Europa op eigen benen, tijd van ontwaken

Dezer Dagen


New Awakenings
 over vliegwielen en acceleratoren in de samenleving



Een model waarin de versterkende invloed
van een ontwikkeling op andere in het
economsiche bereik tot uiting kan
komen. Lineaire modellen laten dit soort
relaties en correlaties niet altijd zien. 
Een paar weken voor den Donald verkozen wordt, stel ik nogal boud dat de verkiezing voor Europa een goede zaak zou zijn. De gedachte dat als de nood hoog wordt de redding nabij komt, was daarbij niet leidend, wel de voorstelling van mensen als Donald Tusk en Angela Merkel die de gevolgen van de tegen de EU gevoerde politiek vanwege Trump wel eens zouden kunnen hanteren als hefbomen. Wist ik veel hoe of dat beleid eruit zou zien, want "America First" was een thema dat hier vooral afgrijzen oproept, terwijl een beetje politicus altijd eerst voor de eigen constituency moet werken, op een Walter Bagehot na.

Na de G7-top in Taormina, Sicilië, lagen de kaarten op tafel, waarna mevrouw Merkel zegde dat Europa niet meer onbezorgd kan vertrouwen op oude bondgenootschappen. Er viel nog iets anders op, namelijk dat men haar uitspraak zag als een doorknippen van de navelstreng. Echter, aangezien de politiek van Duitsland, met Adenauer, Schmidt en Kohl gericht was op de verbinding met Frankrijk, Duitsland, de VS, gezien de Koude Oorlog en de eisen van Stalin en Chroesjtsjow dat Duitsland neutraal moest zijn, niet onbegrijpelijk, moeten we die woorden laten bezinken. De keuze van de VS om Europa met grote bedragen en industriële goederen, het Marshallplan was niet door altruïsme alleen ingegeven. Maar het geld werd in Europa ook behoorlijk goed ingezet, als we het succes van de wederopbouw na '47 onder ogen neemt. Ondanks het feit dat critici bij de New Deal van Franklin Delano Roosevelt zwakke punten  aanduiden en zelfs mislukkingen aan weten te geven, heeft die New Deal aanleiding gegeven tot een enorme groei van de Amerikaanse economie die tot nagenoeg 1970 zou zijn doorgegaan. Het blijft opmerkelijk dat men in de uitleg van economische ontwikkelingen fenomenen als vliegwielwerking, accelaratoren en multiplicatoren hun betekenis verloren lijken te hebben, zeker in de brede media. Integendeel, ook Donald Trump zou uitgaan van een zero sum game, waarbij winst voor anderen, Duitsland, China, voor de VS verlies betekent, aan arbeidsplaatsen en welvaart. De groei van China heeft net Duitsland de kans geboden eigen investeringsgoederen uit te voeren.

Het gaat erom dat nu overheidsingrepen in de economie gewogen worden aan de directe opbrengst, terwijl ook groei in een domein, O&O wellicht wel versnelling en vermenigvuldiging van de baten kan opbrengen, die de kost ver te boven gaat. Voor zover ik het nu kan zien, was deze benadering nodig om te begrijpen hoe vanaf de twaalfde eeuw economische groei niet te verklaren viel door alleen maar toename van de bevolking, de oogsten of van productie van basisproducten, maar dat onder meer de handel leidde tot grotere productie en ook weer uitbreiding van het areaal, waarbij men erin slaagde een en ander te verbeteren, technologische evolutie dus. De economische ontwikkelingen gaan dan niet langer lineair, maar ook kan men niet altijd de vinger meer leggen op oorzaak en gevolg, omdat er lange lijnen van oorzaak en gevolg zich aandienen, vaak nog eens verweven met elkaar.

Ook linkse politici bij ons geven al te graag aan dat het allemaal wel simpel genoeg, is, neem het geld waar het zit en herverdeel het, waarbij men dus aan kapitaaldestructie doet. Het heeft mij wel wat tijd gekost voor ik begreep hoe ons beeld van de Sovjet-Unie er bij lag, toen Lenin het land in zijn macht had gekregen. Nog altijd stelt men Rusland voor alles alleen maar een landbouwstaat was, op het overlevingsniveau, maar in de Poolse delen, Lodz ondermeer, maar ook in Petersburg was de industrialisatie doorgedrongen en waren er inderdaad arbeiders, maar ook kleinere bedrijven, naast enkele grote bedrijven. De Gebroeders Aschkenazi, Jacob en vooral Max, over de opgang van een industrieel die in het woelen van de geschiedenis, de vele conflicten tussen ambachtslui, arbeiders en  ondernemers, de rol van de revolutie in 1905 en vervolgens de onafhankelijkheid van Polen in 1919 - gebruik makend van de revolutie en de oorlog van de Witten tegen de Roden - om zichzelf te herstichten, eigen wegen vond en succesvol was. De man, Max Aschkenazi die al zijn oude vriendschappen en familiebanden in Lodz achter zich had gelaten, verloor er finaal zijn fortuin bij. Wat me bij is gebleven van die boeken van Israël Joshua Singer is dat Rusland niet alleen meer agrarisch was. Later bleek bij verder onderzoek en ook bij Orlando Figes en andere, dat men het beeld van het agrarische Rusland nodig had om de successen van Lenin en Stalin breed uit te smeren, wat ook Philipp Blom aangaf met zijn beschrijving van die nieuwe stad in de Oeral, waar Amerikaanse ingenieurs voor werden ingehuurd.

Met andere woorden, we schikken ons gemakkelijk in een bepaalde beeldvorming omdat dan de verklaringsgronden ook gemakkelijk duidelijk uit te spellen vormen. Maar het is niet altijd accuraat om verdere evoluties min of meer te overzien. Zo heb ik vaak de indruk dat we ons niet goed raad weten met de gevolgen van de Derde - of Vierde - Industriële Revolutie, die in mijn benadering begint met het ontwikkelen van computers voor een brede markt van gebruikers, met daarop de steeds snellere ontwikkeling van software en vervolgens het internet. Voor de administratieve verwerking van bedrijfsprocessen was dat al een hele omwenteling, maar er werd vooral de negatieve kant van benadrukt. Nu komen er nieuwe vormen van robotica die nog veel verbeterd zijn tegenover de machines die dertig jaar geleden handwerk aan de band gingen vervangen. Ook de gevolgen daarvan werden niet goed ingepast in de economische beeldvorming want ook dat had zo gevolgen voor de ontwikkelen van de arbeidsmarkt en per afgeleide een toename van hoger geschoolde werknemers met een grotere verantwoordelijkheid in processen.

Met andere woorden, wie alle onheil - wat heet onheil - komt van de globalisatie, want de lonen worden bij toenemende automatisatie uiteraard marginaler. De verschuiving van productie naar lageloonlanden heeft overigens ook winnaars opgebracht in die nieuwe industrielanden, al werkten de vliegwielen en acceleratoren niet altijd, omdat er geen robuuste instellingen ontwikkeld werden of waren in verband met de handhaving van het recht voorhanden waren. Waar het wel lukte, ontstonden Aziatische tijgers of BRICS, maar ook dat verloopt niet van een leien dakje. Hier hebben Westerse ingrepen zich niet altijd afdoende op afgestemd: men bleef bezig met ontwikkelingssamenwerking en hield zich niet bezig met de ontwikkeling van de staat en kaders voor de staat. George Soros doet dat met zijn CEU, Central European University voor Hongarije en omstreken wel en de bevolking begrijpt dat zo te zien. Men moet nu eenmaal staten opbouwen.

Als we discussies volgen in onze media, dan valt op dat het streven naar gelijkheid andere consideraties in de weg staat. De kwestie ligt moeilijk omdat men ongelijkheid identificeert met onrechtvaardigheid, wat in een marxistische analyse wel te begrijpen valt, maar daarom nog niet helemaal te argumenteren valt. Walter Scheidel, zo schrijft De Standaard, laat begrijpen dat je gelijkheid nastreven niet zonder een enorme hoeveelheid geweld nodig hebt om gelijkheid te bereiken. Er zijn bij mijn weten nog geen reacties op gekomen in de krant zelf. Terwijl het uiteraard een antwoord biedt op wat Thomas Piketty ons te denken heeft: hoe gaan we de gelijkheid realiseren. Volgens Walter Scheidel was de periode 1914 - 1945 de grote gelijkmaker, zoals ook de revoluties in China en Rusland dat waren, maar het is wel duidelijk dat wie meent dat gelijkheid echt een na te streven situatie is, zal dus van zijn/haar hart een steen moeten maken. Scheidel legt ook uit hoe na 1980 de ongelijkheid opnieuw toenam, wat te maken had met precies die nieuwe technologieën die onze leefwereld volkomen hebben veranderd.

Europa, maar ook de binnenlandse politiek zal het dus eens met een frisse blik moeten bekijken. De eis van transparantie overigens die in het debat vaak uitgespeeld wordt, kan men slechts realiseren als men bij de informatieverwerving niet enkel spreekt over gesjoemel maar ook over wat het beleid kan bewerken of fnuiken. Infrastructuurwerken, waar men ook maar ineens de onderhoudskosten over langere termijn moet bij in rekening brengen, kosten heel wat, maar de opbrengst is navenant als men de economie de vrije baan geeft. Ook voor onderwijs geldt dat men  de kosten die erin op zijn gegaan sinds meer dan een eeuw niet weet te verbinden met de gerealiseerde democratisering van de samenleving, zodat men moet vaststellen dat in verschillende Europese landen de gelijkheid beter gerealiseerd dan in Angelsaksische landen. In Duitsland zijn er Länder waar de toegang tot universiteiten en hogescholen bijna of helemaal kosteloos is. In de VS heeft men het onderwijs voor de brede bevolking gewoon de nek om gewrongen.

Het lijkt mij dus noodzakelijk als Karel Verhoeven meent dat er meer transparantie nodig is, dat niet alleen kan gaan over wat mensen doen in de sfeer van politiek en het raakvlak tussen ondernemingen en de overheid. De discussie over de bepaling welke geneesmiddelen terugbetaalbaar moeten zijn en wat voor het risico van de patiënt genomen moet worden, zoals medicijnen voor chronische aandoeningen als andere, heel nieuwe producten waarvan de uitgaven voor de ontwikkeling voor het bedrijf heel hoog liggen en de vraag in de markt een kostenefficiëntie niet bevorderen, maakt dit soort vraagstukken bijzonder complex. Bij weesziekten ligt die overweging nog veel meer voor de hand: wie zal ervoor zorgen dat iemand die aan een weesziekte lijdt de nodige geneesmiddelen kan krijgen tegen een betaalbaar bedrag, niet voor een dosis, maar soms voor levenslange toediening.

Kritiek op transparantie uitbrengen, lijkt niet passend dezer dagen, maar het past in de hele discussie rond besluitvorming, dat men overheden a priori moet wantrouwen. Maar zoals Paul Frissen aantoonde, kan een overdosis transparantie, onder meer in verband met de inlichtingendiensten heel schadelijk uitpakken voor individuele vrijheid. Maar transparantie heeft een zusje, namelijk de neiging van de overheid alle eventualiteiten, mogelijke ongevallen voorkomen, preventiebeleid dus  en ook dat is niet bepaald bevorderlijk voor de persoonlijke vrijheid van burgers.

 De eis tot volstrekte transparantie ten aanzien van politici en bestuurders roept ook nog een andere vraag op, want zoals dat vroeger zo mooi heette, konden mensen oordelen in gemoede, in een jury van het hof van assisen, maar hoefden ze hun uitspraak niet achteraf met redenen te omkleden. Volgens het vigerende aanvoelen van wat recht zou zijn, uitgesproken door het hof voor de rechten van de mens in Luxemburg, kan dat niet langer. Men moet volledige (rationele) verantwoording afleggen van wat men uitgesproken heeft. Ook van de politiek verwachten we dat, hetgeen op het terrein van begrotingen en ondersteuning van bedrijven neerkomt op een cijferdans, maar dat men niet altijd tot laatste cent een project kunnen uitrekenen en zeker is altijd dat de kost de baat vooruit gaat.

Deze overwegingen nu moeten we meenemen als we het over een nieuwe dynamiek voor Europa willen hebben, waarbij men dan doorgaans zal spreken van "Treaths" en "Opportunities", wat het voordeel va de duidelijkheid, transparantie lijkt te hebben, maar het risico is groot dat men zich vooral op de af te wenden gevaren zal richten en te weinig op de opportunities. De incidentie van bepaalde bedreigingen vallen overigens ook doorgaans wel te berekenen, maar niet als men voortdurend spreekt over een global storm. Wat men vooral uit het oog verliest is wat de wisselwerking van bedreiging en mogelijkheid aan opportuniteiten inhouden. De kostprijs van de vergrijzing is in nieuwsberichten een regelmatig terugkerend item, maar de jong gepensioneerden zijn behoorlijk in staat tot geld uitgeven en zelfs nog tot investeringen in een (nieuwe) woning en auto' en andere goederen. De vliegwielfunctie daarvan komt in wezen niet aan bod. Er is een pensioen en dat is ontoereikend. Zou het echt zo eenvoudig en eenduidig zijn?

Ook komt die benadering voort dat men als overheid op alles zegt voorbereid te willen zijn en dan komen de aanscherpingen van de bestaande regels met vlagen over de burgers heen, die er ook stilaan de buik van vol hebben, omdat net welwillende burgers er zich het eerst door geraakt voelen. De overheid moet niet alles willen regelen. Het aantal verkeersdoden lijkt verder te dalen, verder onder de vierhonderd. Het is evenwel ook zo dat steden de tolmuren van voor 1860 opnieuw intstellen met nieuwe middelen en nieuwe doelstellingen. Daar is, denk ik ruimte voor een liberale awakening, waarbij men de neiging tot overdreven controle achter zich zal laten. Als burgers zelf oordelen zal het ook wel goed komen, meer nog, zal de samenleving wellicht er meer baat bij hebben.

Een andere awakening die zich opdringt is de gedachte dat we in een veranderende geopolitieke constellatie de eigenheid van de liberale Europese cultuur moeten aanwenden als een sterkte, waarbij dus Europa, zoals meer dan Boris Johnson lief is, het geval blijkt, de Europese regelgeving niet zo bureaucratisch functioneert en hoeft te functioneren. Is er evenwel sprake van fout aanwenden van Europese middelen dan moet men er wel de nodige aandacht aan besteden en indien nodig passende sancties opleggen. Maar men moet wel opnieuw naar de klassieke economische modellen kijken om te zien waar de economie zelf in staat is groei te creëren en waar de overheid smeerolie of zelfs een enkele brandstof moet voorzien.

De gevolgen van de globalisatie zijn voor onze regio - Noordwest-Europa -  op verschillende terreinen zo te zien goed geamortiseerd, wat wil zeggen dat ze niet enkel opgevangen en geïncasseerd werden, maar ook mee aan de zich hervormende verhoudingen een positieve invloed meegegeven hebben. De politiek van Trump, isolationisme en hoge tolmuren, zal politiek wellicht geen stand houden omdat het Congres er de gevaren van begrijpt, maar het kan ook een mogelijkheid bieden een nieuw economisch kader op te bouwen, waarin de verhoudingen tussen de markt en de overheid opnieuw bekeken worden en daarbij hoeft de overheid zich niet vanzelfsprekend terug te trekken. Een efficiënte overheid? Als men ziet dat waar de overheid de steun aan publieke omroepen laat varen het niveau van de informatie wel in het gedrang komt, hoe vaak men de VRT van een zeker salonsocialisme mag verdenken -, het blijft vooral een kwestie van pseudosociale reflexen, want ze zijn zelden goed doordacht. Ook in andere brede media merkt men soms te veel reflex en te weinig doordachte overwegingen, vooral als het om lange strengen van oorzaak en gevolg gaat waar maatregelen vaak op het verkeerde punt in het proces ingrijpen.

Europa kan met iets meer zelfbewustzijn naar de wereld kijken, maar kijken alleen volstaat niet. Bepaalde praktijken van bestuur hebben bewezen dat ze heel goed werken, andere falen. De ontwikkeling van de mobiliteit blijkt men te zien als een zaak van schaarste te bezien, waardoor een frisse blik op het gebeuren achterwege blijft. Nadenken over de vele verkeersstromen en de positieve vrijheid die goed georganiseerd mobiliteitsbeleid met zich kan brengen, mag men dan niet uit het oog verliezen.

Kosten en baten laten zich niet altijd even gemakkelijk berekenen, ook al niet omdat de baten niet bij iedereen op dezelfde manier meewegen in het persoonlijke budget. Het zou dus goed zijn dat men in Europa, niet enkel bij de commissie doch ook bij de andere instituties maar ook bij de burgers en organisaties van burgers zou bereid tonen over die nieuwe omstandigheden na te denken, liefst niet eenduidig, maar ook in de gedachte dat als men ruimte laat voor initiatief van burgers, dat er dan wel eens meer dan alleen maar persoonlijke winst geboekt wordt.

Omgekeerd hebben we de staat van node als arbiter, maar ook als de onderhoudsploeg en zelfs geroepen is nieuwe initiatieven te ondersteunen. Het blijft dan altijd makkelijker achteraf en met de kennis, wijs van later te oordelen. Feilloos is het niet, maar die awakening, dat we mogen dwalen en al eens falen lijkt mij wezenlijk, wil men een (nieuw) elan vinden. Anders moeten we met mevrouw Beeckman inderdaad besluiten dat we in een depressieve samenleving leven. Haar argumenten kan ik wel begrijpen en deel ik zelfs voor een deel. Maar net daarom dat ik het vreemd blijf vinden dat men over de endogene groeikracht van onze economieën zo weinig hoor, laat staan dat men zelden bedenkt hoe men al die radertjes op gang kan krijgen door mensen meer hun zin te laten doen. Activeren? Neen, perspectief geven en laten rommelen, zou ik denken.


Bart Haers 

Reacties

Populaire berichten