Referendum Brexit betreur ik



Kritiek


Brexit  

Orson Welles wist al hoe ver de invloed kon
reiken van een mediamagnaat. De Brexit is mee
het werk van Rupert Murdoch en daarmee een
problematisch gebeuren. Maar politci zijn de
eerste verantwoordelijken. 
Wat doen we met het zelfbeschikkingsrecht der volkeren, waar ik ook achtersta? Nu de Britten mogen stemmen over de vraag of ze bij de Unie willen blijven of niet, valt het me op dat minstens de Schotten uitgesproken voor lidmaatschap kiezen en zo dus niet over hun eigen lot kunnen beschikken. Maar het verhaal van de Brexit is meer nog dan dat een verhaal van verbroken beloften.

Kan men uit een club als de Rotary of de kaartersbond stappen, een landenbond is van een andere orde, omdat niemand voor zichzelf beslist maar ook voor anderen. Boris Johnson meent te weten wat Winston Churchill dezer dagen zou hebben aangeraden, maar dat soort redeneringen snijdt geen hout, want men kan net zomin de geest van Charles De Gaulle of die van Konrad Andenauer terug tot leven wekken om te weten hoe zij deze situatie zouden aanpakken: het is aan Merkel, Hollande en Cameron, maar ook aan de regeringsleiders van de overige 25 lidstaten om nu tot besluiten te komen.

Bezwaarlijk komen referenda tot goede besluiten, omdat ze zelden tot een genuanceerd antwoord komen, wegens de vraagstelling: ofwel is die overmatig simpel ofwel bijna onbegrijpelijk. Ontken ik dan dat het volk kan spreken of het aan wijsheid zou ontbreken? Geenszins, alleen, het volk kan nooit als geheel zichzelf verantwoordelijk houden voor gemaakte keuzes, wat net het voordeel is van de representatieve democratie, want dan kan men de verkozenen en de meerderheid wel verantwoordelijk houden en indien gewenst naar huis sturen. Een politiek bestel zoals wij dat nu kennen, de representatieve parlementaire democratie vertoont ook wel feilen, maar mits goed bedreven kan het voor burgers en overheid een batig saldo opleveren. De Brexit wil een debat oplossen dat al vele jaren gevoerd wordt met valse argumenten. In 1974 trad het UK toe tot de EEG en werd er een referendum gehouden, dat instemde met de toetreding. Nu houdt men een referendum over het uittreden, maar niemand weet hoe dat politiek, institutioneel en administratief in zijn werk zal gaan en wat de directe kosten en de ongewenste schade zal zijn voor het UK maar ook voor ons. En als Europees burger had ik verwacht dat Europa meer had ondernomen...

Wel is duidelijk dat Europa voor de Britten niets goeds kan doen, alvast niet voor de Murdoch, de Citizen Kane die het UK voortdurend opzadelt met gezeur en gezever. Wetende dat Britse politici en Britse ambtenaren in Brussel én in Londen de beste leerlingen zijn van de klas en dus regelgeving rigoureus omzetten in Brits beleid, moet men zich afvragen of de klachten over de bedilzucht van de Commissie wel terecht zijn. Wie in het UK de EU genegen is, had al lang een schadeclaim moeten laten uitgaan naar de heer Murdoch, want die schaadt de Britse belangen.

Men kan dan wel zeggen dat Londen naast een lidmaatschap van de EU ook nog over een Common Wealth beschikt, maar de banden tussen Canberra en Londen, Canada en het UK zijn al lang niet meer wat ze ook nooit echt waren. Er zijn al enkele landen die zich van de Commonwealth hebben afgekeerd, omdat ze er vooral nadelen in zagen. Maar als de Britten voor de Brexit kiezen, dan zullen zij - bangmakerij is dat niet - niet meer zomaar toegang hebben tot de Europese markt.

In wezen gaat het over de vraag of de EU-verdragen en de voorgangers daarvan, het Verdrag van Rome en de Eenheidsacte wel gewone interstatelijke verdragen zijn, zoals onder meer Boris Johnson stelt. We weten dat in de 18de eeuw landen met elkaar verdragen sloten om die vervolgens met evenveel gemak te vergeten of met de vijand een akkoord te sluiten. Na WO II wilden Adenauer, De Gaulle en Churchill Europa behoeden voor nieuwe militaire rampen, maar konden de eerste twee niet onmiddellijk een akkoord sluiten over politieke samenwerking, zodat de economische samenwerking en het verweven van de twee industrieën een mooi begin vormde. De Benelux stond toen al in de startblokken en om Frankrijk wat steun te geven en om Italië weg te houden van communistische avonturen werd met het eens over samenwerking met zes. Dat die samenwerking invloed had op het eigen beleid en zich daardoor onderscheiden moest van de klassieke militaire kabinetsverdragen zal niemand ontkennen, maar als we de geschiedenis van de afgelopen zeventig jaar van Europa bekijken, zal niemand kunnen beweren dat dit project van steeds nauwere samenwerking geen grote vooruitgang heeft betekend voor burgers en samenleving. Zelfs de discussie over de landbouwpolitiek, zoals Siko Mansholt die had vorm gegeven kan men bezwaarlijk alleen in termen van boterbergen en wijnzeeën voeren. De bedoelingen pakten, zoals met beleid wel vaker het geval is, anders uit dan de plannenmakers voor ogen hadden gestaan.

Men zal de keuze van de Britten wel moeten aanvaarden, want als ze willen blijven, zal dat het debat niet stoppen. Alleen, er blijken geen Europadeskundigen voorhanden te zijn die op een redelijke wijze de baten en de lasten kunnen presenteren, ook al omdat men hen er altijd van verdenken zal dat ze pro Europa zijn. Welnu, mag men zo een project niet steunen, ook als men weet dat er op een aantal domeinen wel verbetering denkbaar is? Want de afwijzing van de EU komt mij nogal infantiel voor, want de werking van de EU gaat altijd uit van een samenwerking tussen de Commissie en de nationale, regionale administratie en het is altijd mogelijk de discussie aan te gaan over de uitwerking.

Dat het zo erg zou wezen dat de EU een steeds nauwere samenwerking uitloopt, lijkt eurosceptici een bedreiging, maar er is geen beleidsdomein waar men niet moet vaststellen dat de grotere samenwerking voor iedereen beter zou wezen. Al was het maar dat de in 1953-1954 mislukte poging tot een Europese Defensie Unie faalde door nonchalance van een Franse president - tenzij die echt geen militaire integratie wilde - laat zien dat we niet dromen over het afzwakken van nationale gevoelens en wat mij betreft hoeft dat ook niet, als die de samenwerking mogelijk maken, niet tegenwerken.

Slotsom? Ik betreur de Brexit, het referendum hierover en ik betreur de wijze waarop men een balans opmaakt van zeventig jaar Europese integratie. Perfect is het niet, maar in de huide geopolitieke situatie zal men wel eens smeken om Europese integratie en versterking van het gezamelijk beleid. In 1990-1991 schreef ik een stuk waarin ik mij afvroeg hoe Europa aaneen gesmeed kon worden en de risico's aan de Oostgrenzen, in Oekraïne dus, zou daar wel eens toe kunnen bijdragen. Tot nog toe lijkt het andere weg op te gaan, van verbrokkeling en meningsverschillen. Maar we zijn geneigd altijd korte stukjes geschiedenis te bekijken en het grotere geheel niet te willen zien. Jawel, de toekomst voorspellen is bijzonder moeilijk en riskant, maar het is wel nuttig na te denken over de instrumenten mogelijke risico's en crises teweer te staan. Een staat, een overheid moet net op dat punt excelleren: een stabiele basis bieden om burgers toe te staan hun eigen leven zo goed mogelijk te leven. De EU biedt daartoe mogelijkheden en we moeten zorgen dat teveel bureaucratische arrogantie het bestel niet onderuit haalt.


Bart Haers

Reacties

Populaire berichten