Werken verdomme, zee van Paemel



Dezer Dagen



Dag van de Arbeid
Reden tot feesten



HIer had ik ook het binnenwerking van een
windmolen kunnen plaatsen, waar graan gemalen
werd of olie geperst uit noten of olijven. De smidse
is nu ambachtelijke archeologie, maar er zijn wel
meer smeden geweest tijdens de negentiende eeuw,
die van hun ambacht een heuse fabriek hebben
gemaakt, zoals Leo Leander Beeckaert. 
Mensen moeten aan de slag, je hoort het sinds de crisis van 2008, 2009 om de haverklap, maar anders dan in Brussel en Wallonië stelt men vast dat er in Vlaanderen in meerdere regio's krapte op de arbeidsmarkt optreedt, dat het aantal werkzoekenden daalde en dat er een goed gevoel leeft bij mensen. Maar aan de betekenis van arbeid voor mensen gaat men voorbij, behalve dat betaald werk verrichten mensen uit een sfeer van afhankelijkheid zou halen. Op het feest van den arbeid mag er wel eens over nagedacht worden: wat doet het kunnen werken met ons?

De dag van de arbeid, vroeger wist je geheid wat er komen zou, een stoet door het dorp en des avonds Willy Claes op tv die stond te fulmineren tegen de regering. Vandaag zal het niet echt anders zijn en dat is wel wat beteuterend, want we zien niet dat de economie redelijk boert en dat de armoede in Vlaanderen ver is teruggelopen, tot 10 % van de bevolking. Het zijn er nog veel, maar slechts weinig landen doen beter. Aan de andere kant zou Vlaanderen geteisterd worden door een pandemie van burn-out en andere kwalen, die met enig ongenoegen en ontevredenheid te maken zouden hebben.

De economie, zegt men graag, groeit en het BBP ook, maar wat dat betekent op individueel en persoonlijk vlak, blijft daarmee onbesproken en dat zorgt voor nogal wat begripsverwarring, want als iedereen erop vooruit gaat, wat dan met de achterblijvers? De vraag om te mogen werken krijgt zelden een onmiddellijk antwoord voor precies die mensen. Recht op arbeid? Maar om wat voor arbeid gaat het dan?

Technologie zal nog veel veranderen, want het blijkt onomkeerbaar dat we nog meer werk zullen laten verrichten door robots, die ook meer en meer zelflerende units zullen worden. Van de weeromstuit zie je mensen terugplooien op een verrichten van handwerk, waar ze zelf intens mee bezig kunnen zijn, omdat robotisering ook op de producten zou afstralen. Producten krijgen een aura omdat ze in een ambachtelijke setting tot stand komen, andere omdat ze goedkoper worden dan ooit omdat er geen manuren meer in kruipen.

Wat dat betekent voor u en mij? Daarover zou ik graag eens arbeidssociologen horen, want men kan hier niet zomaar tot algemene conclusies komen. Mensen die zelf hun werk kunnen organiseren en weten wat er van hen verwacht wordt, zouden meer tevredenheid uit hun werk halen dan bandwerkers. Misschien vindt de bandwerker zijn situatie best leefbaar omdat hij na gedane arbeid thuis zijn goesting kan doen, anderen zullen verlangen naar een betere job. De variatie binnen de menselijke soort is er nu eenmaal en dat zou men beter moeten begrijpen, bij het omgaan met jobs, jobs, jobs. Want die term is in wezen zinledig, want het kan gaan om een sanitair floormanager of een conservator van een particulier museum.

Ook merkt men dat mensen menen dat je bijvoorbeeld ook met een ander arbeidssysteem zou kunnen werken, bijvoorbeeld met twee shifts van 6 uur, per dag. Dan kom je uit bij 30 uur per week, maar ook voor intellectuele jobs kan dat een gunstige uitwerking opleveren, voor zover het meer rekening houdt met de vaststelling dat lange dagen werken wellicht sociaal aantrekkelijk lijkt, maar in feite de productiviteit niet ten goede komt. Ook al zal men dan vragen hoe dat zal uitpakken voor de verloning, zou het voordeel voor de werkende mens kunnen zijn dat er meer tijd is voor zichzelf, voor sociaal engagement of voor een andere activiteit, een uit de hand lopende hobby.

Want wat al helemaal verdwijnt in het verhaal over den arbeid, is wat onder anderen Ignaas Devisch aandragen, in zijn pleidooi voor rusteloosheid. Het gaat erom dat we toch moeten vaststellen dat stilzitten voor mensen niet het allerbeste is, dat mensen plannen maken, iets willen realiseren, thuis en/of op het werk en dat ze liever doende zijn dan verzuipen in ledigheid. Druk mag het leven zijn, als het maar het genoegen schept te weten dat het ertoe doet.

Men ziet in Vlaanderen vele vormen van vrijwilligerswerk en dat op verschillende domeinen, van mensen die jonge kinderen in een of andere sporttak de basisvorming geven, of anderen die een klein orkestje opzetten met jonge muzikanten en anderen gaan dan weer mensen in nood helpen, via de voedselbank of helpen in een RVT. De ene vorm van vrijwilligerswerk is de andere niet, maar men kan niet zomaar zeggen wat beter of belangrijker is, dan wel socialer. Bovendien merken we dat sportclubs, zeker in andere sporten dan voetbal vaak moeilijkheden hebben om het hoofd boven water te houden en dus moeten er inzamelacties gehouden worden. Dus worden u en ik ook wel eens geconfronteerd door welwillende jongeren die flyeren en geld inzamelen voor de volleybalclub of voor "het sociaal artistiek project 't rozeke van papier".

Al die facetten van een bestaan krijgen in het publieke debat zelden een naam, echte belangstelling, want het grootste werk van allemaal, kinderen opvoeden naar volwassenheid wordt dan nog niet genoemd en toch is dat voor veel mensen een bron van vreugde en ook wel eens van smart, maar daar kijken we dan op neer, als het grootse project om allerlei redenen niet uitpakt tot fierheid van de ouders.

Arbeid is dus van belang in ons leven en niet enkel voor de centen. Tegelijk verandert het werken zelf van karakter en zien we dat lage scholing moeilijker tot een vaste job leidt dan betere opleidingen. Hier moet men onder meer de sociaaldemocratie, die gedurende decennia mee de kar getrokken heeft van nivellering en gelijkheid, voor haar verantwoordelijkheid plaatsen. Onderwijs, zeker ook beroepsonderwijs moet het hebben van een project waarbij leraren m/v de leerlingen zover mogelijk weten te brengen in kennis of in een vak, zodat ze tegelijk met die kennis ook een zeker idee van zichzelf kunnen opbouwen. Natuurlijk vervaagt de basiskennis naarmate men verder komt in het leven en zelf van alles gaat ontwikkelen, ideetjes en af en toe een nieuw eigen instrument.

Voor sommigen ben ik een zagevent omdat ik altijd weer over autonomie begin, maar op de dag van den Arbeid moet men toch bedenken dat in het liberalisme juist arbeid en loon naar werken ertoe leidde dat mensen een beter leven kregen. In "Markens gr" van Knut Hamsun zien we portretten van verschillende personages die al dan niet streven naar autonomie, zelfbeschikking, zoals de Kabouter, Isac zelf, die zijn eigen doening bouwt ver van de andere boeren, van zijn vrouw Inger, die een hazenlip heeft en van klaploper en exburgemeester die voortdurend bij iedereen kleine faveurtjes komt zoeken en denkt de grote man te zijn als Zweeds mijningenieurs een mijn komen prospecteren,  terwijl Isac met de mijningenieurs tot inzicht komt dat het niet de moeite waard zou zijn de mijn te ontginnen omdat de verwachtingen niet ingelost zullen worden. Isac weet dat hij kan leven van de arbeid zijner handen, koopt nieuwe werktuigen en wordt welstellend. Zijn opponent verloopt steeds meer en met elk groots plan zakt die dieper weg, omdat hij zich nergens in verdiept en geen groter plan heeft.

Nog een gedachte moeten we toch wel aandragen, namelijk dat we niet voorbij kunnen aan het feit dat mensen zelf wel eens kunnen kiezen voor onderdanigheid, omdat ze zich zo veiliger voelen. Etienne de la Boétie had dit al begrepen, maar in de sociologie en pedagogie komt dit zelden aan bod. Ook als het over het schrijven van cv's aankomt, zien we dat we van elkaar verwachten dat we dynamisch zouden zijn, bakken ervaring en tomeloze ambitie in voorraad, terwijl de werkelijkheid is dat je in een job moet groeien en de mate van onafhankelijkheid te maken heeft met wat je doet. Richard Sennett beschrijft hoe werkgevers vinden dat hun personeel geen vragen moet stellen en liefst niet de indruk wekt afhankelijk te zijn van anderen. Het gevolg, zegt hij, blijkt te zijn dat informatie niet doorstroomt en de bedrijfsleiding pas laattijdig van systeem- en constructiefouten op de hoogte raakt. Samenwerken? Daarover gaat het bij het feest van de arbeid zelden. Een bedrijf heeft maatschappelijke doelen en de afgelopen decennia ging het vaak over corporate gouvernance, maar in de praktijk blijkt de kloof tussen management en de werkvloer groter te zijn geworden omdat CEO's ingehuurd worden om het bedrijf naar succes te leiden zonder dat die manager en zijn team met de specifieke bedrijfstak en de eigen activiteiten vertrouwd zijn. Natuurlijk moet een bedrijf winst maken, al was het maar om de continuïteit te verzekeren, maar zonder samenwerking tussen de managers en de mensen die ervaring hebben en het bedrijf, hun werkplek te gort en te haver kennen, zal het niet lukken.

Respect voor arbeid? Zeer zeker, want we leven in een wereld met afgelijnde ideetjes, waarbij management zich best bewust kan zijn dat ze afhankelijk zijn van de werknemers, van de arbeidskracht vooral die het allemaal moeten waarmaken. Zelfs als mensen van Unizo spreken, klinkt jargon, horen we niet of zelden wat werk kan betekenen, of het nu in de bouw is of aan de tekentafel. Arbeid verheft mensen inderdaad, maar het laat ook toe iets bij te dragen aan de wereld van morgen.

Bart Haers



Reacties

Populaire berichten