Hoeveel democratie hebben we nodig?



Kritiek



Democratie?
Natuurlijk (niet echt)



Speakers' corner in London Hyde Park, waar
vanouds mensen vrij kunnen spreken, geldt
als een symbool voor het vrije woord. Maar
democratie gaat voorbij het woord, vrij en
wat men wil. wat ook Clairy Polak
op een onderhoudende wijze weet te brengen. 
Zoals elke zomer verrast Human, de Nederlandse omroeporganisatie op ons zondagmiddag met een goed gesprek, zonder dat iemand het gelijk aan zijn of haar kant tracht te halen. Dit jaar wil men iets doen met democratie en de afgelopen weken zat Ian Buruma aan tafel, deze zondag de historicus Philipp Blom, die merkwaardige boeken schreef over de Verlichting   en over de periodes voor en na WO I en zich ontpopt tot een kritische toeschouwer van de eigen tijd. Kritisch betekent voor hem dat er risico's zijn, maar ook mogelijkheden. Toch is mijn vraag, na het volgen van de eerdere uitzendingen en van deze over de markt, de markten, hoe we ons tegenover de democratie verhouden, als we het niet over de samenleving kunnen hebben.

Het verhaal van de democratie vergt veel tijd om verteld te worden en dat vergeet men wel eens. Hoe belangrijk het ook is zich te specialiseren, blijkt juist bij de studie van complexe systemen en dat mag men toch wel zeggen van een democratie en meer nog van een samenleving, want men kan vrijwel nooit voorspellen hoe een democratische besluitvorming ontvangen zal worden en hoe in lengte van jaren kleine rimpelingen grote veranderingen blijken te zijn. Het valt daarom op dat men er inderdaad vanuit blijft gaan dat mensen de logica van de besluitvormers zonder meer aannemen. Dat was al meteen een van de mooie bijdragen in het debat, dat we dat inderdaad niet voor gegeven mogen houden. Belastingen op beursverrichtingen en op verkoop binnen een bepaalde termijn hebben in België uitgewezen dat de beleggers zich ijlings naar andere oorden begaven, al was het de bedoeling juist de beleggers aan te spreken op hun speculatieve gedrag. De regering diende vast te stellen dat een bepaalde oefening anders uitpakte en de taks werd opgeschort.

Meteen blijkt het een andere kwestie de democratie en het veronderstelde tenietgaan ervan op het voorplan te brengen. Dat de technologie en vooral ICT grotere invloed heeft op het persoonlijke leven dan alleen het uitbreiden van de communicatiemogelijkheden, blijkt moeilijk te bevatten, maar zoals iemand liet verstaan kan men dat niet louter negatief interpreteren. Het gebruik van facebook en andere sociale media vormt maar een deel van het gebruik en al is Wikipedia best interessant, het is altijd goed er nog eens naar te kijken, i.e. andere informatiebronnen te bekijken, dat alles biedt u en mij mogelijkheden om inderdaad buiten de gevestigde kanalen van de brede media om met elkaar een en ander uit te wisselen aan informatie en inzichten. Dat neemt niet weg dat sommigen daarvan gebruik maken om zichzelf en anderen ervan te overtuigen dat de gevestigde media onbetrouwbaar zijn. De Murdoch-media laten graag verstaan dat de elitaire kringen de lezers misleiden. Fake news? Precies.

In die optiek kan men ook eens kijken naar het dispuut over complottheorieën, waarvan Tinneke Beeckman vaststelde dat het dezer dagen, de afgelopen jaren zeer populair is geworden en een uiting zou vormen van het verlies aan geloof in de redelijkheid. De veronderstelling dat 11 september 2001 een opzet was van de heer George Walker Busch om een of ander doel te bereiken, met name een aanval op Afghanistan en Irak te rechtvaardigen, vond niet enkel bij Islamisten van allerlei gezindte bijval, maar ook bij anti-Amerikanisten in Europa en bij libertairen in de VS, die vonden dat de VS zich niet met de rest van de wereld moeten inlaten. Unabomber was zo een figuur - nu zit hij een levenslange gevangenisstraf uit - die de samenleving de rug toekeerde, zijn eigen Walden creëerde en geloofde dat de industriële samenleving de individuele vrijheid helemaal tot nul reduceren zou. Dat we inderdaad oplettend naar evoluties moeten kijken, spreekt voor zich, maar tegelijk is het onmiskenbaar zo dat landen waar de industrialisatie de samenleving heeft gevormd, de individuele ontplooiing van mensen ook gedemocratiseerd is geworden. De kritiek van Theodore Kaczynski op de moderne samenleving mag dan eenzijdig zijn, dat mensen zo extreem tegen het bestel kunnen ingaan, tot en met het plegen van aanslagen en verzenden van bombrieven, moet er ons wel aandachtig voor maken dat niet alles vanzelfsprekend in orde is. Complotdenkers denken dat allerminst en menen dat wij, onwetenden door de ingewijden voortdurend bedrogen worden. Alleen, ook Ted Kaczynski, Unabomber, was een eminent wiskundige die op weg was een briljante loopbaan uit te bouwen, toen hij zich uit de samenleving terugtrok. Zijn afwijzing van de industriële samenleving en de voorzieningen, zoals water en elektriciteit, wees hij kordaat af in zijn blokhut in Lincoln, Montana.

Het vraagt aandachtige lectuur om te weten wat de bombrievenzender bewoog en het heeft geen zin alles af te wijzen, zoals hij doet, maar dat bepaalde ontwikkelen niet gunstig uitpakken, mag ook gezegd. Maar wie zal dat bepalen. In het gesprek op NPO 1 ging het op zeker ogenblik over de kwaliteit van de politici, die niet voldoende op de hoogte zouden zijn. Op de hoogte van wat? Juist, van zowat alles wat we denken te weten. Politici staan doorgaans voor een bepaald mens- en wereldbeeld, ingedikt in een ideologie tot enkele slagwoorden, maar als men de leden van de Tweede Kamer ziet debatteren  of de leden van het Vlaams Parlement, dan merkt men dat er veel kennis aanwezig is, al hanteert men wel eens argumenten zonder de andere kant te belichten, maar dat is nu net het voordeel van de debatcultuur dat men nog zo vaak mag proberen argumenten achter de mouw te houden, anderen zullen ze wel uitbrengen, desnoods doen de kraaien het.

Gaat het over beschikbare kennis, zoals bleek in het gesprek over de verhouding tussen economie en politiek, dan moet men opmerken, met alle respect voor Clairy Polak, dat ook journalisten niet geheel op de hoogte zijn van alle ins en outs van het economische gebeuren, waarbij uiteraard de theorievorming nog een belendend perceel vormt, waarover heel wat te zeggen valt. Maar wie beschikt over voldoende kennis om een (complex) probleem te belichten en gepaste voorstellen aan te dragen. Journalisten blijken vaak bang dat ze te technisch worden en dat mensen dan zullen afhaken, terwijl vaak dan net een uiteenzetting de moeite van het volgen waard wordt. De globalisatie van de economische weefsels, waarbij markten steeds meer onderling verweven zijn geraakt - markten beschouwd als locaties, want men kan ook markten hebben inzake woningbouw, bedrijfsconstructies en de recreatieve sector, zoals badsteden of skistations. Dan krijgt men aansluitende markten, want de logistiek moet verzorgd en er ontstaat een gedifferentieerde arbeidsmarkt, zodat een entiteit, een luxeresort in Madagaskar meteen een heel nieuwe biotoop tot ontwikkeling kan brengen. Dat er in het economische proces meer gaande is dan met optellen en aftrekken te berekenen valt, hebben niet alle journalisten begrepen. Zelfs het begrip "groei" blijkt voor sommigen nog steeds een kwestie van een zero sum game, waarbij de winst van de ene verlies betekent voor de andere. Zelfs de discussie over de toegenomen ongelijkheid in de Europese en de Amerikaanse samenleving wordt bekeken vanuit de idee dat de ene wint wat de andere verliest, terwijl de accumulatie van kapitalen in onze samenleving - de Belgische blijkt meer gelijk te zijn gebleken - te maken heeft met de komst van nieuwe technologie en met de democratisering van het onderwijs, om maar eens een andere verklaring in te brengen. Groei betekent immers de creatie van toegevoegde waarde, door de verwerking van grondstoffen en ook wel, door het creëren van (nieuwe) diensten als het ware uit het niets. Daarbij zijn feitelijke monopolies ontstaan, zoals in de ICT, maar ook op andere terreinen, zoals inzake biotechnologie en alles wat daar bij aan de orde is, waar de bedrijfsnamen minder bekend zijn, behalve Monsanto dus.

Wat de rol is van de politiek ten aanzien het economische leven en handelen? Totale controle smoort elk initiatief, teveel belastingen ook. Maar een totale vrijheid zal leiden tot een ontwrichting van het economische leven en van de maatschappij, want het zou vormen van onrechtmatig handelen bevorderen, waardoor de samenleving verscheurd raakt. Het politieke behoort evengoed tot het samenleven als het economische en andere facetten van het menselijke bestaan. De mens blijkt evenwel niet te bestaan, maar mensen in allerlei verschijningsvormen, alleen door het klimmen der jaren veranderen mensen individueel ook nog eens, zodat een procrustesbed echt niet vinden valt dat mensen positief zou bejegenen. Het debat over wat er nodig is, van infrastructuur tot andere voorzieningen, zal nooit geheel neutraal uitpakken, maar begrijpen dat de overheid wel eens beleid moet voeren in verband met situaties die een persoon zelf niet kent, moet hem er niet toe verleiden te menen dat het overbodig beleid is. Verdeling van de welvaart? Belangrijk, want iedereen kan plots in een weinig benijdenswaardige situatie brengen, of naasten kan dat overkomen.

Sinds 1979 werd het debat op het scherp van de snee gevoerd hoeveel de overheid moet doen, maar in het UK van Theresa May blijkt de toegang tot hoogwaardig onderwijs steeds meer een standsgebonden zaak te zijn. Het economische behelst immers niet enkel het bedrijven van handel en produceren van goederen en diensten, maar inderdaad ook het scheppen van kansen voor aankomende generaties. Onderzoekers wijzen er slag en slinger op de kansen ongelijk verdeeld zijn, niet enkel door de thuissituatie in financiële zin, ook door een vermeend gebrek aan inzicht van de ouders. Men kan evenwel toch ook vaststellen dat generaties lang in de Westerse wereld, België niet minder dan elders en zeker ook in Vlaanderen kinderen gesteund werden om goed te presteren op school, maar slagen was altijd nog een zaak van hoge kwaliteitseisen.

Een belangrijke strategie was en is de uitgebreide vormen van belastingverminderingen voor bedrijven die investeren in een bepaald land, wat dan weer werkgelegenheid oplevert en het bedrijf toelaat op een of andere manier aan de normaal aangerekende vennootschapsbelasting te ontkomen. Behalve dat dit op termijn door andere bedrijven als een niet te rechtvaardigen ongelijkheid wordt ervaren, brengt het de overheid zelf met zichzelf in conflict, omdat men verschillende randvoorwaarden niet tegelijk kunnen realiseren. Dat geldt ook voor de arbeidsmarktwetgeving, die al te vaak onverenigbaarheden met zich dragen, zoals bijvoorbeeld het verschil in behandeling van hooggekwalificeerde expats en laaggeschoolde werknemers die aan prijsdumping doen, al dan niet verplicht. Hier moeten, zoals terecht werd opgemerkt, politici in eer en geweten tot besluiten komen, want men kan niet altijd tegengestelde belangen met elkaar verzoenen. Het vergt dan ook enig retorisch vermogen de keuzes te verantwoorden en het besef over het voetlicht te brengen dat men een heel specifieke keuze heeft gemaakt tot nut van 't algemeen. Net dat laatste, denk ik, kwam in het debat over democratie in de reeks Het filosofisch Kwintet nog te weinig aan de orde.

Democratie valt als bestel best te vergelijken met hoe de evolutie zich heeft voltrokken: er was geen vooraf bepaald plan en er is geen bijzonder doel. Daaraan ontleent de mensheid, ontlenen u en ik onze vrijheid. Hoe of de democratisch georganiseerde politiek spoort met het economische, waar er op het eerste zicht wel een groot doel zou bestaan, moet altijd nog onderzocht worden. Het zijn evenwel personen die hun doelen nastreven en waar het er generaties lang op aan kwam te overleven en dus voldoende te oogsten, willen we nu vooral overvloed scoren. Die individuele dromen en verwachtingen kan het bestel maar kans geven als de rechtsstaat goed functioneert en de administratie handelt zonder aanziens des persoons. In de discussies over democratie komen die aspecten vaak genoeg aan bod, maar zelden samen en nooit vanuit een geïntegreerde visie, bijvoorbeeld de inherente doelloosheid van het bestel. Het filosofisch kwintet lijkt ook te lijden te hebben onder de idee dat distincties maken betekent dat alles onafhankelijk van elkaar zou evolueren, terwijl ze vaker interageren dan specialisten lief is.

De democratie is vaak gediend geweest door het bestaan van radio en later televisie, terwijl de keerzijde van die massamedia evengoed in overweging genomen moet worden. Hoe of de media mensen beinvloeden lijkt voor politieke wetenschappers evident, maar uit verkiezingsresultaten blijkt dat die invloed diffuser is, dan spindoctors zouden wensen. Hoe burgers inzichten overnemen, blijft altijd nog afhankelijk van de omstandigheden. De discussie over de vluchtelingen die hun heil zoeken in Italië en de vraag of de geboden hulp een aanzuigeffect ressorteert lijken bij het publiek weinig weerstanden op te roepen, dat wil zeggen dat de burgers de indruk geven dat men vluchtelingen niet tot hier moet laten komen. De vaststelling dat die vluchtelingen weliswaar niet onmiddellijk bij zouden kunnen dragen aan de arbeidsmarkt, eens de vergrijzing de krapte op de arbeidsmarkt zou bestendigen. Maar dan hebben we niet over de toenemende robotica in de "maakindustrie" nagedacht. Kortom, ook hier botsen de gedeelde belangen en de wensen van velen met elkaar.

Is de democratie in gevaar, zoals men wel eens hoort, of zou het bestel zich net versterken? Hangt ervan af over welk land men spreekt, maar in Europa en ook andere Westerse landen, zoals de VS blijken de instituties robuuster dan men lijkt te moeten vrezen op grond van eenzijdige waarnemingen. Want onze waarnemingen zijn niet altijd even betrouwbaar en toch gaan we daar slechts moeizaam het gesprek over aan. Om die reden kan men het gesprek van het Filosofisch kwintet alleen maar verwelkomen. Wat gezegd wordt levert stof tot nadenken en tot gesprek, durf ik te hopen. Net dat is de voorwaarde voor een goed functionerende politieke democratie.



Bart Haers 

Reacties

Populaire berichten