lofrede, enigszins voor Zuhal Demir
Dezer Dagen
Onderwijsbeleid
stokt
Om
herscholing tegen te gaan
valt men minister aan

Beeld van Theo Thijssen gemaakt door Hans Bayens
(foto Dolf Kohnstamm)
Beeld staat in Amsterdamse Jordaan,
Heeft u grammatica nodig ? Syntaxis ? De
tafels van getallen boven de 10? Maar waarom dan? Wat is het nut van nut?
Sandra Langereis schreef een boeiende biografie van Eise Eisinga, Machineman,
over de bescheiden (?) wolkammer die een planetarium bouwde op een wel zeer
grote schaal, aan het plafond van zijn kamer, maar toen Uranus werd ontdekt, in
1781 en was de eerste planeet ontdekt met de telescoop en zonder de inbreng van
de oudheid. Eisinga was een rekenwonder, die na de lagere school en in de leer
om wolkammer te worden, de beginselen van wiskunde in de vingers kreeg
mitsgaders – het oude woord is te mooi om het te laten schieten, maar komt niet
voor in de leefwereld van 10-jarigen – de eerste beginselen van de
natuurkunde., c.q. de astronomie. Toch zijn kinderen zeer geïnteresseerd in
astronomie, als men het weet te tonen en uit te leggen en tegelijk kan men niet
verwachten dat iedereen zo een wiskundeknobbel heeft als Eise Eisinga. Maar
goed zijn in talen is ook wel mooi meegenomen en ja, sommige jongeren werken
graag met hun handen en vinden werken met hout of metaal best boeiend.
Het debat over het doel en de betekenis van onderwijs
voor individuele personen en voor een samenleving is in de loop van de jaren
uit het oog verloren, omdat men nogal wat bezwaren dacht te hebben tegen de
disciplinerende functie van schools leren. Was John Dewey nog gericht op wat
indivuele leerlingen kunnen leren, maar vooral wenste dat kinderen hun sterkten
leerden kennen, dan liep het er op uit dat hij geen “plus est en vous” meer
hanteerde. Zou dat het geval geweest zijn, dan bleef de aandacht voor
vorderingen van de leerlingen staande.. Verder was er Rudolf Steiner, (1861 –
1925) die meende dat men jongeren slechts moet geven bij wat zij op dat moment
vragen of verdragen, maar dat is net bizar als men ziet hoe kinderen en
jongeren wel degelijk uit hun ton willen komen om zich te verwonderen. Ziet men
kinderen die enige tijd buiten het onderwijsbestel opgroeien, dan merkt men hoe
sommige wel snel kennis opnemen en andere gewoon blijven toekijken, zodat de kennisoverdracht
toch wankel blijft.
Minister Zuhal Demir en anderen bij N-VA maar vooral
in het onderwijs beseffen dat het ontscholen moet stoppen. Via de klassieke
aanbesteding dreigde ze niet de juiste expertise in huis te halen, want het blijken
juist vehikels voor een verderzetten van het ontscholingsbeleid, zoals Frank
Vandenbroucke – zelf een dokterszoon – en Pascal Smet dat heel expliciet handen
en voeten hebben gegeven. Het trieste is, dat hierover nooit een grondige
discussie is gevoerd, noch over wat onderwijs moet bereiken en hoe men dat het
beste kan bereiken. Het lijkt een
complottheorietje, maar wie de laatste 50 jaar probeerde het onderwijsbeleid te
volgen, merkte dat men eerst gemakkelijk scoorde met het afbreken van de klassieke
humaniora, maar men doet weinig inspanningen om technisch onderwijs en
beroepsonderwijs meer glans te geven. Op basis van wat ik kon naspeuren was het
vooral de idee van Pierre Bourdieu, namelijk dat sociale mobiliteit niet
functioneerde en dat dus onderwijs, zoals Hannelore Goeman eens gezegd heeft met
grote gedrevenheid, dat onderwijs, dat de Vlaamse school tot toenemende
ongelijkheid zou leiden?
Het probleem is gelaagd, want het gaat om beleid, maar
ook om een onderwijscultuur, dat wil zeggen, de wijze waarop ouders, de
samenleving naar het onderwijs kijken, ook vertellen wat de kindjes moeten
leren en hoe ze zich leren te gedragen. De school is daarmee een strijdperk geworden,
waar, zoals Raf Feys het graag uitspelt, er geen overleg is tussen de
beleidmakers enerzijds en de samenleving of nog, de experten onderwijskunde,
onderwijssociologie etc weten alles, de leken niets. Zou het? Raf Feys had ooit
een – misschien een paar interviews – met Hein de Belder, die algauw werd
opgevolgd door Guy Tegenbos en die wendde de steven zonder opgave van redenen en
Tegenbos nam het discours van onderwijssociologen en pedagogen van de
vernieuwingen over. Ook wees die er op gezette tijden op dat het onderwijzend
personeel hardnekkig weigerde het licht te zien en dus de vernieuwing te
omarmen. Zoals een “regent”, iemand die na twee jaar opleiding in de eerste
graad van het middelbaar onderwijs, les mocht geven dat het onderwijs zonder
kennis van de materie maar ook zonder inspiratie nergens toe leiden kan. Sommige
regenten studeerden verder en haalden een licentiaatsdiploma.
Men spreek al dertig jaar over onderwijzers en
kleuterleiders best opgetuigd worden met een master, maar in feite zegt dat
niet zo heel veel. Het kan alleen met nu hebben als zo een kandidaat-leraar
lagere school voldoende basis meekrijgt, maar nu men een bachelor kan halen,
kan die kennisrijke opleiding de leerlingen maar ten goede komen.
Daar is het Zuhal Demir om te doen, leraren v/m laten
opleiden, die opnieuw, zoals Theo Thijssen, de auteur van onder meer “Kees de
Jongen” niet naliet te herhalen, toonbeelden kunnen worden, zoals ook, met enig
cynisme de schoolmeesters bij Marnix Gijsen en Ernest Claes uit de verf komen. Maar
men heeft dat soort zorgzame onderwijzers bij de mestvaalt gezet, want
verouderd, maar in zijn tijd was Theo Thijssen toch wel modern, zonder te geloven
in een moderne, alleenzaligmakende onderwijstheorie. Toch werd Thijsen actief
in de gremia waar het onderwijsbeleid vorm werd gegeven
Intussen verwijt men de minister dat zij zich vast zou
bijten in micromanagement, terwijl de organisatie van het schooljaar en vooral
al die dagen dat de leraren zich opsluiten voor het beoordelen van de cijfers
van de leerlingen, dan is het inderdaad maar de vraag of de scholen daar zoveel
tijd in moeten steken, maar het beleid heeft gewild dat ouders en leerlingen
vanaf 14 jaar zelfstandig het oordeel van de klassenraad te kunnen aanvechten. Om
zich te verdedigen tegen de advocaat van de leerling of diens/haar ouders moet
men het dossier extra voorzien van data, feiten en incidenten, terwijl leraren het
daar niet altijd over eens zijn. Dat men met kerstdag leerlingen aansporen kan
naar een andere richting te verhuizen, helpt ook niet altijd, maar het is toch
veel werk, terwijl punten misschien een beetje de prestaties kunnen vertekenen,
door de band klopt dat plaatje wel. Men kan, zoals Koen Daniëls graag uiteenzet
op het spreekgestoelte van het Vlaams Parlement, niet voorbij aan de
vaststelling dat veel administratie in de scholen niet voortgekomen zijn uit de
decreten, maar door koepels die in feite dubbel op aan het besturen zijn. Zelf
denk ik dat de grondwet terecht voorziet in de vrijheid van onderwijs, maar de
koepels kunnen toch geen schaduwadministratie zijn, de vrijheid van de scholen
onderuit halen.
Het gaat om het vormen van leerlingen, maar waar dat
voor August van Istendael, hoewel van een arme familie, het college de hefboom
werd die hem in hogere kringen bracht, dan is juist de gelijkschakeling van de
afgelopen decennia het parcours minder duidelijk is geworden. Daar is het de minister,
die als dochter van Koerdische migranten uit Turkije, net om te doen, daar waar
het discours over gelijke onderwijskansen in de feiten leidt tot het stilvallen
van de goede scholing als hefboom om hogerop te komen. Het verwijt van
Hannelore Goeman dat Demir een eliteonderwijs wil instellen, slaat nergens op,
net omdat zij mensen de kansen wil geven vanuit een bescheiden milieu hogerop
te komen. We horen, in tegenstelling tot de socialisten van begin vorige eeuw,
zoals Theo Thijssen er een was, de huidige partijprominenten van de Vooruit zelden
spreken over het belang van behoorlijk beroepsonderwijs en technische scholen. Ik
denk dat de minister de verschillende
vormen van onderwijs opnieuw wil valoriseren, zodat men met de scholing
vakbekwaamheid kon doorgeven.
Bart Haers


Reacties
Een reactie posten