hoe fobieën te bestrijden
Kritiek
De rest is geschiedenis
over Orlando en haat
![]() |
Michel Foucault? Misschien had hij over Orlando wel iets zinvols kunnen aandragen. |
Homohaat is niet toegestaan!
Wie zal deze stelling afwijzen, zonder het risico te lopen voor politiek
incorrect door te gaan? Haat mag niet, leerden mijn christelijke opvoeders,
maar tegelijk leerden ze ons wel, min of meer toch, dat we ons verre moesten
houden van abject gedrag. Maar haat was vaak en blijft doorgaans iets
abstracts, dat je alleen maar echt kan voelen, als er haat is.
Natuurlijk zal men mensen
respecteren, zolang je vindt dat die respect verdienen, want daar zit al een
eerste angel, want wie zegt dat je iedereen moet respecteren, zonder
onderscheid, ontneemt mensen het vermogen zich een oordeel te vormen over
mensen en over feitelijk gedrag. Want dat je Afro-Europeanen zonder onderscheid
minderwaardig zou vinden, daar is geen grond voor en dat sommige mannen vrouwen
haten zonder goede redenen, verdient inderdaad geen respect. Maar of je deze
homo niet een etter zou mogen vinden omdat hij als mens weinig respect blijkt
te verdienen, zegt niets over een algemene houding tegenover homo's, lesbiennes
en andere mensen.
Het probleem is dat we
homofobie en homohaat afwijzen, waarbij we de subjectieve gevoelens van mensen
niet respecteren, ook al komen ze ons, wijze mensen dom en bekakt voor. Na
Orlando waren er tal van mensen die uit de kast gekomen zijn bereid hun visie
ten beste te geven, wetende dat niemand hen ongelijk zou geven, behalve de
gewone verdachten. Sinds AIDS zijn intrede deed in onze cultuur, kunnen homo's
ook nog eens een slachtofferschap inroepen, maar over het algemeen geldt dat in
de bevrijding van de jaren zestig de zeden aardig opgerokken zijn geworden en
dat mensen meer dan ooit kunnen leven naar eigen inzichten. In West-Europa,
België en Nederland op kop, liggen er nog weinig hinderpalen op de weg naar
levensgeluk voor holebi's en dat moet men als een verworvenheid, een
vooruitgang van onze cultuur en samenleving zien.
Iets anders is het dan als
mensen - hetero's wellicht - toch nog vragen hebben bij al die prominente
aanwezigheid in bepaalde domeinen, zoals de media, van homo's. Of zou het
alleen maar een indruk zijn? Iemand als Kurt van Eegem die zich op Klara
onderscheidt met mooie programma's en een prachtige taal, laat zien dat het
allemaal niet opzichtig hoeft te zijn en zo zijn er tal van voorbeelden,
terwijl tegelijk anderen van hun geaardheid een handelsmerk maken. Leek het er
even op alsof het geen issue meer zou zijn, dan bewijzen incidenten in Brussel
en nu dus excessief in Orlando, dat er wel nog iets aan de hand is.
Michel Foucault stond erom
bekend dat hij in San Francisco en LA homoclubs bezocht en daar niet schichtig
over deed. Hij stierf aan AIDS, maar zijn bijdragen aan het denken staan
weliswaar niet geheel los van zijn levenswijze, integendeel, de betekenis ervan
moet er niet toe herleid worden... want hij was als denker even ongebonden en
toch meticuleus. Les Mots et les Choses? Ik
las er vooral in dat de ambitie van de wetenschappen om objectief te bestuderen
voor een aantal disciplines wellicht niet valabel mag heten, waarbij inderdaad
de pedagogie als typevoorbeeld kan gelden, want daar geldt dat de wetenschapper
niet beschrijft, maar een type produceert waartoe anderen gedisciplineerd
moeten worden.
Het valt te betreuren dat dit
denken van Foucault, maar ook een ruimer denken dat al eens contradictorisch
kan uitpakken, niet meer aan de orde van de dag gesteld wordt. Men voert per
fas et nefas filosofen als Etienne Vermeersch, Johan Braeckman of Maarten
Boudry op, die in feite de kritische zin al lang terzijde hebben geschoven en
ervan uitgaan dat zij coram publico een pedagogische rol te vervullen hebben. Bovendien,
moet ik betreuren, blijken hun inzichten niet boven twijfel verheven, niet
langer vatbaar dus voor grondige kritische opmerkingen. De visie van Foucault
of van Marli Huijer op discipline is nu eenmaal meer doordacht, zoals ook de
discussie die Alicja Gescinska aanging over negatieve en positieve vrijheiden,
discussie met onder meer Isajah Berlin, die in de benadering van de positieve
vrijheden, nu geproclameerd als "Rechten" een te grote inmenging van
de staat in het particuliere leven zag, best het overwegen waard moet heten.
Gescinska vond dat Berlin daarin wel eens te ver zou zijn gegaan, maar de visie
van Foucault maakt wel duidelijker dat het beleid van internationaal
afgesproken rechten de overheden een ruimer kader van disciplinering ter
beschikking zouden krijgen. Disciplineringsmacht was het thema van Foucault,
maar het blijkt minder gemakkelijk er eenduidige conclusies uit af te leiden
dan men mij lang geleden voorhield.
Neem nu het recht op
onderwijs, op kwaliteitsvol onderwijs voor iedereen, want zo kan men mensen uit allerlei milieus
waar honger naar kennis niet zo gedeeld wordt en waar studeren iets vreemds
moet lijken, kansen geven die ze nergens vandaan kregen. Maar Foucault leerde
ook dat disciplinering voor het individu net de weg is naar zelfontplooiing en
het vermogen aanreiken kan iets te realiseren. Macht, disciplineringsmacht is
meer dan alleen een kwestie van mensen temmen en africhten, maar ook een weg,
een dao om zelf het leven goed te leven.
Het is in die context dat
sommige discussies van de afgelopen jaren, ook omtrent integratie fout zijn
gelopen. Men heeft een pedagogie ontwikkeld die net negeerde wat Foucault in de
aanbieding had, want waar men nu iedereen van alles wil bijbrengen om hen een
plaatsje te geven, gaf Foucault mee dat pedagogie zich van zijn zwakste kant
laat zien als ze vergeet dat die, mits gebruik makend van de disciplinerende
macht mensen net kan bevrijden uit vooroordelen en aannames, van angsten ook.
Maar dat zal, begrijp ik dan weer, niet gebeuren door iedereen de les te lezen
over allerlei fobietjes zoals islamofobie of homofobie, wel door hen die men te
onderwijzen heeft met de kwestie te confronteren. Want men zou kunnen zeggen
dat er geen reden is om islamofobie af te wijzen als men de vrees voor de
Westerse Libertaire cultuur niet zou aanpakken.
De integratie in onze cultuur
verloopt moeizaam omdat we in onze neiging tot zelfkritiek vaak aan
conservatieven van allerlei pluimage de gelegenheid geven dan maar de hele
cultuur en samenleving af te wijzen. Men kan de Amerikaanse politiek in Irak en
Syrië, Israël en Saoudi-Arabië perfect afwijzen, zonder daarom de Amerikaanse
samenleving en cultuur volledig daarmee te vereenzelvigen, maar dat vergt een
grote zin voor nuance, die niet altijd te bespeuren valt. Omgekeerd merkt men
bij menige progressief een grote fascinatie voor de cultuur van de Oost- en de
Westkust van de VS, maar verder heeft men voor specifieke uitingen van de
religieuze cultuur, zoals de rol van de christian born again beweging en andere
hyperbijbelse strekkingen heeft men geen goed woord over: de liberale
Amerikanen wel, de rest wil men niet kennen, maar ze maken deel uit van
dezelfde samenleving.
Orlando is de daad van een
moslim, die in de VS is geboren en van zijn vader leerde hij zeker niet de
Amerikaanse samenleving te omhelzen of te waarderen. Maar wie zou, te horen aan
Trump, niet bereid zijn zo een oord van verderf aan te vallen? We weten het
niet en voorlopig zal men niet zo gemakkelijk meer zo een club aanvallen, valt
te verwachten. Maar de schietpartij in Orlando laat zien dat men in een
samenleving waar het spreken niet meer enigermate onder zelfbeheersing te
regelen valt, voor veel geweld vatbaar is.
Moet men dan zwijgen? Neen,
dat is nog erger, maar wat men te zeggen heeft, zal men proberen zo te zeggen
dat anderen niet de indruk krijgen dat je hen wil onderdrukken of verbaal
geweld aandoen. Er is een klimaat ontstaan waar het vrije spreken gelijk
gesteld wordt aan toegeven aan de eigen buikgevoelens, waar het denken en
oordelen niet meer aan te pas komen. Ik denk ook dat men soms dingen te berde
moet brengen die anderen niet welgevallig zijn, maar het moet daarom niet
uitlopen op schelden en vernederen. Alleen, valt te vrezen, hebben we het niet
meer in handen om die vrijheid geciviliseerd te hanteren. Waar Foucault zich
tegen verzette in "Les Mots et Les Choses" was de autoriteit die na
WO II nog eens probeerde de samenleving onder controle te krijgen, terwijl van
verschillende zijden net die controlemacht gecontesteerd werd, niet slechts in
1968, maar al veel vroeger. Het is een misvatting de verdiensten van Mei '68 te
zien als een uit de lucht gevallen fenomeen te zien, want veel van wat ze
eisten, werd al voor WO I en zeker tijdens het interbellum luidop geclaimd in
allerlei kringen, niet in het minst in de Duitse wereld, onder meer de vrije
beleving van de liefde, ook de herenliefde en de damesliefde, maar vooral de
zelfbeschikking waren al langer agendapunten en meerdere pedagogen zochten naar
methodes om mensen met het hun zelfbeschikking om te leren gaan, te
disciplineren dus, niet te temmen.
Wanneer we nu dus fulmineren
tegen homofobie en homohaat, dan moeten we erkennen dat holebi's recht hebben zich
vrij en veilig in de samenleving te kunnen bewegen, daarover kan geen twijfel
bestaan want het is een recht dat iedereen toekomt. Een andere zaak is hoe we
homofobie of Islamofobie gaan bejegenen? Als ziekelijke afwijkingen? Als moreel
verwerpelijke misdragingen van onderdeurtjes? Dan zal men weinig succes boeken
en zeker nu blijkt hoe jonge moslims in handen vallen van pseudoleraren, zal
men die kwestie met nog meer aandacht moeten onderzoeken. Mensen hechten aan
een externe morele autoriteit, maar voelen zich vaak innerlijk gedreven aan de
maatstaven van die autoriteit te voldoen - vaak nog meer en nog heftiger -
omdat ze denken dat ze moreel niet mogen falen.
Het grote dilemma waar we voor
staan betreft de vraag hoe we omgaan met de tien geboden en vooral met dat
cruciale gebod: gij zult niet doden. Er worden geen redenen aangegeven waarom
men eventueel wel geweld zou mogen gebruiken, alleen: gij zult niet doden.
Hannah Arendt heeft in haar essay over oordeel en verantwoordelijkheid
aangegeven dat dit morele verbod best belangrijk is, op het vlak van de
samenleving - in totalitaire regimes verdwijnt het gebod of wordt het
omgekeerd: gij zult doden. Maar in dat essay over oordeel en
verantwoordelijkheid schetst zij het probleem anders, want reeds geweld
overwegen, of machtsmisbruik of wat dan ook dat anderen schade kan berokkenen
moet ons aanbelangen. Het oordelen over onze eigen daden is niet iets wat
anderen toekomt of we aan anderen moeten overlaten. Daar zit naar mijn oordeel
een pijnpunt van deze tijd, dat mensen zich het recht toekennen te oordelen
over anderen zonder zich met de persoon in te laten. Anderzijds, de
persoonlijke onzekerheid en het gebrek aan persoonlijke ontwikkeling maken het
verleidelijk het eigen oordeel op te schorten.
Orlando is geen ongeluk en de
slachtoffers waren dan wel willekeurig, omdat ze weliswaar bewust daar waren,
maar het hadden ook andere homo's kunnen zijn die er waren, maar de dader had
zichzelf een missie gesteld. Hij wilde een voorbeeld stellen, omdat hij had
geleerd dat losbandigheid niet hoort. Mensen moeten volgens zijn leermeesters
beantwoorden aan bepaalde kenmerken, een bepaald, passend gedrag ten toon
spreiden en de bezoekers van de nachtclub weken af van alles wat voor een goede moslim
passend zou zijn - terwijl de Islam traditioneel minder tegen homoseksualiteit
inbrengt dan bijvoorbeeld de katholieke kerk, maar ja, dat hangt van de lezing
van Bijbel, Koran en traditie af. Nu zou aan het licht zijn gekomen dat die man
zelf de club een aantal keren had bezocht, zich had ingeschreven op een gay
datasite en zelfs is er een getuigenis van avances. Ofwel was de man
nieuwsgierig, wat zou sporen met zijn neiging tot bingedrinken, waren zijn
bezoeken voorbereidingen op zijn ultieme daad, ofwel wilde hij laten zien dat
hij trouw bleef aan zijn leer. Aangezien hij gedood werd, kan men dat nog
moeilijk aan de weet komen.
De dader vergist zich, maar
daar is nog niets mee gezegd en daarom moeten we de slachtoffers niet herdenken
als homo's maar als mensen die hun leven naar eigen inzicht vorm gaven. Zou het
helpen als men minder hard tegen homofobie zou fulmineren? Wellicht zal men in
de losbandigheid van zo een club alles projecteren wat men zegt te haten in de
westerse cultuur, dan helpt een specifiek pleidooi niet. Maar mensen laten
leven naar eigen inzicht, ligt vandaag minder eenvoudig dan men zou denken en
dat men bewust weinig refereert aan het denken van Foucault, heeft er alles mee
te maken, want dan zou men anders met fobietjes omspringen, dan nu het geval
is. Men maakt mensen steeds weer onzeker en biedt nauwelijks nog een
perspectief aan waarin men zich men wel kan bevinden. Nog eens, een mens zou
nostalgisch naar de oude biechtpraktijk verlangen, waar men absolutie van de
zonden kon krijgen, als men echt berouw toonde - en om dat te weten ging de biechtvader wel eens
voortvarend te werk. Nu lijkt er voor begane fouten en vergissingen geen heil
meer in de weldenkende samenleving en dat kan die goegemeente op termijn op
verlies aan geloofwaardigheid komen te staan.
Bart Haers
Reacties
Een reactie posten