Ook de vrouw van Caesar stuurt mee
Dezer Dagen
Post voor de Keizer
Lobbying in het vernieuwde Romeinse Rijk
Op een warme woensdag, laat in de lente, naar Brussel
reizen om er naast andere bezigheden ook te gaan luisteren in het Paleis der
Wetenschappen naar een exposé over lobbying in de late oudheid, dat trok me wel
aan. Omdat we dan eens konden verwijlen in een andere sfeer, misschien niet zo
bloedeloos cynisch als we de laatste tijd gewoon zijn geworden.
Prof. Dr. Lieve van Hoof legt met zin voor het
bijzondere uit hoe er een link valt vast te stellen tussen een aantal brieven,
vaak petities, zoals van een stadje in Anatolië of over de inwoners van Gaza
die aan veelgodendom doen en wetten die uit de besluiten van de keizer
voortvloeien. Het is niet zo dat elke petitie ontvankelijk verklaard wordt,
want er staan rond de keizer vanaf Diocletianus en Constantijn 5.000 ambtenaren
er waren in de onderliggende besturen van het vernieuwde Romeinse rijk. De
tetrarchie, met twee keizers, met elke een onderkeizer, een Caesar, met 12 diocesen
als overkoepelende bestuurslagen boven de provincies, die versnipperd werden omdat
tijdens de derde eeuw de macht zelf onder invloed van provinciegouverneurs, met
veel macht, vooral ook militaire macht want beschikkend over legers, zodat
zowat iedereen keizer kon worden.
Ander belangrijk “detail” in het exposé van Lieve
van Hoof betrof de vaststelling onder
historici dat de tweedeling op de tijdslijn van het Keizerlijke Rome, die van het
principaat versus het Dominaat. Het principaat komt van de valse bescheidenheid
van Octavianus/Augustus die zich slechts primus inter pares liet noemen, wat de
meeste prinsen tijdens de Middeleeuwen niet waren, maar goed, men kan geen
macht verwerven en doen alsof men de gelijke is van de griffier, terwijl
Diocletianus en Constantijn en de latere Byzantijnse keizers stonden, als
gevolg van de anarchie tijdens de derde eeuw wellicht, net op hun hoge positie
lieten voorstaan. Maar als gezegd, historici twijfelen aan dat onderscheid, want
ook de eerste keizers hadden een legertje ambtenaren, gebonden aan zijn
persoon, omdat het Keizerrijk uiteraard voortkwam uit een lange
voorgeschiedenis en de “imperia loverstretch” brengt nu eenmaal de vorming mee
van een ambtenarenapparaat.
Maar opvallend in de uiteenzetting van prof. van Hoof was
de nadruk die de vaststelling kreeg dat keizers niet in het luchtledige kunnen
handelen; dat vorsten, welke titel ze ook voeren, feedback behoeven, waar ze
dan naar goeddunken op kunnen ingaan, omdat het hen politiek goed uitkomt of
omdat het rechtvaardig is. Het verhaal van een stadje in Anatolië, toen op de
grens tussen historische regio’s Phrygië en Galatië. Een epigram op een stenen
pilaar vertelt ons dit verhaal.
Zo kon de bisschop Porfyrius van Gaza verkrijgen dat de
tempels van de heidenen afgebroken mogen worden, waarbij keizer Arcadius
handelt na ontvangst van een brief vanwege Porfyrius, zodat het wel zo moet
geweest zijn dat de keizers niet altijd op eigen gezag handelden. Dat is waarom
de lezing van Lieve van Hoof mij zeer boeide, omdat een vraagstuk dat zelden
aan bod komt, zeker voor het Late Keizerrijk, hoe keizers ueberhaupt wisten wat
er gaande was. Keren we terug naar de geschiedenis van de eerste eeuw voor
Christus toen de macht voortdurend betwist werd tussen sterke figuren, zoals
Sulla, Pompeius Magnus en dan Caesar en zijn triumviren… dan moet men zich
afvragen hoe bestuur tot stand kwam en ook toen moet er, afgaande op de
epigrafische bronnen wat het toenmalige Italië aanging veel lokaal geregeld
zijn, zoals de erepoort voor de legionairs van het tweede Legioen en de oud-strijders
van Gallië en als monument voor de grootsheid
van Rome. Maar Orange kreeg ook een amphitheater, waar ook te lezen valt wie de
opdrachtgevers waren en dat waren niet de keizers, maar wel lokale notabelen of
soms de middelclass mensen. Wie kon schrijven kon de keizer bereiken.
Een element in het verhaal, de rol van intermediaire
actoren, hovelingen, ook de keizerin en haar hofhouding spelen daarin een rol.
Het was belangrijk voor de keizer te vernemen wat er gaande was, maar het lijkt
niet echt als een repressief apparaat te zijn uitgedacht, maar de logica van
een veel te groot rijk. Regeerde de keizer in naam alleen, dan was het systeem
niet bij machte te functioneren zonder een administratie. Daarom konden en
moesten brieven en rekwesten ook leiden tot nieuwe rechtsregels, zoals het verbod
op veelgodendom. Of Julianus Apostata een kwalijke reputatie verdiende, kon men
in de bronnen gemakkelijk aantreffen, want geschreven door zijn tegenstanders,
toch lijkt het beeld van zijn korte regeerperiode veel te negatief ingekleurd.
Ten gronde kan men best proberen zelf meer info te
verkrijgen over het werk van Lieve van Hoof. Hopelijk heb ik niet te veel
bochten afgesneden en algemeenheden verkocht, want dat kan de bedoeling niet
zijn.
Bart Haers

This file is licensed under the Creative Commons
Attribution-Share Alike 4.0 International license.
Paleis der Academiën
Bedenken we wel dat Koninklijke Vlaamse Academie van België voor wetenschappen en Kunsten door Vlaamse Regering op droog zaad gezet wordt. Als burger vind ik dat schandalig. Zo een lezing kan nu natuurlijk ook via de Universiteit van Vlaanderen publiek gemaakt worden, maar die Academie, dat is toch voor een cultuur van groot belang.



Reacties
Een reactie posten