gekwetste zielen en censuur



Dezer Dagen


Vrijheid van meningsuiting?
De vrees gekwetst te worden



Abraham Verhoeven begon in 1605 met het uitgeven
van wat we nu als krant kunnen beschouwen. Hij
diende een octrooi aan te vragen en gaf ook nog ander
drukwerk uit. Om aan de overheidscontrole te ontkomen,
ontstond de praktijk van de anonieme uitgaven met
al dan niet fictieve locaties. Uitgeven kon gevaarlijk
zijn, schrijven evenzeer. Niall Fergusson vergeet
hoe belangrijk het was dat mensen durfden te spreken. 
Niall Fergusson schrijft dat het niet Trump is die de vrijheid van meningsuiting in het gedrang brengt maar net "linkse betweters", professoren, studenten, bewakers van de goede smaak. Trump zegt het liefst zelf waar het op staat, ook al zint het zelfs burgerlijke, rechtse types niet. Maar vooralsnog neemt hij geen voorbeeld aan zijn collegae in Venezuela of Turkije. De waarheid over omstandigheden, over sociale en economische situaties zeggen, ook al is ze niet welkom, moet toch kunnen. Dat is ons altijd wel verteld door welwillende en welmenende professoren en andere intellectuelen. Maar tegelijk hakte men in op organisaties die te welwillend keken naar Zuid-Afrika en de Apartheid een goed maatschappijmodel vonden. Discussies over de steun aan het "broedervolk" en de nefaste rassensegregaties hoorde men haast dagelijks.

Een kwarteeuw al is de Apartheid opgerold in Zuid-Afrika, maar het lijkt erop dat het ANC haar historische roeping vergeten is, dat de economische ontplooiing de sociale verhoudingen niet of te weinig getemperd heeft. De kwestie is dat de partij van Nelson Mandela al jaren door anderen geleid wordt, die er niet altijd in slagen zich als verantwoordelijke staatslieden te gedragen. Maar het is, zegt men mij, lastig kritiek te geven op deze mensen, want ze hadden zoveel recht te trekken. De bouw van een persoonlijke villa voor eigen gebruik op kosten van de samenleving, kan men niet goedpraten. Aan de andere kant, daar zal het probleem ook niet door opgelost worden, de noodzakelijke investeringen in de townships en op het platteland, inzake elektriciteit, drinkwater en onderwijs, naast medische zorgen, lijkt ook niet goed van de grond te zijn gekomen. De middelen voor een overheid zijn altijd beperkt, maar door goede plannen, budgettair en wat de realisatie betreft, kan men verder komen dan met scherpe slogans.

Mag men wel kritiek uitbrengen aan het adres van Zuid-Afrika? Waarom niet, want wat iemand schrijft is niets meer dan dat. Het is de lezer v/m gegeven zich daar een oordeel over te vormen. Men kan wel eens boos zijn om een foute gedachte, maar ofwel betekent die niets en dan is de boosheid zonder grond, ofwel is het integendeel zeer gegrond en dan moet men het wel onderzoeken, tegen heug en meug. Wie zal zeggen dat de slavernij geen brute uitbuiting en verdinglijking van mensen is geweest? Maar als men dan beweert dat Voltaire aan de slavenhandel zou verdiend hebben, zal toch wel goed de hele kwestie moeten onderzoeken voor hij of zij Voltaire gaat verketteren, want hij had financiële contacten met handelaars in Saint-Malo en hij schreef gunstig over de inspanningen van de Quakers in Pennsylvanië die de slavernij afgeschaft wilden zien. Die handelscontacten in Saint-Malo zijn wel vermeld, maar waar het over ging, blijkt niet duidelijk en allerminst kan men zonder meer besluiten tot betrokkenheid bij de driehoekshandel, de handel tussen Europa, West-Afrika en de Caraïben. De man was puissant rijk, leende zeer comfortabel aan de groten der aarde en toch, of Voltaire zich werkelijk met de slavenhandel heeft ingelaten, valt niet te staven. Feit is dat we bij een auteur, niet enkel Voltaire wel eens verschillende inzichten kunnen aantreffen, maar citaten zeggen zelden of zo een uitspraak een verwijzing bevat naar andere auteurs, naar een algemene opvatting of dat het de stellige visie van de auteur is. Maar dan nog, de lectuur van de vele werken van Voltaire vergt tijd en aandacht en voor men tot een conclusie komen kan, moet men ook nog eens wat secundaire lectuur doornemen. Voltaire is niet enkel voor Frankrijk een belangrijke auteur, maar hij vocht zelf autoriteiten aan, dus moet men hem ook niet meer autoriteit toekennen dan nodig, namelijk als de auteur van een zeer wijdlopig oeuvre. Kwetste hij mensen en volkeren? Het valt al langer op dat allerlei groepen mensen op een aspect stelselmatig gaan fileren om hem of haar te kunnen afserveren als autoriteit.

In december, januari hoorde ik hoe in Britse universiteiten en universiteitsbibliotheken onwelgevallige beelden, doeken en plaquettes die een of andere schenker of bestuurder eren en in herinnering houden, dienden te worden weggenomen of vernietigd, zoals na een dictatuur nieuwe machthebbers de oude willen doen vergeten. Eerst werd Stalin verguisd, na 1990 en nu doet men er alles aan om zijn herinnering levendig te houden. Maar er is een verschil, namelijk dat in een vrije samenleving die eerbewijzen, die wellicht controversieel zijn, niet hoeven weggenomen te worden, omdat ze zouden kwetsen. De hele discussie over Zwarte Piet in Nederland en in mindere mate in Vlaanderen heeft te maken met het feit dat men zich gekwetst zou voelen als mens en als drager van een Niet-Europese cultuur. Lange tijd ging het om Sint-Nicolaas en zijn moor, zoals vorsten in Europa naast dwergen ook wel eens een moor in dienst hadden. Slavernij? Inderdaad, maar Europa en de VS, Tsaristisch Rusland... hebben van die praktijken afstand genomen.

Het probleem is dat er op Leopold II inderdaad wel een en ander valt aan te merken, maar de studenten die een aandenken aan hem weg wilden, vergeten te kijken naar de eigen geschiedenis. Men pikt er een mikpunt uit en blijft blind voor wat er nog allemaal niet zuiver op de graat is. Wat met Lord Kitchener, die in de Boerenoorlogen kinderen en vrouwen liet opsluiten in concentratiekampen?
Men gaat niet op zoek naar inzicht, naar de waarheid voor zover die historisch te achterhalen valt, maar in plaats van de vroegere neiging mensen overdreven te eren, vindt men er nu genoegen in mensen niet enkel van hun sokkel te stoten, wat al eens wenselijk is, maar hen ook uit het zicht te doen verdwijnen wegens kwetsend. Voor Niall Fergusson is dat een vorm van censuur die men niet moet willen.

Zijn argument is dat vrijheid van meningsuiting een absolute waarde is, waar anderen menen dat men niet mag kwetsen, beledigen en andere vormen van schade toebrengen, meer nog, men mag niet aanzetten tot geweld. Maar de vrijheid van meningsuiting is ook een absolute voorwaarde voor een goed werkende democratie, want als iemand iets zegt dat manifest niet spoort met de ervaren werkelijkheid, dan kan men daarop reageren. Wie echter meent dat "vrijheid van meningsuiting geen blanco cheque kan zijn om zomaar wat te zeggen, maar dat men een evenwicht moet vinden tussen de inherente waarde van een gegeven visie en de plicht om te verzekeren dat andere leden van een gegeven gemeenschap als ten volle erkende leden van die gemeenschap aan het debat kunnen deelnemen. Niet duidelijk is, suggereert Fergusson, wat die professor letteren en onder andere ook diversiteit, mensen kan verhinderen deel te nemen aan een debat. Niet duidelijk is evenmin waarom er zoveel aandacht gaat naar de vraag wie te volle en niet ten volle als leden van een gemeenschap erkend zijn.

Het is een vraag die altijd gereduceerd wordt tot de relatie van de bange blanke heteroseksuele man en de anderen. Het is niet van belang gespeend dat er een verschil kan gemaakt worden tussen het bewuste kwetsen van mensen en het zich gekwetst weten, voelen, zonder dat er aanleiding toe is dat naar voor te schuiven. Met het kaakslagflamingantisme heeft men gezien dat de Vlaamse Beweging in recentere tijden wel eens gemakkelijk gekwetst was, maar dat een uitspraak van Kardinaal Mercier over de status van het Nederlands, c.q. niet geschikt voor wetenschap en filosofie (rond 1910) wel kwetsen moest. De jodenhaat die in Europa al voor 1914 een goede voedingsbodem had met heerschappen als Richard Wagner, de 'Wahldeutsche" Houston Stewart Chamberlain of Alfred Rosenberg, Adolf Eichmann ook, hebben er het hunne toe bijgedragen, maar ook elders in Europa en de VS leefde het antisemitisme. Henry Ford zou in 1927 zijn documenten hebben laten verbranden, waarin hij heftig getuigde van zijn antisemitisme.

Het verleden is geen koekendoos noch een snoepwinkel en wie niet gekwetst wil worden, mag niets lezen van Plato, Aristoteles, Thomas van Aquino, Hegel, Jean-Paul Sartre en zovele anderen, die altijd wel ergens kwetsende uitspraken hebben gedaan, of beter, die nu zo opgevat worden. Wie keizer Nero verkettert omdat hij de christenen vervolgde, kan evengoed Nero loven omdat hij een hoogstaand heidendom koesterde, maar ook nog eens apert jonge mannen ter wille was. Kortom, als men daar gekwetst door was, in katholieke tijden, werd ook wel gespaard, want niet iedereen mocht die pagina's van Suetonius lezen. De cultuur zit vol valkuilen voor politieke incorrectheid en kwetsende opmerkingen. Maar waarom zou men gekwetst zijn door de afbeelding van de apostel Bartholemeus die levend werd gevild en vervolgens met zijn vel in de hand wordt afgebeeld?

Zich snel gekwetst weten, het lijkt wel een nieuwe trend, maar men weet niet eens of die mensen zich wel ernstig met de kwestie hebben ingelaten. Het feit dat iets kwetsend lijkt te volstaan. Darwin's theory over de evolutie van de soorten zou voor velen ook kwetsend zijn, maar hij beschrijft hoe wonderlijk het leven op deze aardkloot wel niet is. Men heeft de vrijheid van meningsuiting terecht aangemerkt als een voorwaarde voor een open samenleving. Nu wil men verhinderen dat opinies kwetsen. Beledigen mag niet, maar de werkelijkheid onderzoeken kan ertoe leiden dat men onwelkome inzichten te berde moet brengen. In dat opzicht kan men Niall Fergusson alleen maar volgen: hier kan geen censuur toegepast worden en al helemaal niet door universiteiten, maar natuurlijk nooit niet. Lasterlijke verhalen vertellen mag natuurlijk geenszins, maar die hebben ook niets met de werkelijkheid te maken, als ze alleen willen lasteren.

Men mag mensen niet moedwillig kwetsen of vernederen, maar de vraag is of al die gekwetstheid niet een goed begrip der dingen in de weg staat. Vooral in universiteiten en onderzoekscentra kan men op inzichten botsen die op het eerste zicht niet sporen met de eigen opvattingen, maar die wel fundamenteel kunnen zijn voor het goede begrip. Tijdens de jaren '60 en nadien heeft men wel vaker conflicten gezien tussen hoogleraren en studenten, over de visie op mens en samenleving, maar hier lijkt er een onverbloemd afwijzen van visies aan de orde, alleen al omdat ze zouden kwetsen. Hoever kan de tolerantie gaan?

Bart Haers   


Reacties

Populaire berichten