Loyaal aan de vorst en eigen inzichten: Thomas More

Recensie


Thomas More?
De man, zijn tijd en zijn bemoeienissen



Peter Ackroyd, Thomas More, biografie. Uitgeverij Polis 2016. Vertalers: Henny Corver, Ineke van den Elskamp en Pon Ruyter. Oorspronkelijke titel: The life of Thomas More 1998. pp. 500. Paperback 24,95 pp.

Wie de reeks zag over Edward VIII, zal zich ook afgevraagd hebben hoe het kan dat het bloed dat de koning vergoot om zijn wensen werkelijkheid te laten worden beperkt bleef tot enkele vrouwen en een paar mannen. Peter Ackroyd leidt ons rond in het humanisme rond 1500 en hoe mensen huns ondanks in andere sporen liepen dan ze zelf in gedachten hadden. De auteur van Utopia beleefde hoogtijdagen en gevangenschap, werd terechtgesteld, omdat hij al dan niet halsstarrig zijn wereld in stand wilde houden. Over welke wereld had hij het dan?

Thomas More, je weet dat hij Utopia schreef en dat hij in 1535 onthoofd werd, omdat hij de koning, Hendrik verhinderd zou hebben te trouwen met Anna Boleyn en ook wel geweigerd de scheiding van Catherina van Aragon te accepteren. Was hij ooit nog kanselier geweest, het hoogste ambt in het koninkrijk van Eduard VIII, na de koning zelf? Jawel, maar dat ligt niet meer zo fris in het geheugen. Over de kwaliteiten van de man, zijn verwevenheid met de intellectuele elite en zijn geschriften, zowel in het Latijn als in het Engels, aldus Peter Ackroyd, die deze biografie reeds in 1998 schreef en die ook al in het Nederlands in 2006 verscheen. 11 jaar later pas kom ik ertoe het boek te lezen en erover na te denken. Het zegt veel over de houdbaarheidsdatum van het boek en van de inzichten die erin verwerkt zijn, het zegt ook iets over het feit dat het boek bij de discussies over Utopia, enkele maanden geleden nauwelijks aan bod komt. More was meer dan Utopia en toch was Utopia als bedenksel volkomen in lijn met zijn danmalige rol in de samenleving, omdat hij toen zowel als rechter, jurist en als hoge ambtenaar een rol ging spelen. Acroyd laat zien dat we meer over de man kunnen vertellen dat het beroemde boek en zijn tragische terechtstelling in 1535.

Een biografie bevat, zeggen kenners, licht teveel details om nog overzichtelijk te blijven, want moeten we echt weten waar More ter kerke ging, dat hij vier jaar lang als jonge twintiger een levenswijze koos die aansloot bij wat de Kartuizers voor ogen hadden staan? In dit geval is dat zeer zeker zo. Als een biografie erin slaagt de beperkingen van de benadering te overstijgen, dat wil zeggen dat de focus op de persoon het zicht om de Umwelt, de omgeving beneemt en verengt, dan kan een biografie het inzicht in de betroffen samenleving en tijd beperken, maar slaagt de biograaf de focus op de tijd en de samenleving, de cultuur te richten en daarin meer te brengen dan het silhouet van de betrokken persoon, c.q. Thomas More, dan krijgt men een exquise toegang tot een wereld die we doorgaans in clichés benaderen.

Het beeld van Koning Hendrik VIII? Een wraakzuchtige, absolute vorst die alles naar zijn hand wil zetten en voor een paar koppen die van het schavot rollen, zijn hand niet omdraait. Maar het verhaal, zoals we het voorgeschoteld krijgen, laat zien dat Hendrik VIII niet alleen de brute machtsman was die men van hem maken wil, maar wel degelijk geschoold was en ook niet bestemd was voor het koningschap, aangezien zijn oudere broer Arthur daarvoor klaargestoomd werd. Ook het huwelijk van Arthur met Catharina van Aragon, tante van Karel V, zou voor Hendrik een zegen en een ramp blijken, want ze kregen wel dochters, maar geen zoon en dat wilde Hendrik zo graag. More intussen had een zoon, John, maar ook een dochter, die bekend werd om haar eruditie, Margeret die nu wel behoorlijk vergeten is, maar dezelfde intellectuele vorming kreeg als de jongemannen in het huishouden van Thomas More, iets wat mij dus niet bekend was en mijn ver- en bewondering wekt.

Er zit in deze biografie over Thomas More veel dat onze aandacht trekt en het lijkt moeilijk er alle facetten van naar voor te halen, want wat op het oog bijzaak lijkt, blijkt tekenend voor de tijd en voor de wijze waarop Thomas More tegenover het recht stond, tegenover de tradities en de eenheid van de kerk. Evengoed blijft hij volhouden dat men als mens redenen heeft over zichzelf, zijn medemensen en deze wereld te lachen, want veel wordt te ernstig opgepakt en zorgt voor misvattingen. Met Erasmus die zijn "Encomium moriae", met de bekende woordspeling op Thomas More, onderhield More interessante contacten, die voor ons een aanwijzing vormen voor hoe tijdens de zestiende eeuw de wereldbeelden aan het schuiven gingen. Anders dan Ackroyd het voorstelt ben ik geneigd het strakke onderscheid tussen middeleeuwse en moderne cultuur die in het humanisme, de rechtspraktijk tot uiting komen, eerder te zien als een gevolg van politieke en maatschappelijke veranderingen, waaraan zowel Hendrik VII, als diens zoon, de achtste Hendrik en More, Wolsley en al die anderen hun rol in vervullen en waarbij het opvalt hoe cruciaal is dat al die figuren eenzelfde cultuur delen, opvattingen delen over wat de goede samenleving zou kunnen zijn. Tegelijk botsen zij op cruciale punten en dat niet louter om redenen van machtspolitiek. Een interessant thema in dit boek is de wereld als schouwtoneel, waar ook Bredero later over berichten zou[i].

John More, de vader, was zelf opgeklommen tot hoge ambten in de juridische wereld en bekleedde een machtspositie in Londen en het koninkrijk. Zijn zoon lijkt op het oog vanuit filiale piëteit hetzelfde pad te hebben gevolgd en het blijft frappant dat hij de eerbied voor de vader zeer nauwgezet laat blijken, ook op publieke plaatsen als in Westminster.

Acroyd laat ons intussen het Londen zien waarin hij More en de anderen laat bewegen, maar ook de Europese context, met de conflicten, allianties en perfide vormen van negeren van dat alles door Frans I, Karel V en Hendrik VIII, zodat we ook beter gaan inzien dat zowel binnenlands als buitenlands beleid voeren voor de vorsten van die tijd een zaak wordt van delegeren en vasthouden aan de eigen macht. In Londen en het UK zien we hoe de koning middels zijn kroonraad, zijn Kanselier en anderen de lijnen uitzet, maar ook opvolgt. Hendrik is tenslotte niet enkel geschoold om toernooien te voeren, maar kan ook de pen voeren, weet wat nodig is over theologie en recht, omringt zich met de crème de la crème van in de universiteiten en de law-schools, in feite corporaties waar juristen in de praktijk hun opleiding krijgen en met argumenten leren te schermen. Men kan bedenken dat de Inn's, waar zo een groep juristen als een ambacht functioneert met een lange periode van training in de (ongeschreven) wetgeving en de beschikbare bronnen leert te argumenteren, de voorgangers vormen van de "law firms", zoals die vandaag in de Angeslsaksische wereld functioneren. . Hoog het hoogst subtiel verwoorden van distincties vormt daarin uiteraard een belangrijke opdracht, net als het snel en behendig interpreteren van de argumenten van de tegenstander.

Het opvallende daarbij is dat More vaak in geschriften scatologische humor aanwendt en het menselijke, al te menselijke duidelijk aanvaardt, ook als het lachwekkend wordt. De taal van de Londenaren, soms vulgair, vaak puntig en ad rem krijgt in zijn dialogen hun plaats en waar hij in juridische zaken met een lastige klant alleen kan afrekenen mits ironie en het openleggen van valse pretenties, zal hij dat ook niet laten. Vooral stond hij bekend als een rechter die streng maar ook menselijk oordeelde, die al eens salomonsoordeel velde als elke andere uitkomst hem onbevredigend toescheen. Zijn menselijke aanpak van het recht en de behandeling van verzoeken en betwistingen bleken voor de Londenaren, waar hij tot zijn verhuis naar de koninklijke raden, maakte hem bekend bij een breder publiek en wellicht zal zijn rol als pleitbezorger bij de gilde van stoffenhandelaars ook voor anderen zo zijn voordeel gehad hebben.

In Utopia komt de discussie over het zeggenschap over de gemene gronden aan bod, maar in zijn functies aan het hof blijkt hij met deze kwestie ook werkelijk doende te zijn geweest. Aangezien hijzelf ook grondbezit verwierf, lijkt het opvallend dat hij met zijn mening dat de grenzeloze aanspraken op gemene gronden een inbreuk vormen op de rechten van de "gewone lieden", wat men anachronistisch klassebewustzijn noemt te vormen, wanneer hij de kleine boeren en herders tegen die aanspraken in bescherming neemt. Hij verdedigt daarbij zowel de geschonden belangen en schrijft er ook rapporten over voor de koninklijke raad, maar geeft ook aan dat hij de inbreuken op een nuttige traditie ongeoorloofd vindt. Of hij een economische visie heeft op de zaak, is niet geheel duidelijk, wel weten we dat toen hij met Utopia in zijn hoofd rondliep in Brugge en Antwerpen rondliep, belast met onderhandelingen tussen de Kroon en Londen enerzijds en de Nederlanden anderzijds over gunstige handelsovereenkomsten, waarbij vooral de Nederlanden en de steden, Brugge, grote druk zetten op een terughoudende houding. Uiteindelijk zal het verdrag er wel komen, maar More ontdekt hoe moeilijk het is in chaotische en complexe situaties snel tot resultaten te komen.

Eens in het gravitatieveld van Hendrik, zou More betrokken worden bij een kwestie waar wij ons lichtvaardig van afmaken, namelijk de hervormingen van de Engelse kerk. Zoals aangestipt wist Hendrik ook wel iets van theologie, maar er was meer dat ter sprake zou komen dan het al dan niet incestueuze huwelijk van Hendrik en Catharina van Aragon, namelijk de vraag hoeveel zeggenschap de paus mocht hebben over de kerk van Engeland, hoeveel rijkdommen de kerken en abdijen konden accumuleren en vooral, wie dan het hoofd van de kerk van Engeland zou worden. Thomas More had zich een aantal overtuigingen gevormd voor hij tot de hoogste ambten geroepen werd, over de plaats van de kerk in het koninkrijk en over de relatie tussen het wereldlijke en het goddelijke, was vertrouwd met Augustinus en dacht grondig na over de rol van machthebbers, zoals ook Utopia was gebleken, vooral in het eerste boek.

Met Peter Acroyd kunnen we ons verwonderen over het feit dat de koning hem vraagt om Kanselier te worden, maar ook dat hij ambt aanneemt, maar daar spreekt zijn onvoorwaardelijke loyauteit jegens de koning en het rijk.

De "grote kwestie" van de koning was, toen More kanselier werd in 1529 al lang en breed aan de orde en toch, een andere kwestie zou minstens zo zwaar op zijn schouders wegen, met name de Reformatie, die ook Engeland niet onberoerd heeft gelaten. Nog eens ziet men hoe Europa wel vele rijken kent en vele vorsten met elkaar conflicten uitvechten en allianties sluiten, maar wat er leeft in de bevolking, bij de geschoolde burgers, de clerus, de adel, blijkt hoe de geschriften van Luther algauw ook via Antwerpen Engeland bereiken om in Londen op vruchtbare grond terecht te komen. More, de humanist, moet als politicus en als gelovige met deze omstandigheden weten om te gaan. Tegen heug en meug wordt hij een ketterjager, schrijft hij tegen Lutheraanse geschriften, algauw na 517, toen Luther zijn 95 stellingen aan de poort van de kathedraal van Munster slaat. More de humanist wil niet dat boeken verbrand worden, maar zal ermee op toezien dat schadelijke geschriften inderdaad publiek verbrand wordt. Zoals bijna overal in Europa heeft de ziel van de hervorming van de kerk wortel geschoten en vindt men overal "nieuwe mannen" die zich afkeren van de oude kerk.

Voor zover ik de auteur begrijp, gaat More nu niet onmiddellijk over tot het terechtstellen van Ketters, wel in het bestrijden met pamfletten en geschriften. Overigens, ook Hendrik moeide zich met die theologische discussies en we zien More, zijns ondanks, terrein verliezen, omdat Hendrik metterdaad bepaalde inzichten van de "nieuwe mannen", de volgelingen van Luther of andere bewegingen die zich verzetten tegen een soms infantiele voorstelling van de kerk en tegen de veilheid van de priesters en bisschoppen, overnemen. In het spel is een kluwen van belangen en een oprecht geloof, ook van Hendrik het beste voor te hebben met de kerk van Engeland, maar niet minder zijn honger naar grotere zeggenschap over het gehele rijk.

Men kan er niet onderuit, de loyale More wordt steeds meer een tragische figuur die een dubbele loyauteit probeert te verzoenen, die van de oude kerk en die aan de koning. Bij elk verschijnen voor commissies die zijn handelen in de "grote kwestie" en de andere moeten beoordelen, zal hij altijd zijn trouw aan de koning en het rijk blijven benadrukken, maar ook en met eventueel moed en kracht de belangen van de traditie en de Kerk van Rome betogen, zonder in de fout te trappen, denkt hij, daarmee de koning tekort te doen.

Hoe het ook zij, de kanselier moet aftreden, omdat anderen bij de koning een groter vertrouwen genieten en men wil hem niet sparen  omdat hij, denkt men, tot de partij van Catharina van Aragon behoorde, met een heilige non, die de kerk ook wilde beschermen tegen de grote hervormingen, zou hebben samengezworen en omdat hij nu eenmaal More was, bekleed met meer gezag dan men met bewijzen kon staven. Hij was een bedreiging voor de nieuwe politiek en voor de hervorming, maar als we het resultaat bekijken, heeft Hendrik VIII uit het Lutheranisme niet zo veel overgehouden, maar wel heeft hij de macht van de kerk gebroken en vooral van Rome, door zichzelf tot hoofd van de kerk van Engeland te laten uitroepen.

We lezen hoe daarbij waarheid en leugen, valse voorstellingen en manipulatie niet geschuwd werden. Ook More wist zich van allerlei rethorische middelen te bedienen  en in dialogen en andere vormen voor zijn inzichten uitkomen, zowel in het Engels als in het Latijn. Hoe de rest van Europa naar die conflicten in Londen keek, wordt in het boek niet geheel duidelijk maar zeker voor Rome was het schisma een groot verlies, net als de annaten, de belastingen die bisschoppen op hun inkomsten aan Rome betaalden. Een van de cruciale vragen waar alle partijen een strijdpunt van maakten was het "Praemunire", waarbij men voor kerkelijke zaken altijd raad zou schaffen bij de paus, of die nu, zoals More dacht, zijn ambt waardig was of niet - waarmee hij feitelijk afweek van zijn Augustiniaanse voorbeeld.

Peter Ackroyd kan nauwelijks zijn bewondering voor de intellectueel More verbergen, terwijl hij ook de juridische capaciteiten van de man breed uitsmeert. De religieuze bevlogenheid, zowel in de folkloristische vorm van ommegangen en kinderfeesten als in een zeer ingrijpende vorm, namelijk de More die gekleed ging in een boetekleed en die vier jaar leefde als een Kartuizer - zonder zijn ambten in de wereld neer te leggen - krijgen daarom uitgebreid aandacht. Deze leek wilde in leven en werken en ondanks zijn verworven welstand geen maximalisatie van zijn welstand, wel zijn eerste en tweede echtgenote goed verzorgd wilde weten en de kinderen en anderen die aan hem waren toevertrouwd werkelijk kansen wilde geven, met andere woorden, zijn soberheid was oprecht, maar getemperd.

Het boek verdient aandacht omdat Peter Ackroyd erin geslaagd is de vele discussies waarbij More betrokken was, onder meer de enclosurebeweging en andere sociale veranderingen aan te brengen en we weten intussen dat geleerden zelf wel eens moeite hebben doel en oogmerk, middel en strategie goed in kaart te brengen. Ook de betekenis van het humanisme krijgt in dit boek vlees en botten, zenuwen ook, waardoor we te lezen krijgen hoe Erasmus en de kanselier More, ook de ketterjager More voor Erasmus een vreemde wordt. Betrokken bij diplomatieke kwesties en als Speaker van een parlement onder Hendrik VIII diende hij de ook in zijn ogen overdreven lust van de koning de belastingen te verhogen, was hij als jurist en pragmaticus niet voor een gat te vangen. Voor Erasmus was die kant van het praktische leven van More wellicht onmogelijk empathisch inleefbaar. Handelde More als Kanselier tegen wat hij in Utopia had vooropgesteld, dat vorsten niet nodeloos oorlog moeten voeren, dan blijkt uit het feit dat hij Wosleys politiek tegen Frankrijk heeft weten te temperen, maar ook in de debatten in de Nederlanden over de handel het werkbare midden wist te vinden.

Humanisme, zoals ook Montaigne en de la Boëtie daar getuigenis van wisten af te leggen, gaat niet uit van conclusies die vooraf vast liggen, maar wie met macht te handelen heeft, zoals ook Montaigne diende te ervaren, kan de geest niet altijd zuiver houden. Daarmee is vooral gezegd dat figuren als More en Montaigne op enig moment dienden te ervaren dat ze de macht dienden los te laten als ze hun handelen niet meer in overeenstemming konden brengen met hun (humanistische) geweten. More tot slot voelde zich, zoals eens Socrates, genezen van de neiging te vluchten voor de dood en valse vrijheid door een listig opgezette vlucht. Peter Ackroyd laat zien dat More geen heilige was, maar wel dat deze man, zoals eens Thomas Becket, de koning durfde te weerstaan in het geloof dat hij hem, de vorst het meeste loyaal bleef.


Bart Haers  




[i] Over de leefwereld en hoe men het eigen optreden zag, heeft Peter Ackroyd het uitgebreid en ik heb me voorgenomen over dat aspect een reflectie te wijden. Ook andere facetten van dit boek, zoals de scholing van More zelf en zijn kinderen, valt meer te vertellen, maar het zou een topzware recensie opleveren... Er zijn figuren die in de biografie meer aandacht krijgen, maar die in een recensie buiten beeld blijven, daar valt weinig aan te verhelpen. 

Reacties

Populaire berichten