zondag 15 januari 2017

Angela Merkel en Timshel





Dezer Dagen



Adel van de Ziel
Angela Merkel en Timshel



Hier hoeft geen uitleg bij
Johan Sanctorum spot met de term "zielenadel" en komt niet verder dan te vertellen dat mevrouw Merkel het uitgangbord is van een wereldvreemde elite, die als Guttmensen het leven van brave burgers verzuren met moralistisch geneuzel. Die Gutmenschen bestaan, maar ik denk Merkel meer een Allmensch mag heten en dat timshel voor haar geen holle term is: zij doet wat denkt te moeten in gegeven omstandigheden en weet dat het kan.

Ik keek donderdag naar Villa Politica en zag uiteraard ook hoe zo een academische zitten een ritueel is, een opvoering, maar waarom zou dat iets afdoen aan de authenticiteit ervan. Ook een kerkdienst is een ritueel en moet het een poppenkast, maar een optreden van een rockheld is dat niet minder. Iets afwijzen omdat het een poppenkast of theater zou zijn, geeft dus wel blijk van enige onwetendheid over het belang van toneel en rituelen in de samenleving. Het is natuurlijk ook wel belang waartoe die strekken, die rituelen maar een academische zitting geeft aan de gedachte en het gepresteerde van de gehuldigde een bijzonder aura.

Als het westen iets heeft voortgebracht, dan toch de institutie universiteit en al noemde Arthur Schopenhauer de universiteit wel eens een poel van mediocriteit, is het ook wel eens, maar tegelijk, het instituut bracht veel voort en daar moeten we, zeker als we de Europese waarden zeggen hoog te houden, toch wat minder wrang, neerbuigend en verwijtend tegenaan kijken. Kan men de universiteit als zodanig op een aantal terreinen misschien bijsturen, dan blijkt het vooral zo te zijn dat sommigen menen dat de humaniora in de universiteit nog te veel aandacht krijgen. Echter, zonder aandacht voor filosofie, taalkunde... wordt de universiteit een vakschool of een ideologisch vormingscentrum.

Het uitreiken van een eredoctoraat kreeg ook alweer kritiek, zoals toen de huidige koning er een kreeg. In het geval van de kroonprins was de snerende kritiek aan zijn persoon niet van de lucht en dat vond ik verstandige en wijze lieden onwaardig, omdat de prins domweg niet kon reageren. In het geval van het eredoctoraat voor Angela Merkel komt haar persoon wel aan bod, maar het gaat het dus over elitehaat en diepgewortelde afkeer van Europa, van de EU. De universiteiten van Leuven en Gent - als Gandavensis alumnus moet ik Gent laten voorgaan, maar Leuven is de oudste ... als was Leuven in 1817 geen universiteit meer en kon ze pas in 1834 als vrije universiteit opnieuw van start gaan; ook universiteiten ontkomen niet aan de geschiedenis, aan de besluitvorming van al dan niet verlichte vorsten en politici.

Zielenadel? Adel van de ziel, adel van de geest, zoals Rob Riemen van Nexus het noemde, ligt dezer dagen niet meer in de bovenste schuif en men verdenkt mensen die deze termen in de mond nemen ervan elitair te zijn, maar wat is er in godes naam nu fout met de gedachte dat er een elite zou bestaan? Sinds Mei '68 zijn we geconditioneerd om zo te denken, maar bijvoorbeeld mensen bij het vroegere Vlaams Belang en zelfs bij de Vlaamse Beweging vonden dat ze een elite waren, zoals aan de andere kant de geharde communisten zich uitverkoren voelden het volk te leiden. Als men er niet zou naar streven onderscheidend te blijken, uitmuntendheid na te streven, moet men er toch niet aan beginnen. Maar het is wel mogelijk dat een elite vadsig wordt, of zich aan graaien bezondigt wat wel terechte kritiek oplevert. Neen, aan elitehaat wil ik me niet uitleveren, noch aan afkeer voor het gewone volk, dat al evenmin een homogene club is.

Adel van de geest valt natuurlijk niet zo gemakkelijk te meten en hoe men het zich eigen maakt is nog een ander verhaal. Bij de uitreiking van het eredoctoraat spraken de rectoren, Mevrouw de Paepe en de heer Rik Torfs over het verleden van de gelauwerde en hoe ze dertig jaar geleden nooit had kunnen verzinnen dat ze in een vrij land een leidende functie zou bekleden, het hoogste uitvoerende ambt. Zij legde een pad af dat velen onder ons zich niet kunnen indenken en toen ik haar zag luisteren, bedacht ik mij hoezeer zij zich bewust leek van de paradoxale situatie, dat in een tijd dat wij ons om de zegeningen van de EU niet lijken te bekreunen, zij het beleefd had dat ze in een gevangenis had geleefd en dat er voor escapisme alleen kunst open stond. Ik bedacht me ook dat ze samen met Joachim Gauck vanuit het protestantisme een taak hebben willen opnemen binnen de nieuwe politieke contouren van Oost-Duitsland, voor de hereniging er kwam. Gauck heeft tien jaar lang met vuur het behouden en ontsluiten van de Stasi-archieven ter harte genomen en zo mensen de kans gegeven hun eigen verhaal na te trekken in dat systeem, ook konden ze ontdekken wie hen in de eigen intieme kring gevolgd en de data aan de Stasi had bezorgd als Informelle Mittarbeiter.

Toch leefden en overleefden er in de DDR en andere communistisch bestuurde landen mensen, in barre tijden, die onbetwistbaar zielenadel aan de dag hebben gelegd. Zij konden niet volkomen vrij denken, werden uiteraard gevormd in de Marxistisch-Leninistische orthodoxie en toch, zo kon ik al eens merken, hebben deze mensen de holheid van het systeem doorzien. Ulbricht voerde de lijn van Moskou, maar toch kwam er twijfel over de juistheid ervan. Ook burgers zochten manieren om zich zo weinig mogelijk te committeren aan het systeem, maar er waren er genoeg die als de priesters van weleer deden alsof ze geloofden en dus verloren ze helemaal de menselijke maat.

Daarom moeten we niet aannemen dat iedereen alleen op het eigen belang gevlast is, dat politici, denkers er alleen op uit zijn hun visie op te dringen. Als ik Merkel volg, dan merk ik dat ze binnen haar ideologische contouren, de christendemocratie, al vaker paden gekozen heeft die er op gespannen voet mee stonden en ook als het om economische politiek ging, kon zij om 's lands of om Europees belang bepaalde keuzes temperen. Dat is wat haar een overwicht heeft gegeven, waarom men haar als een staatsvrouw moet waarderen. De discussie over de Griekse schuldencrisis en de Eurocrisis wordt nu gevoerd in termen van de ondergang van Griekenland, die door Merkel en Schauble zou zijn opgelegd, maar Griekenland zelf had door een verregaande vorm van spoiling al te veel ambtenaren op de loonlijsten, schonk privilegies aan reders en aan taxichauffeurs maar ondergroef daarmee de legitimiteit van het bestuur en de voorwaarden voor een gezonde economie, want de wet was neit voor iedereen gelijk. Of Merkel het best mogelijke heeft gedaan is een daad van geloof of precies een verwijt dat men haar kan maken, plichtsverzuim, maar de eurozone functioneert nog steeds en economisch gaat het Duitsland en delen van Europa voor de wind, waarbij ook Griekenland er licht op vooruit lijkt te gaan, zonder dat mensen dat al ervaren.

De afkeer van Europa, meende Helmut Schmidt is een daad van barbarij, Europa willen opdoeken is een verdomd schandalige daad van kortzichtigheid, ook al zijn de instellingen en de politieke keuzes uiteraard voorwerp van kritische analyse. In deze wereld is Europa nog steeds een oase van rust en stabiliteit, maar als men meent dat we terug moeten naar de Kleinstaterei, dan zal daar vooral de gewone man en zal de gewone vrouw daarvoor betalen. De zegeningen van Schengen vertalen zich ook in economische groei en kansen op persoonlijke ontwikkeling door contacten in andere landen.

Het geloof in de zegeningen van de globalisatie moet men niet al te hardnekkig belijden, maar wel is het zo dat die globalisatie er is en dat we daar onvoorstelbaar veel voordeel aan hebben gehad, zoals spotgoedkope kleding, dito speelgoed en nog zoveel meer. Maar de globalisatie vernietigde ook jobs, maar zou iemand aanvaarden dat er bij Boom, op de oevers van de Rupel schepen zouden gesloopt worden?

Wat is nu adel van de geest, wat is zielenadel? De begrippen zijn niet helemaal inwisselbaar, maar evengoed kan men bedenken dat ze beide verwijzen naar iets dat behalve vaag en mistig ook nog eens behoorlijk elitair moet zijn. Toen ik een gedicht schreef over werkman Herman, die vroeger mijn vader hielp in de tuin en allerlei klusjes deed, tegen betaling, dan vond ik dat de man bij zijn overlijden enige hulde mocht ontvangen, want hij had in zekere mate een zielenadel tentoon gespreid, zonder dat hij daarvoor geloofd wilde worden, laat staan onderscheiden. Ook andere mensen hebben op mij die indruk gemaakt van een grote welwillendheid, bereidheid tot helpen en tegelijk bescheiden mensen in hun waarde lieten. Geestesadel zou men dan kunnen zeggen heeft dan eerder te maken met wijsheid en grote gedachten, maar die wijsheid is iets anders dan eruditie en wijsneuzerij, want wijsheid leert net dat we ambitieus mogen zijn, kennis kunnen verzamelen, maar tegelijk oog hebben voor wat we nog niet kennen, of waar we niet zo gauw iets over zullen weten.

De universiteit is de plaats waar in een ideale wereld onderzoek wordt verricht en waar men liever sneller nieuwe dingen ontdekt dan het licht. Maar we weten nu dat we op een aantal domeinen op beperkingen botsen, waardoor nieuwe inzichten over bijvoorbeeld fundamentele wetten lijken uit te blijven, of anders: voorlopig heeft men nog geen Grant Unified Theory kunnen formuleren, terwijl een wetenschapper nu voorgesteld heeft dat de zwaartekracht misschien niet zo cruciaal zou zijn of misschien wel op een zeker niveau van benadering van het universum niet meer ter zake zou doen, niet zou bestaan. De discussie is gaande, maar de benadering is vreemd voor wie opgegroeid is met de gedachte dat Isaac Newton op grond van observatie het begrip zwaartekracht muntte en vervolgens berekende hoe twee objecten elkaar beinvloeden als resultante van de onderlinge afstand en de respectieve massa. Toch vond men het al nodig om de Algemene Relativiteitswet van Einstein naar de archieven te sturen, terwijl de visie van Erik Verlinde nog niet gevalideerd is geworden. Wel blijkt het zo te zijn dat in diens benadering de zwaartekracht een illusie zou zijn, net als het bestaan van duistere energie. Zou het dan mogelijk zijn de samenhang tussen aarde en maan te beschrijven zonder beroep te doen op de zwaartekracht? Het is een boeiende en onthutsende discussie, maar vergeten we niet dat precies honderd jaar geleden is, tijdens de oorlog in Europa dat de Algemene Relativiteitstheorie door Einstein geformuleerd werd en gepubliceerd. Zou het dan zo zijn, bedacht iemand niet zo lang geleden dat de indruk fout is dat er niet veel nieuws meer te ontdekken valt, terwijl in de negentiende en een groot deel van de twintigste eeuw het ene fundamentele inzicht na het andere werd gevonden?
    
Academisch onderzoek, zo heet het, speelt zich af in ivoren torens, maar is dat wel zo en waarom zou het altijd zo moeten verlopen? Sommige onderzoekers in de natuurwetenschappen houden zich bezig met deeltjes waarvan wij het bestaan niet bevroeden en waarvan de eigenschappen ons dus volkomen vreemd zijn. Maar de universiteit is ook de plaats waar teksten bestudeerd worden, waar het ontstaan van inzichten over wie we zijn, hoe we (over-)leven, wat we mogen verwachten en wat ons adelen kan overdacht wordt. Voor sommige filosofen en wetenschappers heeft de filosofie haar rol volbracht: ooit was de filosofie de slavin van de theologie, vervolgens verwierf de filosofie autonomie en werd het de as van het academische leven. Nu blijkt de verzelfstandiging van de wetenschappen het filosofische onderzoek overbodig te maken en is filosofie iets voor retardaire reactionairen. Aan de andere kant, filosofen die hun metier ernstig zijn blijven nemen en zich buigen over de vraag hoe we het leven kunnen leven, in een volslagen nieuwe context, brengen mensen in de mogelijkheid om over hun lot na te denken, ook als dat lot bij wijze van spreken minder ongewis lijkt als het een halve eeuw nog was. Toch vinden mensen vandaag nu net dat ons lot er heel wat minder rooskleurig uitziet, dat onze welvaart en welbevinden meer in het geding zijn dan ze in hun jonge jaren hadden verwacht.

De universiteit vormt mensen, professoren en docenten dragen kennis en inzichten over, maar werken intussen aan een eigen onderzoeksprogramma, proberen hun inzichten ook al eens in culturele centra en parochiezaaltjes aan een geinteresseerd publiek mee te geven. Over mens en samenleving valt nog veel te overdenken en te overwegen hoe we bepaalde kwesties kunnen aanpakken. De technische benadering is daarbij zeer zeker van belang, de voorwaarde voor een betere samenleving en toch, ook over effecten en (ongewenste) neveneffecten moet ook nagedacht worden. Universiteit worden nu wel bijgestaan door tal van ethische commissies, soms worden professoren over een kam geschoren als het om mogelijk misbruik gaat, wat nogal wat is, zo een ongerichte beschuldiging, om één prof die er laakbare handelingen op na hield. Het zullen er wel meer geweest zijn, soms zal het zelfs de student m/v niet slecht uitgekomen zijn, maar het gesprek in de professorenkamer, waar een diepgaander gesprek mogelijk is dan in de collegezaal kan men studenten toch niet ontzeggen?

We hadden het over de plaats van de filosofie aan de universiteit, want de wereld waarin we leven kan men allicht steeds beter beschrijven, sommige onderzoekers menen dat ze het zielenleven van mensen kunnen bijsturen, wat in geval van ziekte natuurlijk wenselijk is, maar in normale omstandigheden impliceert die ambitie dat die verbeteraars weten wat goed is voor u en mij? Hoe spoort dat met de zo lang uitgedragen autonomie van de persoon? Hoe valt te rijmen met de idee van de verlichting dat niemand een andere mens een gedrag kan opleggen, tenzij in fase van opvoeding en vorming en daar is net zo belangrijk de pupil te leren zelf op eigen oordeel verder te gaan. In het debat over de betekenis van kennis voor ons handelen, blijkt dat men het kennen herleidt tot wetenschappelijke kennis, terwijl Immanuel Kant al lang en breed begrepen had, dat er feiten zijn, levensfeiten die mensen ervaren, verrichten, ondergaan, die niet voorspelbaar zijn of samenhangen in eindeloze reeksen van acties, reacties en collaterale effecten: een oceaan van feiten, waarin het stevige eiland van zekere kennis wel heel klein uitvalt.

Om al deze redenen was de gezamenlijke toekenning van de universiteiten van Leuven en Gent niet enkel voor die instellingen een mooi moment, dat verder reikte dan een narcistische exercitie, maar ook voor Merkel ongetwijfeld een mooie erkenning. Men kan deze universiteiten, op een paar uur rijden van Keulen toch niet zo obscuur noemen als sommige commentatoren willen voorstellen. Anders gezegd, deze universiteiten vervullen vooral in onze samenleving een bijzondere rol en studenten kunnen er heel wat opsteken en zich laven aan de zware boezem van de alma mater.

De boodschap van mevrouw de Bondskanselier was ook het overdenken waard, al leek het vooral een vrij systematische benadering van de politieke situatie in Europa. Maar aangeven dat wij, u en ik Europa zijn, kan een cliché zijn, het is wel "Wir sind das Volk" en dat is niet homogeen, maar een conglomeraat van individuen, altijd weer uniek. Zij vond ook dat studenten van zoiets als Erasmus de vruchten kunnen plukken en ja, hoeveel Europese gezinnen zijn er zo al niet tot stand gekomen? Of zou dat nu die volksvreemde en wereldvreemde elite zijn?  

Merkel is iemand die niet op provocaties of op onaangename verrassingen in de samenleving onmiddellijk reageert, maar aftoetst, mogelijke ongewenste gevolgen in overweging neemt en finaal besluit hoe ze tot een passende reactie kan komen en die publiek maken. Men heeft haar verwijten van links gemaakt in verband met de Eurocrisis en dan vooral als het over Griekenland ging. Anderen hebben haar ten onrechte verweten dat ze de poorten van Europa zou hebben geopend. Sorry, er is al een stevige immigratie vanaf de jaren 1950, terwijl Europa voorheen veel emigratie kende. Ook is het fout te beweren dat de vluchtelingen door haar aangezogen zouden zijn. Zij heeft, zoals geschreven, gehandeld toen de crisis onoverzichtelijk was geworden en de oude wegen van de Balkan overstroomd werden door mensen op een eindeloze vlucht. Vergeten we niet dat Duitsland na de oorlog miljoenen displaced persons heeft opgenomen, mensen die volgens het akkoord tussen Churchill en Stalin uit Midden- en Oost-Europa werden verdreven, Duitssprekenden uiteraard. Ook heeft Duitsland in 1956 Hongaarse vluchtelingen aanvaard, na 1990 16 miljoen mensen opgenomen. De Balkanoorlogen na de val van het centrale bestuur in Belgrado hebben ook weer tal van mensen bewogen hun woonsteden te verlaten en ook toen heeft Europa, heeft Duitsland het nodige gedaan. De ontwikkelingen zijn nog niet ten einde en emotionele eenmaking zorgt nog voor fricties, maar het gevoel van Ossies bewust gediscrimineerd te worden neemt af. Sommigen koesteren hun woede over het verdwijnen van de DDR, anderen hadden te hoge verwachtingen.  

Het uitreiken van het eredoctoraat aan de Duitse Bondskanselier heeft ook een politieke betekenis, wil een steun voor het Europese project zijn, waar velen dezer dagen niet meer in geloven. Zij die er wel in geloven, krijgen het verwijt dat ze goedgelovig zijn en blind voor de nefaste gevolgen. Er zijn gevolgen van de globalisatie, maar moet men niet vaststellen dat ondanks een stevige economische, financiële crisis Europa er sinds 1950, 1957 aardig op vooruit gegaan is? En ondanks die economische en bancaire problemen is bijvoorbeeld Vlaanderen sinds 1999 een van de economische regio's met een lage werkeloosheid, met een stevige uitvoer en met goed opgeleide mensen die het dan ook op de boordtabellen met succesvolle regio's goed doet. Laat men dat alles stommelings  verloren  gaan, door het opnieuw in gevaar brengen van de euro en van de open handelsruimte, de Euro- en Schengenzone? Men kan dit afdoen als alarmisme, maar ik denk dat het risico reëel is dat we slaapwandelend, geleid door rattenvangers de welvaart eraan geven, waaraan Konrad Adenauer mee (opnieuw) vorm was beginnen geven. Dat er aanpassingen nodig zijn, klopt zeker, maar we kunnen ons in de geopolitieke verhoudingen dezer dagen niet veroorloven die economische macht verloren te zien gaan. Daarom verdienen zowel de rectoren als de kanselier respect, daarna zullen we redetwisten over wat beter kan wat Europa aangaat, maar men zal moeten uitleggen hoe men soms onverzoenbare tegenstellingen in de positie van de regeringen van de lidstaten kan verzoenen? Veel is er gedaan, veel blijft er te doen, maar verder is het van belang te begrijpen dat wij Europeanen zijn en dat wij ons Europa moeten aantrekken. Kritisch? Ongetwijfeld, maar ook loyaal en bezorgd.  



Bart Haers 

vrijdag 13 januari 2017

Barre tijden? Nee toch





Reflectie



O tempora, o mores
Over werkelijkheidszin en inschattingsvermogen



J.J. Rousseau stred tegen sociaal onrecht
en vond dat zijn armoede hem verhinderen
zou om voor zijn kindjes te zorgen en
ook nog te kunnen denken. Maar dan man
geeft wel de indruk redelijk goed te
kunnen leven. Rousseau was niet zo
puissant rijk als Voltaire, maar
of hij hulpbehoevend was? 
Cicero verzuchtte het en graag herhalen we dat onze tijden toch bar zijn. Van mijn mentor leerde ik dat we vanzelfsprekend geneigd zijn de illusie te zien dat de wereld achteruit zou gaan. Dit klopt niet, net zomin als we moeten aannemen dat we zomaar vooruit zouden gaan. Zou het echt zo zijn? Toen ik het las in de krant, dat de tijden bar zouden zijn; ik denk dat we niet goed weten wat de toekomst brengt, dat er redenen zijn om bezorgd te zijn, maar dat we onmogelijk kunnen zeggen dat we in barre tijden leven. Er leven mensen in barre omstandigheden leven. Er zijn mensen die zichzelf in nesten brengen. Maar barre tijden? Dat lijkt me er zwaar over.

We leven elk ons eigen leven maar delen een context die naar mate we buiten de eigen intieme kring treden minder overlapping vertoont. Maar dat we in barre tijden, omdat we een zeker onbehagen ervaren, moet men toch wel beter omschrijven wat we nu barre tijden noemen. Ook volstaat dat niet als we er iets aan willen verhelpen, want dan moeten we echt een goede anamnese maken: hoe bar zijn deze tijden? Begin er maar eens aan.

Natuurlijk zou ik het zinnetje in de krant kunnen laten rusten, maar het komt zo vaak voor dat we elkaar onze tijd afschilderen als dramatisch, tragisch, onverkwikkelijk en wat al niet meer. Waarom dat zo is, blijft mij een raadsel, want tegelijk schrijven andere redacteuren dat we ons niet door angst mogen laten leiden. Ik kan het ook hierom niet laten rusten, dat in de toekomst onderzoekers, historici echt zouden gaan geloven dat we in barre tijden leven en een gevaarlijk leven leiden, want er sterven mensen, gelukkig op hoge leeftijd en ja, ze lijden aan aandoeningen die met de jaren komen, die met de welvaart te maken hebben. Als het op levensverwachting aankomt, ziet men hoe oud mensen mogen worden, maar ja, als we ons op gemiddelden beroepen, moeten we er rekening mee houden dat mensen die hoge bovengrens niet halen.

Mensen lijden aan bore-out of burn-out. Er woedt een depressie-epidemie en andere kunnen niet gauw genoeg aan hun smetvrees tegemoet komen en kopen, gebruiken zeepjes en sopjes die wel de bacteriën doden, maar dus ook de goede. Er zit iets scheef, maar dat heeft niets te maken met barre tijden. De ene gaat kapot aan het verlies van een kind, dat niet goed verzorgd werd door de geestelijke gezondheidszorg - dit gaat over Kim de Gelder - de ander kan er niet van slapen dat het hondje wat pips in d'r mandje ligt of in de buggy.

Misschien moet ik nuanceren en kan ik niet instemmen met het feit dat we barre tijden beleven, maar dat we zelf de ervaring hebben soms bar bejegend te worden. In ons liefdesleven en in het gewone leven eisen we onvoorstelbaar veel van de ander, maar vergeten we wel eens dat die eisen wederzijds gelden. Toch kan men dat niet zomaar veralgemenen, want er zijn mensen, jonge en oudere die zorgzaam met elkaar omgaan. En ja, professioneel zijn de eisen ook niet minder natuurlijk, want we gaan voor de perfectie. Voor zover ik iets van koken afweet, kan je een rosbief mooi sappig braden, maar kan het nooit beter worden dan succulent, nooit of te nimmer perfect. Ook een interieur kan heel mooi ontworpen zijn en aangenaam voelen, maar de perfectie?

Of zou het zo zijn dat we barre tijden beleven omdat we denken dat we de zaken te weinig  onder controle hebben en niet voldoende zeker zijn van wat de volgende dag brengen zal? We vrezen het lege, flexibiliteit zonder er zelf controle over te hebben en toch ook routine. Laten we wel wezen, routines kunnen belangrijk zijn om ons bijvoorbeeld creatieve vrijheid te geven in onze werkzaamheden. Maar totale beheersing van de dingen, moeten we dat echt wensen of zouden we zo vele kansen de nek omwringen voor ze zich voordoen? We kennen ze wel, die mensen die geen verrassing willen want dat kan hun welbevinden in het gedrang brengen, terwijl het net kleur kan brengen in hun dagelijkse leven.

Of zou men ons echt willen overtuigen van het feit dat iedereen deze tijd wel als een barre periode moet zien? Iemand zegde me ooit optimistisch te zijn voor de eigen tijd en pessimistisch voor... tja, de samenleving. Op zich is dat nog niet zo kwaad, al denk ik dat we nu net niet pessimistisch hoeven te zijn, wel betrokken, bekommerd, maar de dingen gaan zoals ze gaan. Het is niet om dat Lenny, Leonard Cohen of David Bowie sterven dat ik mij daar echt door verlaten voel. De oorlog in Syrië of de situatie in Oekraïne, daar kan ik wel over nadenken, maar zoveel ligt er niet in mijn mogelijkheden. Toch kan men als burger natuurlijk wel proberen over bepaalde kwesties stennis te maken, maar met woede of verontwaardiging alleen komt men er niet. Bovendien, als men ziet hoe de geopolitieke kaarten er nu bij liggen, hoe Europa twijfelt over zichzelf en vergeet dat men inderdaad op een aantal terreinen kan zoeken naar intensere samenwerking, dan is het duidelijk dat we als burger iets moeten doen. Maar dat betekent nog niet dat we barre tijden beleven.

Er zijn mensen met grote persoonlijke problemen, die ze zelf niet onderkennen en dus geen hulp zoeken, maar dat beter zouden doen. De minister van welzijn, Jo Vandeurzen doet heel hard zijn best met zijn administratie en allerlei initiatieven om de geestelijke gezondheidszorg op een hoog niveau te tillen en het ook wel in stand te houden. Hij poogt het aantal suïcides te beperken, maar hij noch zijn diensten heeft op dat vlak veel vat op mensen met wanhoopsplannen. Maar er wordt zo aan de weg getimmerd dat het hartverwarmend wordt, als men er een kijk op heeft. Mensen helpen elkaar, via mantelzorg, omdat ze zorgzaam willen zijn voor anderen, als vrijwilliger in een rusthuis of ziekenhuis en helpen zo het team van professionelen een en ander op te vangen, waar dat team niet altijd aan toekomt.

Leven we daarom in een ideale wereld? Moet dat dan? Of zou men dit een cynische vraag noemen? Ik dacht eraan dat een Gents hoogleraar als een van de opdrachten die filosofen in de 18de eeuw zich zouden gesteld hebben het lijden te verminderen. Wel de geneeskunde is daar in hoge mate in geslaagd en heeft in een moeite door nieuwe problemen geschapen. Kinderen die na 26 weken of 30 weken zwangerschap geboren worden en gered worden, hebben het niet onder de markt. Lijden oplossen is niet altijd eenvoudig en de medaille heeft wel eens een keerzijde. Maar Rousseau zelf zag niet goed hoe men het fundamentele lijden van de mens echt kon temperen. Bovendien had hijzelf ook geen al te best schuldinzicht, als het om zijn bloedjes van kinderen ging, die hij te vondeling legde. De discussie sleept al meer dan twee eeuwen aan en voelt ongemakkelijk aan, omdat Rousseau - afgezien van het feit dat onweerlegbare feiten ontbreken maar alles wel wijst op de feitelijkheid dat hij 5 kinderen bij het weeshuis afleverde - ook meteen zijn kritiek op de bestaande orde uitte[i]. Wat Rousseau deed was onbezonnen op het moment dat hij de kinderen verwekte en onbegrijpelijk op het moment dat hij de kinderen afstond. Dat ik als "leek in de filosofie" door mijn gevoelens zou geleid worden, doet niets af aan de vraag of men een filosoof die zover durft te gaan nog wel ernstig kan nemen. Ik weet het, ik heb Rousseau bij de herhaalde lectuur van werken nooit echt als een gids voor het verkennen van mens en samenleving kunnen beschouwen.

Meer nog, zijn benadering van wat goed handelen zou kunnen inhouden, blijft bedenkelijk, omdat hij in zekere zin - zoals men dat wel van Spinoza kan zeggen - niet leefde wat hij beleed. Toen ik "Du contrat social" ging verkennen, heb ik altijd weer vastgesteld dat de tekst zelf consistent moet heten, maar dat we doordenkend over zijn proposities moeten vaststellen dat dit sociale contract als basis voor de samenleving te veel een alomvattende benadering oplegt, waaraan het persoonlijke geofferd wordt. Niet iedereen onderschrijft de these dat Maximilien de Robespierre in zijn aanpak op Rousseau steunde, hoewel hij, Robespierre, er ook wel een eenzijdige lezing aan gaf. Maar het valt wel op dat mensen, onder meer door zich te laten inspireren door het werk van John Rawls, A theory of Justice, ook nog altijd denken in termen van een sociaal contract, die aan de samenleving en het samenleven vorm zou moeten geven, ook daaraan hun criteria voor goed beleid ontlenen en dus ook hun impliciete aanname dat de politieke constellatie die we nu kennen als bar te beschrijven. Met andere woorden, mensen vinden deze tijden bar op grond van het feit dat de politieke situatie hen niet bevalt en een meerderheid van de kiezers een andere keuze hebben gemaakt en zo een volonté génerale hebben uitgedrukt. Men kan de macht van de volonté temperen bij referenda, door een hogere drempel voor deelname en voor de score te bepalen, niet de helft plus één, maar bijvoorbeeld 60%.

Ik hecht noch aan de neoliberale dogma's, evenmin aan een uitgesproken beklemtoning van gelijkheid, zonder oog te hebben voor grondwettelijke vrijheden, wel denk ik dat deze tijden in enige mate bar lijken, omdat de persoonlijke vrijheden, die in de jaren zestig en zeventig werden beleefd en ervaren, maar ook soms als al te (klein-)burgerlijk werden bevonden door maoïsten en ook wel door sommige populistische stemmen, ons vandaag lijken te hinderen. Dat betekent, als anderen er onbeschroomd gebruik van maken, kan ons dat hinderlijk lijken, zoals free speech van de ene ons enthousiasmeert en die van een andere schokt.

Het zijn vooral barre tijden, vrees ik, als het om het vertrouwen in de politiek en de samenleving, in medemensen gaat. Neen, men moet niet blind zijn, weten dat niet iedereen het beste met anderen voorheeft, niet iedereen vindt dat empathie vanzelfsprekend begrip, wederzijds begrip zal opleveren, ook om iemand een loer te draaien heeft men veel empathie nodig. Maar toch, de basis van vertrouwen lijkt weggespoeld in een voortdurend opgezweepte van waarschuwingen dat controle beter is dan vertrouwen.

Het blijft de vraag waarom men zoveel onbehagen ventileert over politici, over de instituties en over het leven dat we leiden. Ook meent men dat die instellingen alleen ons ten dienste mogen staan en vooral in de houding van anderen profitariaat te bespeuren. Bar zijn deze tijden toch niet, omdat voor al die geobserveerde negatieve fenomenen, soms menselijk, al te menselijk, zijn er ook tegenvoorbeelden, zien we dat er warmte is in deze samenleving en dat mensen erin slagen mensen voor te laten op ideologische en andere geschillen.  

Natuurlijk, hoe kon ik het vergeten: terrorisme, internationaal terrorisme? Jawel, dat gebeurt en raakt diep, doodt mensen, die we kennen en vooral die we niet kennen. Terrorisme raakt ons in onze veiligheid, maar er wordt tegen gestreden door bekwame diensten, al maken die fouten en zien ze zaken over het hoofd, met soms dodelijke gevolgen. Is dat niet eigen aan dit soort conflicten en is onvermijdelijk, maar men boekt resultaten, al zien we het niet altijd. Deze wereld is geen paradijs, maar ook is het altijd weer mogelijk om opnieuw te beginnen of verder te gaan, de traditie getrouw en ze toch weer veranderend.

Leven in het barre land, in barre tijden, het scherpt de zintuigen, vergt bijzondere alertheid voor gevaren, wekt de indruk dat men acuut bedreigd is. Veiligheidsmaatregelen worden genomen, vrijheid wordt ingeperkt, want er mag niets gebeuren. Zou het geen illusie zijn, een waanbeeld, waarbij men verblind is geraakt voor andere mogelijke interpretaties van fenomenen? Er zijn domeinen waar we niet ontkennen dat de tijden bar zijn, maar bijvoorbeeld op sociaal-economisch vlak, ziet men dat dit voor Vlaanderen, Nederland en Duitsland niet aan de orde is. In hun politieke strijd tegen de regering overdrijven belangengroepen de moeilijkheden en geven zo een vervalst beeld. Is er  zoveel racisme? Misschien moeten mannen boven de vijftig maar beter eens klagen over hoe ze weggezet worden in de media? Neen, het helpt niet moeilijkheden te ontkennen, maar met zo een term als "barre tijden" geeft men een manipulatief beeld van deze tijd, van het leven dezer dagen.

Bart Haers







[i] Dit lijkt mij een bruikbare benadering van de discussie: https://verbodengeschriften.nl/html/jean-jacquesrousseau-vrouwzonderkinderen.html

woensdag 11 januari 2017

Obama sprak woorden van hoop



Dezer Dagen


Afscheid van een president

Obama in perspectief?



Barack Obama kreeg kritiek van onder
meer Black Lives Matter mouvement, maar
ook zij weten hoe op een aantal punten
de administratie van Obama minder vermocht, dan
zij hadden gehoopt.
Om de een of andere reden werd ik dan toch wakker even voor 3:00 am Europese tijd en zag hoe de president zich in Chicago tot zijn fans richtte om afscheid te nemen van het ambt dat hij acht jaar heeft bekleed. Het is te vroeg om de betekenis van de president uit te spellen, maar ik kan mij niet van de indruk ontdoen dat de kritiek over vooral het beleid tegenover Syrië nogal gemakzuchtig is. Maar dat hij zijn geloof in de mensheid hervonden heeft, kan men toch alleen als een retorische overdrijving omschrijven, om aan te geven dat hij naast alle puin dat hij heeft moeten ruimen, ook wel veel goeds heeft ontmoet. Dit is dus geen historische duiding, want veel wat we nu menen te vinden, zou door uitgebreid archiefonderzoek wel eens weerlegd kunnen worden. Toch zal het ook daarover gaan, die onmiddellijke beoordeling.

2009, eedaflegging van de president-elect, een massa op de National Mall en woorden van hoop, van samenhorigheid, van belangstelling die op applaus werden ontvangen. Na 100 dagen de eerste evaluatie en al gauw de moeilijke omgang met de oppositie. Na de mid term verkiezingen verloor Obama het Congres en werd beleid voeren een stuk moeilijker. Maar er gebeurde veel, economisch en anderszins dat een mens opnieuw laat geloven dat politici ertoe doen, goede politici maar helaas ook andere, zoals G. W. Busch al had laten zien.

Toch keek ik toe, want ik vond Gwendolyn Rutten en andere cheerleaders een beetje te overdreven enthousiast. Een president onmiddellijk loven en prijzen deugt niet, onmiddellijk verguizen getuigt ook niet van veel kennis en inzicht. Het is het probleem met de politiek dat men al te gauw resultaten wil en dat journalisten niet willen wachten tot de president gesproken had, men prospecteert voortdurend op mogelijke uitschuivers, instinkers en schandalen, zodat men voor de (ervaren) werkelijkheid geen oog meer heeft. Zelfs al ken je het stuk, Don Giovanni, je wacht toch ook tot na de voorstelling om te weten wat je ervan vindt, van de uitvoering, de enscenering, de decors, de hele vertoning, tenzij er bij de ouverture al te veel fout zou lopen. Het politieke gebeurt fataal ook altijd op goed en zorgvuldig geënsceneerde locaties en plaatsen, al blijkt het pas interessant als de boel niet verloopt als gepland.

Het is een vergissing te geloven dat burgers van elke gedachte waarvan een politicus m/v bevallen is, op de hoogte moeten gebracht worden. Ik volgde de facebookpagina van het Witte Huis en vond er af en toe boeiende inkijkjes, waarbij het me wel eens opviel dat de wereldpers andere accenten vond dan ik dacht te ontwaren. De dieptepunten in de afgelopen jaren, zoals de schietpartijen waren voor Obama vaak momenten waarin hij zich kon uiten vanuit zijn diepmenselijke betrokkenheid, maar het meest opvallende was dat het toch maar politieke en maatschappelijke dieptepunten bleven. Ik vermoed niet dat Obama dit een harde kritiek zal vinden, maar wel de conclusie van wat viel vast te stellen: er was geen (hoffelijk) gesprek mogelijk.

Het feit dat Donald Trump en diens leugenmachine, die voortdurend stelde dat de VS er erg aan toe zijn, dat arbeiders er alles kwijt zijn en de middenklasse veel, blijkt niet weersproken door de hoge werkgelegenheidsgraad en het herstel van de huizenmarkt sinds 2013 laat zien dat het algemene herstel steeds meer mensen bereikte en opnieuw hoopvol stemde. Maar de media vonden altijd redenen om die goede berichten in mineur te brengen en dat kan men niet objectief of waarheidlievend noemen.  Tegelijk ontbrak het in de media aan een debat over veiligheid voor burgers thuis en in de straten. De actiegroep Black Lives Matter heeft zich de zaak van politiek ongeoorloofd geweld tegen (zwarte) burgers aangetrokken, naast andere kwesties onder de aandacht blijven brengen, zoals het lage niveau van het onderwijs in de hood, de getto,  maar door het rechtssysteem konden in vele gevallen en lange tijd agenten buiten de rechtbank gehouden worden en hoefden ze zich niet te verantwoorden. Bovendien blijkt ook dat staten en steden steeds meer kozen voor een strak bewapeningsbeleid van de politie.

Beweren dat de veiligheid geen issue was, heeft dus geen grond van waarheid, wel dat men dat begrip veiligheid wel heel erg richtte op de ordehandhavers terwijl de burgers in sommige wijken en regio's vogelvrij verklaard had. Ook de handhaving van een zeer ruime en oneigentijdse interpretatie van het Tweede Amendement kwam niet ter sprake, want men had het onder druk van de wapenbedrijven taboe verklaard. De goede burgers met wapens kunnen zichzelf en andere goede burgers beschermen tegen de slechte burgers. Hoeveel schietpartijen zijn er geweest, hoeveel tranen om onschuldige slachtoffers? Trump wil moslims buiten houden uit de VS, maar hij laat alle potentiële schutters de vrije baan.

Het grootste feilen zit wellicht in het onderwijssysteem, waar men blank en zwart, iedereen die zich geen dure kwaliteitscholen kan veroorloven, heeft laten wegzinken in halfslachtig onderwijs. Men zegt dat de Amerikanen meer dan de Europeanen gelovig zijn, dat ze de evolutietheorie afwijzen, de schepping van hemel en aarde en van alle leven geloven, maar ook moet men meegeven dat er Amerikaanse sektes zijn die geloven dat succes een goddelijke genade is, een blijk van deugdzaamheid. Zonder gedegen onderwijs, waar men niet enkel die inzichten, Darwin dus, big bang en andere zaken, meekrijgt en inderdaad het creationisme in al zijn varianten onderuit haalt, zal men ook andere wezenlijke kwesties niet goed kunnen aanpakken.

Ik luisterde al niet meer naar de president, niet omdat het me niet interesseerde, maar omdat ik vond dat dit adres, deze toespraak vooral voor Amerikanen bestemd was en dat hij niet echt kon ingaan op die problemen, die ik net te berde bracht. Toch keurde hij het homohuwelijk toe en voerde hij in de gezondheidszorg het solidariteitbeginsel wat verder door. Men wil de nieuwe gezondheidszorg voor minder gefortuneerde Amerikanen, die Obama op poten zette en waar hij zelf nog op heeft beknibbeld, afschaffen, maar wetgeving afschaffen gaat niet zomaar en zal elke kiezer van Trump die wel profijt had van de wet van Obama - en hem toch verachten wilde - dat verlies aan ondersteuning en aan toegankelijke gezondheidszorg accepteren?

Amerika en ook wel Europa zijn wel ziek als het op bestuurskracht aankomt: veel voorstellen en ideetjes kunnen domweg geen vleugels krijgen, omdat men voortdurend meent dat ambtenaren de boel blokkeren, terwijl een goede, voldoende autonome administratie de beste garantie is voor goed uitgevoerd beleid. Sinds Reagan heeft men de staat verder uitgekleed, maar de Amerikaanse publieke opinie heeft altijd een moeilijke relatie gehad met de administraties die beleid moeten uitvoeren, behalve wellicht het leger en de politie. Men kan toch echt niet aannemelijk maken dat zonder ambtenaren die kunnen handelen zonder schatplichtig te zijn aan de president of congresleden hun opdrachten goed kunnen uitvoeren. Men ziet in steden als New York en Chicago dat burgemeesters veel kunnen realiseren dan wel mismeesteren, zoals Giulliani en Bloomberg deden in New York, maar dat in Chicago nu het geweld bovenmatig en bloedig heerst en mensen in delen van de grote stad van hun leven niet meer zeker zijn. Hoe dat kon, blijkt voor alsnog niet duidelijk, maar hoe zit het met de corruptie in de stad? Wat doet de openbaar aanklager en hoe kunnen de politiediensten hun werk doen?

Natuurlijk is hoop voor de toekomstig gewettigd, dat het beter gaan zal, ook voor de Afro-Amerikaanse bevolking, maar toch, zonder inspanningen gaat het niet. Europa en Amerika zijn gesofistikeerde samenlevingen geworden, waarbij we meer dan we zelf willen afhankelijk werden en zijn van anderen, onder meer de ambtenaren, nutsbedrijven, infrastructuur, de markt. Nu kan ik me inbeelden dat je ergens in de Mid-West niet de indruk hebt dat enige overheid veel voor je doet en dat je bovendien aardig vrij bent om je eigen boontjes te doppen. Maar dan nog zal blijken dat niet zozeer de overheid als wel banken, landbouwtyconen en andere instanties  veel macht hebben over zo een farmer en dat een kleine tegenslag hem veel kan kosten. De staat kan beschermen tegen de overmatige macht die grote bedrijven hebben, zonder dat dit de economie echt veel zou kosten. Het conservatieve van de Amerikanen is gestoeld op waandenkbeelden, net als ze zich illusies maken over hoe ze zelf hun eigen weg kunnen gaan. De bankencrisis heeft zo te zien maar weinig Amerikanen en Europenen wijzer gemaakt.

Winst nastreven, daar is niets mis mee noch met verdienste, maar wat men niet lijkt op te merken in het politieke debat is dat de ratio van de bankiers van Wallstreet en andere ceo's van machtige bedrijven een dwingende agenda hebben, waaraan alles ondergeschikt is, zelfs de ethiek. Het feit dat bijvoorbeeld het werk van Thomas Sedlacek, 'Economie van Goed en Kwaad'  in de Vlaamse media nauwelijks weerklank kreeg, aandacht kreeg, blijft mij verbazen. Iedereen handelt economisch en zelfs een dief of oplichter verricht een economische handeling. De gedachte dat we economische ontwikkelingen waardenvrij moeten bestuderen, het liefst met goed van data voorziene macro-economische modellen, botst op de vaststelling dat de ratio zegt dat wie zijn ruif uitvreet vooral hij of zij er zeker van is dat die opnieuw gevuld zal raken, niet goed bezig is. Net zo kan men zijn leveranciers niet laten wachten op hun geld en zelf wil men ook liefst tijdig betaald worden voor geleverde goederen en diensten. Net de heer Trump heeft op dat vlak geen blijk gegeven van goed handelen en het is erger dan een paar gore uitspraken.

Toch deel ik de mening van de afscheidnemende president, dat we hoopvol naar mensen mogen kijken en ons niet hoeven blind te staren op de criminelen en hufters. Ze zijn er en soms moet men ze niet ver zoeken. Zoals Meryl Streep het zegde: als machtige mensen anderen gaan bespotten, zoals Trump deed met een journalist met een beperking, dan is het hek van de dam. Hoe kan zo iemand president van alle Amerikanen zijn? Maar hoe doe je dat, president van alle Amerikanen zijn? Het ligt niet enkel aan de president die zich onthoudt van kwetsende uitspraken ten aanzien van anderen, of menen zelf slimmer te zijn dan het systeem, dan de fiscus of de rechterlijke macht; president van alle Amerikanen zijn kan ook moeilijk omdat er altijd verschillen in benadering van het beleid zijn, want zelfs over feiten, economische of sociale zal er altijd discussie zijn. Maar toch, als het ambt van de president iets is dat boven de persoon van de ambtsdrager uitstijgt, dan is het dat hij of zij die president is, altijd de waarden van de grondwet uitstraalt, net zoals het congres, het Capitool en het Witte Huis, de National Mall. Maar de president is de incarnatie van de grondwet. De plechtige eed bij de ambtsaanvaarding kan men toch niet lichtvaardig opnemen?

Even terug in de tijd, toen men ontdekte dat Bill Clinton een scheve schaats had gereden met een stagiaire werd eraan getild, maar hij kreeg geen impeachment aan zijn been, hoe hard de openbare aanklager het ook probeerde en hoeveel geld er ook tegenaan gegooid werd. Het was niet zo fraai van Bill, maar hij kon in principe zijn openbare ambt blijven uitoefenen. Mijn vraag is altijd geweest of het geen zaak was van onderlinge en wederzijdse instemming tussen volwassenen. Natuurlijk, de stagiaire was jong, maar door de zaak zo op te blazen heeft men het ambt beschadigd en die vrouw, terwijl Bill zeer populair bleef, ondanks de smet.

Spoelen we verder terug, dan komen we bij de heer Dick (Richard) Nixon en het Watergate Schandaal, waarbij hij, de president toeliet en opdracht gaf diefstal te plegen van documenten bij de Democraten. Hij nam ontslag voor het impeachment door het congres werd uitgesproken, maar hij beschadigde zichzelf, het ambt en de Amerikaanse politiek. Toen den Donald begon over het moeras dat Washington zou zijn, het moreel verlopen district of Columbia, was het wel helemaal duidelijk, deze man, die nog een geziene gast was bij de Clintons, zou niet aarzelen als een Tiberius Gracchus de inhalige bestuurlijke elites te lozen en beter bestuur, lees: geen bestuur,  op poten te zetten. Het mag allemaal niet baten, men stemde hem naar het Witte Huis en nu zal blijken of en wanneer hij zich onmogelijk zal maken, maar laten we hem toch het voordeel geven zijn ambt op te nemen. Wij, de Europeanen, die allerlei morele redenen hebben om hem af te kraken, we hebben hoogstens het verdict van de verkiezingen te aanvaarden. Nixon raakte het politieke systeem tot in het diepste van haar wezen, want door zijn bereidheid onaanvaardbare (doch noodzakelijk geachte) middelen in te zetten, verdween het vertrouwen binnen de samenleving omtrent het politieke gebeuren en te vrezen valt dat daar nu ook weer iets aan toegevoegd zal worden. Nu, er blijken in de VS ook echte anarchisten te leven, die geen enkele overheid willen en die natuurgebieden en het beheer ervan door de (federale) staat afwijzen.

Toch blijft het belangrijkste probleem voor de Amerikanen als burgers dat de overheid zo ontoereikend is toegerust om beslist beleid uitvoering te geven. Ook het spoil system heeft hier schuld aan, waarbij elke nieuwe president de hele top van de administratie kan vervangen en zo greep krijgen op de uitvoering van het beleid. Maar de knoop zit dus vooral in het waanidee dat je tot een beleid kan besluiten, maar dat er teveel generaals zijn en te weinig voetvolk om het uit te voeren. Ook kan een goede administratie de nare gevolgen van fout beleid nog enigszins intomen. Men mag de autonomie van de ambtenaren ook niet zover doorvoeren dat er geen controle meer mogelijk is, dat er sprake is van technocratisch bestuur; wil men garanderen dat iedereen gelijk is voor de uitvoering van de wet, dan moet men wel voorkomen dat de ambtenaren hun hoogste baas naar de ogen kijken. Francis Fukuyama beschreef hoe er bij momenten toch degelijke instellingen op poten gezet werden, maar die hielden niet altijd stand of verkommerden soms in vergetelheid.

Toch zal blijken dat behoudens grote rampen het leven normaal zijn gangetje gaat en dat we teveel belang hechten aan de faits et gestes van de groten der aarde. Natuurlijk, een situatie als toen de Sovjets raketten wilden plaatsen op Cuba en Kennedy er met kracht tegenin ging, zou dat gewone gangetje wel eens kunnen stoppen, maar er zijn andere incidenten geweest, waar verantwoordelijke Russische officieren deden wat moest, namelijk een nucleaire aanval en dus ramp vermijden. Ons systeem is zo complex, alles zo verweven geraakt, dat niemand alleen een catastrofe op gang kan brengen en mensen die ervoor getraind en opgeleid zijn, weten blijk te geven, dat men toch iets rustiger tegen de dingen aan kan kijken. Was het dat wat president Obama bedoelde toen hij zegde dat hij zijn geloof in de mensen herwonnen had? De grote kredietcrisis was dan weer het bewijs, denk ik, dat anderen, aan de top, wel eens het noorden kunnen verliezen en in de waan verkeren dat wat ze doen rationeel is en ethisch[i] is, wat niet per se samenvalt, terwijl ze talloze andere mensen en groepen in grote problemen brengen. In Europa hebben we nogal veel wetgeving, waardoor grote projecten niet altijd tijdig tot een goed einde worden gebracht, maar te weinig regelgeving kan ook schadelijk zijn.

We nemen afscheid van Obama en wensen hem het beste, kunnen hem voor veel erkentelijk zijn, wetende dat hij, zelfs een president, niet alle touwtjes in handen heeft, minder dan wij graag zouden willen. Obama was niet de leider die alles wilde regelen, tot de kleinste details, hij diende wel eens te doen alsof, maar zijn rol het algemeen belang te dienen heeft hij naar behoren volbracht, zal uit nader onderzoek blijken. Maar hopelijk zullen de historici die zijn handelen zullen onderzoeken niet vergeten dat men niet kan handelen op grond van kennis die men nog niet heeft. Geloven wij in mensen? Zeker, niet iedereen is het geloof waard, maar er zijn afdoende Allmenschen om van dit leven in deze tijd te houden.

Bart Haers







[i] Een aantal filosofen en vele anderen aanvaarden geen ethiek die niet op de Ratio gebaseerd is, die kan immers niet bestaan omdat dit gewoon wat willekeurig kersenpikken zou zijn. Maar als men afdaalt van de wereld van de ideeën en de inzetbare rationele benadering in een economisch kader, dus gericht op winstmaximalisatie, zal men ertoe besluiten dat niet elk rationeel handelen in die optiek ook ethisch goed kan zijn. Het ontginnen van zeldzame aardmetalen in Congo, zonder dat de bevolking een eerlijk loon krijgt, kan economisch rationeel zijn, maar verstoort veler levens en ethisch niet aanvaard worden. Net zo min als de slavernij in de kledingindustrie of het zeer vervuilende slopen van schepen in India en Bangladesh. Het punt is dat als men rationeel handelen in abstracto onderzoekt,, zonder waardeoordeel, dan kan men deze praktijken gedogen, want ze brengen welvaart of ginder wat brood op de plank. Maar de vraag is of iets meer ook niet kan. Er zijn ethische ondernemers, die proberen meer te doen dan een eerlijk loon te geven, maar waar nodig ook nog eens bijspringen met kindercrèches zelfs in de Victoriaanse tijd waren er die meer deden dan wat liefdadige werken van hun echtgenotes ondersteunen, omdat ze gaven en geven om het welbevinden van hun personeel. Ethisch handelen kan tegen het winstprincipe ingaan en toch kan iedereen er beter van worden. Neen, dat betekent niet dat men  de rol van het OCMW moet overnemen als ondernemer, tenzij dat OCMW, zoals in vele landen het geval is, ondermaats werkt. U merkt het, ik wil de hardvochtige economische ratio niet aannemen, maar wil daarom niet doorgaan voor een softie. Het gaat evenwel om dat wat Obama ook hoog in het vaandel voert, redelijkheid, het zoeken van het juiste midden, de juiste maat, al blijkt dat midden vaak  moeilijk vindbaar. Maar misschien kan een diepgaand, hoofs gesprek dan wel helpen.

dinsdag 10 januari 2017

Abu Jahjah en Recht op opstand



Dezer Dagen



Het recht op opstand
van bezette en onderdrukte
volkeren?
Gedenk de Beeldenstorm (1566), het Plakkaat
van Verlatinghe en de Geuzen



De Pacificatie ofte Bevredigingvan Gent
was een stap in de opstand
tegen Philips II. In de Generale Unie
verzamelden de opstandelingen hun
krachten probeerden verdeeldheid te
voorkomen. De opstand slaagde, maar niet
waar ze begonnen was, in het oude graafschap
Vlaanderen en het hertogdom Brabant, wel in
Holland, waar de katholieken langer de
macht in handen hadden. 
Weer een rel rond de heer Abu Jahjah en hij mag niet meer schrijven in DS als columnist. Spijtig voor hem, maar daar gaat het niet om. Hij sprak over het recht op opstand en daar kan een zinnig mens niets tegen hebben, want anders leefden we wellicht nog onder de Spaanse knoet. Correct is dat niet, want wellicht hadden andere factoren de macht van Spanje beknot en na Philips II kwam er zelfs een twaalfjarig bestand. En dus moeten we dat recht op opstand goed onder ogen zien. In een democratie hebben we geen wapens nodig, het woord en de staking kunnen veel in beweging brengen of zichzelf ontkrachten.

Toen de verhoudingen in de Nederlanden door het toenemende aantal mensen dat zich bekende tot allerlei heterodoxe, niet katholieke overtuigingen en Karel V maar vooral Philips II vonden dat zij het als christelijke koningen aan zichzelf en de kerk verplicht waren de eenheid te bewaren kwamen in de (Zuidelijke) Nederlanden de ergernis van de kleine luiden en de woede van de adel en stedelijke patriciërs samen. Via allerlei teksten en officiële adressen, pamfletten en stellingnames het recht op opstand - dat uit de oudheid stamt - in duidelijke bewoordingen een publieke overtuiging[i]. In de Republiek der Verenigde Provinciën zou dat recht weer ingeperkt worden, maar dat is de andere kant van de medaille is dat de zittende macht zich mag verdedigen en beide menen, moet maar eens aannemen dat ze zelf wel zullen oordelen over de middelen en dus het geweld dat ze inzetten. Het recht op opstand erkennen betekent nog niet dat het hier en nu nodig zou wezen, want in een democratische rechtsstaat wordt de macht van de machthebber vanzelf door de grondwet en de wetgeving ingeperkt en staan rechtscolleges in principe in voor het handhaven van die wetgeving. Merk echter op dat in nieuwe democratie, zoals in Polen, maar ook Hongarije de neiging van verkozen machthebbers die macht ook zo absoluut mogelijk te hanteren en de remmen die de grondwet en andere wetgeving bieden te verkrachten. Ook het hoogste rechtscollege werd in Polen onder curatele geplaatst. Europa, maar vooral de Polen dienen hier waakzaam te zijn en geven daar ook blijk van.  

Welke middelen zijn toegestaan? Mahatma Ghandi, ook Mohandas Karamchand Ghandi, dominee Martin Luther King en Nelson Mandela hebben op enig moment en vasthoudend gekozen voor geweldloos verzet. Malcolm X en anderen vonden dat als praten niet helpt, de wapens moeten spreken. Zelf vond ik het verzet van de Witte Roos het overdenken waard, al bleef het zonder directe gunstige gevolgen en ging men ook niet verder dan het verspreiden van behartigenswaardige pamfletten.

 Het recht op opstand is iets anders dan wat er bijvoorbeeld ook in de Republiek der Verenigde Provinciën wel eens voorviel, dat in steden als Delft of Amsterdam groepen mensen de huizen van de machtige regenten aanvielen, omdat er honger was of te weinig werk. Broodrellen, zoals er, als men het wel bekijkt, ook in de vroege 20ste eeuw nog wel eens voorkwamen, zoals het aardappeloproer in februari 1917, blijken niet voor veel verandering te hebben gezorgd. In 1886 verhinderde de politie dat een spelletje palingtrekken op de Lindengracht - toen nog niet gedempt - doorging; palingtrekken is zoiets als ganzenrijden: een paling werd aan een touw gebonden die boven de gracht gespannen was en van op bootjes probeerde men de paling van het touw te trekken, maar alen zijn notoir glibberig. De overheid en de elite vond die folklore maar niets en wreed, het volk hechtte eraan en dus kwam het tot rellen in Amsterdam, waaruit bleek dat de sociale en culturele kloof zich nog steeds kon manifesteren. In welke mate dit incident laat zien dat er sprake is van uitdiepen van die kloof valt moeilijk te beoordelen, zonder de bronnen uit die tijd goed te onderzoeken en na te gaan wat er later is gebeurd. Dat er een sociaal-culturele kloof bestond, valt altijd wel ergens te bespeuren, dat die kloof het streven van de ene naar sociale promotie moeilijker maakt en de ander angstig voor indringers, ligt voor de hand, maar gaat voorbij aan het feit dat mensen niet met dezelfde kansen aan het leven beginnen. Tegelijk zal men ook niet ontkennen dat de samenleving in de late 19de eeuw grondige wijzigingen onderging net omdat de verwachtingen van grote groepen, de zich vormende middenklasse waartoe ook de beter betaalde arbeiders behoorden meer door kansen werden ondersteund dan voordien.

Vandaag zien we dat in onze samenleving de kloof binnen de autochtone gemeenschappen minder uitgesproken is, maar nog altijd wel aan het licht kan komen, terwijl er een instroom is gekomen van immigranten, die voor nieuwe verschillen heeft gezorgd. Dat zorgt dan weer voor nieuw ongenoegen, onbehagen, dat aan beide zijden ook wel gevoed wordt, door de houding van de tegenstanders, door leidende stemmen in de eigen gemeenschap. Waarom zegde Erdogan dat Turkse mensen zich vooral niet teveel zouden integreren, laat staan onze culturele waarden en inzichten overnemen, assimileren dus? Omdat hij aan geassimileerde Turkse burgers in de diaspora geen steun meer heeft. Maar die uitspraak zette dan weer anderen op het spoor om die Turken als een vijfde colonne af te schilderen.

Opstand, grootschalig geweld, rellen en betogingen komen niet zomaar tot stand en spontane opstanden hebben zelden succes, tenzij ze gekaapt worden door mannen met plannen. Men beschouwt de Syriëstrijders als gevaarlijk en daar moet weinig aan toegevoegd worden. Het punt is evenwel dat slechts kleine groepen mensen zich daartoe geroepen voelen en dat zij doorgaans onder de radar kunnen blijven. De integratie van de anderen en hun verwachting hier een beter leven te kunnen dan in Syrië, de voordelen van de goed georganiseerde samenleving houdt hen tegen. Het zijn overigens autochtonen die dezer dagen de revolutie afkondigen, zoals Donald Trump, Geert Wilders, maar hun maatschappijbeeld lijkt vooralsnog vooral nergens op. Ze zijn op sommige punten sociaal, op andere wreed en blind voor onbedoelde neveneffecten, of beter, ze nemen die op de koop toe.

Hun fanatisme in het afwijzen van het status quo, onze samenleving zoals ze nu functioneert en waarin mensen hun ding doorgaans met veel genoegen kunnen doen, al dreigen er overal gevaren, verschilt in wezen niet veel van wat bijvoorbeeld groen doet, dat mensen voortdurend voorhoudt wat we zouden moeten doen, vegetariër worden of veganist, de auto laten staan en in de kosmopolitische stad met de eigen parochie de eigen voortreffelijkheid vieren.

Maar in Israël ligt dat even anders, waarbij ik niet voor het gemak even voorbij ga aan de volkenrechterlijke omschrijving van terreurdaden. Het fanatisme van Hamas, de foute keuzes van de PLO en de ronduit hypocriete positie van de Arabische Liga en de afzonderlijke lidstaten, moet toch ook wel eens op tafel komen. Israël heeft vele problemen, maar de wijze waarop de staat Israël ook weigert bij te dragen aan een tweestatenoplossing en de staat blijft nieuwe kolonies gedogen of steunen, maakt het voor de burgers allemaal zeer lastig om een normaal leven te leiden. Ik zal het recht op zelfverdediging van de staat Israël en van de Israëlische samenleving niet ontkennen, want het is zelfs een plicht voor elke staat. Waar het op aan komt? Dat beide partijen, in feite zijn er veel meer, maar dus Israël en de Palestijnen hebben sinds 1948 telkens weer oorlogen gevoerd en strijders ingezet om elkaar te dwingen tot toegevingen. Wat de Palestijnen deden en doen ontbeert in wezen aan een uitgesproken plan, aan bereidheid middelen in te zetten en voor de burgers een betere toekomst mogelijk maken.

Nelson Mandela weigerde op zeker ogenblik nog wapens in te zetten omdat hij begreep dat hij zo nergens bondgenoten zou vinden om Zuid-Afrika en de blanke regering en bevolking tot toegevingen te leiden. Zijn strijd zonder wapens werd een succes, maar zijn partij heeft naderhand niet geweten hoe ze op een zinvolle manier met de macht kon omgaan. De corruptie en het feit dat de armoede hardnekkig bleef en de kloof tussen arm en rijk niet afnam, blijft in het licht van de inzichten van Mandela verbazend en intriest.

Michel Eyquem de Montaigne leefde in een verbazend gewelddadige tijd en vond dat men vooral tegen wreedheid wreedaardig hoort te zijn, maar tegelijk ernaar streven niet voor extreme oplossingen te gaan, die niemand vooruithelpen en leiden tot wreedheden als het uitmoorden van hele dorpen en het verkrachten van vrouwen en mishandelen van kinderen. Maar als burgemeester van Bordeaux diende hij de vrede, rust en orde te bewaren. In deze tijden wordt aan die waarden ook wel de hand gehouden, maar men heeft het vooral over de technologische middelen en ordediensten om die vrede, rust en orde te bewaren, waarbij men er steeds meer vanuit gaat dat burgers net niet op die orde en rust gesteld zouden zijn.

Jongeman zijn rond 1977, dat betekende dat men regelmatig sprak over terrorisme, ook van de PLO, maar vooral van de Baader-Meinhof Groep, de RAF[ii], de Brigate Rosse en Action Directe in Frankrijk. Verder had je in Baskenland de ETA en in Noord-Ierland het IRA. Het blijft mij verwonderen dat velen die tijd vergeten lijken of niet meer beseffen hoeveel leed het IRA heeft veroorzaakt, maar ook de Ulster royalists, die met de steun van Londen hun positie wisten te behouden gedurende lange tijd, zodat de regio in een spiraal van armoede terecht kwam. Deze vormen van revolte, door kleine groepjes, met steun van een kring van ideologische medestanders die de strijd zelf aan zich lieten voorbijgaan, maar wel eens hand- en spandiensten verleenden, heeft de periode 1968 2000 gekenmerkt, maar het animo voor de gewapende strijd van communistisch geïnspireerde groepjes smolt weg als sneeuw voor de zon, onder meer omdat de Sovjet-Unie verdween. Nu steunt Moskou naar men zegt uiterst rechts.  

Het recht op opstand moet men niet in twijfel trekken, wat dan wel? Oordelen of het doel behartigenswaardig is en of de middelen die men inzet, het leed dat men ook aan de eigen mensen toebrengt wel de moeite waard zijn. De beroepsrevolutionair hoeft over dat laatste uiteraard niet na te denken, maar wie politieke macht nastreeft voor de eigen mensen, zal toch best eens nagaan of men zo geen nieuwe conflicten aanwakkert of in het leven roept. Montaigne wilde zich ver houden van een veile hofhouding, maar nam wel opdrachten op zich ten behoeve van het algemeen. Zijn vriend, Etienne de la Boétie, schreef over "la servitude volontaire", waarmee die zich verzette tegen het koningschap. Door zijn opdrachten aan te nemen en door zich in te zetten voor Bordeaux, toonde Montaigne zich een burger en civil servant eerste klasse. Toch merken we in de lauwe interesse voor het boek van Alexander Roose in de media vooral een gebrek aan aandacht voor het belang van burgerschap, voor een republikeins burgerschap.

Albert Camus schreef mooie novelles en romans, onder meer "Loin des hommes", maar hij dacht ook na, vanuit zijn afwijzing van het communisme en wellicht ook van de geest die heerste in de Franse communistische kringen, over het begrip "l'homme révolté" en hij betoogde dat men de verontwaardiging die tot opstandigheid kan leiden best kan onderschrijven, maar dat vervolgens de blinde dadendrang de opstandige mens zelf tot een dictatoriale opvatting van het eigen gelijk zal brengen. Wie de revolutie predikt en vrijheid belooft, komt gauw genoeg uit bij het opzeggen van de democratische vrijheden, drukpers en opinie op de eerste plaats. In "Zorn und Zeit" bracht Sloterdijk zijn inzichten over de te kanaliseren woede in de samenleving aan de orde, waarbij hij meent dat mensen wel leerden hun woede op te sparen, maar eens moet het eruit. Met Andreas Baader hebben vele van de Syriëstrijders gemeen dat ze uit de (kleine) criminaliteit overstapten naar een woedebank.

De krant De Standaard zegt haar columnist de wacht aan, maar doet daarmee net wat zovele anderen gewild. Ik lees Abu Jahjah lang niet altijd, maar ik denk toch dat het argument dat hij de aanslag in Jeruzalem met een vrachtwagen had goedgekeurd en dat voor hem de Palestijnen niet teveel moeten kijken naar de middelen, wel het noodzakelijke moeten doen, snijdt geen hout, want de Libanese intellectueel zegt dat al jaren, al of niet omfloerst. Etienne Vermeersch ziet in de uitspraak van Abu Jahjah dat men voor de strijd de noodzakelijke middelen moet inzetten maar is dat niet precies de these van iemand als de Isreëlische premier of van Assad. Als het al een sofisme is, dan een dat ook dictators en in het nauw gedreven regeringsleiders graag hanteren. Overigens, noodzakelijke middelen betekent dat men altijd nog een versnelling hoger kan gaan, om de macht te behouden of te veroveren en dus is efficiëntie een kwestie van het winnen van zowel de wapenwedloop als van de bereidheid die volkomen in te zetten. Een sofisme was de uitspraak van Abu Jahjah dan ook niet, maar een uiting van een winnaarsmentaliteit. Het is ook de reden waarom ik voor het vrije westen geen reden tot opstand zie: het is een recht maar pas als ultimum redemium in te zetten en dus met het nodige voorbehoud.  

Ergo, ik denk dat iedereen het recht heeft om in opstand te komen, maar dat dit wellicht niet altijd de beste manier is om politieke en maatschappelijke doelen te bereiken. De technocratisch gevoerde strijd tegen armoede is zo een voorbeeld van hoe anderen hun verontwaardiging inzetten. Of de strijd tegen racisme. Ik begrijp perfect dat mensen beweren dat ze in Vlaanderen veel racisme aantreffen, maar stel me de vraag of die mensen wel goed kijken. Als bange blanke man van net over de vijftig mag ik dat natuurlijk niet zeggen, maar ik kan uit dat beetje levenservaring wel opmaken dat we nu veel minder goor racisme merken dan toen ik tijdens mijn collegejaren wel eens zag hoe een buschauffeur een jonge Afrikaanse dame van de bus wilde zetten. Nu zitten mensen van alle kleuren op de bussen van de Lijn en op de trein en gebeurt er niets noemenswaardig, in elk geval geen accidenten of incidenten.

Montaigne, Camus, zij leerden mij dat we ons wel af en toe verontwaardigd weten, maar dat de aanpak en benadering niet altijd even duidelijk voor ons liggen. Het pad van de revolutie pakt meestal autodestructief uit, het pad van veile onderworpenheid loopt ook niet goed af. Israël zal het nog moeilijker krijgen om haar bestaansrecht aanvaard te zien, niet bij mij, maar bij velen die vinden Israël onrechtmatig handelt in de bezette gebieden, zonder ander doel dan een voldongen feit te creëren. Dat Israëlische burgers in Jaffa bestookt worden met raketten? Het land is zo klein, dat men er in een wip doorheen is, zeker met het wapentuig dat dezer dagen ter beschikking is van Hamas, voor zover ze nog geldschieters vinden. Abu Jahjah claimt dus een legitieme optie, het is de mijne niet, maar men moet niet doen alsof mensen altijd de beste ideeën hebben, of het goed voorhebben met hun vijanden. Hugo de Groot legde de basis voor het volkerenrecht en dat verdient groot respect en vooral werkelijke aandacht. Maar precies het volkerenrecht kan men niet los zien van geopolitieke verhoudingen, het is maar afdwingbaar als strijdende partijen dat willen en als men voldoende macht in het geding kan brengen, dus eventueel de strijd wil aangaan om het af te dwingen. Sorry, maar Europa schiet op dat vlak tekort en vooral links heeft sinds de rakettenkwestie het probleem van het gebrek aan militaire macht vanwege Europa altijd genegeerd, wel grote principes verkondigd. Ik pleit niet voor een offensieve militaire macht, maar zoals Kant en Herder voor een militair realisme om de vrede te bewerkstelligen en te behouden. Zou iemand in een goed functionerende staat waar die man of vrouw zijn of haar zaken goed op orde heeft en zich omringd weet door betrouwbare mensen in opstand moeten komen?

Bart Haers






[i] Het recht op opstand en daarmee verbonden tiranicde, de moord op de tiran of onrechtvaardige vorst bestond zowel in het oude China als in de Griekse en Romeinse wereld. Het gaat dan wel om tirannen die hun macht inzetten tegen hun bevolking, niet om een dynast die een familielid ombrengt om zelf koning te worden, al kunnen daar ook nog wel goede argumenten voor gevonden worden. Augustinus en vooral Thomas van Aquino vonden dat het recht op opstand en op de rechtvaardige oorlog erkend moeten worden, anders zou men gedogen dat een onrechtmatig en wreed bestuur in het zadel bleven en eindeloos slachtoffers maken. Dan moet men als burger(s) zijn/haar en hun plicht doen. De middelen mogen dan niet erger zijn dan de kwaal en naderhand dient men te verhinderen zelf dictatoriaal op te treden. Daarom kan dit recht niet zo eenvoudig in een grondwet opgenomen worden, maar in de Duitse grondwet kan men dat wel lezen; Gegen jeden, der es unternimmt, diese Ordnung zu beseitigen, haben alle Deutschen das Recht zum Widerstand, wenn andere Abhilfe nicht möglich ist. (Artikel 20§4)

[ii] MARGREET DEN BUURMAN DUITSE HERFST. DE ROTE ARMEE FRAKTION.  Verschijningsdatum: mei 2009, nieuwe uitgave 2016