Gewapende vrede als optie
Reflectie
Over noodzakelijke weerbaarheid
Si vis pacem, para Bellum
Alicja Gescinska. Hand van hoop. Pleidooi voor een vernieuwd pacificisme. Uitgeverij De Bezige Bij, 2026. 83 pp. 16,99 €
Het valt op dat aan dit boek een moto van Albert Camus voorafgaat, dat elke twijfel zou moeten wegnemen:
"La paix est le seul combat qui vaille d'être mené"
Camus vocht in het verzet voor de bevrijding en schreef in het verzetsblad "Combat". Het is de moeite waard hem beter te begrijpen. Alicja Gescinska volgt gelukkig eigen paden en brengt zo behartigenswaardige inzichten.
Alicia Gescinska heeft het debat over de financiering
van de vredeshandhaving verrijkt met een nieuw betoog, zo u wil een pamflet,
daarbij bedenkende dat pamfletten de opinievorming zeer kunnen aanjagen, zeker
als ze met de nodige ernst en toewijding worden geschreven. Het gaat hier om de
Abel Herzberglezing 2026, ter nagedachtenis
van en met het oog op het verbreiden het (joods) humanisme, dus het
humanisme dat we graag in de mond nemen, maar al eens vergeten vorm te geven,
handen en voeten te geven. Het pamflet werd met de boekdrukkunst geboren,
waarbij ook de hout- of kopersnede dienstig was om het publiek te bereiken en
te overkomen.
Alicja Gescinska is geen zeloot, maar haar methodologische
twijfel is niet à la Faust een twijfel aan alles, zonder zich te engageren,
maar de twijfel betreft de voorstelling van zaken en de aanvaardbaarheid van de
aannames die de publieke opinie lijken aan te sturen. Maar wie vertolkt, zo komt
hier aan de orde, de publieke opinie, de oorlogsstoker of de pacifist? Zoals
zal blijken weet de pacificist niets zeker, behalve dat men klaar moet zijn een
eventuele vijand te weerstaan zonder
zelf veel vermijdbare schade op te lopen. Moeilijk, moeilijk.
Het is dezer dagen niet vanzelfsprekend tegen het
discours van de Vredesbeweging in te gaan, zonder te vervallen in brutale
oorlogshitsige taal. Zou het? Maar ook, wie moet dat woord voeren, wie kan het
publiek rustig krijgen, bereid om te luisteren naar wat er gaande is in het
grensgebied van Europa, Oekraïne dus? De hand van een pas gedode vrouw in Boetsja,
een stad in Oekraïne, waar we nog maar nauwelijks over gehoord hadden, maar zij
was een van de 501 gekende slachtoffers van de Russische poging Kiev te
bereiken. Die hand verteld niet alleen wat er gebeurde, dat is gauw genoeg
verteld en kan ons nog maar amper in het middenrif raken, omdat we al te veel
bloed zagen druipen van het scherm. Echt bloed evenwel, van mensen die in
oorlogshandelingen om het leven komen, lijkt op acteursbloed, zou men kunnen
zeggen. Die hand vraagt zich af, vraagt ons, wat we gedaan hebben om het
bloedbad te voorkomen, als we de vijand niet als zodanig willen zien. Zelf
herinner ik mij de eerste oorlog in de
Golf, waarbij vader Busch opdracht gaf Koeweit te bevrijden van de
agressor, Irak, zonder dat Amerikaanse troepen voet aan de Iraakse grond zouden
proberen te krijgen, opdat de wankele evenwichten niet verder zouden verbrokkelen. Wat we zagen waren
flitsen op het scherm, alsof we naar een game zaten te kijken, maar wie de
console vast had konden we nauwelijks achterhalen. Toen zagen we nog maar eens hoever
propaganda kan gaan, want een neonatale afdeling van een kliniek was overhoop
gehaald met als suggestie dat de baby’s gedood waren. De dochter van de Koeweiti
ambassadeur was daarvoor ingespannen, want 15 jaar oud, dan kan je wel wat
verzinnen maar omdat in het Amerikaanse congres te mogen vertellen, daar zijn
andere verantwoordelijken voor. In de oorlog verdwijnt niet alleen de waarheid,
dat is al erg genoeg, maar zeker ook de medemenselijkheid.
Het Westen was het ermee eens, maar de burgers van
Irak, op dat moment niet. Goed 10 jaar later zou zoon Bush Irak aanvallen om de
haarden van terrorisme te vernietigen. Ook wilde men de aanwezige
massavernietigingswapens, die er zeker waren in beslag nemen en vernietigen.
Het goedkope excuus was dat men de data misschien niet goed bestudeerd had. Maar
het blijft voor mij huiveringwekkend hoe een hoge officier, Collin Powell werd in
de media voorgesteld als een betrouwbaar
man, een rechtzinnig militair en op het hoogtepunt van zijn loopbaan – dat nemen
we toch aan – bereid bleek uit te leggen hoe groot de militaire risico’s van het
Irak van Sadam Hoessein zou blijven als het land niet bevrijd werd van de
dictator. Hoessein was een dictator, juist, maar een land bevrijden van een tirannieke
kliek, dat lukt niet zonder de steun van de bevolking. Anders dan tijdens WO II
konden de Amerikanen hun welwillende
verovering van de minds and hearts zelfs niet beginnen, want de weerstand was
groot en men verdreef het hele middenkader van het regime, wat een dwaze
vergissing was. En in feite ook een inbreuk op het oorlogsrecht.
Het oorlogsrecht, het recht over oorlog en vrede te
beslissen is sinds de oprichting van de VN officieel een graad straffer ingeperkt
geworden, want een veroveringsoorlog beginnen kan nooit aanvaardbaar zijn, want
de oorlog is “buiten de wet gesteld”, waarbij men vooral keek naar de
overwinnaars van WO II en geen rekening hield de oorzaken en aanleidingen van
nieuwe oorlogen al in de bodem van de gekoloniseerde wereld lagen te wachten. Het
valt op, maar dat valt buiten het bestek, dat men altijd spreekt van
dekolonisatie, maar de landen die zich van de koloniale machthebbers wilden
ontdoen, zoals Nasser dat zag, wilden een eigen werkelijkheid, een eigen autonome
en soevereine politiek gaan voeren. Voor de landen in de Russische
invloedssfeer was daar bij lange na geen sprake en elke poging, zoals in de DDR
in 1953, in Hongarije in 1956 en de Praagse Lente, 1968 werd bloedig en met
veel repressief geweld de kop ingedrukt, waarbij het westen alleen kon en mocht
toekijken, want sinds 9 mei 1945 was Stalin en later zijn opvolgers de macht
toegekend over deze landen, vaak door muilezels van Moskou, zoals Walter
Ulbricht in Oost-Berlijn, maar ook in Polen kon Moskou mensen inzetten die
waren opgeleid – wat dat ook mocht betekenen – in Moskou. Het blijft mij
verbazen hoe weinig we weten van de geschiedenissen van die landen die 40 jaar lang
onder de stolp van Communistische Internationale overleefden en ook de vijanden
van bewapening blinken ter zake niet uit.
Na februari 2022 was onze reactie op zich zachtst gezegd afwachtend en niet echt
gericht op het steunen van Oekraïne, ook al hadden de regeringen daar volgens
het VN-Handvest wel het recht toe. Alicja Gescinska richt haar peilen op de
dames en vaak vooral heren, ook in Washington DC die menen dat met Poetin wel
te praten valt en net zoals in de jaren van Koude Oorlog, moest men de
verworven rechten van het Kremlin wel respecteren. Wie de beelden zag van de lange legertrein
van tanks en logistieke voertuigen op weg naar Kiev in 2022, kon alleen maar
vaststellen dat de Russen, zoals de Sovjetsoldaten in Afghanistan hun tour of
duty deden en liefst niet te veel risico liepen. Tijdens de zogenaamde Grote
Vaderlandse Oorlog hadden de soldaten aan het front meer schrik voor de
volkscommissarissen achter hen dan de vijand voor hen. Het mislukte beleg van Moskou en de
herinnering aan 1812 zouden de Russen meer strijdvaardig gemaakt hebben,
terwijl men vooral bedenken kan dat de Russen ook wel begrepen dat een Duitse
overheersing hen niet beter zou uitkomen dan wat Stalin al had laten zien. Bijgevolg
groeide de bereidheid om te vechten, niet voor vadertje Tsaar of Stalin, maar
voor hun eigen belangen. Maar de Sovjet-Unie was niet klaar voor oorlog, omdat
Stalin gedurende jaren er alles aan gedaan had om zijn generaals en
maarschalken weg te zuiveren. Kortom, het Ribbentrop-Molotovverdrag was een poging
vanwege Rusland om het leger opnieuw kracht te laten komen, mits het verzenden
van grondstoffen en graan naar het Derde Rijk, als compensatie, zodat men kan
zeggen dat de Sovjet-Unie mee de bewapening van Nazi-Duitsland hadden mogelijk
gemaakt. Overigens had ook de Republiek
van Weimar banden aangeknoopt met die andere pariastaat om bijvoorbeeld
militaire oefeningen met tanks te organiseren, buiten het beeld van de
geallieerden. Simpele verhaaltjes helpen het betere begrip niet, maar het
geloof van de een of de ander onoverwinnelijk te zijn en de ander die de mythe
van macht van aarde hanteerde als argument voor een eigen onoverwinnelijkheid maar
tegelijk kwam het volk tot strijdbaarheid, ondanks de fratsen van Stalin. Doch
na de oorlog begon Stalin opnieuw de teugels van de paranoia te vieren en
opnieuw dissidenten en joodse Russen te vervolgen.
De postkoloniale oorlogen, in Afrika nog wat grimmiger
dan elders omdat er veel onduidelijkheid is over wie wat wil bereiken, behalve,
zou men kunnen denken, mensen tot slaaf maken of anders domweg te doden omwille
van de coltan en andere zeldzame metalen. De these van Alicja Gescinska is
daarom het overwegen meer dan waard. Maar, vermoed ik dan, zal ze ook beseffen
dat de hoop die de hand van die vermoorde vrouw uit Boetsja zelf meedraagt en
ons wil geven, naast gepaste militaire slagkracht in stand houden, vergt dat de
burgers weten waarom dit nodig is, wat ze ook expliciet zegt, maar tevens dat
opnieuw platformen worden gebouwd waar men tot vreedzame co-existentie kan
komen.
In mijn jeugdjaren leerden we over Finlandiseren, hoe
Europa dreigde gedwongen te worden tot welwillende onderworpenheid aan Moskou,
wat wellicht de positie van Finland niet helemaal correct inschatte. Na de
winteroorlog begreep Rusland wel degelijk dat de beer niet zomaar de overhand
kon halen op de Finnen, die klaar waren voor de oorlog, maar intussen in vrede
konden leven.
De Vredesbeweging stond intussen graag op de
barricaden. Er waren de betogende politici
en brave mensen die in de buurt van Kleine-Brogel wilden betogen dat er
geen kernwapens mogen opgeslagen worden in ons land. Zelf vond ik dat
bijzonder, omdat een land in staat moet zijn zichzelf te verdedigen. Maar dat
wordt dan vaak begrepen als klaar staan om aan te vallen. Hoezo?
Alicja Gescinska heeft het met recht over de Rechtvaardige oorlog, maar als de
aanvalsoorlog verboden is door de UNO, dan zijn sommige landen er niet toe
geneigd zich daaraan te houden, altijd weer argumenten vinden voor een
vermeende vorm van bedreiging door een vaak beduidend zwakkere tegenstander,
zoals het pas in 1919 gestichte Polen, dat in 1939, kort na het sluiten van het
pact tussen Berlijn en Moskou door nazi-Duitsland en Moskou werd bezet, met een
bestandslijn aan de Wisla en San, later de Boech, maar vanaf juli 1941 was dat
natuurlijk zonder voorwerp.
Wat houdt pacifisme in, dat het niet iedereen kan
bekoren, die de vrede genegen is? De vrede willen bewaren ten koste van alles
kan men afmeten aan het falen van Daladier en Chamberlain, die aankomend op een
vliegveld bij Londen “Peace for our time” uitriep, met een blaadje in de hand. Neville
Chamberlain en Daladier, de Franse eerste minister gaven Tsjechoslowakije op,
nadat de nazi’s Sudetenland hadden ingenomen. Letterlijk bleef de rest van het
land en bleef Praag nog korte tijd gevrijwaard van bezetting, maar in de
praktijk gaven die politici, die hun land buiten de oorlog wilden houden, het
hele land op, daarbij over het hoofd ziende, dat dit een aanmoedigingspremie
betekende voor Nazi-Duitsland. De oprichting van het Reichsprotectoraat Bohemen
en Moravië bezegelde de overname van het land en men kon Skoda het industriële
conglomeraat Skoda, een van de beste industriële ondernemingen in het
voormalige Habsburgse rijk, inzetten voor de Duitse oorlogseconomie. Hitler zou
er nooit van hebben afgezien.
Men zegt ons graag dat er onderhandeld moet worden met
Poetin en dat de man redelijk is in zijn verlangens, maar aan Oekraïne stelde
hij scherpe, niet in te lossen eisen. Hoe zou men dan kunnen vertrouwen op de
welwillende intenties. Zoals in 1979, toen de NAVO de doctrine van bewapening
en onderhandelen vastlegde, zal men zowel het een moeten doen, herbewapenen,
maar ook en pas dan, onderhandelingen over vrede en veiligheid in Europa aanvatten,
met een stevige stok achter de deur. De NAVO is overigens geen offensieve unie,
al dacht de 47ste president Europa te kunnen opvorderen om de illegale
oorlog tegen Iran te hulp te komen, wat terecht afgewezen werd. Schepen in de
Golf van Aden konden wel, uit welbegrepen eigenbelang.
Alicja Gescinska bracht mij met haar betoog over Pacificisme
aan het denken, ongewapend de vrede bewaren met landhongerige buren, dat wist
Polen al in de achttiende eeuw, leidt alleen naar het zekere einde en de onderwerping.
Pacificisme wil net dat we sterk staan, zodat eventuele tegenstanders wel drie
keer nadenken voor ze zich in militaire avonturen storten. Het is niet zo, moet
men tot slot vaststellen dat er een blauwdruk bestaat, een helder voorstel
klaar ligt, maar gewoon geloven in de vriendschappelijke bedoelingen van het
Kremlin of Peking, lijkt niet alleen naïef, het is zelfs een uiting van
plichtvergeten bestuurders die het volk niet willen lastig vallen, terwijl datzelfde
volk behoorlijk op de hoogte is van de situatie, meer dan ooit. Mogen de
regeringen van de EU dan geld verspillen
aan militaire uitgaven? Uiteraard niet, maar het is een lastige sector om
helemaal zeker te zijn dat alles zuiver op de graat verloopt. Maar het zal wel
nodig zijn dat in het oog te houden.
Bart Haers



Reacties
Een reactie posten