Rede en empathie gaan goed samen






Kritiek




Onwrikbaar geloof in de Rede
De menselijke bestaansomstandigheden in overweging nemend



Stephen Toulmin,
Terug naar de Rede. Agora 2001.
Men zal me natuurlijk aanwrijven dat ik iets heb tegen Etienne Vermeersch en dan vooral tegen zijn hameren op het feit dat slechts door de rede de wereld kenbaar is. Er zijn weinig filosofen die zich de moeite nog getroosten de ouder wordende filosoof nog van een repliek te dienen, die de kwestie zelf voorop blijft stellen, in plaats van ad hominem tegen de oude man in het geweer te gaan. Ignaas Devisch verdedigt een thesis omtrent eugenese die velen niet welgevallig is en de emeritus hoogleraar probeert hem in de hoek van de oude katholieken te plaatsen. In een weekendbijlage gaan beide filosofen met elkaar in de clinch. Opvallend is dat Ignaas Devisch weet te zwijgen.

Sinds we op grond van nieuwe technieken beter kunnen voorspellen of mensen in de loop van hun leven zware aandoeningen te verwerken kunnen krijgen, is onze onbevangenheid over nieuw, jong leven niet goed meer te verantwoorden, want als we weten dat een pasgeborene op zijn of haar zeventigste aan protofrontale dementie zou kunnen gaan leiden, moeten we er alles aan doen om die aandoening te voorkomen, terwijl er nog geen kruid tegen gewassen is. Alleen is pas in 2015 het gen gevonden dat voor deze aandoening markeert. En zeg nu zelf, wat voor een leven kan men niet gehad hebben, voor men, 75, 80 jaar oud inderdaad door die vorm van dementie getroffen wordt. Zou prof. em. dr. Etienne Vermeersch al die mensen preventief hebben wil wegwerken om leed te voorkomen, hij had ook veel levensvreugde in de kiem gesmoord. De vooruitgang van de wetenschappen is een zegen, maar men mag er, dunkt me, niet primitief mee omgaan.

Ignaas Devisch meent dat de oude prof zich excessief en zwaar belastend uitlaat over ouders die niet kiezen voor abortus als ze vernemen dat hun kind syndroom van Down kan hebben of zal hebben. Hij meent zelfs dat geen abortus aanvaarden vanwege de ouders een daad van onverantwoordelijk gedrag moet heten. Vanuit zijn visie is het volkomen begrijpelijk, want de Verlichting heeft geleerd dat we elk nodeloos lijden uit de wereld moeten helpen of zelfs voorkomen, indien mogelijk. Ik denk dan, nogal naïef allicht, dat Denis Diderot en co de mening toegedaan waren dat mensen andere mensen niet nodeloos mogen doen lijden omdat ze nu eenmaal de macht bezitten om anderen te doen lijden, vooral dan priesters en rechters, de koning en zijn vertegenwoordigers werden geviseerd. Men dient ook natuurrampen te voorkomen of minstens de nood te lenigen voor wie door aardbevingen, hongersnood en vulkaanuitbarstingen in nood is gekomen. Voor de goede orde, in 1783 werd Europa getroffen door een zware vulkaanuitbarsting op IJsland, waarbij vooral giftige dampen over Engeland en Schotland, maar vervolgens ook over het vasteland werd verspreid en dat zou ook veel vee hebben getroffen. Of Diderot, wiens vader bistouris ofte scalpels smeedde, al durfde te denken aan antibiotica en vervolgens bij machte was zich iets als genetica voor te stellen is mij niet bekend.

Die beperking mag geen aanleiding vormen de denkers van de verlichting af te vallen, maar maakt het juist het moeilijk zich zonder meer op de Waarden van de Verlichting te verlaten. Ik begrijp mensen niet die menen dat de uitkomst van het denken van Herder, Kant, Adam Smith en John Stuart Mill en al die anderen überhaupt tot een eenduidig denken aanleiding zou hebben gegeven. Men kan natuurlijk Edmund Burke opzij schuiven wegens niet progressief of niet verlicht genoeg, maar dan gaat men voorbij dat de achttiende eeuw een onvoorstelbaar kluwen aan de inzichten en voorstellingen van de wereld heeft opgeleverd, die ons nog steeds kunnen inspireren maar die voor onze tijd niet altijd alleenzaligmakend kunnen heten.

Dat is het onderscheid dat men maken kan tussen de benadering van Vermeersch enerzijds en Devisch anderzijds, die zonder meer aanneemt dan men zelf toch nog eens moet denken, waarbij de Rede net zo misleidend kan wezen als eender welke vorm van religie, in de mate dat men de rede verdingelijken wil. Aan het einde van vorige eeuw schreef Stephen Toulmin "Return to Reason", waarover hier te lande nooit veel debat is geweest. Toulmin studeerde nog bij Wittgenstein en wees erop dat Ludwig Wittgenstein vond dat Descartes ons op het verkeerde spoor gezet zou hebben door de illusie van zekerheid aan te bieden. Tussen Montaigne en Descartes gaapt de kloof die de moderniteit nooit heeft willen erkennen omdat Descartes met zekere kennis van de expert aan de slag wilde gaan en objectiviteit nastreefde, terwijl Montaigne aan de hand van de retorica tot inzicht kwam, eerder als een vorm van ambachtelijkheid.

Kan men dezer dagen nog wel in ernst de vormen van moderniteit enerzijds en het oubollige retorische zo scherp tegenover elkaar plaatsen? Minstens Jean-Paul van Bendegem heeft in verschillende geschriften de wiskunde, het summum van objectief onderzoeken en vertalen van de werkelijkheid verbonden met precies de retorica als wijze om inzichten over te brengen. Zo te zien zitten Vermeersch en Devisch in een analoge discussie gevangen. Overigens, de stelling van Vermeersch dat met empathie de slavernij nooit zou zijn afgeschaft valt aan te vechten, want het waren de Quakers in een Londense kerk die zich eerst tegen de slavenhandel hebbe verzet en later ook nog andere vormen van activisme hebben opgezet om slavernij helemaal af te schaffen. De Quakers staan er niet bekend om dat ze zich op de zuivere rede beroepen. En ook de strijd tegen de segregatie in de VS in de jaren 1960 was een zaak van empathie, minstens van betrokkenheid. Het zijn vaak de voorstanders van bestaande praktijken die zich op de rede en hun eigen macht beroepen.

Gaat men bewust het risico aan een zwaar gehandicapt kind op de wereld te zetten? Ik zou denken van niet maar ik weet ook dat de onbevangen ontvankelijkheid rond de zwangerschap dezer dagen niet meer goed mogelijk is, want het lijkt erop dat we geen fouten willen en toch, vele moeders kunnen zich blijven hechten aan hun kind, ook als er iets niet in orde mee is. En neen, men moet de vroegere tijden niet idealiseren, wel begrijpen dat men toen soms met grote vragen geconfronteerd werd, waar ook de kerk geen antwoord op had. Een zus van mijn moeder, ik schreef er al over, had een hartaandoening, waardoor ze onvoldoende zuiver bloed door de slagaders kon pompen en met achttien jaar overleed ze, aan het einde van de oorlog. Mijn grootouders verloren in diezelfde periode ook twee zoontjes bij gebrek aan medische middelen zoals antibiotica. Niet zo lang geleden hoorde ik voor het eerst van mijn moeder hoe haar vader toen gehuild had, wat ze voordien nooit meegemaakt had en wat wij, de kleinkinderen, nooit hebben gezien. Maar het spreekwoord "elk huisje heeft zijn kruisje" was toen wel een werkelijkheid.

Vandaag kan men dat vaak verborgen verdriet vermijden en in discussies met onder meer mijn zus en broers die dus ook met onze jongste broer zijn opgegroeid blijkt dat we de ambiguïteit van die kennis wel doorvoelen: je moet niet, mag niet smeken om een kind met een beperking, maar als het er eenmaal is, dan moet je er voor doen wat mogelijk is. Maar goed, de minister van volksgezondheid zet nu veel middelen in om tijdig een test uit te voeren die niet meer invasief is zoals de vruchtwaterpunctie, met name de NIP-test, waarbij men de aanwezigheid van het triosoom 23 kan opsporen. Het kan geen ouder onberoerd laten maar kan men weigeren de test uit te voeren? Voor Vermeersch is dat onmogelijk, het zou voor iedereen een plicht zijn, zoals ook men ook inentingen tegen mazelen of polio moet aanvaarden om zichzelf en anderen te beschermen. Maar het doel van al die inspanningen? Ignaas Devisch ergert er zich aan dat Vermeersch stelt dat down zou uitsterven, de aandoening, niet de mensen met Down, al sterven die natuurlijk ook. Maar het doel mag en kan zijn dat mensen niet meer ter wereld komen met deze aandoening als men het kan voorkomen, aldus Vermeersch. Het blijft wel de vraag of we ouders kunnen verplichten tot de test en vervolgens tot een abortus over te gaan als het resultaat is dat de kans op een kind met het syndroom van Down er nu eenmaal is. Misschien zou men net in deze omstandigheden de periode waarin abortus mag aan te passen aan de nood van de betrokken ouders om zich over de situatie te bezinnen. Want aan de ene kant is het leven met een kind met een beperking geen evidentie en kan het leiden tot een isolement van het gezin, met de beste bedoelingen. Wil men dus ouders goed voorlichten, dan zal dat niet met droge data kunnen. Hier komen fijngevoeligheid en overtuiging aan de orde, net dat wat Toulmin als een additief voor de klein denkende moderniteit beschouwd, de redelijke argumentatie, want overtuigen gaat niet als men de ouders niet als lijdende personen ziet. Empathie dus.

In het algemeen ziet men dat in discussies over zelfbeschikking mensen niet goed weten hoe we die verworvenheid in concrete omstandigheden met kennis over zichzelf en over een kind in de kiem moeten omgaan. Vroeger was het iets wat de Heregod ons in de maag splitste, nu is er de diagnose na een test. Ignaas Devisch stelt zich vragen of we inderdaad niet soms enige beperking voor lief moeten nemen, want het kan dat het leven er inderdaad anders gaat uitzien. Nog eens, ik zou niet graag als dader-vader met mijn geliefde in het kabinet van de gynaecoloog zitten en moeten vernemen dat het kind een ernstige aandoening zal hebben. Een hazenlip? Neen, bedankt.  Down? Liefst niet. Maar dan? Kan het zijn dat mensen die er tot nog toe mee te maken hadden een wandeling door de rozentuin kregen, dan vergist men zich en op zeker moment moeten ouders onderkennen dat hun kind met een beperking hen zal overleven. Er deden zich al familiedrama's voor in deze omstandigheden en er wordt zelden veel over gesproken. Liever een dokter die zijn schoonzoon laat omleggen. In het algemeen zal de ouder van een kind met een handicap ernstiger en met meer afwijzen bejegend worden dan een misdadiger, want die kan er niet zo heel veel aan doen.

 Niemand kan weten, lijkt mij, hoeveel hartzeer ouders van een kind met een beperking te torsen hebben, los van de stilzwijgende kritiek van omstanders. Alleen, de toegenomen kennis en mogelijkheden aan de weet te komen dat er iets mis is, maken het allemaal niet eenvoudiger. Rationele argumenten alleen blijken, zoals hoger al aangegeven, niet altijd te voldoen en dat ligt er niet aan dat die mensen dom zouden zijn, maar allerlei redenen hebben, uitgesproken of net niet uitgesproken om niet zomaar de situatie te aanvaarden.

Ik denk dat de krant De Standaard er goed aan doet dit interview op te nemen, want de visie op wat redelijk is dan wel strikt  rationeel impliceert inderdaad dat menselijke betrokkenheid, emoties hun plaats krijgen en dat brengt Ignaas Devisch in, waarmee hij prof. em. dr. Etienne Vermeersch wijst op lacunes in diens benadering. Het was Jean-Jacques Cassiman die er al op wees dat men voorzichtig met voorkennis moet omspringen, want als het zo is dat we uit genetisch onderzoek een beperking of aandoening kunnen opsporen die zich later tot veel later zal voordoen, dan is het vraag hoe ouders, maar ook het kind ermee zal omgaan. Naast de concrete en objectieve data moet men dan inderdaad beroep doen op empathie en vooral op gesprek, onderhoudende gesprekken om er mee om te gaan. Het blijft de vraag of we met het zwaard van Damocles kunnen leven. Voor velen lijkt dat, theoretisch, een onduldbare situatie, maar als men er eenmaal mee te maken krijgt, dan ziet men zowel mensen die het niet aankunnen als anderen die alles voor hun zorgenkind overhebben. Dat is wat de filosoof Ignaas Devisch ziet en op het tapijt wil leggen.

Etienne Vermeersch zegt dat die mensen met een beperking geen verrijking mogen heten, maar dat is niet wat mensen ervaren die zo een kind hebben, of er broer of zus van zijn. Vermeersch blijft steken in een moderniteitsdiscours dat  ook kan ontaarden in bedenkelijke inzichten. Niemand minder dan Theodore Adorno vond dat het de Verlichting was die naar de Endlösung heeft geleid, naar Auschwitz en dat hele programma om mensen uit te roeien die behept waren met een handicap of een psychische aandoening. Men spreekt niet zo vaak over operatie T-4, het eugenetische project van de Nazi's, waartegen wel degelijk kritiek gekomen is, onder meer van Clemens von Galen, de bisschop van Münster. Het klopt dat we daar niet per se naar moeten verwijzen want nu gaat het om voorkomen van geboortes van kinderen waar iets mis mee is. Toch blijft het de vraag wat men kan aanvaarden en wat niet en is een zekere empathie van belang, want mensen mogen dwalen.


Bart Haers  

Reacties

Populaire berichten