De kracht van vrijheid en innerlijke spraak
Reflectie
Het brein of wat we vermogen
Oordeelsvorming en vrijheid van denken
![]() |
Reni Guido schilderde deze Sint-Sebastiaan, hoewel lijdend martelingen, toch een efeeb, rond 1618. |
Ik
schreef al over dit boek van Herman Kolk, 11 september 2012[i],
want toen al leek het me belangwekkend en tegelijk kreeg men er in de media
geen debat over. Toen later Swaab een versie bracht voor kinderen van "Wij
zijn ons brein" kwam een advocaat het boek nog wat extra aandacht geven,
maar een kritische stem was er zo te zien niet te vinden. Swaab mocht zijn ding
doen, wie het ermee oneens was, had geen wetenschappelijke argumenten. Vandaag
komt er nog iets bij, want nu we zien hoeveel ICT in de aanbieding heeft,
zullen we ons af en toe op ons eigen brein terug moeten plooien. Het komt me
voor als men vrijheid ziet als het vermogen iets te doen, iets te scheppen,
iets nieuws te beginnen, dat de term een andere kleur krijgt.
Herman
Kolk ondernam een poging om aan te geven dat de verschillende experimenten die
dienen aan te tonen dat we door ons brein gecommandeerd worden, met andere ogen
te bezien, zoals in de wetenschappelijke praktijk te doen gebruikelijk is,
namelijk het debat voeren over wat men uit onderzoek kan afleiden. De neiging
bestaat, zo toont Kolk aan, dat we uit onderzoek alleen maar eenduidige
conclusies kunnen halen, terwijl dat onderzoek, die feiten, zoals bij de Libet-experimenten
aan het licht kwamen, lieten wellicht net zien dat tussen opdracht en
uitvoering niet meer tijd nodig is als mogelijk voor het transport via de
zenuwbanen, 300 milliseconden. Kan het
sneller? Allicht bij autonome reflexen, waar bewegingen en handelingen helemaal
zijn ingesleten, maar toch, de idee dat ons brein ons commanderen zou, blijkt
uit het boek van Kolk, nogal een bizarre constructie, waarbij sommigen menen
dat het om het cartesiaans theater gaat: je hebt geest en je hebt materie.
Blijft
dan de vraag, die ik al tijden telkens weer zie opdoemen, waarom er filosofen
en andere mensen zijn die geloven dat we gedetermineerd zijn. Voor de materie geldt
dat in hoge mate, al kan de werking van krachten tot onverwachte resultaten
leiden. Voor levende organismen, zeker voor wezens met een bewustzijn, niet
enkel mensen, ontstaan situaties waarin het observeren kan leiden tot een
andere dan een reflexmatige handeling. Het bewustzijn bij mensen, geeft
aanleiding tot iets even banaals als bijzonders, namelijk de innerlijke spraak.
Ons bewustzijn, zo leren we, komt aan het licht door die innerlijke spraak,
zoals het ook vooral blijkt als automatismen niet meer voldoen en we
conflicterende oplossingen moeten waarderen. In het leven van de geest speelt
het oordelen een belangwekkende rol en niets is zo moeilijk te voorspellen als
het oordeel, omdat onze blik, onze inzichten wel rationeel verwerkt worden,
maar niet iedereen weet hetzelfde over eenzelfde fenomeen. Toch lijkt men ervan
uit te gaan dat mensen doorgaans niet weten wat hun oordeel waard is, behalve
mensen die zeker zijn van hun gelijk. Anderen kunnen dat niet straffeloos in
twijfel trekken.
Wat
Herman Kolk ons te overdenken meegeeft, betreft het vermogen waarover we
beschikken om dingen te doen, te bedenken die niet onmiddellijk gegeven zijn.
Als het bewustzijn van belang is, dan blijkt ook het onbewuste functioneren van
ons brein van belang, wat ertoe bijdraagt dat we bewust onze aandacht gericht
kunnen houden op wat ons aanbelangt. In feite doen we dus altijd aan
multitasken en dat blijkt uit het gegeven dat bij experimenten mensen die even
iets anders doen betere antwoorden op vragen kunnen geven. Geef mensen eerst
een moeilijke reeks vragen, laat ze zich dan even verliezen in een aangenaam
spel en dis vervolgens die vragen opnieuw op en men komt tot betere antwoorden
dan bij mensen die langer met die vragenlijst bezig mochten zijn maar niet met
andere zaken. In het onbewust functionerende brein komen er afwegingen tot
stand die we niet kunnen volgen, maar die we naderhand kunnen verantwoorden, te
beginnen voor onszelf. Stel, je wandelt in Brugge het station uit en hebt je
voorgenomen naar het Begijnhof te wandelen, maar er zijn meerdere wegen
mogelijk, afhankelijk van de andere verlangens die je koestert. Onbewust neem
je de kortste weg, want je weet dat er vlakbij een aangenaam eethuis open staat
voor mensen die een laat ontbijt wensen of een brunch.
Toch
zien we uit de voorstelling van zaken iets verschijnen, waar we in het
dagelijkse spreken over denken zelden de aandacht op gevestigd zien, namelijk
de innerlijke spraak. Het bestaan ervan werd niet prominent aangedragen, zo stel ik na
lectuur, tweede lectuur, vast, want men krijgt doorgaans de indruk dat zoiets
als innerlijke spraak net leidt tot zelfbegoochelingen, wanen zelfs. Herman
Kolk vindt net dat fenomeen dat we met onszelf Maar op zich is de innerlijke
spraak een noodzakelijk instrument om samen te brengen wat er in het brein
gaande is, zodat het bewust kan worden. Stel dat we in een museum rondlopen en
je weet dat in die zaal het werk van Bosch te vinden is, maar je moet wel heel
veel andere zalen doorlopen. De verleiding is groot om er snel heen te lopen,
maar kan je zomaar aan Goya voorbij gaan? Sta je voor de "Dos de
Mayo", dan zie je een doek dat je kent uit boeken en van internet, dat je
al eens zag bij een eerder bezoek, en dat blijft beklijven, al moet je eerst
weer helemaal in het gebeuren binnenstappen. Je kijkt en ziet details die je
vergeten was, krijgt het hele gebeuren voorgeschoteld en begrijpt dat hier meer
dan een doek te bekijken valt.
Het
valt op dat hedendaagse kunst zelden die veelheid aan referenties laat zien,
die het schilderij "De Hooiwagen" van Jeroen Bosch te zien geeft en
dat je, kijkend, meegaat in de idee dat de zonde wel niet loont, maar toch ook
attractief kan zijn. In de "Tuin der Lusten" komt die gedachte ook
aan bod. De zonden van het vlees schildert hij met zichtbaar genoegen en zelfs
al volgt de straf, lijkt hij te vertellen, dan dat is niet meer voor ons als
levenden. Dat dit werk uitgerekend in Spanje terecht is gekomen, dat eeuwenlang
als een achterlijk land werd beschouwd en dat een donkere, reactionaire legende
torst waarin de Inquisitie de hoofdrol speelt, maakt de boodschap van Bosch er
niet minder prangend om. Zeker als je later tijdens de wandeling El Greco tegen
mag komen, begrijp je dat Bosch misschien wel meer dan andere schilders een
mensbeeld wilde brengen dat niet meer getormenteerd werd of wordt door donkere
gedachten over straf en verdoemenis. Men noemt hem een moralist, maar is het
ondenkbaar dat Bosch best wel eens de Lof der Zotheid, van Erasmus zou
commentariëren. Moralisten vertrekken van een moraal die als normaal beschouwd
wordt en vrij strikt oogt, maar vaak zijn die 'oude' moralisten ook het meest
geneigd grappen te maken over wat de moraal vergt.
Omgaan
met kunst, met schoonheid ook kan iemand in vervoering brengen, al lijkt dat
voor anderen een hoogst bizar fenomeen, want wat zie je dan toch op dat paneel
van Rogier van der Weyden? Kleuren mevrouw, en een kinneke Jezus, maar vooral
dus een compositie die verbeelding in de werkelijkheid van zijn tijd vorm
geeft. Dan zie je op de aanbidding van de wijzen iets wat we vandaag wellicht
niet kunnen plaatsen, de zwarte koning is een echte zwarte man. Hadden die
mannen in Brugge en Antwerpen dan al Afrikaanse mensen gezien?
Kijk,
dat is wat denken doet, je krijgt verschillende zaken voorgeschoteld en al
kijkend komen er associaties bij, die soms al eens een glimlach ontlokken.
Kijkend naar de Tuin der Lusten stonden twee Antwerpse meisjes naast uw dienaar
en zich vroegen zich af of Bosch nu werkelijk alle zonden uitbeeldde. Ze
begonnen te tellen en zagen bijvoorbeeld geen scène waar onanie of annale seks
bedreven werd. Maar het ging om moralisme, dus ik kan me niet van de gedachte
ontdoen dat Bosch juist de moralisten de maat wilde nemen. Of nog, Bosch gaf
zijn oordeel, in alle vrijheid over wat mensen zouden willen maar om redenen
van sancties hiernamaals niet durven. Toen ik hen dat voorlegde, vonden ze het
aangename gedachte. We liepen samen op en kwamen een efebe tegen, een Sint Sebastiaan
en ik vroeg wat ze ervan vonden. Een mooie jongen. Maar het is een man die dat
model schilderde, met zoveel toewijding. De ene rolde met de ogen, de andere
sloeg even de hand voor de mond, want mijn opmerking was blijkbaar ergens
aangekomen, want ze zagen niet dat ook kunstenaars mensen zijn. Over Carravagio
hoefde ik het zelfs niet te hebben. Toen ik hen een paar uur later nog eens
bijna in de armen liep, besloten we samen een koffie te drinken en kwam het
gesprek op deugdzaamheid in de kunst, want ze begrepen niet dat er zoveel naakt
ook in de kerken te zien was. Ik denk dat we van de ouden te gemakkelijk
aannemen dat ze zo strikt naar de normen leefden, omdat we ons niet kunnen
inbeelden hoe zij met de lusten omgingen. Het blijft van belang te zien dat die
schilders niet alleen toonden wat hoorde, maar wat ze van belang vonden en soms
net niet vonden sporen met de norm van hun opdrachtgevers, maakte het juist
boeiend voor die kardinalen en vorsten die hun leefomgeving graag versierd
zagen. Overigens, ook de metamorfosen van Ovidius boden ampel gelegenheid om de
kleine ondeugden in de verf te zetten. Of
wij dat kunnen lezen, vergt dus ook weer het samenbrengen van veel info.
Dit
heeft dus ook te maken met het aanvoelen wie we zijn en hoe we tegen onze
omgeving aankijken. Maar dus ook met vrijheid, want we kennen de
maatschappelijke normen, maar weten ook wat die waard zijn, of nog, we kunnen
oordelen over wat we doen of in gedachten hebben. Morele vrijheid claimen
betekent nog niet dat we bandeloosheid zouden aannemen als norm, maar wel dat
we binnen het gamma van mogelijkheden in onze omgang met anderen kunnen kiezen,
waarbij de vreugden des levens ook wat waard zijn. Informed consent? Net wat u
zegt.
Het
is dan ook zo dat we van onze omgang met anderen in het kader van het goede
leven mogelijkheden en gradaties hebben, waarbij we kunnen instemmen met een grote
of beperkte intimiteit, een intimiteit des vlezes of een van gedachten, zonder
dat we ons achteraf schuldig zouden moeten voelen. Want leven we nu zogenaamd
in een tijd van vrijheid, dan moet toch gezegd dat er iets aan de hand is,
namelijk dat onder druk van moralisten en perfectionisten, mensen zich niet
meer tevreden kunnen voelen met wie men is en zoals men is.
Hermen
Kolk geeft ons mee dat onze vrijheid ook verantwoordelijkheid meebrengt en dat
hoeft echt niet als een belasting of inperking van die vrijheid begrepen te
worden. We kunnen namelijk ook goede dingen aanrichten, kindjes maken
bijvoorbeeld en ze goed opvoeden, niet omdat het een maatschappelijke plicht
zou zijn, maar omdat we het zelf willen. We kunnen dus ook kunst vervaardigen
of een beroep met grote inzet uitoefenen en er de waarde van zien. We kunnen
domweg accepteren dat we sociale wezens zijn en ons niet hoeven te isoleren van
de boze buitenwereld, want we kunnen ervaren die wereld lang niet zo slecht is,
of wegens te losbandig of net wegens te conservatief.
Het
brein dat door miljoenen evolutie tot stand kwam en bij elk van ons hoort, zij
het dat het niet altijd feilloos werkt, soms zelf tot ziekten aanleiding kan
geven, blijft een wonder, maar als we ons brein zijn, dan niet in de betekenis
die Dick Swaab en Victor Lamme of Jan Verplaetse. Maar hoe rijk is het leven
niet als we ons met inzet voor iets smijten
en ook nog een resultaat bereiken, of men ondernemer is of handarbeider in
de bouw. Natuurlijk legt de natuur onze vrijheid beperkingen op en ook de
omstandigheden kunnen ertoe bijdragen dat we bepaalde mogelijkheden niet kunnen
realiseren, zoals vliegen of zwemmen als een dolfijn. Maar gegeven onze
beperkingen, hebben we keuzemogelijkheden en kunnen we ons, na innerlijke
samenspraak of na overleg met anderen tot een besluit komen, dat niet opgelegd
wordt door de omstandigheden, maar dat we wel kunnen realiseren, rekening
houdend met omstandigheden. Strategische en tactische zetten? Ook dat, maar
zeer zeker ook de vaardigheden die we ontwikkeld hebben om iets voort te
brengen. Vrijheid ervaren betekent, voor een zeiler, dat je de boot op de
golven kan laten surfen, bovenop in plaats van in het water. Het genoegen valt
niet zomaar met andere te vergelijken. Oh ja, ook de liefde kan men zo
bedrijven dat je er niet alleen zelf iets aan hebt, maar ook dat vergt kennis
van de natuur en de beperkingen.
Bart
Haers.
Reacties
Een reactie posten