Creattieve destructie volgens Macron



Dezer dagen



Groeiend ongenoegen en de roep
om een Macron


Ik ken weinig politici die probeerden
met burgers een langdurig debat aan
te gaan over wat er politiek en wat
maatschappelijk leeft. Zelf mocht ik
bijna 10 jaar deel uitmaken van de
werkgemeenschap en leerde er
politiek te denken buiten en
bnnen het kader van strategie en
taktiek. 
Er bestaat in vele landen in Europa een onmiskenbare onvrede met het bestuur, maar iedereen heeft zo zijn redenen en belangen om ontevreden naar het bestuur te kijken. Vaak gaat het om persoonlijke grieven, meestal overstijgt de onvrede niet de eigen ideale voorstelling van mens en samenleving. Maar wat met de lui die dierenrechten in de grondwet willen en anderen die vinden dat dieren niet over het bewustzijn beschikken dat mensen wel hebben. Hoe kan men hier een modus vivendi vinden?

"Je suis votre chef et je vous suis", hoorde ik Hugo Schiltz eens repliceren en het was iets wat dicht bij een compliment kwam. Ik kan het onderwerp niet meer terugvinden, waarover het ging, maar Schiltz was een van die mensen die je vier keer een issue moet voorleggen en pas als je moedig genoeg bent er een vijfde keer op terug te komen, met goede argumenten krijg je dus zo een antwoord. Maar het heeft me wel alert gemaakt voor het gemak waarmee politici met suggesties uit de samenleving omgaan.

Men kan in principe twee houdingen als uiterste vooropstellen: politici gaan graag in op de wensen van de kiezers uit hun kiesomschrijving of anders voor het algemene publiek, zoals bijvoorbeeld Steven Stevaert deed. Aan de andere kant heb je politici die menen dat ze hun eigen inzichten moeten volgen en er vervolgens verantwoording voor afleggen. Edmund Burke ging hier het verste in stellende dat hij zich met de concrete belangen van zijn constituency niet zou inlaten, alleen met wat hij van belang achtte voor alle burgers, kon hij zich met goed fatsoen bezig houden.

Het is me al langer duidelijk dat politici en burgers moeilijk met elkaar op voet van gelijkheid kunnen spreken en dus gaan politici graag uit de hoogte doen of laten verstaan dat wij niet weten hoe complex het allemaal wel niet is. Burgers laten dan graag verstaan dat zij ook wel weten hoe de wereld in elkaar zit en dat ze ervaring hebben met deze of gene materie, waar een politicus zijn of haar voordeel mee kan doen. Maar hoe men tot echte gesprekken kan komen, blijft altijd nog een hobbel van belang. Toch is dat wat in een hoog geschoolde samenleving toch meer vanzelfsprekend zou moeten blijken, dan nu het geval is. Maar politici durven niet te laten blijken dat ze iets niet onder de knie hebben en burgers zijn vaak te beduusd als ze afgepoeierd worden. Hoe lossen we het dan op? De vraag is belangwekkender omdat met het toenemen van die frustrerende gesprekken de argwaan van goed opgeleide burgers tegenover politici alleen maar toeneemt en in wezen is het nergens voor nodig. Het gaat om een ingesteld en vooral dus om respect, wederzijds respect tussen mensen in een ongelijke positie. In een vertegenwoordigende democratie is de representant in se een burger onder de burgers, maar de uitbreiding van het stemrecht sinds 1893 en vooral na 1919 heeft de ongelijkheid versterkt, terwijl ook het cliëntelisme de verhoudingen verscherpt heeft. Politici kunnen mensen ergens mee helpen en burgers willen die mogelijke patroon niet verliezen.

Emmanuel Macron heeft als minister geprobeerd de arbeidswetgeving in Frankrijk te moderniseren en verworven voorrechten - doorgaans valabel in de oude industrie - te vervangen door een meer flexibel arbeidsrecht, zonder de rechten van werknemers globaal op de tocht te zetten. Het probleem is nu dat veel jongeren geen kans krijgen omdat de ontslagprocedures kostelijk en tijdrovend zijn en vooral kleine ondernemingen brengen dan het voortbestaan van de onderneming in het gedrang. Die ervaring en het onvermogen van Vals, van Hollande vooral om echt achter Macron te gaan staan, uit angst voor de CGT en andere vakbonden, hebben de hele onderneming schipbreuk doen leiden. Toen bedacht Macron dat hij maar beter kon proberen buiten oude loyauteitsverbanden, zoals die bestaan tussen de PS en de vakbonden, greep te krijgen op het beleid en het is hem beter gelukt dan iemand had durven verwachten of vrezen. Maar moet men daarom in alle landen naar een Macrontsje zoeken? In Nederland heeft Rutte, Mark Rutte al langer die lijn uitgezet, waarbij hij ontvankelijk bleek voor linkse oplossingen als die maar niet links genoemd werden. In België zijn er nu eenmaal twee democratieën en Bart de Wever heeft met N-VA kiezers uit de traditionele partijen en van extreem-rechts of radicaal rechts aangetrokken, tot frustratie van de traditionele partijen die hun marktaandeel zagen dalen. In Franstalig België kregen we dan de PTB+, een partij vergelijkbaar met "La France Insoumise", die scoorde voor de presidentsverkiezingen en ook in de kamerverkiezingen wel een zeker succes boekte, doch niet kan tippen aan de zetels van La République en Marche.

Bij de eerste ronde van de verkiezingen stelde François Fillon dat hij het overheidsapparaat sterk zou afslanken, maar hij had geen antwoord op de vraag hoe de overheid haar verplichtingen tegenover Burgers zou blijven waarmaken. Maar dat het Franse overheidsapparaat overbevolkt is, zal geen geheim zijn, maar de aanpak vergt inderdaad omzichtigheid. In het UK is gebleken hoe de harde besparingspolitiek het politie-apparaat onderbemand heeft achtergelaten. En wat is belangrijker als overheidsopdracht dan de veiligheid van burgers verzekeren?

Macron deed wat hem gezien de omstandigheden noodzakelijk leek, het uitgewoonde en door schandalen verzwakte bestel van de grote partijen overweldigen en het is hem aardig gelukt. Maar wat staat hem nu te doen? En hoeveel geduld zullen de media hebben? Ik vrees dat dit dezer dagen het grote slachthuis van de politici is geworden, de vele commentatoren die dagelijks op radio, televisie en in de bladen hun commentaren geven, met pontificale ernst terwijl het publiek geleidelijk afhaakt, omdat ze de fouten in de redeneringen of zelfs de observaties van die commentatoren niet meer vertrouwen. Soms krijgt een mens de indruk dat zij niet vanuit enige urgentie over deze of gene kwestie hun licht laten schijnen, maar vooral omdat ze hun eigen marktwaarde willen opkrikken.

Het punt is natuurlijk dat we al dertig, veertig jaar voortdurend de boodschap krijgen dat het allemaal niet zo simpel is als wij willen geloven, maar wel zo simpel als economist van Trends of historicus van De Standaard het zien. Er zijn uitzonderingen, zoals Caroline de Gruyter, die vanuit Wenen probeert uit te leggen hoe politici voortdurend moeten zoeken naar een gemeenschappelijke grond voor verstrekkende besluitvorming in Europa.

Een van de moeilijke punten om over het voetlicht te brengen is dat men niet zo gemakkelijk op administratief vlak iets kan veranderen als men niet de bestaande wetgeving heeft aangepast, want anders werkt de administratie in het luchtledige. Ook vereenvoudigen van bestaande regelgeving kan alleen als men de bestaande wetgeving expressis verbis wijzigt en dat moet met grote zorg gebeuren, want anders kan een belanghebbende de nieuwe regels aanvechten op grond van een vergeten wetsartikel, ook al is iedereen overtuigd van de noodzaak van de vereenvoudiging.

Bovendien merkt men gaande de tijd dat bepaalde ideeën niet voor iedereen dezelfde betekenis hebben. Zo is er het beruchte dan wel befaamde artikel 35 in de grondwet, waarbij in principe een exhaustieve en beperkende lijst van bevoegdheden moet opgesomd worden die nog aan de federale overheid toekomen. Ook in de Vlaamse Beweging vindt men dat een lege doos, maar er is nog geen poging ondernomen, die publiek gemaakt werd om over dit artikel een akkoord te vinden. In wezen speelt daar mee dat de minderheid in het land een zeg wil blijven hebben over wat in het andere deel van het land, Vlaanderen gebeurt. Exclusieve bevoegdheden voor de deelstaten door op te sommen wat er nog gemeenschappelijk geregeld kan worden, het ligt voor de hand en toch beschouwen Vlaamse politici dit als een dode mus. Omdat er in de media slechts uiterst zelden over deze kwesties gesproken wordt, kan het ook geen issue worden. Toch zou het invullen van artikel 35 net een flinke stap betekenen naar confederalisme.

Als Europeaan ben ik overigens wel te vinden voor een versterken van de Unie, waarbij ik het best begrijpen zou als we de landen in het Oosten wat meer aandacht zouden geven. Heb ik daar dan belang bij? Wel, als het de Unie zou versterken als Hongaren en Polen, Tsjechen en Slovenen zich beter opgenomen zouden weten in de Unie en als duidelijk worden zou voor hen dat de Unie echt wel meer is dan de vervanger van het Stalinistische Moskou, dan zou ook dat de Unie versterken. Polen ging de goede weg op, maar plots kreeg de partij voor recht en rechtvaardigheid het heft in handen en zij toonden zich bereid de instrumenten van de democratische rechtsstaat op de helling te zetten, zoals een vrije pers, een onafhankelijk gerechtelijk apparaat en vooral dus individuele zelfbeschikking. Waarom zou een land de abortuswetgeving terugschroeven? Op vraag van de kerk? Omdat men zich demografisch wil versterken? Beide allicht, maar onze media geven ons zelden veel informatie over wat er over de Oder-Neissegrens gaande is.

Overigens, als Macron kan slagen deze dubbele stembusslag te winnen, dan moet het ook voor een volslagen populist mogelijk zijn, als die maar de juiste sleutelwoorden weet te hanteren en waar komen we dan uit? Men zou dus mogen verwachten dat de klassieke partijen hun stinkende best doen om het verloren vertrouwen te herstellen. Maar Macron moet nog beginnen met zijn bestuur en daar liepen al vele presidenten op vast, onder meer omdat Fransen graag gaan betogen, op vraag van de vakbonden. Dat de betogingen tegen het homohuwelijk, le mariage pour tous, zoveel succes kenden, verbaasde ook mij, maar wellicht was het een uitstekend moment om de regering verwijten te maken over verregaande morele laksheid. Maar Marine Le Pen kon het vervolgens niet laten te fulmineren tegen de morele achterlijkheid van de moslims en net als Geert Wilders ging ze dan de Europese waarden verdedigen, ook die in verband met rechten voor LGTB-gemeenschap.

Politici berijden graag het paard "opportuniteit" genaamd, ook al blijken ze dan wel eens een U-bocht te moeten maken. Het versterkt het vertrouwen niet in de politiek, maar het is de vraag of men hen niet het overijld aanpassen van hun standpunten moet euvel duiden. De perikelen rond grote infrastructuurwerken in Vlaanderen, die bij Antwerpen, laten zien hoe desastreus het kan uitpakken als een groepje burgers politici de indruk kunnen wekken dat ze een representatief deel van de bevolking vertegenwoordigen. Geen van de groepen heeft in Antwerpen de kans gewaagd zelf verkozen te worden in de gemeenteraad, ondanks alle geboekte successen en dat maakt dat politici wel moeten horen wat er leeft, maar niet zomaar ingaan op wat "de" mensen zeggen.

Moeten we elke beslissing van de overheid aanvallen? Sommige mensen vinden dan dat de overheid zich niet met ondersteuning van mensen met chronische ziekten moet inlaten, maar dat maakt nu net een van de positieve facetten van onze samenleving uit. De overheid moet immers niet aan u of aan mij denken maar betrachten te doen wat in het algemeen belang van gewicht mag heten, dus ook vermijden dat mensen heel erg in problemen komen als gevolg van een ernstige ziekte. Hoever de overheid zou moeten gaan in het toekennen van rechten aan dieren? Die zijn geen vragende partij, maar een groep burgers vindt op grond van een of andere redenering dat dieren bijzondere bescherming verdienen, terwijl anderen menen dat het aan mensen is om passend met dieren om te gaan. Voor de een is dat zwaar ontoereikend, voor de ander gaat het al veel te ver.

Misschien heeft Vlaanderen al een Macron, want de politieke verhoudingen zijn al aardig gewijzigd sinds 2003, toen de SP-a met Steve Stevaert een grote overwinning mocht boeken, maar een jaar later al bleek die winst af te kalven en nu is de SP-a een eerder kleine fractie. Ook de VLD en de CD&V zitten onder de drempel van wat men een grote partij kan noemen, maar wekken graag de indruk nog leidend te zijn.

Sommige politici en burgers menen dat eens in de vijf jaar gaan stemmen niet echt zwaar weegt, maar die verkiezingen geven toch maar waardeverhoudingen weer in de samenleving. Die negeren, is al vaker gebleken, vormt voor elke partij een begin van een autodestructief proces. Maar in een democratie is dat altijd creatieve destructie, want waar die partij verliest, winnen andere. Laat die keuze dus maar aan de burgers en kleineer hen niet, door de resultaten straal te negeren.

Bart Haers   



Reacties

Populaire berichten