Had God echt zin de wereld te vernietigen?
Dezer Dagen
Abraham kon Sodom niet redden ondanks gesprek met
De Heer der Heerscharen

Museum Reims
Laurent de la Hire (1605 - 1656)
Het offer van Abraham
God wil Sodom en Gomorra vernietigen omdat de
stedelingen zich aan het ergste bezondigd hebben wat men zich kan indenken,
inbegrepen sodomie. Op college legde een leraar uit dat onschuldige mensen
opsluiten wellicht even erg is of ja, foltering. Feit is dat de bijbel een
verhaal vertelt over een man die met God in debat gaat en misschien wel de
steden en die er wonen weet te redden. Maar als twee engelen Sodom bezoeken,
komen – het is niet anders – de sodomieten bij het huis van Lot, neef van
Abraham omdat die twee onbekende mannen daar gastvrij zijn ontvangen en engelen
blijken te zijn. God weet nu eenmaal ongemerkt mensen te begluren en hun gedrag
af te meten aan zijn normen, de hoogste morele normen. Maar als hij, God, dan
toch alles weet, is die maskerade toch voor niets nodig. Nu, Lot wordt gered
maar zijn vrouw blijft achter als een zoutzuil, omdat ze achterom had gekeken.
Was sodomie voor de auteurs van Genesis het ergste wat
mensen leken te kunnen misdoen, maar voor de auteurs was leugenachtigheid,
wreedheid en onrechtvaardigheid wat Jahweh ertoe dreef de steden te vernietigen,
of nog, de mensen voldeden niet aan zijn eisen. Soms kan je beter geen vragen
stellen, maar eens overviel me de onontkoombare drang de leraar te vragen of er
met de Bijbeltekst geknoeid was. De leraar vond dat echt geen domme vraag,
waarna we dertig minuten ingewijd werden in tekstredactiegeschiedenis.
Tijdens mijn jeugd en jonge jaren leerden we dat die
god van het Oude Testament toch wel een wreedaard moet zijn, die zelfs Abraham opdroeg
zijn enige zoon, Isaac te doden, maar daar zien we dat Jahweh op het ultieme
moment de arm van Abraham laat tegenhouden en offert Abraham een ram die in de
struiken was verstrikt geraakt. God straft niet alleen, hij schenkt ook, doet
beloftes, aan Abraham uiteraard, maar ook na de beruchte Zondvloed, nodigde God
de mensen uit naar de regenboog te kijken. Het godsbeeld is niet zo eenduidig
als we zouden willen, maar het gaat hier om de belofte aan Abraham dat hij een talrijk nageslacht zou krijgen,
terwijl hij nog zijn eerste zoon moest zien verschijnen, Isaac dus. Het gaat om
een verhaal van vriendschap, tussen een God en een patriarch, misschien wel
ergens gelijken.
Waarom ik dan denk aan het verhaal van Sodom en
Gomorra en vooral het debat tussen Jahweh en Abram/abraham, terwijl dat gesprek
niet verhinderde dat Sodom en Gomorra werden vernietigd? Schuld van die dwaze
sodomieten die de engelen kwamen opeisen bij het huis van Lot, neef van
Abraham, waar ze veilig onderdak hadden gevonden? Veeleer is het verhaal, zijn
die Bijbelse geschiedenissen antropologisch instructief: hoe keken de auteurs
naar mens en samenleving en desgevallend naar een slang, dat is denk ik het
punt.
Er komen dan ook verschillende zaken aan de orde, maar
cruciaal is toch dat God Abraham te woord staat en dat Abraham vrijmoedig
genoeg vraagt om de vernieling van Sodom en Gomorra te verdagen. Het nare
gedrag van de Sodomieten laat God geen ruimte, maar Abraham kan het niet
aangerekend worden. Het is daarom van belang dat gezag gezeglijk moet blijven
en open staan voor kritische opmerkingen van onderdanen of ondergeschikten, die
verhinderen dat zelfs de meest scherpe van geest onder de leiders door
jaknikkers wordt misleid. Want de hoogstgeplaatste, met voorbehoud voor God die
overal is en alles weet en ziet, al zal dat in de tijd van de aartsvaders nog
niet uitgesproken het geval zijn geweest is te allen tijde afhankelijk van de
inbreng van anderen, ook al kan een regering beschikken over radars en
satellieten, zonder kundige bediening, dienen die kostelijke instrumenten tot
niets. En de opperste leider kan niet bij alle schermen en aan alle knoppen
zitten, toch?
Het gaat er niet om het nog maar eens over sodomie te
hebben, maar over het feit dat Abraham door zijn god uitgenodigd wordt
vrijmoedig zijn wensen kenbaar te maken. Hij aanvaardt dan dat Jahweh de steden
wil vernietigen omdat de mensen daar, de inwoners zich niet gedragen. Toen ik
Oradour-sur-Glane bezocht, vond mijn reisgezellin dat eerst morbide en ja, dat
kon ik alleen maar beamen, ar doen alsof het dorp nooit uitgemoord was, gewoon
omdat een officier daar zin in had, want militair droeg de moordpartij niets
bij en de geallieerde troepen zouden hun acties in Normandië niet on hold
zetten. De tankdivisie was op dat moment nog 500 km van het front tussen Caen
en Arromanches. De moordpartij bleef lang een goed bewaard publiek geheim, maar
anno 2013 bezocht Joachim Gauck
Bondspresident met François Hollande op 4 september de ruïnes van het dorp. De
eerste Duitse president? Maar Gauck noch Hollande hadden directe banden met
Daders, maar hun positie gaf hen de autoriteit om het gebeuren opnieuw in de
herinnering te brengen. Gauck wenste de positie van de Elzassers die tegen hun
wil in ingelijfd waren in de SS en daar dus gelast werden wreedheden te begaan
te herzien, zonder de moordpartij zelf uit te wissen. Waren zij echt “des
Malgré-Nous”?
Nu beleven we opnieuw oorlogen, Oekraïne, de Perzische
Golf en uiteraard ook in Soedan en Oost-Congo- zonder uitputtend te kunnen
oplijsten waar er conflicten zijn. Maar de politieke top lijkt uit het oog te
hebben verloren dat oorlog voeren, vrede vestigen en besturen aan regels
gebonden is. Niet alleen de conventies van Genève, maar al sinds Hugo de Groot
een nieuw oorlogsrecht heeft ontwikkeld dat alvast de oorlogsvoering
menselijker moest maken, maar foerageren op het land bleef aan de orde en
sowieso waren er maar weinig legeraanvoerders die de burgers ontzagen, zelfs de
gedachte maar even toelieten. De oorlogsvoering door steden die haast altijd
strategisch gelegen zijn, zoals Maastricht, in de tang te nemen en te omsingelen
ging ten koste van de burgerbevolking en dat was toch wel een kwestie van in
eigen voet schieten, want wie zou de belastingen opbrengen.
Net omdat in Genesis God de soevereine macht heeft om
de steden Sodom en Gomorra te vernietigen, omdat de mensen zich misdroegen,
maar op vraag dacht te kunnen afzien van de vernietiging tot die van Sodom twee
bezoekers opeisten voor hun wrede gedrag, lees: sodomie, is tegelijk duidelijk
dat steden niet altijd bestand zijn tegen goddelijke of menselijke
vernietigingsdrang. Mensen zouden later, zoals Hugo de Groot en later de
organisatoren van Vredesconferenties proberen de wreedheid van de oorlog in te
perken en aan regels te onderwerpen. Soms blijft dat een streven, maar net zo
goed is was het zo dat er altijd wel codes voor faire oorlogsvoering waren
afgesproken, onder ridders of nobele heren dus. Tegelijk weten we al sinds
Odysseus dat oorlogen winnen wel eens eerder aan vindingrijkheid dan aan domme
kracht te danken valt, maar de Bijbelboeken, zeker Genesis en dan vooral de
verhalen rond Abraham, die God uitvond, Isaak, Ezau en Jacob, die Israël wordt zijn
ons niet zo bekend als wenselijk zou zijn, maar ze zijn natuurlijk herverteld,
in kinderbijbels, door vooral protestantse auteurs en door Thomas Mann in “Joseph und seine Brüder”, geven de
hoofdfiguren, Abraham, Jacob en Joseph, ook wel Mozes, blijk van een zekere
listigheid, om hun doel te bereiken. Is het alleen maar geslepenheid of is het
ook wijsheid? Het valt niet altijd zo goed te bepalen.
Maar ook over God, Jahweh valt veel te zeggen en
vooral dat hij inderdaad een jaloerse God is, die onwrikbare trouw verwacht,
ook als dat menselijk gezien nauwelijks mogelijk lijkt, zoals bij het offer van
Isaak en anderzijds lijkt diezelfde god lankmoedig, zoals wanneer Jacob zijn
broer Ezau de zegen van de vader, Isaak, over de erfopvolger ontsteelt. Genadig
voor wie past in zijn heilsplan, maar de auteurs die het verhaal van Abraham,
Sodom en al het andere te boek hebben gesteld, ongenadig en wreed zoals voor
Kaïn, zonder dat we goed weten waarom, toch voor de moord op Abel met de
ezelskaak uitgevoerd werd.
De verhalen zoals we die nu kennen werden wellicht
rond 600 BC geschreven, maar voor zover aan de verhalen van Genesis data vallen
te kleven, moeten de verhalen van aartsvaders en vooral van Jozef en zijn
broeders ten tijde van Achnaton voorgevallen zijn. De Exodus zou dan onder de
regering van Ramses II hebben plaats gegrepen, maar dat is weinig
waarschijnlijk, want Ramses heerste nog steeds over was Israël zou worden.
Bijbelverhalen bieden daarom geen accurate kennis
omdat we slechts verhalen uit een heel specifieke periode krijgen. Herinneren
we ons ook dat de idee dat Mozes auteur was van Genesis maar dat onder meer
Giordano Bruno meende dat er een verhalenschat bestond die dateren zou uit de
tijd voor Mozes. Hoe we dat historisch kaderen blijft een raadsel, maar
tegelijk, in onze cultuur hebben die verhalen wel betekenis gehad en dat laat
zich niet vatten in een dimensie, omdat zowel machthebbers, hun acolieten en de
paus en diens paladijnen probeerden een eenduidige lezing op te leggen, Wegens
het onthoudbare van dat opzet kreeg men, zeker onder de geschoolden enig
weerwerk, maar velen werden bekeerd met beneficiën, inkomsten verbonden aan
kerkelijke posities tijdens de middeleeuwen en nieuwe tijden. Toch schoot na de
eeuw van de verlichting en in tijden van wetenschappelijk positivisme vroomheid
in woord en daad breed wortel. Maar die vroomheid was gebonden aan regels,
opgelegd door instituten en instituties, bepalingen over hoe godvrezende
genootschappen georganiseerd dienden te worden. Hoe graag we het ook over de
Verlichting hebben en dus ook over de eerste bijbelkritiek, hoezeer ook Wetenschappers,
met dank aan onder meer de Bollandisten, Bijbelse en Heiligenverhalen, vitae de
historische accuraat gingen bloodleggen, er was in Katholieke en Protestantse
kringen ook een tegenbeweging, die net tot blind geloof dachten te kunnen
aanzetten. De 19de eeuw bracht een rationele bijbelkritiek, die de
Paus en het Vaticaan als tegenstanders van het rationalisme afwezen, net omdat
de uitgangspunten strijdig waren met het wereldbeeld van de RKK in de
negentiende eeuw.
Waar Abraham lijkt te handelen vanuit een zekere
vrijheid en vanuit eigen inzichten, die god al dan niet welwillend bejegent,
kan men vroomheid eerder zien als onderworpenheid – weliswaar uit vrije wil, op
het eerste zicht dan toch – niet als een versterken van het persoonlijke leven.
Weinigen konden zeggen dat ze wandelden met God en wie het wel deed, opzichtig,
moest maar eens Genesis gaan herlezen. Het is wel wonderlijk dat zeker in
katholiek Vlaanderen dat Bijbelvers zelden geciteerd wordt. Toch is het een
boeiende gedachte, dat mensen, zelfs Noach met God kon wandelen, want hij werd
weliswaar gered van de Zondvloed, maar staat ook bekend als dronkaard die met
zijn (schoon-)dochters zou hebben geslapen. Alleen is duidelijk dat in die
periode van redactie men van God een positiever beeld wenste uit te dragen,
zoals de uittocht uit Egypte aan de orde stelt.
Nu het christendom, ook het katholicisme, zij het minder apert dan de Evangelicals opnieuw
gepolitiseerd is geraakt, waarbij
mensen, gewone mensen wel te verstaan, alleen maar kunnen zondigen, omdat
Augustinus dat heeft geponeerd, terwijl anderen meenden dat de Bijbeltekst een
fout bevatte, zoals Erasmus, maar ja, hoezo de bijbel bevat een fout, het gaat
toch om het woord van God. Hoe zou je dan nog in gesprek willen gaan met die
god? Henoch, Noah en Abraham, Jacob die met de Engel vocht, het zijn verhalen
die voor ons zinloos lijken, maar juist de genadeleer die Augustinus ons op de
mouw heeft gespeld, kan men niet ernstig nemen, maar het was wellicht, voor de
behoeders van de goede orde nuttiger dat we ons in nederigheid buigen over onze
zondigheid, want het goede dat we doen, dat is maar onze verdoemde plicht.
Het is ons niet om God te doen, maar om de idee die
gedurende eeuwen herhaald werd, dat mensen weinig of niets aan hun lot kunnen
veranderen. De actuele – of net niet meer actuele discussie – over het feit dat
op grond van hersenonderzoek het brein ons stuurt, wat weinig ruimte overlaat
voor vrije wil. Men kan Dick Swaab moeilijk tegenspreken, las ik ergens, omdat
we niet over de data beschikken, die hij in het debat gooit. Maar het valt,
zeggen andere hersenonderzoekers moeilijk te staven dat onze hersenen los van
ons lichaam zouden staan – wat Swaab ook niet echt onderschrijft, want ons
lichaam handelt maar als het brein opdracht daartoe opdracht geeft. Maar als
het brein in dubio is over een geobserveerde werkelijkheid, wat moet die dan
doen? Wel is het zo dat de complexiteit van de hersenen zelf, waarbij volgens
Trudy Dehue nog de verschillende vormen
van beeldvorming nog altijd niet voldoende data aanleveren om zich een goed
idee te vormen van hoe bewustzijn en brein zich tot elkaar verhouden in de
visie van Swaab niet voldoende onder ogen wordt gezien. Niet nodig zegt Swaab,
want alles ligt besloten in de hersenen? Zou het, hoe kunnen we toch tot
besluiten komen over wat gedaan kan en moet worden.
De Abraham die met God sprak, hem overhaalde de steden
Sodom en Gomorra te redden, zou met Swaab ook in conflict komen, omdat Swaab
geen ruimte laat voor alternatieven, zegt men, terwijl het probleem met die
visie is dat we nergens zien hoe lichaam en … geest zich tot elkaar verhouden. In
de ene visie, waarin het brein alles stuurt en ons dus geen ruimte voor
vrijheid laat, valt moeilijk te verklaren waarom we anders oordelen over zaken,
anders communiceren ook. Het andere punt is natuurlijk dat de werking van de
hersenen alleen al daarom niet uniform kan zijn, omdat er heel wat stofjes
blijken rond te hangen, onder meer hormonen zoals serotonine , dat onder meer ons gevoel van geluk bepaalt,
onze angst vermindert, dan wordt het interessant. Abraham sprak met god en
vroeg die steden te redden, als er eerst 100 rechtvaardigen gevonden werden,
vervolgens 50 en dan 10, dan getuigt van moed in hoofde van de man op reis, op
een eindeloze reis. Voor ons is dat allemaal onzin, maar nadenkend over hoe de
rechtvaardigen wel gered werden, maar de steden niet, weten we dat er weer een
hoop andere vragen op, onder meer over wat nu een rechtvaardige is of wie rechtvaardig
mag heten.
De overwegingen zouden blijven komen, maar dit verhaal
binnen de Bijbelse context kan ons nog inspireren en dat was wat de auteurs
wellicht voor ogen hadden, al hebben wij de indruk dat er maar een mogelijke
lezing mogelijk is, of het niet (meer) te lezen natuurlijk. Verliezen we dan
niet wat verhalen met zich brengen, inderdaad een soort knusheid,
kampvuurgevoel, maar ook, inzichten en opheldering van wat er nog onbevroede bijgedachten
in ons woeden. Of we kunnen, mogen wandelen met God? Velen zullen het niet echt
een eer of voorrecht vinden, maar bijzonder zou het wellicht zijn, als we het
ons naderhand kunnen herinneren en erover, op onze beurt, vertellen.
Bart Haers


Reacties
Een reactie posten