De vurige Vleugelslag van het denken in donkere dagen: 10 vrouwen aan het woord
Recensie
Tien levens, tien keer filosofische bijdragen
Van vrouwen in donkere tijden
Alicja Gescinska. Vrouwen in Duistere Tijden. Tien denker van blijvende betekenis. De Bezige Bij 2025. 368 pp. € 29,99
Als student geschiedenis medio jaren 1980, kregen we
uitgebreide cursussen te verstouwen, als we dat wilden. Maar zoveel vrouwen
kwamen er niet aan bod, hoogstens iemand als Hypatia van Alexandria, die
vermoord werd door Christelijke bendes, die de stad wilden zuiveren van
heidense idolen. Hypatia hield zich bezig met Neoplatonische wijsgerige
discussies en was volgens de bronnen lange tijd geliefd door christenen en
heidenen in Alexandria, maar op een bepaald moment werd ze een hinderpaal voor
de kerkelijke instanties, Cyril of Alexandria en aan de andere kant Orestes,
die aan de zijde stond van Hypatia. Pas in de negentiende eeuw werd zij opnieuw
onder de aandacht gebracht en bleek haar bijdrage, zonder romantisering, van
enig gewicht. Alleen, in de stroom van grote filosofische geschriften was zij
niet prominent aanwezig. Ook Hanna Arendt bleef onbelicht, al was ze pas een 7
of 8 jaar eerder dan mijn studie aanving, gestorven. Over Etty Hillesom vernam
ik in de cursus niets, maar via een
medestudente die zich bezig hield met de Holocaust en Endlösung en af en toe in
Amsterdam boeken ging zoeken, waarbij ik haar wel eens vergezelde, ging er een
en ander rond, maar pas via een pocket leerde ik haar beter kennen.
Het probleem met Hilleshum, zoals Gescinska schrijft, was
dat men haar het verwijt toegooide zich niet in het verzet te hebben begeven.
Ze hielp via de Joodse Raad, waar Arendt zich tegen verzette na de oorlog,
mensen die naar Westerbork waren gebracht en op enig moment onherroepelijk naar
de vernietigingskampen werden vervoerd. Toch is haar denken over de dingen des
daags niet alleen een zaak van berusting, maar van omgaan met de vreselijke
omstandigheden. Ze wilde ook niet onderduiken, omdat dit een poging zou zijn
voor zichzelf een betere situatie te creëren dan die van de kampbewoners in
Westerbork of Sint-Michielsgestel. Het denken van Etty Hilleshum heeft me al
langer bezocht, net omdat de oorlogsomstandigheden en de aanpak van de Endlöung
in Nederland haar wel de weg die ze wilde gaan verstoorde, maar tegelijk gaf
die omstandigheid haar een aanzet haar visie op mens en leven te heroverwegen.
We zouden die verschillende figuren, schrifturen
systematisch kunnen aflopen, maar Alicja Gescinska werkt het zo uit dat het
lastig is er een resumé van te brouwen, wat een verdienste moet heten. Toch is
de keur van denkers, vrouwelijke denkers bijzonder, omdat zij elk op hun manier
eigengereid de vragen van de tijd onder handen nemen dan wel tegen het licht
houden. Soms hoorde je wel eens, als collegejongen of student, dat men van
vrouwen niet veel diepgang moet verwachten, want het zou hen aan zin voor
logica ontbreken. Ernest Hemmingway kennen we en velen aanbidden hem welhaast
als een held, een icoon, maar hij had een vrouw, die toen ze zijn houding moe
was, scheiden wilde en nog eens de prijs diende te betalen. Maar haar
levensverhaal leest als een avonturenroman, evengoed als men dat Hemmingway
toedicht. Alleen, bevoorrecht door haar familie, vader, Joodse gynaecoloog en
moeder suffragette, strijdster voor vrouwenrechten en bevriend met onder meer
Elanor Roosevelt. Martha Gellhorn werd geboren in 1908, zoals Hannah Arendt, de
een in Saint-Louis, Arendt in Linden bij Hamburg en was bereid uit het veilige
nest te verlaten. In Europa, met standplaats Parijs, leefde ze op karige
inkomsten, maar ze slaagde er wel in societygebeurtenissen bij te wonen in de
mooiste kleding die ze kon vinden, uit huizen met naam.
Wellicht begreep Alicja Gescinska dat de keuze voor
elk van deze tien vrouwen, van Rosa Luxemburg tot Barbara Skarga, die door een
onverwachte arrestatie door het rode leger jaren in de kampen en binnenlandse
ballingschap – voor de Russen dan – verbleef om vervolgens in Polen – het
andere deel van haar vaderland – bij Kolakowski te gaan studeren en
uiteindelijk als filosofe haar bijdragen leverde aan de filosofie. Elk van die
vrouwen, zo leert de inhoudsopgave al meteen, hebben hun eigen aandachtspunten,
alle hebben bovendien oog voor de deugden in een humanistische traditie. Men
zou dit evident kunnen vinden, maar wie naar onze tijd kijkt, merkt al gauw dat
niet iedereen begrijpt dat die deugden meer zijn dan een trukendoos die men
leert aan willige hondjes.
Waar Arendt in haar eigen bundel van opstellen en
redevoeringen over “Mannen in Donkere Tijden” en in haar briefwisseling hoop
putte uit de idee dat de dingen niet zomaar voorbij gaan, ook niet na of beter
in een zondvloed. Voor bijna al de mensen die Gescinska hier aan het woord
laat, heeft de zondvloed die de oorlog was en het verschijnen van autoritaristische
en totalitaire politieke constellaties, in eerste instantie toegejuicht door
het volk, het denken en de personen onder druk gezet, de confrontatie met een
moeilijk te verdragen werkelijkheid heeft hen aangezet nieuwe denksporen te
volgen. Jeanne Hersch die uit Polen/Litouwen vertrokken, met haar ouders in Genève
opgroeide en kon studeren, zou zich over de vrijheid buigen, waarbij de
ervaring van een redevoering van Martin Heidegger haar had verlamd. Maar ze kon
weer weg uit Freiburg.
Hoe populair waren die bewegingen? De beelden die men
toont van Berlijn na de Machtsgreep van Hitler zijn niet altijd betrouwbaar
want propaganda. Het valt op dat die auteurs, die alle vrouwen zijn, ook Rosa
Luxemburg, met hun voeten in de modder staan en zich niet, ver boven het vulgum
pecus uitstijgend, aan rozenvingerige ochtendstonden vergenoegen. Trouwens ook
de mannelijke filosofen, zoals Isajah Berlin, Max Scheler, Kolakowski en Czeslaw
Milosz brengt Alicja Gescinska tot leven zodat ze opnieuw ontdekt kunnen
worden.
Voor ons zijn Königsberg, Krakau en de
Oostenrijks-Hongaarse regionen ver van ons bed en buiten onze ervaringshorizon,
maar nu we zien hoe verwachtingen niet altijd op een ongelukkige wijze
beschaamd worden, maar net op een gelukkige wijze overtroffen, ziet men dat
politieke denkers en filosofen best niet voetstoots uitgaan van de gedachte dat
alles al in marmer is gebeiteld en we niet moeten hopen op beterschap. Deze wijsgeren
en denkers willen net begrijpen, zoals Hannah Arendt niet ophield aan haar
publiek duidelijk te maken, dat niet de dood alles bepalend is, maar het
handelen vanuit de idee dat men opnieuw kan beginnen. Van kwade wil getuigt het
dan natuurlijk dat filosofen meer dan eens zo duister proza plegen, dat een
mens er ook niet wijzer van wordt. Maar het boek, Eichmann in Jeruzalem leerde
me net omwille van de controverse die het opriep en vaak nog oproept, omwille
van de door Arendt geponeerde idee van de banaliteit van het Kwaad. Had Arendt
eerder gemeend, vanuit een Kantiaanse benadering, namelijk van de kampen en de
doden die men daar – ondanks de massale crematies, gevonden had, van een
absoluut kwaad te gewagen, dan lag het eraan denk ik, dat zij die schok van de
ontdekking – Alicja Gescinska vermeldt hoe Martha Gellhorn als een van de
eerste reporters bij de poorten van KZ Dachau de diepste
cirkels van de hel zag. Voor onze tijd blijft dat altijd op afstand, begrijpen
we niet goed hoe de burgers van Weimar in dat andere kamp, Buchenwald hebben
“bezien” en beleefd. Lange tijd, tot in de jaren zestig was het moeilijk voor
Duitsers om hun meewerken of gedogen van genocide en vervolging van politieke
vijanden, homoseksuelen, priesters en wie al niet meer onder ogen te zien, maar
Susan Neiman maakte duidelijk dat net de Duitsers succesvol mogen het als het
om de omgang met het verleden van de Nazitijd gaat. Toch heeft dat ook gevolgen
voor de omgang met de gebeurtenissen van deze tijd.
Altijd weer komt eenieder uit bij dat niet te vatten
beeld van concentratiekampen, werkkampen dan wel uitroeiingskampen – het
netwerk omheen Auschwitz laat zien hoe uitgebreid en verwarrend het allemaal is
– maakte het begrijpelijk dat Arendt én Gescinska het over donkere tijden
hebben. Barbara Skarga zou ervaren dat na het verdwijnen van Nazi-ellende de
miserie nog niet voorbij was. Deze mensen waren ooit kind en jong en wellicht
speels, maar ook raakten ze allemaal doordrongen van de ernst van het leven en
toch, heb ik de indruk delen ze met Arendt de idee dat het leven kunnen krijgen
én geven minstens zo belangrijk is als de onvermijdelijke dood. Het blijft
bizar dat we vaak zoveel inspanningen doen om anderen voortijdig om zeep te
helpen en voor onszelf en de onzen maar een opdracht zien, zo lang mogelijk
blijven rondlopen op de deze aardkloot, in het ondermaanse. Nativiteit staat
voor de idee dat we ook als het mis is gegaan, opnieuw kunnen beginnen.
In deze optiek leven we in een boeiende tijd, zij het
wel vol paradoxen, omdat we geen ruimte meer wensen te laten aan verveling, ook
niet in het weekend en tijdens vakantiedagen, altijd moeten we iets verrichten
en een doel hebben. Tegelijk willen we het allemaal kalm en rustig hebben, maar
wie Gescinska ’s boek aan het woord komt, heeft ervaren dat die rust
destructief kan zijn, zoals wanneer Etty Hilleshum met andere gevangenen die
niet onmiddellijk gedood waren bij aankomst uren op het appel moesten staan en
waarbij de koppen telkens opnieuw geteld moesten worden. Maar de mens is
waarlijk creatief, zoals Alicja Herz-Sommer in haar late levensdagen vertelde
over haar verblijf in Theresienstadt Als joodse pianiste was ze voor de oorlog
verbonden aan de Praagse omroep, waar ze dagelijks live pianostukken speelde
omdat er niet genoeg opgenomen muziek was. Zij overleefde Theresiënstadt, haar
man werd in 1944 naar Dachau overgebracht en gedood. Haar zoon overleefde de
kampen en werd ook musicus, een beroemd cellist. Maar haar creativiteit – voor
ze de opdracht kreeg voor het Rode Kruis muziek te brengen – blijkt hieruit dat
zij bedacht had dat ze in haar hoofd de 24
preludes van Chopin in het hoofd te blijven spelen, omdat ze voelde dat haar
alertheid in het Getto van Theresienstadt er snel op achteruit ging. Die onderneming
mensen te ‘verdelgen’ heeft de overlevenden veel kopbreken bezorgd. Het zou
goed zijn dat we de aanpak van eugenese, die nu nog meer mogelijkheden aandraagt
om mensenlevens kwalitatief te verbeteren, maar evengoed kan het ertoe leiden
dat mensen als overtollig worden weggegooid. Iemand als Barbara Skarga heeft in
de Goelag ervaren dat zijzelf en de medegevangen van geen tel waren, maar toch
sommigen belangrijker gevangenen waren dan andere.
In haar werk besteedde ze aandacht aan haat en
ressentiment schrijft Wikipedia, maar bij Alicja Gescinska gaat het over tijd (Henri
Bergson), Levinas en uiteraard de inspiratie van Kolakowski gaven haar eigen
ervaringen de ruimte en vleugelslag om de problematiek van de macht, zonder
zelf in politieke haarkloverijen verzeild te raken, te onderzoeken. Maar waarom
men van onverschilligheid geen thema, geen punt van belangstelling kan maken,
maakt het allemaal wel sterker. Nu kan men hier tussen deze stemmen wel een
alto continuo en dat is de auteur zelf, die haar begrijpen van het werken van
die dames en van heren als Kolakowski, Berlin en Scheler aan ons voorlegt.
De keuze van Alicja Gescinska om tien vrouwen aan het
woord te laten, op het eerste zicht eerder beknopt, vergezeld van een
biografische toelichting, die in donkere tijden hun weg hadden moeten zoeken. Rosa
Luxemburg, geboren in 1871 is de oudste, maar ook uit Polen en Litouwen, zoals
zovele van de andere dames die hun bijdrage hier in het licht gezet zien. Het
is de moeite waard te zien hoe onze clichés en mythes van de twintigste eeuw
toch wel bijzondere aandacht verdienen, kritische aandacht. Toen Luxemburg
stierf was Lenin nog maar net begonnen met de Communistische heilsstaat op te
richten. De Duitse sociaaldemocraten hebben denk ik, zoals in de geschiedenis
vaak het geval is geweest, de eigen positie proberen te behouden, door de
tegenpartij heftig te bekampen. Onvermijdelijk moeten we dan terug naar het
werk van Jacques A.A. van Doorn over het falen van de SPD, een tragisch falen
omdat men zoals in 1914 inleverde op de eigen geloofspunten. In het relaas dat
we hier aantreffen, verdient Luxemburg een meer genuanceerde waardering, zonder
dat het communisme er beter van wordt. Veel van de dames waren betrokken bij
linkse bewegingen, maar het is ook wel zo dat mensen – ook al waren ze lang
uitgesloten van de universiteit na hun studies, uitgesloten dus van de academie
– werd dat in de jaren dertig beter in bvb Zwitserland. Maar juist de namen die
men vindt in de inhoudstafel leest als de schatkamer van het denken. Moed, maar
ook vertrouwen en aandacht en zoveel maken deel uit van het leven van die
vrouwen, die toch waardering vonden, zoals het bijzondere verhaal van Barbara
Skarga waartoe Gescinska het nodige bijdroeg.
Het is in die zin ook wel een boek vol vrouwen die in
het vroegere Oost-Europa hun basis hebben meegekregen; wat tot bijzondere
resultaten heeft geleid, die we hier aantreffen. Men kan zelf wel andere
voorbeelden vinden van mensen die in Vilnius of andere plaatsen, Königsberg de
bagage kregen, weliswaar soms lastig om dragen, die hen in staat stelde anderen
hoop en moed mee te geven. Anna Achmatova kende ik als dichteres, maar ze bleek
een nogal roerig leven te hebben geleid, zoals velen gedwongen zich te accommoderen
met het regime zonder de eigen integriteit op te geven. Het moet intens geweest
zijn, maar het is wel meer dan een verhaal.
Slot, Intussen werd Alicja Gescinska de Socratesbeker
voor dit boek toegekend. Zij kan de verdienste op zich nemen bij te dragen aan
een beter inzicht in het denken in donkere tijden. Voor ons is het blijkbaar
lastig goed te zien hoe die tijden meer donker kunnen zijn dan de onze, maar
vergeten mensen die de jaren zestig tot 1990 meemaakten dat zowat alles wat we
wilden ook mogelijk leek en denken over de dingen kon verlopen in een brede
waaier van mogelijkheden. Juist voor een migrante als de auteur, Alicja
Gescinska blijkt de weg naar vrijheid en ontplooiing in het “vrije Westen” niet
vanzelfsprekend te zijn verlopen. Maar haar bijdragen zijn de moeite van het
overwegen waard.
Bart Haers



Reacties
Een reactie posten