Respect voor instituties tot nut van 't algemeen

Reflectie


Van oude demonen
Europa zou falen en andere overtuigingen


Walter Bagehot (1826 - 1877), bankier,
ondernemer en auteur van reflecties
over de Britse politieke structuur en
instituties. Naar hem is een column
in The Economist genoemd. 
De instellingen zijn niet langer bestand tegen het populisme en tegen de overtuiging, heet het, dat alle dromen van een betere en rechtvaardiger wereld naar de verdoemenis gaan. Is het zo dat men in Duitsland, zoals ik het wel eens hoor, flutjobs heeft ingevoerd, of heeft men precies de kans gegeven aan mensen om zich te versterken en vooral, in voormalige DDR-länder mensen opnieuw hoop te geven? In Europa zien we dat men zich geen blijf weet met de toekomst van Europa en met het feit dat bijvoorbeeld Portugal erin slaagt de overheidsfinanciën weer op orde te krijgen, met een linkse regering.

Bedenken we toch eens, hoorde ik een stem zeggen, hoe ver we zijn afgedreven van wat we ooit als doel voor ogen hadden staan. Het was in de nadagen van de Vlaamse Beweging en een oudere man vond dat men vergeten was de idealen van .... Rodenbach in gedachten te houden. Vreemde opmerking want geen van de aanwezigen wist wat Rodenbach in 1875 tijdens de Grote Storinge bezield had, behalve degelijk onderwijs in het Nederlands, gezien de rol van Guido Gezelle ging het wellicht vooral om West-Vlaams. Veel staatkundige inzichten zal de jonge dichter wel niet in gedachten hebben gehad.  Men moet begrijpen, denk ik, dat dit wel vaker in de Vlaamse Beweging heeft gespeeld, de idee dat men stevige, robuuste instellingen nodig heeft, parlement, justitie en ambtenarenstatuut opdat men een goede staat blijvend kan laten floreren. Het is niet de staat die welvaart creëert, maar zonder goed functionerende staatsinstellingen lukt het niet om blijvend welvaart en welbevinden mogelijk te maken, want dat ligt bij de burgers. Vormen van corruptie of toe-eigening van delen van het overheidsapparaat en middelen bedreigen evenzeer de staat als populisme, samen zijn deze krachten desastreus. Wie kan nu zeggen of de VSA over vier jaar nog sterk genoeg blijken zal om de wispelturigheid van Trump te weerstaan?

Van belang is het dus aan staatsinstellingen de nodige aandacht te besteden en zeker wie de democratie genegen is, zou dat institutionele raamwerk ernstig moeten nemen. Het gaat niet om doelen, maar om instrumenten om doelen te realiseren, waarin mensen het beste van zichzelf kunnen geven. Nu de discussie in Frankrijk lijkt te verschuiven van de vraag voor wie te kiezen naar "waarom nog kiezen" kan men merken dat al die praatprogramma's op de Franse publieke omroep in feite vooral de malaise lijken te versterken. Want men blijft vaak steken bij de ideologische tegenstellingen, bij het feit dat ook de instellingen uitgewoond zijn, het feit dat de president eens verkozen niets meer weet aan te vangen met de macht en het gezag dat hem is toebedeeld. Laten we het ernstig nemen, dat probleem van verzwakkende instellingen, maar laten we het ook niet veralgemenen, want er zijn landen waar de overheidsinstellingen weliswaar minder prominent in beeld komen, maar wel doen wat moet.

In Duitsland blijkt men uit de crisis van 2003, toen de begrotingstekorten hoger uitvielen dan de vastgestelde 3 % wel degelijk oplossingen gevonden te hebben. Mijnheer Trump lijkt geobsedeerd door de Duitse economische en financiële macht die het land nu heeft verworven, maar ook in Europa is niet iedereen gerust op de uitkomst van deze constellatie. Trump meent dat Duitsland een onrechtmatig profijt haalt uit de zogenaamde zwakke positie van de Europa, maar dat komt ook uit het beleid van de VS en de financiering van het overheidstekort.

Generaties zijn opgegroeid in de VS en in Europa met de idee dat het beleid gevoerd wordt via en door legitieme instellingen, de politie, het gerecht, de wareninspectie, het leger, onderwijs en zoveel meer, Bruggen en Wegen bijvoorbeeld. Als we kijken hoe ideologen sinds Tatcher, Reagan en de jonge Verhofstadt de staat als oorzaak gingen zien van disfunctionerende economieën, wat door de neoconservatieven en de neoliberalen nog verder versterkt werd, dan moeten we ook zien hoe anderen die instellingen ter harte zegden te nemen, maar zo dat er geen ruimte voor verandering, verbetering meer was, zodat we moeten vaststellen dat er sinds goed twintig jaar een gridlock ligt op het bestel. Men kan het niet meer volmondig steunen, maar men ziet ook, gezien het falen van de onzichtbare hand, niet goed in hoe het dan wel moet. In feite kan men bij Adam Schmidt geen aanduiding vinden voor het werkelijke functioneren van een blinde hand, laat staan die altijd gewenste resultaten zou brengen. Voor wie gewenst, blijft dan nog de vraag.

Nog eens, de malaise in Frankrijk is er een die al sinds 1981 woekert, net omdat François Mitterand zich als een koning gedroeg, maar na twee jaar samenwerken met de communisten voor een liberaal beleid koos, waarvan de resultaten niet helemaal uitpakten zoals verwacht omdat de staat een al te sturende rol bleef spelen. Frankrijk lichtte wel eens de hand met de Europese beperkingen op overheidsingrepen in de economie, vooral als het erop leek dat de Franse (overheids-)belangen geschaad werden, want dan diende met het concurrentienadeel op te heffen. Of het de Franse economie ten goede is gekomen, valt niet te bepalen, maar dat Frankrijk ondanks een lichte verbetering nog altijd in zwaar weer zit, ligt er onder andere aan dat men behalve de wetgeving op de Vijfendertigurige werkweek onveranderlijk vast heeft gehouden aan de clausules omtrent overuren en aan de rigiditeit inzake ontslag. Leuk is dat niet, ontslag krijgen, maar als een werkgever een of meerdere werknemers om economische redenen moet ontslaan en hij weet hoe lastig het is, zal het aanwerven ook een zwaar parcours vormen, want een fout maken betaalt men cash, als werkgever.

De economische instituties en wetgeving werd vaak gezien als een poging om de markt onder controle te krijgen en te houden. Toen neoliberalen gingen claimen dat overheidsingrijpen voor de bedrijven en de economie geen gunstige effecten ressorteerden, werd het kind met het badwater weggegooid en werd het bestaande onevenwicht tussen KMO's, midden- en kleinbedrijf en de grote spelers nog versterkt. In die zin heeft de globalisering van de wereldeconomie in Europa en de VS wellicht invloed gehad op de arbeidsmarkt. Maar het valt op dat men de rol van de automatisatie van productieprocessen en afbouw van arbeidsplaatsen op de werkvloer van de bedrijven minder onder de aandacht heeft gebracht. Datzelfde proces van robotisering heeft bij hooggeschoolden nieuwe kansen geboden. Vandaag, zo leest men vaker aan aangenaam is, dat men geen personeel vindt dat over geschikte vaardigheden beschikt en dus verhuizen ondernemingen naar India en andere landen waar wel ingenieurs te vinden zijn.

Het onderwijs is evenwel bij uitstek een domein waar ideologische overwegingen het beleid bepalen en dan vooral de wens de ongelijkheid weg te werken, weegt door. Edoch, in landen waar men het openbare onderwijs op die leest heeft geschoeid, zijn er ook steeds minder hoog geschoolde mensen uit dat onderwijs voortgekomen en krijgen topinstellingen vooral mensen uit de financiële van de samenleving met alle nadelen van dien, zoals toenemende ongelijkheid. Zelden ziet men politici toegeven dat hun doel niet bereikt werd of dat ze net door het beleid de andere kant opgingen, de kant die ze niet bedoeld hadden.

Het bestaan van instellingen, die geleidelijk door de ervaring zijn gekneed geworden en bijgestuurd, van parlement tot en met het ambtelijke apparaat, garandeert, als er consensus mogelijk is over het doel van die instellingen, namelijk de werking van de overheid stroomlijnen en de ontwikkelingen in de samenleving, van democratisering van het onderwijs, alle kansen geven, werd na Mei '68 niet meer als een acceptabele aanname beschouwd. Toch blijkt er veel ten goede gekeerd. De geneeskunde is toegankelijk voor iedereen in Europa, maar de geneeskunde groeide deels omdat ze zo breed toegankelijk werd en dat ging niet zonder slag of stoot en ook nu zoeken allerlei spelers naar de middelen om de boel te stroomlijnen in de richting van geneeskunde voor iedereen tegen betaalbare prijzen of naar een geneeskunde met twee snelheden, waarbij de armen wel geneeskundige zorgen genieten, maar niet meer zo gemakkelijk als het ooit was, in de loop van de jaren 70 en 80.

We leven tot slot in een complexe samenleving waarbij de staat voor veel zaken moeten instaan die zelfs een eeuw geleden nauwelijks te voorzien waren. Er is een diversificatie opgetreden en uitwaaiering van taken, die lang niet altijd door de private sector opgepikt werden, tenzij men op een quasimonopolie kon rekenen. De liberalisering van de markt van het spoorvervoer voor goederen raakt slechts moeizaam in de fase van een open competitie en de diensten voor personenfiguur blijven in België zeer gesloten, terwijl in Nederland operatoren in hun werkgebied over een monopolie beschikken. Denkfouten? Wellicht de aard van beestje, treinsporen aanleggen, wissels onderhouden en treinstations toegankelijk houden, het vergt zware financiering en de marges zijn beperkt. Aan de andere kant, een monopolist met staatsgarantie kan ook niet zomaar geld uitstrooien en in België heeft de monopolist nog steeds geen goede modus operandi gevonden om kosteneffectief te werken.

De toekomst van onze samenleving ligt in handen van velen, waaronder regering en parlement, maar ook andere partijen, maar per slot van saldo zijn ook u en ik betrokken partij. Het is niet enkel ons "heil" dat in het geding zou zijn, maar in een veranderde samenleving de herkenning van de nieuwe parameters, zoals het feit dat de welvaart in China, India... omhoog gaat voor meer mensen dan ooit voordien het geval was. Ook gaat het in Afrika in een aantal opzichten beter, maar het vermogen stabiele regimes - niet regeringen - in het zadel te krijgen mislukken helaas te vaak. omdat de kluizen, de schatkisten, vooral wanneer zeldzame aardmetalen in het geding zijn, moeilijk afgesloten blijken voor de zetelende macht of zij die het over hebben genomen. Er is dan ook geen sprake in die landen van respect voor de instellingen en het belang van een goed, behoorlijk bestuur.

In Europa kunnen we er dan ook niet mee volstaan te zeggen dat Europa voor vrede en stabiliteit, voor welvaart heeft gezorgd. Ook heeft men door respect op te brengen voor instellingen en voor de positie ervan mogelijkheden geschapen in goed vertrouwen te ondernemen, innoveren, te leven. Het valt op dat men in de discussies met onder meer Polen en Hongarije wel spreekt over de mensenrechten, wat belangrijk is, maar minder over het belang van respect voor de instellingen. Het mag lijken dat we ons hiermee aan het systeem onderwerpen, met Tinneke Beeckman moeten we erkennen dat men rebel kan zijn en toch het bestel zelf in de waarde laten. Zij had het over de filosoof Socrates die op de agora mensen aansprak en vroeg wat begrepen als ze het over moed hadden of over waarheid. Maar, schrijft zij, was Socrates bereid de wetten die in Athene golden te respecteren, al was hij het er oneens mee. Hij wilde tegen de communis opinio, de doxa ingaan, maar zijn verzet erkende dat er een systeem was, een bestel dat mensen kansen gaf goed te leven. Wil men wetten veranderen dan moet men zich op de agora begeven en in debat treden. Socrates verloor het pleit tegen de demagogen en liet een haan offeren aan Asclepios, omdat hij  genezen was van de aandrang zichzelf te redden. Nu we geconfronteerd worden met politici die zelf de instellingen die ze zouden moeten borgen op de helling zetten en spelen met het vertrouwen van burgers in referenda en plebiscieten is het aan ons, burgers om die politici duidelijk te maken dat instituties, democratisch functionerende instituties de beste garantie vormen voor maatschappelijk en persoonlijk welbevinden. Wat Theresa May doet in het UK betekent niet dat zij de meerderheid (van 2 %, dus 52 % van de mensen die gingen stemmen) ter wille zou zijn, maar vooral de minderheid, die in de EU wou blijven geen enkele ruimte laat. Het volk heeft gesproken? Volgens Rousseau die geloofde in de macht van de meerderheid wel, maar of Walter Bagehot met die benadering vrede zou hebben gehad? Of hoe een binair systeem, de zwakte van het Britse politieke systeem, vanzelfsprekend en automatisch tot polarisatie leidt.

De instellingen staan dan ook niemand in het bijzonder ten dienste, maar het geheel, de samenleving en laat personen toe, zoals Socrates begreep, ondanks fouten van individuele bewindvoerders en soms foute aannames van de communis opinio, van opiniemakers in het bijzonder, een goed leven te leiden. Systeembevestigend? Het valt nog te bezien, want als we zien hoe nu in allerlei landen met grondwettelijke afspraken de hand wordt gelicht, is het echt wel cruciaal dat men de instellingen in ere houdt tot nut van 't algemeen en indien nodig, na goed overleg de verbeteringen aanbrengen die men nuttig en wenselijk acht. Het systeem is immers ook dat wat een vreedzaam en goed samenleven mogelijk maakt en niet omgekeerd, dat mensen er zouden zijn om het systeem te voeden als was het een moloch. Demonen vrezen? Het systeem kent demonen, dat is zo, maar er zijn ook goede demonen denkbaar.



Bart Haers  

Reacties

Populaire berichten