Vlaamse identiteit



Kritiek


Vlaamse identiteit
zaak van gepaste aandacht




Beeldengroep op de Grote Markt
in Brugge: Jan Breydel en Pieter
de Coninck, de leiders van de opstand
tegen de Franse annexatie in 1302.
Opgericht pro patria, België dus
door koning Leopold II ingehuldigd.
Nu bij uitstek een monument voor
de Vlaamse Beweging
Jan Peumans, voorzitter van het Vlaams Parlement vraagt dat mensen in N-VA zich wat meer vertrouwd zouden maken met de Vlaamse geschiedenis. Vlaamse identiteit, het blijft voor veel toeschouwers een lastig ding, want het neigt licht naar provincialisme, maar het kan ook aanleiding geven tot hautaine geringschatting, maar het passende midden, waar men zichzelf grenzen stellen kan en toch samenwerken met buren, vormt zelden een thema.

België voor 1830? Tijdens de Brabantse Omwenteling die toch zeker twee jaar aansleepte, werd de nieuwe eenheid die zich afsplitsen wilde van Habsburg noemde zich "les Etats Unis Belgiques" (1790) en gaf dus wel al aan dat er een zekere verbondenheid tussen die gewesten bestond. Maar goed de oorlogen van de zestiende tot de achttiende eeuw waren geen zaak van het volk, wel doorgaans van huurlingen in verschillende gedaanten. Wie de andere kant wil beschouwen, zal merken dat na de Verdragen van Westfalen de Zuidelijke Nederlanden opnieuw tot bloei kwamen, al kan het zijn dat de gouden eeuw van Brugge noch die van Antwerpen werden geëvenaard, maar de landbouwrevolutie in Vlaanderen tijdens de achttiende eeuw droeg er wel toe bij dat Vlaanderen en ook wel Brabant sneller groeiden wat de bevolking aanging dan het zo veel meer welvarende Holland en de Zeven Provincies. Het stilzwijgen over de achttiende eeuw en het blijven betreuren van het verlies aan het einde van de zeventiende eeuw, was deel van een complex conflict, waarbij Philips II niet enkel een religieuze agenda voerde. Maar wat kan dat alles nog voor ons betekenen? Zoveel als 11 juli 1302 allicht, waarbij er erudiete mensen zijn die menen dat die veldslag niet zo veel om het lijf had, terwijl nadien wel duidelijk werd dat Vlaanderen de annexatie door Filips IV de Schone van zich af kon schudden en ook latere veldslagen, zoals op de Pevelenberg wel onbeslist bleven, maar vooral de Franse Koning niet dichter bij zijn doel brachten, namelijk het toevoegen van Vlaanderen, het toenmalige graafschap aan het Franse kroondomein. Vlaanderen was dan ook welvarend en werd goed bestuurd, naar verhouding en gezien de omstandigheden van die tijd. Maar het graafschap was veel minder afhankelijk van de graaf, omdat de steden er zo een grote rol speelden.

Het verhaal van de Vlaamse ontvoogding begint inderdaad bij de Middenklasse, dokters, advocaten, die de vernederende situatie niet meer aanvaarden dat mensen aangesproken werden in een taal die ze niet begrepen. Het Petitionnement van 1840 vormt daarin een belangrijk moment, al lijkt het al lang en breed uit het collectieve geheugen verdwenen, want men eiste er voor het eerst bestuur in het Nederlands. Jan Jacob De Laet behoorde tot de Romantische voorgangers van de Vlaamse Beweging, maar hij zou de politieke weg zelf bewandelen en in 1863 werd hij lid van de Kamer, legde er ook de eed af in het Nederlands. Onder meer de uitbouw van het onderwijs zou ertoe bijdragen dat Vlamingen geleidelijk de achterstand op taalgebied konden inlopen. Sommigen werden zodoende ook verdedigers van de Belgische eenheid, anderen, zoals August Vermeylen konden zich in de twee talen behoorlijk uit de slag trekken en zich richten op de verheffing van het eigen volk. Of het, zoals Lode Wils echt zo was dat de Vlaamse Beweging gedragen werd door de katholieken, de boeren en lagere clerus, lijkt zich uit de bronnen af te laten lezen, maar iemand als Cyriel Verschaeve bleek al niet van bescheiden komaf en zijn broer werd een magistraat. Men heeft in de hagiografie van de Vlaamse Beweging te vaak en gemakzuchtig met clichés de moeilijke vragen ontweken, zodat het vigerende beeld voor velen weinig aantrekkelijk blijkt.

Zeker de afgelopen 47 jaar, sinds de grote Staatshervorming onder leiding van Gaston Eyskens, zien we dat de Vlaamse Beweging is blijven lurken aan die verhalen die niet veel meer met het actuele Vlaanderen uitstaans hebben. De grondwetsherziening leverde voordelen, zoals het oprichten van de cultuurraad, maar tegelijk zaten er ook nadelen, zoals de grendels die een grondwetsherziening wel zeer bezwaren en de meerderheid, de Vlaamse kiezers dus, de mogelijkheid niet bieden de grondwet te herzien zodat de eigen politieke gemeenschap versterkt zou worden.

Die verhalen, Vlaamse mythen dus, wijzen op ondergeschiktheid, achterstelling en de moeizame strijd om erkenning. Veel beelden in Vlaanderen kwamen er tijdens de negentiende eeuw om het jonge België bij de bevolking aantrekkelijker te maken, zoals de beeldengroep op de Grote Markt in Brugge, waar Jan Breydel en Pieter De Coninck vereeuwigd werden. Ook Simon Stevin kreeg zo een plein en daar een standbeeld, terwijl dezer dagen nog weinig mensen weten waar Stevin voor stond.

Fierheid? Het gaat toch eerder om het koesteren van het verleden, ook landschappelijk, de steden, de intellectuele cultuur, die maar al te vaak genegeerd wordt. Wie kent nog Hugo Verriest, die de Vlamingen in de vaart der volkeren wilde opstoten, op een ogenblik dat in Europa op verschillende manieren gezocht werd naar mogelijkheden om meer jongeren geschoold te krijgen, om de vele taken op te nemen? Hij kreeg steun van mensen die niet zo katholiek waren, zoals August Vermeylen en anderen, die vonden dat men niet zoveel priesters had op te leiden en inderdaad, de grote cohortes die naar het seminarie gingen, verminderde naar het einde van de eeuw toe. Onder meer de discussie over de anti modernisme eed, die pas in 1907 in voege trad, maar al vroeger met de Syllabus Errorum (1864) was ingezet, woog daarin door, hoewel wij die discussie - moet het herhaald - nog nauwelijks kunnen plaatsen. Het blijft opvallend dat lang niet iedereen echt geloofde dat deze aanpak de beste was, maar toch bleef men tot in de jaren van Vaticanum II daarmee recalcitrante priesters en leken om de oren slaan.

Intussen werd Vlaanderen inderdaad steeds meer een regio van autonome mensen die hun ding deden. Rond 1960 werd de trend onmiskenbaar, ondermeer omdat grote bedrijven zich in Vlaanderen gingen vestigen  maar vooral omdat het weefsel van KMO's een grotere economisch gewicht kregen. Nu ja, als de middenstand het land zou regeren, dan hoeven vele erudiete mensen er geen pap van, terwijl de welvaart die we kennen zowel een kwestie is van individuele inspanningen en prestaties als van het samenwerken en de grote getallen. Waarom zou men dan zo laatdunkend doen over die brouwers van weleer, maar er waren ook de blauwververs en vlasboeren. Het blijft me tegenvallen dat men niet probeert dat maatschappelijke weefsel, met grote verschillen, dat wil zeggen vele verschillende beroepen die elk hun bijdrage aan de welvaart leveren naar waarde te schatten.

Met dat alles denk ik dat we het niet over trots of schaamte (van de Vlaming) moeten hebben, maar hoe we vanuit onze individuele besognes ook mee zorg voor de samenleving opnemen. Dat gebeurt vaker dan men denkt en dan heb je mensen die zich inzetten voor lokale zaken als een schoolbestuur of een turnkring. Waarom zou men het allemaal niet waarde schatten. En ja, ook protestbewegingen hebben hun plaats.

We zijn tot slot niet alleen Vlamingen maar ook Europeanen en daar is de vertrouwdheid met wat Europees zou zijn nog moeilijker in te schatten, want de Waarden van de Verlichting kan ik wel onderschrijven, maar het lijkt me niet enkel vaak abstract, wel worden die waarden ingedikt tot enkele termen, terwijl het om veel meer gaat. Nu goed, dat kan men ondervangen door aan de Verlichting meer aandacht te besteden en uit te leggen hoe het niet enkel een zaak was van de filosofen en auteurs, maar ook van het publiek. Want uiteindelijk was dat publiek van niet te overschatten belang bij de verspreiding van die inzichten en waarden. En dan kan men ook aan randfiguren als Casanova aandacht besteden. Dan ontstaat ruimte om er ook voor deze tijd iets over te bedenken. Vlaming en Europeaan, dat spreekt elkaar wel aan, zeker niet tegen. Beide identiteiten vergen onze aandacht, maar het is maar dat Vlaming zijn geen achterstelling meer betekent, maar ook geen aanleiding vormt om andere gemeenschappen als minderwaardig af te doen.



Bart Haers   

Reacties

Populaire berichten