen voor een rood licht en weten dat ze voorrang van rechts best niet zomaar nemen, maar ook niet laten afnemen, want stoort men achterliggende voertuigen. Snelheidslimieten respecteren is zeker wenselijk, sterkt het wederzijds vertrouwen, maar een al te strikte naleving afdwingen kan het vertrouwen in het gezag beperken.

Gelijkheid nastreven is voor velen een heilige strijd geworden, maar het veronderstelt wel dat we de ongelijkheid, dat wil zeggen de verschillen tussen mensen, zowel wat persoonlijkheid als wat omstandigheden aangaat negeren en dat kan zuur opbreken. Gelijkheid voor de wet mag men niet teniet doen, gelijkheid in het leven nastreven, ligt anders. Daarmee wil niets tenzij veel goeds gezegd zijn over de vraag hoe we mensen kansen geven, hoe we hen via scholing en gezondheidszorg willen helpen. Maar moeten we echt allemaal miljonairs worden? Zou dat de ultieme roeping wezen? Of is het al niet zo dat onze inkomens vergeleken met wat mensen in de armere landen kunnen vangen exorbitant lijkt. Men kijkt nu eenmaal graag omhoog. En toch, men veracht, verkettert het kapitalisme, terwijl in dat systeem, ons systeem het initiatief vrij is en mensen daar gebruik van maken. Lukken doet het niet altijd, maar het blijkt wel te zorgen voor omstandigheden waarin mensen zich wel kunnen bevinden. Gelijkheid verdient onze aandacht, maar net als men aan de verwerkelijking van positieve rechten gaat werken, merkt men dat gelijkheid juist op de helling zet, ten goede van mensen die er hun voordeel mee kunnen doen.

Dan is er de broederschap, het vergeten broedsel van de revolutie en van vele bewegingen. Broederschap blijft altijd weer onbesproken, net omdat het aan macht ontsnapt en tegelijk toelaat dat mensen zich niet volkomen eenzaam voelen. Broederschap biedt niet enkel de garantie op solidariteit en op aanvaarding, maar het laat ook toe dat mensen elkaar gaan manen het anders te doen, beter te doen. Broederschap waarmaken met wildvreemden is wellicht een van de moeilijkste opdrachten die we elkaar kunnen opleggen. Het kan dan ook alleen vanuit onszelf komen en ertoe oproepen is al een hele oefening. Toch kan een anonieme samenleving niet zonder een notie als broederschap, al zal niemand anderen er zomaar toe bewegen.

Het begon goed, denk ik, toen ik Boris Cyrulnik zag zitten en daarnaast mensen als Philippe Claudel en de heer Boucheron, die ik al eens zag passeren, zorgden voor een goed gesprek over wat macht betekent, maar we blijven, sinds Foucault zitten met een eenduidige lezing, al ligt dat mijns inziens niet aan de Franse filosoof, net omdat zijn onderzoek en genealogische enquêtes naar wat macht, woorden, discipline betekenen in de loop van jarenlange academische bemoeienissen tot stand zijn gekomen. De latere Foucault heeft zowel in "Histoire de la sexualité" als in zijn laatste college voor het Collège de France, toen hij over "Waarheid spreken" nadacht, niet zozeer zijn oudere, zeer geëngageerde werk gecorrigeerd als nieuwe horizonten verkend. In "Waarheid spreken" zoals ik de titel nu even vertaal, betoogt Michel Foucault nu eenmaal dat waarheid spreken als het er niet toe doet, als er niets op het spel staat wel van belang is, maar dat het pas een zaak van belang wordt als men dreigt te worden afgestraft voor het feit dat men de waarheid durft te zeggen. In een democratie, kregen velen met mij de indruk dat het er niet echt toe doet.

Zowel tijdens de campagne voor de Brexit, de campagne van Donald J. Trump en de Franse Presidentsverkiezingen heeft de waarheid voor velen geen affectieve, laat staan een intellectuele betekenis. Men mag alles zeggen, net omdat men alle middelen mag inzetten om een doel, de Brexit, het presidentschap te bereiken. De waarheid krijgt dan toch een betekenis. Echter, wie naar Podemos kijkt of op de radio hoort dat het Vlaamse jeugdparlement gaat debatteren over bezit, dan wordt het allemaal wel wat lastig, want wie bezit afwijst, kan zich wel utopisch euforisch voelen, maar zal zichzelf over een tiental jaar misschien afvragen hoe hij of zij dat heeft kunnen zeggen. Nog geen tien jaar geleden hoorde ik leerlingen van die leeftijd in Brugge vertellen dat ze een studentenjob doen om een spaarpot aan te leggen. En wie al eens doorheen Peru of Equador wil trekken, zal er ook wel een nodig hebben, een spaarpot en dus wat bezit.

Men meent nu, op de 199ste verjaardag van Karel Marx dat bezit diefstal is, maar geniet thuis van het bezit van de lieve ouders. Dat jongeren dat niet onmiddellijk zelf beseffen, kan ik nog begrijpen, maar het zou toch wel zalig confronterend zijn als zo een jongere die vraag krijgt voorgeworpen: wat doe je met het bezit dat je als kind meekrijgt, doorheen de opvoeding, de jaren op school, in de academie of op de sportclub? Denk aan de woorden uit de schrift, over hoe de zoon van een rijke handelaar vraagt hoe hij het rijk gods kan betreden. Het antwoord: door alles met anderen te delen. Franciscus van Assisi vond dat een schitterend antwoord, waar we tot vandaag met bewondering over lijken na te denken, terwijl we hem, het prototype van de bedelmonnik maar een verliezer vinden. Zijn orde evenwel wist behoorlijk veel macht in de kerk en in de samenleving te verwerven.

We spreken vaker woorden van macht dan we denken en tegelijk, we krijgen ook meer bevelen en wensen te verstouwen dan we ons onmiddellijk voor de geest weten te halen. Macht onzichtbaar maken, lijkt me voor een democratie fataal, want dan kan men niemand meer ter verantwoording roepen. Nu, moet men dan uren zeuren over de vraag of een minister van Buitenlandse Zaken de onverwachte verkiezing in een belangrijke commissie van de VN - op vraag van de VS met een negatieve opzet -, namelijk de commissie vrouwenrechten, van een land dat apert geen rechten voor vrouwen, dat wil zeggen autonomie heeft voorzien, al zegt de Koran ook dat men vrouwen niet enkel moet respecteren, maar zelfs behoorlijk wat zelfstandigheid moet toekennen.

We verketteren overigens de Islam omwille van culturele afleidingen van wat de Islam mensen aanmaant te geloven en te doen. Ik denk niet dat ik mij zou kunnen onderwerpen aan die godsdienst, maar ik weet niet hoe ik zou leven in Granada rond 1475. Het zou afhangen van mijn positie in de samenleving, van mijn geslacht ook, want wie zegt dat ik in die tijd en plaats als man zou hebben mogen leven? We leven met onze omstandigheden en wie we zijn in een bepaald nu en hebben daarover na te denken. Zich proberen te verbeelden een Moesjik ten tijde van de Napoleontische veldtocht tegen Rusland te zijn, het blijft een verhaal dat je moeilijk kan brengen. Of een koelak ten tijde van Stalin...

Woorden van macht, we moeten ze kennen en herkennen... wat in de media zelden aan de orde komt, omdat men precies niet zo ver komt in de analyse. Kritisch denken is van belang, denk ik, maar wat houdt het in? Nadenken over macht en over het eigen oordeel is al een mooi begin. Natuurlijk moeten we nagaan of een bewering die iemand maakt wel klopt, maar soms gaat het niet over de letterlijke uitspraak, want hoe vaak hanteren we geen metaforen om ons punt uit te spellen? Echter, als we goed kijken naar wat Donald J. Trump vertelt, dan valt op hoe hij de taal anders gebruikt dan de meeste politici. Zoals in La Grande Librairie te horen viel, het Victor Klemperer dat in "De taal van het Derde Rijk" goed onderzocht, omdat het hem zo dicht op het lijf kwam en omdat hij niets anders meer te doen had. Trump hanteert zijn taal op een vergelijkbare manier en komt dan ook uit bij de overdrijving en de hyperbool, maar over werkelijke (soevereine) macht beschikt hij niet.

Politici als Jean-Luc Dehaene hebben wel eens gezegd dat een democratie een fragiel iets is, maar de constructie is steviger dan men graag aanneemt. Het hangt in een democratie niet alleen af van de machthebbers, want ook van burgers. In Polen en Hongarije groeit het ongenoegen, in Venezuela ligt het op straat en houden mensen zich niet meer in, hebben er zelfs hun leven voor over om de boel te redden. In West-Europa hebben wij met dergelijke omstandigheden al in tijden geen ervaring meer mee en zouden er ons in eerste instantie geen blijf mee weten. Toch zeggen politici en journalisten, het commentariaat inbegrepen graag dat mensen sterke mannen aan de macht willen, maar spellen ze Manu Macron de les als hij in een Parijse bistro de verkiezingsavond met magen en vrienden doorbrengt. Ze spellen Obama de les omdat hij 400.000 $ vangt - tweemaal vooralsnog - voor het geven van lezingen, alsof zij niet weten dat er clubs zijn waar de kostprijs van de redenaar in direct verband staat met hun eigen welbevinden. Wat er te zeggen valt, doet er niet toe. Maar zal Obama zich lenen tot small talk? Wie het weet mag het zeggen.

Het snelle oordeel over mensen en hun handelingen in de media blijken vaak woorden van macht, zonder dat grondig bekeken wordt hoe de vork aan de steel zit. Men oordeelt zonder argumenten van belang mee te geven en noemt kleine mensen onbelangrijk, terwijl om de haverklap politiek correcte inzichten worden gedeeld, die slechts een vorm van fatsoen aan de orde stelt, namelijk dat we mensen niet voor minderwaardig mogen houden om redenen van ras, geloof, geslacht en wat al niet meer. Gelijkheid nastreven zonder emancipatorische inzet leidt er niet toe dat mensen kunnen worden wie we zijn.

Woorden met macht dient men met omzichtigheid te hanteren, vooral omdat het vaak niet absoluut noodzakelijk is die te hanteren. In  bureaucratieën nemen vormen van macht het wel eens over van de goede werking van organisaties en instituties. Mensen krijgen gezag over anderen en menen objectieve maatstaven te hanteren. Net omdat macht zich - zoals men dat vroeger van de duivel zo voorstelde - zich in meerdere vormen kan verhullen, loopt men het risico er blind voor te blijven als die zich in de verwachte of gewenste gedaante voordoet.

Opzienbarender nog is het tot de bevinding te komen dat we over de zegeningen die ons te beurt vallen heen kijken, omdat we denken dat er niet genoeg gelijkheid zou wezen of omdat instellingen niet geheel naar behoren zouden werken, zonder dat men van diepgaand falen kan spreken. Kritiek kan niet zonder het afwegen van wat goed en wenselijk is, van wat we als nuttig en weldadig kunnen waarderen. Woorden van macht uitspreken, als men niet begrijpt dat er veel goeds gerealiseerd is en dat niet alles op het spel staat, kan desastreuze gevolgen hebben, voor de samenleving en voor individuen. Bedenken we dat Chantal Mouffe en Carl Schmitt al tot de bevinding kwamen dat wie macht heeft en doet alsof dit niet het geval is, zo wel degelijk onevenredig grote invloed kan uitoefenen. Het doen alsof men niets te zeggen heeft, kan mensen in de verleiding brengen die persoon over het hoofd te zien. Wie doet alsof hij of zij macht heeft maar nog geen deur kan doen opengaan.. juist, doet maar alsof.

De betekenis van woorden, denk ik, mag ons niet ontgaan, zeker niet als het erom gaat de inrichting van onze samenleving en de werking ervan onder ogen te zien. Dat er ook in een democratie sprake is van macht, zou men toch eens goed mogen uitleggen, want hoe kan men de macht opnieuw inperken, als men er geen benul van heeft waar die zit. Dagelijks nieuws volgen kan interessant zijn, maar het biedt weinig meer dan informatie en vooral niet altijd vruchtbare bodem voor reflectie. Wat we willen van de samenleving en hoe we de samenleving willen? Heeft dat niet ook te maken met goed vertrouwen, met verschil en betrokkenheid? Dat zijn nu net geen machtswoorden, al kan men ze wel in een machtsbetoog meesmokkelen.

Bart Haers

  

Reacties

Populaire berichten