vrijdag 30 september 2016

Wat is verantwoordelijkheid waard?





Reflectie



Oordeelsvermogen en verantwoordelijkheid



Voortdurend zoemt het rond: de Verlichting,
de waarden van de verlichting... maar het
gaat niet dan maar te menen dat het allemaal
zo helder en duidelijk is. Sapere aude!,
onderzoeken dus wat er aan de hand is, dat
is wat we van Kant leren. De uitkomst?
dat hangt ervan af. 
Iemand schreef me deze week op facebook dat hij van zonde geen weet heeft en dat ik het ook maar niet over verantwoordelijkheid moet hebben, want dat dondert allemaal niet. Ik blijf dat opmerkelijk vinden, want al is men niet meer gelovig, ons handelen, onze omgang met medemensen is niet zonder gevolgen, meer nog, jarenlang luisterde ik met enige aandacht naar het programma "Het vrije Woord" en vond vaak dat even moraliserend was wat men zegde als de protestantse omroep om nog te zwijgen van de uitzendingen van de katholieke omroepstichting. Moraal overdenken kan geen kwaad, zeggen wat anderen zouden moeten doen, denk ik dan, gaat wel ver. Toch blijven we graag blind voor de gevolgen die anderen van ons handelen ervaren. Meer nog, we zijn graag slachtoffers, omdat we dan niet moeten erkennen dat we zelf aanrichter van die problemen zijn.

De kwestie was en is nog altijd prangend, want wie meent dat verantwoordelijkheid niet zou bestaan, kan ook niemand euvel duiden als deze hem de duivel aandoet, maar dan zijn we alleen maar slachtoffer van het systeem en van de menselijke natuur, waarover niet veel meer te vertellen valt dan dat we nooit echt altruïstisch kunnen handelen. Ook vrijheid verliest dan alle zin, zoals ook Jan Verplaetse meent. Ray Tallis daarentegen vraagt zich af in zijn gesprek met Alicja Gescinska waarom filosofen daarover zo weinig hebben nagedacht, over de ondraaglijke zwaarte van verantwoordelijkheid. Hij stelt de vraag als filosoof en als arts in ruste, nadat hij heeft uitgelegd hoe het als (jong) arts soms lastig was tot beslissingen te komen en dan vooral nog de onzekerheid of hij de juiste beslissing had genomen.

Ik vond dat, gegeven vele discussies die dezer dagen om onze aandacht vragen een interessante bedenking, maar niet alleen artsen dragen de ondragelijke last van de verantwoordelijkheid, voor zichzelf en voor anderen en als men ziet hoe vaak mensen elkaar willen aanspreken op hun verantwoordelijkheid, dan wordt het wel hypocriet te menen dat verantwoordelijkheid onzin is.

Natuurlijk, als mama en papa met elkaar breken en scheiden, dan hebben ze het goede recht dit te doen, want de wet laat dit toe. Geen probleem, maar wat als de kinderen er toch last van krijgen? In die context heeft het geen zin van verantwoordelijkheid te gewagen, mensen vinden het zelfs ongepast. In wezen merkt men overigens dat het vaak de partij is die ter goeder trouw was de zorg voor de kinderen ernstig blijft nemen en vaak heel wat inspanningen doet om dochters en zonen goed terecht te laten komen. Men kan niet elk verhaal gaan fileren, maar als men kijkt naar de wijze waarop men onderwijsdata fileert en telkens weer uitkomt bij het feit dat alleenstaande moeders de oorzaak zouden zijn van de problemen van de kinderen, dan blijft de vraag wat de rol van de (biologische) vader dan wel is geweest in het mogelijke falen van de kinderen.

We zijn blijkbaar kieskeurig als het om verantwoordelijkheid gaat, waarbij we blind zijn voor het feit dat de anderen ons kunnen belazeren, maar als we er zelf baat bij hebben of kunnen hebben, dan moeten we dat niet ernstig nemen. Toch worden mensen voortdurend afgemeten aan hun verantwoordelijkheid, zijn er partijen, om N-VA niet te noemen, die jonge gastjes van veertien verantwoordelijk voor hun daden willen stellen. Andere partijen vinden dat kinderen van 16 stemrecht geven vooruitgang zou betekenen, want iedereen kent wel zo een jongen of meisje dat politieke interesse aan de dag legt en dus zou moeten kunnen stemmen. De verantwoordelijkheid die er mee samenhangt, daar heeft men het niet over, want die jonge mensen zullen toch links en progressief stemmen. Het referendum over de Brexit heeft geleerd dat mensen wel bewust gaan stemmen, maar niet per se verantwoordelijk gehouden willen worden voor het resultaat, want sommigen stemden zomaar tegen, tot bleek dat ze bedrogen waren.

Het gaat ons niet om het opnieuw belasten van mensen, wel gaat het erom dat men aan die verantwoordelijkheid ook genoegen kan beleven, want men kan (opnieuw) de eigen verdienste onder de aandacht brengen, waar we vandaag soms verteld worden dat we zelf niet zoveel in te brengen in ons welslagen. Alleen, men lijkt ervoor te kiezen dat we ons om verantwoordelijkheid niet hoeven te bekommeren, maar de werkelijkheid is grondig anders, want men ziet en hoort hoe mensen vandaag meer dan ooit en zeker meer dan dertig jaar geleden voor het minste inbreukje ernstig aangesproken en op de vingers getikt.

Als het al zo moeilijk is een interessant debat over verantwoordelijkheid te voeren, dan is het met het begrip zonde helemaal onbegonnen werk, want volkomen verweven met de oude traditie van de biecht en de verbodscultuur van diezelfde kerk. Toch gaf Michel Foucault met zijn concept "zelfzorg" een aanzet een seculiere invulling van het begrip aan de orde te stellen. De kerk heeft ten onrechte de zonden des vleses zwaar in de verf gezet en daarmee vaak ander problematisch gedrag, zoals uitbuiting of geweld onderbelicht. Waarom de kerk die fixatie ontwikkeld heeft, valt historisch wel te reconstrueren, maar het is wel een belangrijke misvatting, die de kerk de afgelopen decennia heeft doen leeglopen. Als het deugt doet, is het zonde. Ook Paulus schreef al dat het beter is te trouwen, als we maar ontucht vermijden. Het is een vreemde gedachte, die echter blijkbaar wel spoorde met bepaalde ascetische praktijken in de dagen van het Romeinse rijk. De Stoa, aldus Foucault ontwikkelde bepaalde ascetische praktijken die met zelfzorg te maken hadden en de navolgers van Diogenes van Synope, de hondse filosofen gingen meer de nadruk op ascese en minder op provocatie van de bestaande orde. Foucault stelt vast dat die ascetische praktijken in de kerk ingang vonden, maar dat de idee van zelfzorg verschoof naar pastorale zorg, wat de gewone gelovigen een deel van hun verantwoordelijkheid zou ontnomen hebben en dus een paternalistisch gaf. Hoe de kerk in de twaalfde eeuw na eeuwen van zoeken haar macht bevestigd wilde zien door onder meer de seksuele moraal strakker te omschrijven, valt onder meer uit boeteboeken op te meten. De minder rigide stroming werd vaak om redenen van helderheid weg gefilterd, zodat men tijdens de negentiende eeuw een soort vicerale afkeer voor het lichamelijke ging uitventen.  Met goed leven had dat allemaal niets meer te maken, met volwassen omgaan met elkaar nog minder.

Goed leven gaat niet zonder keuzes maken, oordelen wat ons goed lijkt en hoe we niet enkel ons genoegen bevredigen, maar ook weten dat we morgen nog met anderen overweg kunnen. Het valt op dat in de debatten over discriminatie en racisme mensen geacht worden niet te weten dat ze lief moeten zijn voor migranten of nazaten van immigranten. Lief zijn hoeft niet, denk ik, wel een beetje aandacht voor de categorische imperatief, zoals Kant die voorstelde, waarbij we anderen aandoen wat we zelf zouden willen ervaren - en dus niet enkel negatief, niet doen aan anderen wat we zelf niet zouden willen, want de laatste decennia ligt de nadruk vaak op die invulling in het publieke debat.  

"Fille de la rue", de video of documentaire van een jonge vrouw over hoe ze schaamteloos vernederend bejegend werd, wijl ze door Brussel wandelde, maakte veel los en ze heeft natuurlijk een punt. Alleen, men vond dat zij niet goed begreep dat dit tot de orde der dingen behoort: "boys will be boys"?  Terwijl ik in Brussel wel eens merk hoe een vrouw aangesproken wordt, in de gangen van de metro of in straten rond de Grote Markt, het is waar, maar tegelijk zie je dat er wel nog enige voorkomendheid bestaat. Maar waarom zou een jongen van 15, 16 naar een meisje fluiten? Of ongepaste voorstellen doen? Of mannen van dertig? Ik weet het niet, maar dat heeft er alles mee te maken dat ik als zestienjarige eens een liedje neuriede en een dame van een jaar of 25 me te kennen gaf dat ze dat liedje "voulez-vous couchez avec moi, ce soir?" wel leuk vond, maar een knaapje van 16 niet zag zitten.  Mijn jeugdige overmoed werd dus kordaat afgestraft.

Zondebesef is in de loop van de negentiende en twintigste eeuw zo ver doorgeschoten dat mensen er algauw geen pap meer van lustten en het op goede grond allemaal niet meer ernstig konden nemen. Dat intussen mensen, mannen en vrouwen zichzelf een weg zochten naar een genietbaar leven, ontgaat zowel de voorstanders van de strakke seksuele moraal als degenen die vechten tegen oude demonen, de kerk dus. In de beeldvorming, schreef de historicus Chris Vandenbroecke, wisten de boeren niet hoe het moest, maar uit zijn onderzoek bleek dat die boeren wel goed wisten hoe ze aan hun trekken kwamen en dat met genoeg aandacht voor de vrouwtjes. Alleen, we hebben geleerd zonder meer te aanvaarden dat die beeldvorming over gestampte boer klopt. Tja, als men het niet wil toetsen, loopt het gesprek gauw genoeg af. Maar hoe rijmt men dat met het politiek correcte verbod te discrimineren en te generaliseren?

In onze voorstelling van de samenleving zitten nogal wat vooroordelen en soms wordt men zich bewust van de onrechtmatigheid, maar meestal vinden we voldoende redenen om ons bij ons gedacht te houden. Maar het is precies zaak te begrijpen dat aannames misschien best eens getoetst worden. Het foute denken of gedachteloos meegaan in wat anderen vertellen, het is een persoonlijke verantwoordelijkheid. Alleen, wie kan nu beweren dat het een prestatie zou zijn dat onze samenleving van divers tot superdivers evolueerde? Het is een realiteit, waar niet iedereen even blij om is. Sommige mensen vinden dan dat zelfs xeno-, islamofobie of welke andere fobie ook een begin van een fout, een zonde in gedachten is, terwijl die mensen vaak niet bij machte zijn om veel kwaad aan te richten. Maar het is gemakkelijk anderen voor domoren te houden en hen dat ook nog eens goed onder de neus te wrijven. Het blijft opvallend hoe weinig consideratie sommige spraakmakers aan de dag weten te leggen, terwijl  velen, onderwijzers, leraren, docenten echt wel doen wat van hen verwacht mag worden en doorgaans is hun toewijding groter dan in een functiebeschrijving te lezen valt. Zij achten het hun verantwoordelijkheid dat hun leerlingen voldoende mee opnemen van wat aangeboden wordt en proberen hen ook in de omgang bij te schaven. Die verantwoordelijkheid, die zij opnemen staat niet of zelden in de Eindtermen.

De samenleving zoals we die kennen functioneert omdat magistraten, politiemensen, gemeente-ambtenaren niet enkel aan hun dagelijkse boterham denken, maar proberen naar best vermogen hun jobs te doen, afgezien van enkelingen die er de kantjes aflopen. Het kan dus best overwogen worden, denk ik, een al te negatieve kijk op de anderen minstens te toetsen, als men al niet blind is voor wat men kan ervaren, als men niet in een ivoren toren verblijft. De verantwoordelijkheid van experten is dus gigantisch, want zij moeten niet enkel werken naar een ideaalbeeld, maar goed nagaan hoe de instellingen, hoe het onderwijs functioneert of bijvoorbeeld de rvt's. Zijn er verschillen? Natuurlijk zijn er goede en betere, maar goed, niets is gelijk of functioneert identiek, tenzij machines.

Verantwoordelijkheid is dus niet enkel een aangelegenheid van elkaar verwijten maken, maar ook inzien dat mensen die verantwoordelijkheid nemen en er het beste van weten te maken. Er blijkt een grote kloof te bestaan tussen mensen op de werkvloer en mensen die er de contouren van willen uittekenen. Net een expert als Alexander D'hooghe, die voorstellen doet om de verkeersknoop rond Antwerpen te ontwarren en de congestie op te heffen, sprak in een interview over het feit dat de verdichting van de bewoning in Vlaanderen niet zomaar mogelijk is, terwijl experten ruimtelijke ordening voortdurend hameren op het bouwen van grote woontorens. Ik moet denken aan Timisoara, Roemenië in 1988-1989, toen de dictator, Nicolai Causcescu  besloot dorpen plat te gooien en mensen in nieuw te bouwen woontorens wilde onderbrengen. Akkoord, de ruimtelijke ordening in Vlaanderen is in lange jaren onbestaande geweest en toen er plannen kwamen, werden die ook nog eens overtreden. Maar de regelgeving nu zo verstrakken, maakt het bijna onmogelijk voor mensen met bescheiden inkomens om in de buitengebieden te wonen. In Nederland zijn er provincies, Zeeuws-Vlaanderen om er een te noemen en bij uitbreiding Zeeland, die leeg lopen, onder meer door gebrek aan onderwijsinstellingen en door problemen met het openbaar vervoer. Zeeland ligt geprangd tussen de Vlaamse Ruit en de Randstad. Vele mensen gaan er graag heen voor de rust, maar de overheid kan zo een regio niet laten verkommeren, want dat betekent vluchten voor de verantwoordelijkheid.

Verantwoording, verantwoordelijkheid, het klinkt zo vaak en doorgaans in een sfeer van verdachtmaking en foutief gedrag, waardoor we vergeten dat wat doen ten goede ook onder onze verantwoordelijkheid valt. Tenminste, er zijn filosofen die menen dat we niet over verantwoordelijkheid moeten zeuren want wat we doen beslissen we niet zelf. Enfin, het hangt ervan af hoe men het bekijkt, want als er tussen mij en mijn brein geen directe lijn is, omdat het brein beslist voor je iets doet, dan blijft de vraag wat je brein doet beslissen, zoals zintuigelijke stimuli of hormonale stimuli. Komen we echt weer uit bij het cartesiaanse theater, de scheiding van lichaam en geest? Ik ben inderdaad mijn brein en erken niet te weten hoe dat bewustzijn en ook wel onderbewustzijn functioneert en toch, voel ik een hongertje, dan weet ik dat ik moet eten en als ik mij vergenoeg in een muziekje, dan is het omdat ik het geluid uit de boxen of beter nog, het gebeuren in de concertzaal herken als iets dat mij wel behagen kan. Zonder een iet of wat goed werkend brein, zintuigen, lijf dat het voedt is er niet veel. De scheiding van geest en materie, de ziel zo men wil kan men niet aanhouden. Dat betekent dus ook dat we vaak tot besluiten komen op een ingewikkelde manier waarbij redelijke afwegingen meestal de overhand houden, maar ook al eens doorkruist kunnen worden door wensdenken of angstwanen.

Waarom men - na een paar eeuwen strak geloof in de rede - , dat ons ook de ware vrijheid bezorgen zou, afgestapt is van de mogelijkheid van autonoom denken, tenzij het functioneren als een calculus, een rekenmachine ook als denken voorgesteld wordt,  blijft mij een raadsel. Intussen menen politici dat we er goed aan doen steeds meer ongemak veroorzaakt door asociaal gedrag te beperken door snelle reactie van de politie en justitie. In de VSA leidt dat de afgelopen maanden tot steeds meer gedocumenteerde gelegitimeerde moorden door de politie, waarbij de dader nauwelijks of niet verontrust wordt. De auteurs van de Federalist papers moesten het weten. Het komt mij voor dat op die manier de veiligheid niet gediend wordt noch de maatschappelijke rust en orde. De politici die op lokaal vlak maar ook landelijk tegelijk pleiten voor die vorm van politieoptreden en tegelijk de wapenwetgeving niet willen wijzigen - zonder daarom het Second Amendment op te schorten - dragen wel bijzonder veel verantwoordelijkheid. Ook de gedachte dat politie militaire bewapening nodig zou hebben, zoals in sommige staten al het geval is, laat zien hoe groot de verantwoordelijkheid van de besluitvorming wel niet kan zijn bij het afbreken van een gedeeld burgerschap.

Het is inderdaad op dat vlak dat verantwoordelijkheid maar ook het concept zonde in een seculiere context betekenisvol kunnen zijn. Het gaat om het weten zelf een redenering op te zetten waarin het risico meer dan denkbeeldig is dat het resultaat derden kan schaden. Een kind met een speelgoedgeweer benaderen en neerschieten, terwijl men niet eens een poging doet om het aan te spreken, of een man in de auto die niet eens de kans krijgt te laten zien dat hij ongewapend is, dat tart elke verbeelding, tenzij men zo van een veiligheidsdoctrine uitgaat dat elke burger sowieso gewapend is en dus verdacht. Waar is de rechtsstaat gebleven? Dat is een verregaande vorm van onttakeling van wat de VSA ooit groot heeft gemaakt. Dat was dan de verantwoordelijkheid van onder meer de founding fathers, die vrijheid, gelijkheid en broederschap met elkaar wisten te verbinden, beter dan het in Frankrijk is gelukt. Maar nu komt er dus meer dan de klad in.

Maar ook in het persoonlijke leven speelt verantwoordelijkheid en niet enkel in die zin dat wat we fout doen ons aangewreven kan worden, maar ook het goede wat we doen, onze verdienste dus, verdient opnieuw meer aandacht. Het kan zijn dat dit normaal is, dat het juiste of het goede doen, maar als men goed om zich heen kijkt, dan ziet men hoe iemand geloofd en geprezen kan worden zonder waarlijke verdienste, alleen de bereidheid meter of peter van een goed doel te willen zijn maakt iemand tot een goed mens. Natuurlijk verwacht niet elke mantelzorger een lintje van de koning, maar de impliciete erkenning, die blijft vaak uit. Verdienste erkennen, het vergt enige nederigheid, verdienste en verantwoordelijkheid van bijvoorbeeld een bedrijfsleider, enkele bekende figuren als Wouter Torfs of ... steekt schril af bij het voortdurende gedoe over de patroons of kleine middenstanders. Nu goed, de restanten van het pseudomarxisme zal men zo gauw niet opgeruimd krijgen. Laat nu het marxisme net een ideologie zijn die persoonlijke verdienste niet zo hoog inschatte, maar wel de personencultus steeds weer hanteert om het proletariaat, als dat al bestaat, te overtuigen en mee te krijgen. Echte verdienste van de brave burgers, daar zijn geen woorden voor.
Is men te meegaand als iemand betracht andere mensen het naar hun zin te maken? Of zou het goede samenleven vanzelf mogelijk blijken, zonder persoonlijke inbreng? Goed dat we kunnen nadenken over de ondraaglijke zwaarte van verantwoordelijkheid, we kunnen dat maar als we beseffen dat we ook het goede, de verdienste onszelf of een andere mogen aanrekenen. Het blijft gemakkelijker te zeuren over een rechtvaardige samenleving, vrees ik, maar rechtvaardigheid komt er niet vanzelf en zonder persoonlijke inbreng. Het is maar dat we ons afsluiten voor elke vorm van metafysica, in de zin dat we niet langer aanvaarden dat er in deze wereld, het immanente ook kwesties, dingen, fenomenen zijn die we niet altijd kunnen waarnemen of vastpakken, die ons en ons waarnemingsvermogen overstijgen. Dat hoeft niet te leiden tot blind geloof, wel kan het ons denken een extra dimensie geven.


Bart Haers


dinsdag 27 september 2016

Clinton versus Trump: Washingtonsyndroom




Kritiek


Oordeelsvorming
en politieke opinie

Markies de La Fayette, vocht tegen
Britten in de Amerikaanse
onafhankelijkheidsoorlog,
was gekant tegen slavernij en steunde
ook de Nederlandse Patriotten. Revolutionair
maar gematigd... Een opmerkelijk figuur
en toch blijkt hij niet meer model te staan. 
Het grote debat tussen de presidentskandidaten in de VS maakt weer veel los, maar als je naar de radio luistert, dan kom je tot de ontluisterende vaststelling dat we geacht worden onmiddellijk te antwoorden op de vraag: wie heeft gewonnen? Goed, de Amerikaanse kijker wordt verteld, nadat ze een anderhalf uur gekeken hebben naar een debat de winnaar - op punten - moeten aanduiden. Jawel, ook ik stond ooit eens op om zo een debat te zien, met Bill C maar ik merkte toen dat ik een aantal toespelingen niet kon duiden. Wij kunnen wel kijken, maar het zijn de burgers van de VS die hun Boss kiezen, niet wij. Anderzijds, de rol van het Washington-syndroom moeten we toch wat beter bekijken en ook hoe we de resultaten van het politieke bedrijf bekijken, niet enkel de onmiddellijke reacties maar ook wat verder meeweegt.

Trump stelde dat Clinton al jaren bezig was in Washington er niets van gebakken heeft, eerst in Arkansas als ik het wel heb. Maar dat is nu natuurlijk de grote paradox waar men een grote baas moet kiezen: wie ook de president wordt of is, zoals Obama, kan niet veel werkelijk realiseren en daar zit de vertekening van het beeld achter, dat wil zeggen, politici scheppen een wettelijk kader en, zoals Bart de Wever het stelde op de radio, kan men dagelijks met allerlei zaken bezig zijn, de politicus die beslist, geeft het uiteindelijk in handen van een ambtelijk apparaat om beslissingen concreet te maken. Dragen die bij tot het algemeen welzijn en hoe komen we tot een afweging, daarover wordt zelden gedebatteerd, ook niet door politieke commentatoren.

Het heeft te maken met de verschuiving en fragmentatie van de politieke macht, ook de "verantwoording" voor beleid vormt hierbij een illustratie, want geen enkele regering kan alle problemen oplossen, omdat niemand het eens blijkt met anderen over wat nu de problemen zijn. Het Washington-syndroom en in Europa het Brussels-syndroom, de uitgesproken en uitverkoren wapens van elke populist in Europa en de VSA om het establishment de schuld van alles te geven, ook van wat goed gaat, verwijst naar de uitgesproken gedachte dat het potverteerders zijn in de hoofdsteden die van de werkelijkheid van "Joe the plumber" of "Frans de lasser" niets af zouden weten. Zouden toppolitici en voorzitters van partijen als di Rupo of John Crombez echt meer weten dan Zuhal Demir of Daphné Dumery, minder bekende politici?

Waar we ons aan ergeren, vertelde een heer van stand me eens, dat is niet de politieke discussies, wel het theater waarmee men al jaren steeds over andere onderwerpen hetzelfde vertelt, zonder dat politici er zich bewust van zijn. Als hoge ambtenaar had hij vaak contact met ministers gehad en hun pirouettes kon hij zo voorspellen, wat me wel sterkte in de overtuiging dat een politicus niet alleen eens moet kunnen zeggen dat hij of zij het ook niet weet, maar ook dat men wel eens moet kunnen zeggen dat men niets zal ondernemen, omdat de fundamentals okay zijn en nieuwe maatregelen hoogstens voor de tribune zouden zijn.

Politici, zeggen commentatoren dan, kunnen het zich niet veroorloven toe te geven dat ze het niet weten. Ze geloven graag dat ze onmisbaar zijn en inderdaad, er moet een voltallig parlement zijn, een legitieme regering, een hooggerechtshof en al die andere instellingen, die elk op hun eigen tempo doen wat moet en waar mensen werken die meestal ook wel enige menselijkheid aan de dag weten te leggen, enig mededogen. Dat is wat men de "rouages", de raderen van de macht kan noemen.

Deze samenleving kwam er niet van vandaag op morgen en de grote revoluties, zoals de Brabantse omwenteling, de Franse Revolutie, maar ook de strijd van de Patriotten tegen de Regenten - een gebeuren dat in het Zuiden van de Nederlanden bij de Zee nauwelijks bekend is, maar evengoed geïnspireerd was door de Verlichting als die Brabantse omwenteling - kenden een voorgeschiedenis die diep in de samenleving ontkiemden  en niet geheel ongezien verder lagen te rijpen, terwijl de gevolgen ervan tot lang na de Napoleontische oorlogen hun uitwerking hebben gehad. De demografische revolutie van de achttiende eeuw heeft overal in Europa mee voor onrust en tot nieuwe inzichten geleid, zoals ook de periode van vrede en handel zorgden voor onvrede bij wie niet voldoende dacht mee te profiteren van de welvaart. Merken we wel op dat de Engels-Nederlandse Zeeoorlog naar aanleiding van de bijdrage van de Nederlandse handelsvloot aan de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog, Vlaanderen vooral geprofiteerd heeft van de vrijhaven die Oostende in die periode was. De oorlog eindigde al in 1784 maar het zorgde mee voor sterk toenemende welvaart in Oostende en Brugge, maar dat werd ondersteund door langjarige evoluties, die van de 18de eeuw in Vlaanderen en Brabant een bloeiperiode maakte, maar helaas staat dit niet te lezen in de handboeken van het middelbaar onderwijs; wel kan men het aflezen in onze steden en dorpen, tot in onze kerken toe, waar toen voor een nieuwe aankleding werd gezorgd en dat geld kwam van ergens, meestal niet zomaar uit belastingen. Toch is net deze vaststelling van belang om begrijpelijk te maken dat doorgaans politieke beslissingen niet zo een grote gevolgen hebben, maar dat gestage evoluties soms wel afgebroken kunnen worden, maar dan is dat slechts tijdelijk, al kan het wel diepgaand zijn. Het zijn vaak administratieve keuzes of gunningen voor het wegennet dat voor nieuwe groei kon zorgen. In Frankrijk nam Louis XV hierover enkele nuttige besluiten, zoals in 1745 toen hij Trudaine een instituut oprichten waar ingenieurs voor de wegenbouw werden opgeleid. In 1775 kreeg het instituut de naam "Ecole Nationale des ponts et chaussées", maar de eerste stap was nog in 1715 met een koninklijk decreet gezet. Feit is dat de politiek van Louis XV om achtergebleven delen van Frankrijk te ontsluiten toen handen en voeten kreeg, dus lang voor Napoleon er zich mee kon moeien.

Het probleem is dat we voor die tijd, de achttiende eeuw slechts een zeer beperkt zicht hebben op de instellingen en de politieke besluitvorming, soms krijg ik de indruk dat zelfs verstandige mensen denken dat er toen helemaal niet(s) besloten werd. De Franse  Revolutie? Het falen van de minister van Financiën Necker? Als zoon van een professor Staatsrecht in Genève - volgens Wikipedia - kon hij een grote loopbaan ontwikkelen, eerst als bankier en vervolgens dus tot en met een ministerschap, wat normaal niet weggelegd was voor protestanten. A.D. 1776 kon hij vaststellen dat het goed ging met Frankrijk en dat de Taille, een belasting kon worden verlaagd. Later zou hij een rol spelen als organisator van de zitting van de Staten-Generaal in juli 1789, maar de situatie liep uit de hand - ook door zijn toedoen, want hij had de dubbele vertegenwoordiging van de derde stand mogelijk gemaakt, maar ook weer ontslagen worden, op 11 juli waarna enkelen de Bastille gingen aanvallen, die op de 14de viel.

Jacques Necker was geen politicus en zou niet met Lafayette en  Mirabeau hebben willen samenwerken? Ach, de loop van de geschiedenis maakt van die peripetieën een moeilijk te ontwarren kluwen, waar we ooit als leerling S.O. alles van moesten leren en recapituleren, maar de samenhang van de feiten bleef doorgaans verborgen. Toch is de rol van Jacques Necker wel interessant omdat hij laat zien dat ons idee over de Franse Revolutie slechts te wijten was aan slecht beleid of ongegronde belastingen, zelfs niet aan maatschappelijke onvrede alleen, te enen male geen steek houdt. Necker was immers geen lid van de adel en dat maakte zijn positie er net zwakker op, maar hij versterkte mee de opgang van Frankrijk in die periode. Het probleem waar de Franse regering en de verantwoordelijken na Necker mee te maken, waren dramatisch veranderende omstandigheden, zoals misoogsten in 1787 en volgende jaren. Ook de toenemende macht van de Britse vloot zorgde voor nieuwe omstandigheden die men niet onmiddellijk kon inschatten en de binnenlandse onrust, die was ook al jaren bezig, omdat allerlei auteurs en schrijvers de politieke en institutionele verhoudingen niet meer voor lief namen. Lafayette kennen we nog wel, omwille van zijn deelname aan de Amerikaanse revolutie, steun aan de Hollandse patriotten en andere aanzetten tot omwenteling, blijft onderbelicht, omdat Lafayette in de hagiografie van de Franse Revolutie aan de verkeerde kant van de geschiedenis was terecht gekomen, tegen Marat, Danton en Robespierre. Maar net als Necker stond hij voor modernisering en hertekening van het maatschappelijke landschap, zonder de hele samenleving op te schudden.

Het punt dat we wilden aansnijden was dat concrete en eenmalige gebeurtenissen wel enige betekenis hebben, maar dat ze vaak verdrinken in het landschap van traag meanderende rivieren en soms wel diepgaander hervormingen, zoals er wel ook wel op te sommen zijn. De Franse Revolutie tekende een nieuwe maatschappelijke orde uit, maar tegen 1830 bleek dat vele van de oude fortuinen hersteld waren en dat de grootste veranderingen vooral in de industrie en het bankwezen te vinden waren en net daar waren voorheen al vroeger de meest opvallende vormen van sociale promotie maar ook motoren voor algehele economische groei aan te duiden vielen. Men spreekt dezer dagen over de ongelijke verdeling van het bezit, maar kan men Lieven Bauwens een voorganger van Steve Jobs noemen, dan is het inderdaad zo dat beiden op hun eigen manier wars van het systeem hun weg gingen en zo succes hadden. Men kan nu zetten dat de aandeelhouders van Facebook en zo ontiegelijk verdienen, het is kapitaal dat ze op een vrij acceptabele manier hebben verworven, zoals dat ook van Bill Gates gezegd kan worden. Hun verdienmodel en het moment van hun optreden speelde in hun kaart, Gates heeft microsoft op zeker moment moeten heruitvinden; daar vinden we echter zelden veel discussie over.  

Kan men het kandidatendebat tussen Trump en Clinton eenmalig noemen, wanneer iedereen verwijst naar al die voorafgaande debatten, met als eerste op de buis JFK en Richard Nixon, dat volgens de legende op de radio gewonnen werd door Dicky Nixon en op televisie door JFK. Nixon zat te zweten en kon zich maar moeilijk richten tot de kijker, terwijl JFK daar net op geoefend zou hebben. Nu zijn alle deelnemers aan dit soort debatten bijna murw getraind en kan nauwelijks nog een vraag of repliek hen verrassen. Met andere woorden, wat we zien is niet Clinton noch Trump, maar het product van training - buiten beeld - en dan vond ik zelfs Trump gunstig afsteken vergeleken met de beelden die we van hem kennen. Maar mijn oordeel noch het oordeel van die 100.000.000 kijkers/kiezers zal daar niet fundamenteel door gewijzigd worden. Velen zullen dus gekeken hebben naar wat Trump volgens de goegemeente ongeschikt maakt en dan...

Wat overigens zou Trump kunnen doen als president. Toen Obama, die ik een goed president meen te mogen noemen, had men het over change en over "Yes, we can!", maar dat was een verademing na Busch jr. Neen, het probleem waar Obama mee te maken had, was de financiële crisis en de fall out, zoals het dreigende faillissement van GM en andere grote sterkhouders van de Amerikaanse economie, waar ook de blue collars, de arbeiders, hun belang bij hadden. Ook het feit dat openbare besturen zoals Detroit onderuit gingen, kan men niet negeren. Obama zat op een zetel in een ovaal kantoor, terwijl het plafond omlaag dreigde te komen, de muren afbladderden omwille van de onzalige avonturen in Irak en Afghanistan. Obama zou met IS af te rekenen hebben en ook de relatie met Rusland en China veranderde. Blijft Obama toch, wellicht een behoorlijk succesvol president, dan is het omdat hij Amerika economisch weer groot heeft helpen maken, door de puinhopen van Busch met bekwame spoed op te ruimen. Verwijt men hem een zwakke buitenlandse politiek, dan gaf hij gehoor aan de wensen van de kiezers. Kon hij het extraterritoriale kamp in Guantanamo niet sluiten, dan maar omdat het Congres niet wilde dat die gevangenen op het vasteland werden opgevangen en indien nodig een ernstig proces kregen - anders vrijlaten dus - maar ook Europa toonde weinig bereidheid Obama bij te springen en gezien wat er sinds 2015 in Parijs gebeurde, zal geen enkele regering daar nu echt enige gulheid aan de dag leggen - tenzij er intussen achter de schermen een en ander toch geregeld wordt.

Donald Trump wil Amerika weer groot maken? Ik heb nooit begrepen hoe de gemiddelde Amerikaanse kiezer daar enig geloof aan zou hechten. Niet de president maakt een staat groot, wel de burgers en het bestuurlijk apparaat. Als hij als bedrijfsleider weet hoe het moet, dan lijkt het erop dat hij al eens schuldeisers in de wind heeft gezet, dat hij de basis van het Amerikaanse zelfbeeld, de immigratie, on hold wil zetten, wat vreemd is, want telkens de VS de poorten voor de migratie wilden sluiten de interne politiek vaak spaak liep op niet altijd goed uitgewerkte regelgeving. Francis Fukuyama laat zien dat er op zeker moment met het Spoilsysteem, waarbij elke nieuwe president de overheidsdiensten naar eigen goeddunken ging bevolken, wat vaak voor verlies aan continuïteit en kwaliteit zorgde. De instroom van migranten was inderdaad niet altijd even aangenaam, noch voor de landverhuizers, noch voor zij die er al langer woonden en de oudste rechten dachten te kunnen laten gelden. Trump ontkent in een moeite hoe het burgers zijn die de rijkdom en macht van het land vorm geven. Kan men dan werkelijk nergens in de Amerikaanse media bemerkingen vinden bij die slogan van Trump? Men neemt het op het oog niet ernstig, maar tegelijk moet men daar toch kanttekeningen bij plaatsen.

De rol van media in opinievorming is van groot belang, waarmee niet gezegd is dat mensen zomaar dupe zijn van wat het commentariaat te melden heeft. Dupe kan men zijn door ten onrechte vertrouwen te geven aan deze of gene of zich een opinie te laten aanpraten. Politiek bedrijven is, ondanks de vele analyses van commentatoren en analisten in zekere mate virtueel, zoals David Cameron mocht ervaren, want hij verloor zwaar met zijn gok, ondermeer omdat de wet over het referendum geen gekwalificeerd quotum aangaf nodig om tot "Leave" te besluiten. Democratisch zou dat zijn?

Binnen een jaar zijn we drie keer getuige van het feit dat mensen die een agenda voorleggen, Trump, Cameron en Thierry Baudet, die de stemmen van mensen weten te mobiliseren die alleen maar neen willen zeggen. Het referendum tegen het associatieverdrag met Oekraïne heeft minder gewicht, maar als CETA voorgelegd wordt om per referendum geratificeerd te worden, dan hoop ik dat politici die het wilden en willen er eindelijk eens hst vuur uit te stenen voor gaan rennen en lopen om mensen te overtuigen. Te vaak wil men vooral mensen airplay geven die tegen iets zijn en men vergeet het publiek gedegen te informeren, want dat blijkt wel uit het debat. De Brexit heeft laten zien dat dit niet zo is. Tegen TTIP? Jawel, maar dan moet men ook tegen China zijn als "normale" economie, waarna vrij snel alle staalbedrijven in Europa onder druk zullen komen, wegens dumping van goedkoop staal uit China, dat Europa nu nog kan tegenhouden. Maar ja, nadenken op meerdere sporen is die demagogen vooral gegeven als ze er hun voordeel mee kunnen doen en net dat is beangstigend, dat de kluit belazerd wordt en uiteindelijk weet niemand meer wat betrouwbare informatie is. Net dat gaf de weergave op de radio weer: Clinton won nipt en op punten? Hoezo? Trump deed zijn best...

Bart Haers    


maandag 26 september 2016

Verwijlen bij Ray Tallis, geriator en filosoof



Reflectie


Humanisme en Respect, een tautologie?

Denis Diderot, standbeeld in
geboortestad Langres. Diderot
leerde mij alvast dat vrij denken
niet altijd gemakkelijk is,
maar boeiend is het wel. 
Ray Tallis kende ik niet, maar plots was hij in gesprek met Alicja Gescinska op de buis en vertelde over hoe hij nadacht over de geassisteerde dood, over God en dat hij niet met een atheïsme kon volstaan, omdat dit een geloof in niets of niet geloven zou betekenen. Zijn visie op wat des mensen is, bracht hem bij de vaststelling dat het velen onder ons wel eens aan respect ontbreekt, al noemen ze zich graag humanistisch.  Dit is geen reflectie over geloof in god of kerk, wel over hoe we inderdaad dit humanisme dat Tallis voorstelt kunnen beleven.

Oude discussies herleven, oude loopgraven worden opnieuw ingenomen, als het gaat over kerk, levensbeschouwing en respect en we horen ook Rik Torfs uitleggen dat gehoorzaamheid tot kritiekloos aanvaarden van wat hogere instanties vertellen aanleiding geeft, met een snuifje opportunisme. Gehoorzaamheid betrachten is geen deugd of gave, maar kritiek uitbrengen vergt niet enkel moed, ook overdenken van de situatie, het belang en nut van een actie en finaal het oordeel of we er voldoende waarde aan hechten. Het gaat dus niet enkel over het principiële en immer onbeweeglijke dat waar zou zijn en elke storm kan doorstaan, maar over hoe we met omstandigheden omgaan. Men kan persoonlijk vragen hebben bij abortus en toch, die vrouw die erom vroeg helpen, toch? Waarom de Poolse overheid en regeringspartij abortus terug wil inperken, zodat het bijna feitelijk verboden is, kan men zonder meer als een overbodige vraag afserveren, want er zijn geen redenen voor. Toch komt dat wetsvoorstel meesurfen op een golf van antimoderniteit. De Kerk in Polen dwaalt, denk ik, vermits zij die politieke keuze meer dan influistert. Geen deftige bijbelexegeet kan vasthouden aan de idee dat mensen gewoon onderworpen zijn aan de natuur. Men mag niet doden? Juist ja, maar men moet ook verstandig handelen en vrouwen - zo blijkt - wordt ook niet per definitie wijsheid ontzegd - de parabel van de dwaze en de wijze maagden - maar als men deze en andere teksten interpreteert vanuit een grondgedachte, dan kan men inderdaad vastlopen in drogredeneringen en het principe stellen boven die ene gedachte - hoe moeilijk te bevatten ook - dat we om onze naaste moeten geven, meer nog, van die naaste houden, als van onszelf. Nu is de kerk zelf niet altijd toonbeeld geweest van dit inzicht en geeft net het abortusdebat zoals het nu in Polen speelt aan dat velen graag een godje spelen als ze anderen in de modder kunnen stampen.

Daarover ging het ook in Wanderlust op zondag25 september 2016, toen Ray Tallis uitlegde dat artsen wel eens menen dat ze een god zijn, die alles in handen hebben. Die illusie doorprikt hij aardig, wanneer hij uitlegt hoe hij wel eens aan zijn beslissingen twijfelde. Het gaat er dan niet om, dacht ik, dat hij twijfelde aan de onweerlegbaarheid van zijn argumenten, wel aan de uitkomst van zijn besluit, of mensen er echt goed mee af zouden zijn. In het gesprek met Alicja Gescinska kwam me die houding zeer aantrekkelijk voor - niet dat we besluitloosheid moeten prijzen - maar contacten met geriatrie laat zien dat er n dat specialisme nog wel enkele horden te nemen en vooral de relatie tussen arts, patiënt en naasten blijkt nog te vaak te berusten op de alwetendheid en almacht van de geriator, terwijl net dat levenseinde vaak een kwestie van casuïstiek, subtiele casuïstiek.

Nu denk ik niet dat men alleen artsen mag aanwrijven dat ze zich wel eens godgelijk wanen, almachtig en alwetend, terwijl het bij nader toezien wel eens wat minder kan zijn. Vooral in de opiniepers merkt men dat sommigen graag uithalen vanuit hun autoriteit en wie daaraan durft te twijfelen, moet zich grondig laten onderzoeken, heet het dan. Dat zij dit voor waar aannemen in een context waar steeds meer mensen sinds veertig, dertig jaar hoger onderwijs hebben genoten en er ook iets mee hebben gedaan, maakt het des te pijnlijker, want hun kennis is niet per se ruimer dan die van anderen, om de eenvoudige reden dat alwetendheid niet van deze wereld is. Die filosoof liet ook verstaan dat wetenschappers soms zeer gespecialiseerd zijn, maar het ruimere plaatje uit het oog hebben verloren. 

Het valt inderdaad wel eens voor dat mij dat ook voor de voeten werpt, met mijn blog, dat ik de indruk wek alles te weten of van alle markten thuis te zijn. Het is natuurlijk gemakkelijk iemand dat verwijt toe te werpen zonder het verder te argumenteren. Het kan ook moeilijk anders, dat men mij zoiets voor de voeten werpt, omdat ik wel eens refereer aan inzichten die in de dagelijkse krant nu net niet aan bod komen. Toch laat Alicja Gescinska zien dat rustige televisie maken met twee mensen die van gedachten wisselen en dat je er als kijker iets van opsteken kan. Het valt me wel op dat ik zo een verwijt krijg zonder opgaaf van redenen, wat blijk geeft van grote vrijblijvendheid en dan kan men het ook terzijde leggen.  Nu goed, dat verwijt moet ik er dan maar bijnemen, ook als ik, zoals in dit stuk probeer, op glad ijs te schaverdijnen.

Ook als God dood is

Als God dood is, zal men het altijd zien, dan komen er altijd wel mensen af die God laten verrijzen. We hoorden en stemmen ermee in dat die hele verhalenschat die de bijbel vormt ook mee het humanisme kan schragen, op voorwaarde dat men deze boeken lezen wil als reminiscenties aan diepmenselijke ervaringen. Men sprak over het offerfeest, over het onverdoofd slachten van vee, maar men vergat dat dit feest antropologisch wortelt in een diepgaande wijziging in de vorm van verering en aanbidding: het mensenoffer werd met de daad van Abraham ontraden of nog: God vraagt niet we onze naasten offeren. In een latere fase zal ook het offeren van dieren door ene Jezus als barbaars en onnodig voorgesteld worden en ook als een vorm van oplichterij en afpersing. Natuurlijk heeft de kerk naderhand aan de hand van allerlei kleine regeltjes mensen ook wel geld gevraagd, zoals de Sint-Pieterspenning, maar ik verwacht niet dat iemand van mijn generatie daar nog weet heeft. Alleen, als we zien hoe allerlei NGO's geld weten in te zamelen voor het goede doel, waarbij de inzet van vrijwilligers en van de milde schenkers niet nuttig blijkt te worden ingezet. Veertig jaar heeft men allerlei organisaties opgericht om de ontwikkelingslanden te helpen, maar er werden al die tijd antropologische vergissingen begaan maar ook soms politieke. Ook als God er niet aan te pas komt, zoals bij 11.11.11 zien we  een beroep op onze welwillendheid en de behoefte nood te lenigen, terwijl niet altijd duidelijk is geworden, wordt dat  als die acties veel opbrengen, weinig gevolgen hebben voor degene voor wie dat geld opgehaald wordt, maar wij worden op ons goede geweten aangesproken.

Nieuw (?) Humanisme en Respect

Humanisme, hoorde ik, heeft alles te maken met respect, maar Ray Tallis liet begrijpen dat respect voor hem niet eenvoudig een woord is, doch weergeeft hoe iemand zich tegenover anderen gedraagt. Onze houding tegenover de natuur? Respectvol, maar dat zeggen bioboeren en actievoerders van Gaia ook, terwijl te bedenken valt mensen een vormen van bewustzijn kennen dat zelfs een chimp vreemd is, wat ook al weer op een stevige repliek zal botsen, gesteund op het werk van de bioloog Frans De Waal. Ray Tallis legt dan weer uit dat hoe ons brein functioneert van dien aard is dat het niet enkel gaat om gewoon slim zijn, maar dat het omdat complexe gegeven gaat dat bewustzijn is.

Respect vragen, bedacht ik mij, is dan nog iets anders dan respect opbrengen voor een ander, of van derden tegenover bijvoorbeeld de dierenwereld of het organisme dat we planeet aarde mogen noemen. In zijn benadering zien we dat prof. Tallis dat nu zo belangrijk acht, niet dat we respect moeten vragen, maar zelf bij machte zijn respect op te brengen. Dat betekent niet dat alleen dat men de groten der aarde met respect zou bejegenen, of mensen met wie men het eens bent, maar net mensen die niet je mening of visie delen of die duidelijk een ander levenspad hebben gekozen. Of je dan je eigen visie opzij moet schuiven, vraagt een mens zich af, maar dat lijkt voor Ray Tallis niet zo een punt te zijn, dat wil zeggen, het respect geldt de personen en over de meningsverschillen kan het altijd nog gaan, maar dan moet men naar die andere ook luisteren. Hier kwam aan het licht dat Tallis het lastig heeft met mensen die anderen, die wel een of ander godsgeloof koesteren voor achterlijk, verouderd, middeleeuws houden.

Zijn humanisme refereert zo te zien aan wat we van Desiderius Erasmus weten, namelijk dat die vond dat je niet zonder goede redenen je eigen gelijk als norm kan plaatsen. Men weet dat zowel de katholieken als de protestanten Erasmus gaandeweg terzijde schoven als onbetrouwbaar omdat hij geen partij wenste te kiezen voor een der partijen. Natuurlijk, de hele politieke strijd binnen het christelijke Europa was ook politiek en kon de aanspraken van vorsten, maar ook van steden op macht kon doorkruisen of net versterken. Na een paar eeuwen secularisering gaat men ervan uit dat we geleidelijk de godsdienst kunnen afschuiven, maar Tallis lijkt de mening toegedaan dat dit wel eens een vergissing zou kunnen zijn, alleen is het dan nog de vraag wat we bedoelen met godsdienst en hoe dit mensen kan sturen in hun leven. Dan komt ook gehoorzaamheid om de hoek kijken: zijn we bereid te aanvaarden dat we niet altijd zomaar gehoorzaam kunnen zijn aan autoriteiten? Het blijkt van niet. Overheden overstelpen ons met gezondheidsvoorschriften, allerlei experten komen af met onderzoeken en onderzoekjes om ons af te leren wit of rood vlees te eten, groene of rode groenten en al dan niet glutenvrij graan. Blijken er goede aanwijzingen toe, dan moet men dat beter doen, zal men dat ook doen om ongemakken te voorkomen, terwijl anderzijds de rationele argumenten maar weinig mensen van hun hedonisme zullen afhelpen. Omdat we niet enkel rationeel zijn, maar ook de weldadigheid van verzadiging of zelfs de spanning van een gevaarlijke situatie kunnen waarderen.

Geen ideale mens

Humanisme houdt dus rekening met hoe we als mensen zijn, niet de ideale mens, maar elke mens zoals die is. Het feit dat mensen zoeken naar absolute zekerheid, in de vorm van een duidelijke regelgeving, zoals religieuze normen of wetenschappelijke zekerheid moet ons volgens de arts en filosoof wel boeien, want mensen kunnen niet met onzekerheid om, die zowel te maken heeft met wat ze van anderen verwachten of zelf geacht worden te doen, inzake voedsel, kleding of omgang met seksualiteit. Het gaat om manieren om in al dan niet extreme mate de verantwoording voor daden en inzichten bij een externe autoriteit te kunnen leggen. Het gevolg is dat mensen die tot de Jehova's behoren en geen bloedtransfusies mogen aanvaarden met onvoorstelbare dilemma's  af te rekenen krijgen, maar op een of andere manier, denk ik, komen we vroeger of later ook wel eens voor een tragisch dilemma te staan, al wil men aannemelijk maken dat het aanvaarden van wetenschappelijke inzichten volstaat om niet meer met tragische keuzes te maken te hebben. Echt, we leven niet in een laboratorium waar alles mooi geregeld en onder controle is.

Het belang van Zekerheid

Het ging niet over determinisme, gisteren, maar ik denk dat dit ook voor de filosoof geen punt van discussie is: geloven dat alles vast ligt op grond van de natuurwetten, klinkt aanlokkelijk, maar, zoals ik al langer veronderstel is dat niet anders dan wie in predestinatie gelooft en weet dat zijn of haar lot al vast zal liggen. Dat de zon nog 5 miljard jaar te stralen heeft voor de energie opgebruikt is, kan men inderdaad berekenen, maar hoe het er de volgende 100 jaar op aarde aan toe zal gaan, blijft een ander verhaal. Misschien is het gedetermineerd dat er op IJsland nog eens een grote uitbarsting komt, maar we zijn vooralsnog niet in staat die exact te voorspellen. Maar ook het handelen van individuen valt niet altijd te voorspellen en vaak zorgt dat voor ellende, maar we kijken dan voorbij aan de vreugden die het onvoorspelbare gedrag kan betekenen; dat een ander iets doet dat we niet voorzien kan te maken hebben met gebrek aan omgang met die persoon of net omgekeerd aan jarenlange vertrouwdheid waardoor we er blind voor zijn. Wij, ik en de anderen. Daarom kan ik niet zo goed met Jean-Paul Sartre overweg: l'enfer c'est les autres.

Een humanisme, aldus Tallis, dat alleen op wetenschappelijke kennis en ratio is gebaseerd, doet mensen tekort, maar het is moeilijk dezer dagen daarmee ook aan te geven dat mensen als individuen en in hun leefwereld wel degelijk meer zijn dan organismen, maar zelfbewust hun weg kunnen gaan, ook leveren ze wel eens of voortdurend hun zelfbewustzijn in bij een derde instantie in en handelen ze vervolgens - zolang het saldo batig is - gehoorzaam naar de inspiratie van die autoriteit. Autonomie? Het woord valt dezer dagen nog nauwelijks en als het valt gaat het om een illusie die nergens op zou berusten. Het pleidooi dat men zondag in Wanderlust kon oppikken, bracht alvast mij tot enige vreugde, dat er nog geleerden zijn die niet zomaar aannemen dat we nog altijd de wezens zijn die - tja, van afweer - als mensen kunnen worden herkend, van de homo sapiens dus, of was het pas de Cro Magnon, maar dat blijkt een moeilijk onderscheid. En dan nog, het einde van de steentijd in Europa en Azië, de Bronstijd en later de IJzertijd hebben het wezen van de mens ook weer beinvloed. Over de betekenis van de moderne wetenschappen op wat en wie we zijn, zal dus nog veel te zeggen vallen. Spreek ik niet meer die god van Joden en Christenen, dan denk ik dat het bijbelverhaal, die set van verhalen, boeken best inspirerend blijven, al is van de leefwereld al lang achter ons gelaten, maar goed, dan moeten we Homeros en Ovidius ook maar stof laten vergaren. Het komt mij wil voor dat we onszelf dan veel ontzeggen, vreugden, schoonheid en inzichten. Oh ja, ook Diderot verdwijnt dan, maar ik vrees dat niet velen vandaag nog iets van Denis Diderot lezen.

Als spreken over de wereld onmogelijk is, zonder zich in te laten met het tijdelijke, als we op dat begrip eeuwigheid en tijdloosheid geen vat krijgen, dan heeft dat ermee te maken dat we zelf ondanks de dood van God nog altijd niet begrijpen dat ons bestaan per definitie een begin heeft en een einde. Toch bedacht ik mij, dat we ons wel eens kunnen verliezen in een moment, waarbij de kortwijligheid ons ontgaat. Tijd is een boeiend begrip, waarover we het wel moeten hebben. Bij een ontdekking van een nieuwe stem, die van Ray Tallis, mogen we daar dus wel even bij verwijlen.


Bart Haers



zondag 25 september 2016

Belastingen en begrotingen



Dezer Dagen


Wie bewaart het overzicht?

Begrotingen,
Inkomsten en uitgaven

Het tolhuis van Brugge? Juist, hier
werd de invoer belast, de grote tol,
die in concessie gegeven werd tijdens
de dertiende eeuw, aan de familie
Van Brugge van Gruuthuuse. Plus est
en vous - er is meer in u? 
Wat te doen als begroting ontspoort? Bijsturen, belastingen verhogen en er nieuwe verzinnen en dan verbaasd zijn dat mensen het allemaal niet meer geloven. De vraag die men beter stellen kan: hoe kan de uitgaven beheersen en zorgen dat mensen niet vluchten met hun geld. Op dat vlak is de wereld behoorlijk ongelijk verdeeld, want wie veel heeft kan het beter verbergen.

Niet zo lang geleden vond de toenmalige minister van Financiën Steven Vanackere dat hij de belastinginkomsten diende te maximaliseren, binnen het kader van de wet - of de wet veranderen natuurlijk. Zo zijn we al een paar decennia kampioenen in het betalen van belastingen en voelen mensen dat ze veel vrije ruimte verliezen om keuzes te maken; vooral voelt men zich ondergeschikt aan het systeem en dat wekt wrevel op, of die nu terecht is of niet. Bovendien is het systeem in die zin niet billijk, dat grote fortuinen meer mogelijkheden hebben zich aan belastingheffingen en -verplichtingen te onttrekken, zonder  van fraude beschuldigd te kunnen worden. Bovendien neemt het besef toe dat we minder belastingen betalen als iedereen navenant bijdroeg, maar vermogen uit arbeid en vermogen uit kapitaal gelijk behandelen blijft moeilijk. De reden is dat we aanvoelen dat spaargelden nog eens belasten niet deugt zodat via successierechten het algauw een derde greep in de kas blijkt dus, waarvoor men de legitimiteit niet altijd ziet.

Een ander punt is dat de regelingen bijvoorbeeld voor ongehuwde mensen zonder kinderen ten laste niet altijd even billijk ervaren worden, terwijl anderzijds mensen die hard werken de indruk hebben dat ze nauwelijks van regelingen gebruik kunnen maken. Het kan ermee te maken hebben dat men rekenmodellen gebruikt die een aantal parameters bevatten die beantwoorden aan minder frequent voorkomende reële gevallen dan men aanneemt. Nu men van het Rijksregister gebruik maakt om reële gezinssituaties goed in kaart te brengen, blijkt men toch nog met slechts beperkt geldige modellen rekening te houden, al kan toch, in een behoorlijk rekenmodel precies  met die parameters geschuiven om de gevolgen van maatregelen te bekijken. Alleen zal men vaststellen dat die berekeningen mogelijk zijn, maar niet a priori uitgevoerd worden bij het herschrijven van personenbelasting, maar ook wanneer men bepaalde rechten, zoals de woonbonus of kinderbijslag uitwerkt. Geen tijd of men wil niet a priori met zekerheid de gevolgen voor een bepaalde situatie berekenen. Dat heeft vaker dan de overheid denkt tot gevolg dat mensen - niet de armsten - zich misdeeld voelen. Het is evenwel meer dan een gevoel, want het krijgt kracht van waarheid.

Het systeem is anderzijds wel bepalend voor het algemene welbevinden en dus moet er men wel iets voor over hebben het stelsel van sociale zekerheid, pensioenen, volksgezondheid en werkeloosheid in stand te houden. De discussie over de massale immigratie van asielzoekers heeft voor velen de aandacht gericht op hoe ons bestel in gevaar kan komen en zelfs David Cameron vond, vindt dat teveel (Europese) migranten de economie van het UK in het gedrang zou brengen - terwijl ze net voor de onzichtbare onderbouw zorgen, wegens arbeid in het zwart. Van zoveel cynisme blijkt men niet te sterven, want het is vooral waar dat die Polen, Roemenen en anderen voor de Britse economie vooral batig is gebleken, maar voor de lager geschoolden - door het systeem ongeschoold - betekent dat nog minder kansen op de arbeidsmarkt. Wie kan beweren dat mevrouw Tatcher, Major en Blair iet voor het zwakke onderwijsbestel voor de middenklasse en de arbeiders hebben uitgericht? Zelfs Cameron diende  vast te stellen dat het eliteonderwijs bloeit, maar hoe hoog de kwaliteit werkelijk blijkt, valt moeilijk in te schatten. Theresa May besloot bij haar aantreden dat het niet voldoende is vast te stellen dat West-Minister vergeven is van "Old Boys" van Eaton, Cambridge en Oxford. Zij wil de Grammar School opnieuw invoeren om jongeren uit niet bevoorrechte milieus opnieuw een behoorlijke kans te geven op een eigen creatief leven. Nu gaat veel onderwijs naar een zwak presterend onderwijs, dat onderuit is gehaald door allerlei hervormers. Belastingen goed besteden is iets anders. Wat zou er gebeuren als de overheid ook hier het onderwijs alsmaar verder zou moderniseren? Steeds meer scholen die buiten het net staan en hoge inschrijvingsgelden vragen?

Men zegt wel eens dat overheden minder subsidies aan bedrijven zouden moeten toekennen, maar ook aan cultuur moet men er minder verstrekken en vooral dat laatste zal veel mensen doen steigeren. Maar men kan wel vaststellen dat intellectuelen en zelfverklaarde artiesten er blijk van geven de overheid én de burgers te kapitelen maar tegelijk wel woest zijn als hun subsidie wegvalt. Zal men, zoals Thorbecke het stelde, de overheid toelaten kunsten en kunstenaars te steunen, dan zal men niet proberen censuur op die kunstenaars uit te oefenen, als ze hun werken brengen, maar tegelijk ziet men ook dat sommige artiesten vooral naast het podium menen ons, burgers de les te moeten spellen. Zij hebben wel eens iets te zeggen, maar afgeven op de bourgeoisie is wel wat gemakkelijk. Oh ja, kritisch zijn noemt men dat, terwijl kritisch kijken betekent dat men niet slechts een kant op kijkt.

Ten gronde kan men geen staat bedenken die geen belastingen heffen zou en niet zou investeren in publieke nutsfuncties - tenzij de staat ergens een monopolie op zou hebben, zoals grondstoffen waarmee ze dan het algemeen belang zou kunnen dienen; dergelijke monopolies pakken niet altijd goed uit en lopen vaak uit op groot onbehagen bij de burgers. Tomas Sedlacek beschreef in economie van goed en kwaad dat ook de overheid met tal van onzekerheden te maken heeft maar dat sinds de oudheid goede vorsten zorgen dat de voedselzekerheid kan beschermd wordt, zoals Pharao deed op vraag van Jozef en later heeft een graaf van Vlaanderen mee een dreigende hongersnood af weten te wenden. De keurvorsten van Brandenburg en Pruisen hebben ook lange tijd een reserve in stand gehouden om misoogsten en andere oorzaken van tekorten op de graanmarkt op te vangen. Het kon voorvallen dat het systeem wat verwaarloosd werd, maar eenmaal het koninkrijk Pruisen zich uitstrekte van de Rijn tot in Königsbergen en  verder uitstrekte, werd het een sterke speler in de voedselvoorziening van voedsel en graan. Sedlacek maakt duidelijk dat interventies vanwege de overheid gewettigd kunnen zijn, maar ook dat het fout kan lopen.

Het probleem waar we in België mee te maken hebben, kan men dan ook niet beperken tot de hoogte van de belastingen. Niemand zal ontkennen dat de spoorwegen in ons mobiliteitssysteem onontbeerlijk zijn, maar ook moet men erkennen dat de organisatie handenvol geld kost omdat de NMBS én Infrabel niet het best zijn georganiseerd. Toch blijft de verspilling doorgaan, ten koste van de dienstverlening en de reizigers, maar men zal elke grondige wijziging in het management, ook HR-management - opgevat worden als een aanval op de werknemers van de NMBS. Toch gaat het om honderden miljoenen die onnodig verloren gaan.

Men heeft de administratie de afgelopen decennia grondig hervormd, maar of ze daarom beter is gaan functioneren, nog afgezien van de criteria daarbij gehanteerd worden, maar het ging om zowel kostenbesparing als om hiërarchische structuren maar de dienst zelf en de bestaansreden van de dienst won er niet bij. Stellen dat het allemaal niet functioneert ontbeert nuance, maar klinkt aangenaam en bevestigend, maar het probleem is dat de minister die het ambtelijk apparaat moet bestieren vaak met de hoogste in rang spreekt, die zelf weer niet altijd met het werk van de dienst veel te maken heeft. In theorie zou het niet mogen, maar de delegatie van bevoegdheden zorgt ervoor dat de hoogste ambtenaren moeten afgaan op rapportage en die wordt niet altijd gechekt. Toch werken de meeste overheidsdiensten vrij behoorlijk en komen misstanden doorgaans snel aan het licht.

Uitgaven beheersen betekende tot afgelopen decennia voorgenomen, beslist beleid stopzetten en essentiële diensten zoals de veiligheid, de politie, justitie en defensie veronachtzamen. Wie de vrede genegen was, vond dat okay, maar vanuit geopolitiek oogpunt voel ik mij als burger bedot en vind ik dat men beter jaarlijks voor defensie een ernstig budget ter  beschikking had gehouden, om ook vervangingsinvesteringen voor schepen, rollend materieel, uniformen en munitie veilig te stellen. Over de vervanging van de F-16 heb ik het dan nog niet

Spreken over begrotingen, uitgaven en inkomsten beheren, behoort tot de kerntaken van burgers, maar de ideologische voorkeuren - waar men altijd mee te maken heeft en die voortkomen uit het feit dat de democratie nu eenmaal meerdere stromingen kent - hebben wel eens een verstorende invloed over hoe men het overheidsapparaat vindt functioneren. Stellen dat men meer moet overlaten aan de technocraten, betekent dan men blind blijft voor het feit dat ook technocraten van het opzetten van een hofhouding houden.

Politici klagen dat burgers te veel zagen, het commentariaat stelt dan weer dat burgers het niet begrepen hebben, maar de situatie met de Belgische begroting anno 2016 laat zien dat zij vragen onbeantwoord laten: 1°) de gevolgen van de staatshervormingen, vooral van de zesde en de dan de bijkomende subsidie van Brussel van 460 miljoen, terwijl de stadsregering de tunnels in puin laat vallen, valt dat te rijmen? 2°) hoe zal men de nieuwe geneeskunde verzoenen met de financiering en allocaties inzake volksgezondheid, bijvoorbeeld hoe men huisartsen en andere artsen zal vergoeden voor hun kennis en werk? 3°) Hoe kan men nu beweren dat de economie in een dipje zit, terwijl er nagenoeg volledige tewerkstelling in Vlaanderen zou zijn? Er hebben nooit meer mensen een betaalde job gehad of zijn als zelfstandige aan het werk. Kortom, de interpretatie van deze financiële kwestie laat veel vragen open.

Komen we er ooit uit? Niet als we nog eens extra belastingen willen voor de rijken, die er dan goed in slagen aan die verplichtingen te ontkomen; de beurstaks blijkt voor kleinere bedrijven ook geen goede zaak, net als de verhoging van de liquidatiebonus. Mooi dus, de overheid wil de inkomsten maximaliseren, maar heeft geen idee voor de economische gevolgen en de betrouwbaarheid van de overheid. De overheid heeft vele taken, regelt die behoorlijk wel, maar de kostprijs blijkt niet altijd goed in de hand gehouden te worden.


Bart Haers


zaterdag 24 september 2016

Wat heeft naakte waarheid te bieden?



Dezer Dagen


Journalistiek & 
Waarheidsvinding

 "Waag van het ware Geloof"? Schilderij begin
17de eeuw van anonieme meester met leerstuk:
alle rijkdommen van de RKK wegen niet op
tegen de waarheid van de Bijbel van de Protetantse
kerk. In een meer seculiere versie: de waarheid
van de wetenschap weegt niet op
tegen aanspraken van geloof. Toch blijken
wetenschappelijke vindingen vaak
niet zo ontegensprekelijk als we het zouden
wensen. Geneesmiddelen testen kan men niet
altijd door met grote reeksen te werken. Werkzaamheid
toch aantoonbaar via casuïstiek. 
Kranten en nieuws-/duidingprogramma's bekogelen ons met fact checking en hopen zo dat we beter zullen begrijpen dat men ons van alle kanten met vrome leugens wil bekogelen. Zou het echt zo zijn dat naakt slapen beter is? Waarom? Hoezo? Of is het iemand die de gedachte plots tot feit verhief. Als de nacht geen verkoeling, nou, dan kan het toch wel aangenamer zijn. Maar zou het bijvoorbeeld echt zo zijn dat het beter is dat we allemaal in steden gingen wonen - een evolutie die al aan de gang is? En op welke schaal valt dat dan te situeren? Teveel vragen zegt u, maar stellen we ons wel voldoende vragen en zoeken we echt naar antwoorden. Of nemen we vrede met vrome verklaringen?

Zou het echt zo zijn... neen, laten we uit een ander vaatje tappen. Toen  men ons zegde dat er een groot akkoord was over wat men de Zesde Staatshervorming noemde, bleek er alleen maar lof voor de noeste onderhandelaars, geleidelijk wordt duidelijk dat het gesjacher en het zelfbedrog in die periode echt wel nergens op is uitgedraaid waar een politicus fier over kan zijn. Omgekeerd zal ik de bluf van die kerels niet gauw vergeten die in Nederland een referendum over een vuistdik associatieverdrag met Oekraïne, land in oorlog, met een nog onverwerkt verleden over corruptie, machtsmisbruik en industriële achteruitgang. Het land kon het associatieverdrag met Europa best gebruiken ten behoeve van burgers aldaar die economisch en anderszins een beter leven wensen. Dat dit referendum, bedoeld om aan te tonen hoe impopulair Europa wel niet is, meteen bewees dat dictaturen en democraturen veel kunnen bereiken via referenda en dat het eerste slachtoffer niet zozeer de waarheid is, maar wel begrip in de situatie en de te verwachten ontwikkelingen, mag ons niet ontgaan. Democraturen zijn dictaturen die zich uitstekend als democratisch weten te presenteren.

Intussen doet Radio 1 van de Vlaamse omroep VRT ons nu al een week voorstellen over een betere wereld. Vastgesteld moet worden dat mensen eens ze in zo een uitverkozen groep terecht komen, gemakkelijk gaan geloven dat ze eerst de mens moeten veranderen, want dan volgt een beter wereld vanzelf. Na 1989 - Tienanmen en de Val van Muur in Berlijn - vind ik dat een ontstellende uiting van gedachteloosheid. Veertig jaar Sovjet-bestuur door mensen als Walter Ulbricht en Honnecker c.s. hebben de mensen in de DDR niet veranderd, behalve op het vlak van sportprestaties dan. Velen stemden met de voeten, in de zomer gingen ze naar Hongarije waar ze door het gat in het IJzeren Gordijn naar het westen kwamen, een gat dat de Oostenrijkers erin hadden geknipt. In Praag zaten honderden, duizenden mensen opeengepakt in de ambassade van de Bondsrepubliek en kregen zij pas na veel onderhandelingen om met de trein door de DDR naar het Westen te rijden. Hoeveel mensen heeft de trein niet bevrijd - toch zal men vaststellen dat miljoenen per trein naar Siberië of de vernietigingskampen van de Nazi's zijn afgevoerd, een gewisse dood.

Het is ons gegeven daar veel informatie over te hebben, net zoals we dezer dagen kunnen zien dat Assad niet beter weet of hij moet deze oorlog tot het bittere einde voeren om zijn positie te behouden, wat dit ook voor de Syriërs verder mag betekenen. Zoveel hardheid mag men van een dictator verwachten, maar hoe houden we verder bloedvergieten tegen? Hoe houden we de vluchtelingen een beschermende hand boven het hoofd, als zovele mensen hier hun komst als bedreigend ervaren? Kan men die vaak seculiere moslims op dezelfde lijn plaatsen als nazaten van migranten die hier al twee, drie generaties leven?

De Nederlandse premier bijvoorbeeld moet een maand na datum nog spitsroeden lopen omdat hij tegen Turkse betogers in Rotterdam zegde op te pleuren, nadat ze een journalist van NOS hadden lastig gevallen. Het kader: die jongeren wilden Erdogan een riem onder het hart steken en betogen tegen de verraders, de coupplegers. Nog altijd krijgen mensen die ervan verdacht worden met Güllen te sympathiseren het lastig. Erdogan heeft, zegt men dan, van de coup gebruik gemaakt om zijn tegenstanders verder uit te schakelen, waardoor ook het hoger onderwijs in het gedrang komt. Maar alles was toch opvallend snel klaar, de spandoeken en andere propagandamiddelen om de legercoup in de schoenen van de Gullenbeweging te schuiven. Toch merken we dat journalisten, Turkse al helemaal niet, maar ook geen westerse, niet bereid blijken uit te zoeken hoe het in het werk is gegaan en hoe betrouwbaar die aantijgingen wel zijn.

Er is wel meer dat we zouden moeten weten, met grotere zekerheid dan nu het geval is, willen we ook de lucht in Europa opklaren, want nu kan men zonder meer met verdachtmakingen goochelen, zoals de BBC naderhand verweten werd in verband met het referendum over de Brexit: men had uitspraken van Nigel Farage en Boris Johnson niet afdoende onderzocht. Zoveel miljoen van de EU naar de NHS? De belofte werd de dag na de Stembusslag al afgedaan als onzin, door Farage zelf, die belofte had verzonnen.

Het kan niet normaal genoemd dat mensen die hier al decennia wonen nog zo gehecht zijn aan het land van herkomst, omdat men loyauteit dan wel niet afkopen kan, men toch van het land waar men leeft en woont de voordelen zien, al is dat voor ons misschien net iets te evident, want we zeggen dan wel dat we voor onze waarden staan, die we (niet alleen) van de Verlichting hebben geërfd, in wezen betekent dit dat we voortdurend kritiek spuien over alles en nog meer, maar dat we precies aan dat land nu geen waarde meer hechten. Mensen als Geert Wilders maken van die spagaat gebruik om de andere politici te betichten van dubbelhartigheid.

Molenbeek zorgde een half jaar lang voor problemen, al lijkt dat nu al een beetje verdwenen, de burgemeester zou met de politiediensten en ambtenaren van de burgerlijke stand een poging ondernemen om de inwoners van de stad beter in kaart te brengen, maar wil het geen opkuis noemen. Misschien gaat het er wel om het verkommerde archief en dito bevolkingsregister te zuiveren, maar dat is dan nog iets anders dan de straten zelf. Wat gebeurd is de afgelopen decennia, in verband met de migratie en de half gelukte integratie is dat we aangenomen hebben dat gastvrijheid tegenover de toenmalige gastarbeiders een morele plicht was, maar dat we niet begrepen dat zij vanuit een andere cultuur komende onze waarden en normen niet zomaar konden accepteren. Wie hen dat euvel duiden wil, mag dat gerust doen, het helpt ons geen sodemieter verder. Wel is het probleem in die zin een kwestie van goed onderzoek waard, namelijk dat deze mensen in onze postmoderne samenleving het Noorden kwijt zijn geraakt. De betrekkelijke normloosheid in onze samenleving lang na Mei '68 vond ik en vind ik winst, omdat het onze autonomie versterkte, maar tegelijk was duidelijk dat die normloosheid mensen ook in problemen kan brengen. Hoe dat overbrengen als vooruitgang?

Daarom vond en vind ik pleidooien voor drugsgebruik nog altijd bizar, terwijl duidelijk is dat men het drugsgebruik niet zo gemakkelijk zal uitroeien, omdat we nu eenmaal roesmiddelen behoeven. Er zijn evenwel mensen die angstig zijn voor zoveel vrijheid, die vinden dat men de duivel niet verzoeken mag. Het integratieprobleem ontstond met andere woorden op een moment dat onze samenleving en cultuur al lang niet meer traditioneel of klassiek in elkaar staken. De gedachte dat mannen en vrouwen met elkaar omgaan zonder chaperonnes en dat dit doorgaans goed gaat - er zijn altijd gevallen van ongewenste intimiteiten of van groepsdruk die leiden tot conflicten - maar dat willen we niet geweten hebben, want elk akkefietje is er een teveel. Die zin voor perfectie mogen we niet onderschatten, want ze stemt psychisch overeen met wat fundamentalisten voor ogen hebben staan. We leven in een tijd waarin de waarheid over veranderlijke dingen even onwrikbaar moet zijn als de waarheid over de onveranderlijke - al zijn die minder talrijk dan we zouden willen geloven, net omdat onze inzichten en kennis de afgelopen decennia in omvang en betekenis sterk zijn toegenomen. Wat als we zouden zeggen tegen al die immigranten "pleur op!"? Vertrek maar! Ik denk dat we veel onrecht zouden aanrichten en tegelijk zou het de samenleving ontwrichten. Oh ja, alleen de lastpakken moeten oppleuren? Nou goed en wat zal dan het criterium wezen? Er zijn lastpakken, maar ook in de rest van de samenleving zijn er lastpakken en toch, kan men ontkennen dat het samenleven ten onzent ongedwongen verloopt?

Ik had het erover dat we mensen niet moeten willen veranderen of voor dommer houden dan ze zijn noch hun intenties a priori als geneigd tot het kwade beschouwen. Vormt het niet precies één van de grootste verworvenheden van de Aufklärung dat men afstand nam van het kerkelijke dogma dat mensen inderdaad altijd tot het kwade geneigd zouden zijn en dat we daarom gedisciplineerd dienen te worden? De macht van de kerk bestond toch immers in het disciplineren van mensen en onderwerpen aan een strakke heilsleer, waar scrupuleuze mensen dan nog eens een paar stappen verder in gingen.

Het blijft dus een opmerkelijke situatie waarin we zeggen vrij te zijn van vooroordelen en dogma's, maar niet vertrouwen op het autonome oordeel van anderen. Het oordeelsvermogen is een menselijke verworvenheid, waar we in wezen weinig over oordelen, behalve dan dat anderen het echt niet weten, omdat ze niet voldoende ingevoerd zijn in een bepaalde materie of omdat ze gewoon te dom zijn. Tegelijk klagen we dan weer dat iedereen lijkt te denken dat Wikipedia volkomen betrouwbaar zou zijn, terwijl men daar minstens enkele kanttekeningen kan plaatsen, zoals dat algemene begrippen of grote historische gebeurtenissen, literaire werken, biografische nota's vrij goed bruikbaar zijn, maar dat het gedoe begint als men controversiële onderwerpen behandelen moet. Nu, ook de klassieke encyclopedie leed en lijdt onder dit euvel, omdat men niet zomaar waardenvrij over een lemma kan schrijven. Wat is feodaliteit? F.L. Ganshof schreef er een uitgebreide studie over, maar dat besloeg dan toch nog 200 bladzijden en toch zal men er dezer dagen zelden referenties aan vinden, als mensen over de middeleeuwen en feodaliteit beginnen. Liever neemt men aan dat de feodale structuren tot 1789 in stand bleven. Hoe zal men dan geschiedenis begrijpen, terwijl het ook al niet helpt dat de revolutionairen zelf het als hun grootste prestatie zagen de feodaliteit te hebben afgeschaft.

Juiste informatie vinden kan dus wel eens tijd vergen, ook over een efemeer onderwerp als de feodaliteit - waarbij men vergeet dat ons wereldbeeld op die korte beschrijvingen berust en niet op meer uitgebreide studies. Of vergeten we dat mensen in 1969 de competitie naar de Maan volgden waar de Amerikanen na 10 jaar achterop lopen bij de Russen wel de hoofdvogel afschoten. Mag de kritiek luiden dat het een prestigeslag was en dat het nergens toe diende, dan was de ruimtevaart zoals die zich ontwikkeld heeft toch wel een enorme prestaties van die ruimtevaarders en de ingenieurs en liet het mensen toe nog meer te verwachten. De studie van de maanstenen bleek naderhand niet geheel zuiver verlopen te zijn, maar toch kon men aan de hand daarvan nieuwe hypotheses ontwikkelen over hoe de maan zich verhoudt tot de aarde en of er inderdaad een protoplaneet op de aarde zou zijn gebotst, waarna het dan weer de vraag blijft of die planeet met de aarde is versmolten, dan wel de maan heeft gevormd. De reconstructie van de verhaal? Ik heb begrepen dat men nog steeds op zoek is naar een aantal inzichten die men definitief zou kunnen noemen. Via velerlei berekeningen en indirect onderzoek is men daar ver ingekomen. Toch blijft men dat alles, zo hoorde ik nog onlangs, als onnuttig tijdverdrijf beschouwen.

De Waarheid over alles is vrij moeilijk te hanteren, maar over dingen die voorvallen kunnen we wel proberen ons een inzicht te vormen, maar dan lopen we altijd weer vast op vooronderstellingen die zich niet echt voordoen. Wat als iemand met een zware diagnose te maken krijgt? De neiging om zich niet met dit nieuws te verzoenen is groot, maar vaak hoort men dat mensen na de eerste mokerslag hard aan de slag gaan om de ziekte te overwinnen, soms zelfs een tweede of derde opinie vragen en kijken wat de therapeutische mogelijkheden zijn, want het kan niet waar, dat deze nu al vertrekken moet. Het blijft merkwaardig dat we die slagkracht van patiënten soms meewarig bekijken, denkende dat men het hoofd koel moet houden. Natuurlijk kan men dat aanbevelen, maar dan voelt men de vitale drang te overleven niet of niet in.

Als men het over waarheidsvinding heeft, dan geloven we gemakkelijk dat we het wel zullen vinden, wat waar is of ervaren dat we het met iets minder moeten doen. Maar dat willen we net niet, het met iets minder dan de waarheid doen, want dan voelen we ons dom, terwijl er soms geen wenden aan is. De beweegredenen waarom mensen domme dingen doen of elkaar de duvel aandoen zijn niet altijd zo gemakkelijk te achterhalen. Moraal en waarheid hangen niet per definitie samen, al nemen we dat graag aan, maar men kan zich toch wel voorstellen dat de waarheid kan nopen tot lastige morele kwesties, omdat een situatie geen eenduidige oplossing verdraagt of mogelijk maakt. Net dan kiezen we al voor een halve waarheid die ons niet voor de moeilijke keuze plaatst.

In de journalistiek merkt men dit al te vaak, want als er controversiële plannen op tafel liggen, rond binnenscheepvaart of rond ontbrekende stukken ringweg, dan zal men de contestatie graag veel airplay geven, al  was het maar omdat zo een discussie altijd levendig heet. Maar de werkelijkheid is dat men bij deze burgeractivisten net zo min de waarheid zal vinden omdat ze nu eenmaal eigen belangen dienen, soms zeer omfloerst en onduidelijk. Overigens, aanvaarden dat een oplossing niet geheel bevredigend werken zal, blijkt nog moeilijker.

Laten we dus maar aannemen dat het goed is aan waarheidsvinding te doen, in de mate van het mogelijke, dat wil zeggen dat we aanvaarden dat bepaalde geneesmiddelen niet zomaar in grote reeksen van hun werkzaamheid kunnen overtuigen, omdat we niet altijd grote reeksen kunnen maken van toepassingen. Kan men de gunstige werking van geneesmiddelen al bewijzen door te zien of in zoveel gevallen gunstige uitwerking heeft, waarbij nog eens blijkt dat over een gepaste dosis niet gesproken wordt, terwijl dat toch minstens even essentieel is. Nu er een nieuwe generatie geneesmiddelen komt, ziet men dat behandelingen behoorlijk duur geprijsd worden. Men noemt dat nu welhaast onethisch, terwijl de producenten geloven dat ze die hoge prijzen mogen aanrekenen, onder meer omdat men patiënten een heel ander perspectief aanbieden kan, zoals meer toegegvoegde kwaliteitsvolle jaren. Of dat betaalbaar zal blijven is dan geen zorg, maar wellicht zal men diep in de boekhouding van deze producenten moeten duiken om te zien waar ze onethisch blijken. Zomaar beweren dat men weet hoe het zit, zonder afwegingen te maken over wat goed is en minder goed, lijkt wel zo aanlokkelijk, maar toch zal men goed moeten zien of mensen nog zal kunnen helpen;

Men spreekt dezer dagen vaak over waarheid en dan vooral de waarheid, wat in het dagelijkse leven ons wel eens op een dwaalspoor brengen kan, want die naakte, eenduidige waarheid kan men wel eens vinden, namelijk dat ons leven een begin heeft en een einde, maar of daarmee alles gezegd zou zijn, moeten we dan toch nog uitzoeken. Toch zouden we dat net graag hebben, dat het allemaal niet zo onvoorspelbaar bleek te zijn. Dat het geen zin zou hebben? Joost mag het zeggen, maar zelfs Mephisto besefte dat het wel betekenis heeft, een leven. Maar het is geen zekerheid en ook geen onbetwistbare waarheid. Dat hangt van te veel onvoorspelbare factoren af. En dan nog, zelfs een "wrongfull life" kan betekenis hebben - men moet er niet om verzoeken, het niet zoeken, maar wat als het op iemands weg komt, doorgaans niet enkel de patiënt? Hoe men dat debat voeren zal? Ervaringen uitwisselen en de vele facetten goed onder ogen zien. Eenvoudig is het niet en de aannames zijn niet altijd zonder meer waar.



Bart Haers