Frans Timmermans over Broederschap



Dezer Dagen

Soevereiniteit en broederschap
Nieuwe benaderingen mogelijk

Frans Timmermans vraagt zich af, ook op televisie, waar we heen moeten met Europa, gezien vanuit Nederland of in dit geval België, Vlaanderen en dan kan het zonder moeite twee richtingen uit: We gaan voor een sterkere samenhang in Europa of we laten Brussel gewoon verder bestaan als een relikt uit vroegere tijden, toen hoop nog gedragen werd door velen. Wellicht staan we nu voor een besef dat we Europa opnieuw moeten grondvesten, niet in nieuwe regels en instituties maar op dat andere niveau.

Vaak vraagt men mij waarom ik zo pro Europa ben dat ik elke kritische zin lijk te hebben verloren, maar zo is het niet. Wel is het zo dat het wereldbeeld waaraan Hugo de Groot mee zijn krachten had gewijd, maar ook anderen hadden al hoekstenen aangedragen, zoals door Jean Bodin, een Franse rechtsgeleerde, nog zelden in de brede media aan bod komen, de wereld van het volkerenrecht en soevereiniteit. We moeten dus goed bedenken dat we in Europa de geschiedenis van de afzonderlijke landen/dynastieën nog steeds als maatgevend zien, terwijl men dat konkelen, strijden, handel drijven en uitwisselen van inzichten in een culturele en geografische eenheid maar niet wil zien. Via Amos Oz, Joseph Roth maar evenzeer door de interessante uiteenzettingen van Tony Judt en andere historici, kwam de idee van een culturele samenhang, waaraan het christianisme en de erfenis van de Grieks-Latijnse oudheid heel wat hadden aangedragen, steeds duidelijker naar voor. Ook reizen naar Spanje en Frankrijk, Duitsland en Polen brachten me die moeilijk te weerleggen indruk bij dat men telkens weer dezelfde soort gebouwen vindt, dat dorpen en steden op vrij analoge wijze bestuurd werden door de burgers zelf. Zowel Simon Shama als Vasili Grosman spraken van de Europese tuin.

Ondanks de haast eeuwige conflicten tussen Londen en Parijs, Habsburg en Bourbon, Pruisen en bij tijd en wijle Russische tsaren, ziet men, zoals ook Alexis de Tocqueville vaststelde in "De la démocratie en Amérique", dat die oorlogen niet het kenmerkende waren van wat hij voor Europa aanzag, maar precies de landschappelijke eenheid, de vrijwel overal gehanteerde bestuursvormen en de eigenheden, de verbijzonderingen van bepaalde taken, zoals de wateringen en polderbesturen, doorbraken die samenhang niet.

Die samenhang ziet men in het bijzonder in de cultuur, waar we op het oog verschillende muzikale tradities hebben, zoals de Weense school, met Haydn, Mozart en Von Beethoven, maar ook een Franse school en zelfs het UK heeft een eigen muziektraditie, met Purcell, Haendel en John Dowland. Maar ook in de Nederlanden was er een levendige muziekcultuur, met Jan Pieterszoon Sweelinck en uit Halle kennen we de cellist en componist Adrien François Servais, die in de 19de eeuw furore maken. Maar er waren musici voordien, na de tijd van I Fiamminghi. Onder wat algemeen bekend is, moet men wel een grotere culturele humuslaag vermoeden, wat vaak blijkt uit de vondsten van partituren of andere relicten.

Zoals ik al aangaf, mogen we ook de cultuuroverdracht via het onderwijs, via de kerk dus, niet negeren. Het onderwijs, dat in theorie tot eenvormige producten had moeten leiden, brachten telkens weer buitenbeentjes voort, zoals Thomas van Aquino, maar ook Jan Hus, Abelardus en later Erasmus, Thomas More en vervolgens die hele traditie die we kennen als de Verlichting, van Descartes over Spinoza tot Newton en Leibniz... Maar ook in Pruisen, in de Republiek en zelfs, ja, zelfs in de Zuidelijke Nederlanden had je aandacht voor dat nieuwe denken.

Toch zien we maar niet in dat het gebied dat we nu kennen als Europa, inclusies Zwitserland en Noorwegen een belangengemeenschap is, waar een bijzondere cultuur kon ontstaan. De reden kan hierin te vinden zijn dat in de negentiende eeuw de noodzaak ontstond een nieuwe, eigen identiteit te ontwikkelen, waar de Fransen zeer sterk in bleken, omdat ze ondanks de revolutie de heldendaden van de vroegere koningen bleven ophemelen. In het Koninkrijk der Nederlanden had je de historicus Robert Fruin die in de wandeling geldt als een volgeling van Leopold von Ranke, maar men ziet zijn onderzoek over de Opstand toch als nationalistisch, terwijl, voor zover ik het kan zien de internationale factoren voor Fruin ook van belang waren.

Maar wat we dus wel zien, zeker aan het einde van de negentiende eeuw is de ontwikkeling van een nationalistische geschiedschrijving, die ook nog eens te lijden heeft onder een overmaat aan historicisme, waardoor gebeurtenissen buiten de eigen beschreven kring, het land, als oorzaken kunnen gelden, maar verder niet onderzocht  worden, want dat is niet het onderzoeksdomein. Opvallend is dat het vaak die benadering is geweest en gebleven die mensen kennen, ook intellectuelen, filosofen. De visie op de achttiende eeuw wordt vaak vervormd door de lens die onder meer Ernest Lavisse ons bieden. Het gevolg is dat gelijktijdige en volstrekt gelijkaardige ontwikkelingen niet samen te brengen vallen, omdat we doorgaans de afzonderlijke geschiedenissen niet voldoende kennen, alleen de eigen geschiedenis.

Komt dus kijken, zou ik zeggen en probeer af te zien van de oude dogma's, want als men zegt dat de Zuidelijke Nederlanden het slagveld van Europa waren - gedurende eeuwen - dan mag men niet vergeten dat ook Lombardije dat trieste lot heeft gekend en voor verschillende vorsten zeer begerenswaardige gebieden waren, waar veel belastingen te beuren vielen. Ook het oude Silezië en delen van Galicië werden in de strijd waarbij Polen uiteindelijk uiteen gescheurd werd, twistappel tussen Pruisen, Habsburg en de Tsaren, vooral Catharina de Grote,  kan er zich op beroemen een eeuwig slagveld te zijn geweest, wat twee dingen betekent: welvarende gebieden blijken algauw de afgunst van vorsten te wekken en b) rijke gebieden blijken vaak vanwege de openheid via handel en industrie vrij machteloos voor agressieve buren. Overigens heeft Polen ook meer dan een eeuw een schaduwbestaan gekend. Nu nog is het oude Polen niet meer te herkennen in de actuele grenzen.

Men moet de geschiedenis niet betreuren en als men er meer over vernemen mag, dan zou het dus hopelijk niet zijn om oude contouren te herstellen.  Dat betekent net dat we proberen al die geschiedenissen niet te zien als afzonderlijke constructies, kaduuk doorgaans, maar als sterk verweven verhalen. Kaduuk omdat het nu eenmaal zo is dat men vaak vergeet te kijken naar wat bij de anderen, de buren gaande is. Vergeten we niet dat tussen 1870 en 1914 Europa tegelijk een periode van virulent nationalisme kende als een periode waarin de grenzen opener dan ooit waren. Enerzijds was er de grote stroom van emigratie naar de VS, naar Argentinië ook, maar vervolgens waren er de interne migraties binnen Europa. Zo kwamen er nogal wat Duitsers naar België, naar Vlaanderen en Daens wist dat de meestergasten in de fabrieken van Aalst ingehuurd werden om de discipline op te drijven en tegelijk de relaties tussen de voormannen en het werkvolk niet te intiem werden. Maar ook in de industrie kwamen Duitsers zich vestigen en in de horeca maakten ze goede sier. Intussen kwamen er ook mensen uit het Oosten, uit de verplichte woongebieden voor Joden.

Naast nationalisme kwam er dus ook iets anders, namelijk met de industriële revolutie kwam ook de internationale handel en het zich steeds verder uitbreidend logistiek systeem op gang, maar de overdracht van kennis, via universiteiten die een internationaal netwerk vormden, met reizende studenten en professoren, mag men evenmin over het hoofd zien. Om die reden zagen sommigen dat het wel nodig zou zijn de vrede te bestendigen, die sinds 1870 - 1871 mogelijk gebleken was. Onder meer August Beernaert zette zich daarvoor in, maar toen het onder impuls van Andrew Carnegy en de Carnegy Foundation opgerichte Vredespaleis geopend werd, wist men wel dat de spanningen in Europa opliepen en dat er werk aan de winkel was, maar niet dat in augustus 1914 een oorlog zou uitbreken die vier jaar duren zou.

 Het verhaal is wel hoognodig aan heroverweging toe. Over de "Alleinschuld" van Duitsland hoeft het niet meer te gaan, al zijn er nog altijd historici die menen dat de vrede van Versailles gerechtvaardigd was terwijl duidelijk is dat er veel uit voortgekomen is, vooral in combinatie met andere factoren. De instabiliteit van de Republiek van Weimar lag ook besloten in de wijze waarop de militaire elite de burgers de afhandeling van de oorlog in handen hadden geschoven en het feit dat de SPD na WO I al te snel het contact met de basis verloor. Maar deze analyse gaat te kort door de bocht, moet ik vaststellen;  het mag evenwel duidelijk zijn dat de rechtsopvolger van het voormalige Kaiserreich weinig houvast kon bieden door onder meer de bezetting van het Ruhrgebied door Frankrijk en België, die beide snelle er de zo begeerde oorlogsschuld wilden innen. Opstand en hyperinflatie waren het gevolg. Dat de internationale gemeenschap in Locarno en met het Dawes-plan in gedachten tot een verzachting van het schuldaflossingsregime kwam, mag men ook niet uit het oog verliezen. Ook de geschiedenis van het Interbellum laat zich niet als een opeenvolging van sinistere feiten lezen, al gebeurde er wel veel dat men mag achteraf zou moeten betreuren.

Met dat alles moeten we over Europa en de EU dezer dagen wel ernstig nadenken en overeenkomstig handelen. Frans Timmermans doet een aanzet door te pleiten voor broederschap, wat zich op verschillende manieren laat verstaan. Wat broederschap juist zou kunnen betekenen in het Europa zoals we het nu kennen, moet men in een politieke zin begrijpen, waarbij solidariteit een aspect kan zijn, maar ook erkenning van de eigen  verantwoordelijkheid, van de eigen mogelijkheden, het in stand houden, maar ook aan de toekomst bouwen. Nu zien dat we lidstaten én belangengroepen er nauwelijks in slagen met elkaar over nieuwe projecten te spreken en dat valt te betreuren. Natuurlijk is de overheid niet altijd het best geschikt om projecten uit te voeren en ronkende woorden verkopen, zoals bij sommige regeringsvormingen het geval is om de beste te wezen over vijf, tien, vijftien jaar, komt mij ook veeleer zinloos voor. Competitie kan zinvol zijn, maar de manier waarop men landen en regio's met elkaar gelijkt tot en met bijvoorbeeld praktijken in het onderwijs, kan ertoe leiden dat men elkaar tot blind conformisme dwingt en dat moeten we niet willen. De onderscheiden voorkeuren inzake praktijken kan een gezonde competitie mogelijk maken. De aanpak van gezondheidsbeleid en andere beleidsdomeinen hebben ook wel te lijden onder vergelijkende onderzoeken, waarbij men abstractie maakt van de specifieke omstandigheden.  Leentjebuur spelen en praktijken verbeteren door te kijken bij anderen, kan nooit kwaad, maar er zit een dwanggedachte achter, die niet altijd gelukkig maakt.

Maar er zijn domeinen waarop samenwerking mogelijk blijkt, binnen de Benelux maar tussen andere landen en binnen de EU, maar die samenwerking komt niet altijd goed uit de verf. Dat blijft een probleem, omdat we graag de discussies in de verf zetten, zodat de effectieve cohesie niet meer aan bod komt. Europa heeft in de COP21 een grote samenhang vertoond, maar toch werd dat nauwelijks gemeld. Ook de politiek over eerlijke concurrentie lukt meer dan behoorlijk en dat voelen we, want telecomtarieven dalen, zeker voor gebruik in het buitenland. Zou dat kunnen zonder een overkoepelende organisatie die de lidstaten helpt de grote spelers op de markt aan de wet te houden.

Ik maakte niet zo lang geleden kennis met leven en werken van Konrad Adenauer en de discussies die hij steeds weer diende te voeren om Duitsland aan West-Europa te binden, want de Franse politici en ook in de VS waren er die lang dachten dat Duitsland als neutrale natie tussen Europa en de SU kon worden herenigd, maar men begreep ook dat men dan wel opnieuw dezelfde grenzen van 1940 zou moeten verdedigen, want kon men vertrouwen op de partijleiding in de SU?  Maar de ideeën die aan de wederopbouw van wat de Bondsrepubliek zou worden gingen toch verder dan alleen het militaire. Konrad Adenauer, maar ook anderen gingen bij hun keuze voor eenwording van Europa uit van andere (historische) inzichten, waarbij de gedachte dat er meer op te sommen valt over wat de Europese naties bindt dan scheidt. De discussie over het Romaanse en het Germaanse ras, die hield geen stand en de gedachte aan een ras van uebermenschen was iemand als Adenauer - die vervolgd was geworden door de Nazi's en zelfs een aantal maanden in een kamp had gezeten - vreemd. Heeft hij dan geen toenaderingspogingen ondernomen? Jawel, maar zoals Johannes Fest, vader van Joachim Fest, zoals Hans Scholl, was het niet altijd eenvoudig zomaar in de marge te blijven. Finaal geldt dat zij zich verzet hebben door te weigeren mee te lopen of door hun "faits et gestes" door de nazi's niet enkel gewantrouwd werden, maar ook terecht gesteld.

Als er sprake is van een samenleving waar Broederschap mogelijk is, dan gaat het om meer dan solidariteit alleen, maar om samenwerking, waarbij men ook de eigen inbreng ten behoeve van het geheel niet uit het verliest. Het is daarom van belang dat Frans Timmermans opnieuw die derde term van de slogan van de Franse Revolutie doet herinneren. Reeds Johan de Witt wist wat broederschap betekende en hoe hij de ware Vrijheid kon vestigen, terwijl hij tegelijk de rol van elke speler binnen enerzijds de staten van Holland en binnen de Staten-Generaal van de Republiek deed respecteren. Maar broederschap noch solidariteit mogen ontaarden in korpsgeest en standsbewustzijn, wat de politieke wereld wel eens lijkt te deren. Men kan van politici overigens wel verwachten dat ze voor in hun inzichten het vuur uit te straatstenen slaan, maar tegelijk dienen zij oog te hebben voor wat niet past in hun visie. Door debat, door gepaste retoriek kan men een politiek klimaat scheppen waarin men het nodige doet ten behoeve van de samenleving.

Daarom is het professionele beoefenen van politiek altijd weer zo precair, want men gaat de publieke zaak tot een persoonlijke zaak maken. Soms is dat nodig, vaker nog wordt het of te emotioneel en vooral te disproportioneel. Europa heeft daar als samenstel van instituties wel vaker last van gehad. Daarom is het goed van tijd tot tijd de ontstaansperiode goed te bekijken. De lessen die men kan trekken? Dat samenwerking van 28 staten, staatshoofden en regeringsleiders, maar ook dus van de regeringskringen van die 28, de media inbegrepen niet eenvoudig is.

Kritiek afgeven aan het adres van Europa? Moet kunnen, maar zoals bij de evaluatie van het pas bereikte klimaatakkoord aan het licht komt, stellen mensen wel eens eisen aan anderen, waar ze zelf niet voor willen gaan. De krant De Standaard schrijft zonder meer dat we minder de auto moeten gebruiken, maar hoeveel mensen gaan shoppen met het openbaar vervoer? Om budgettaire redenen - en dus zeer begrijpelijk - heeft men het openbaar vervoer, c.q. De Lijn in Vlaanderen besparingen opgelegd. De budgettaire randvoorwaarden die de EU oplegt aan lidstaten en regio's botsen dus met andere overwegingen en randvoorwaarden. Het kan dus alleen maar nuttig zijn als deze paradoxen en tegenstellingen aan de orde gesteld worden. Of anders, men zal dus beleid moeten voeren dat op zeker ogenblik laat zien dat men de andere kant van een dossier ook moet bekijken. Hier schieten parlementaire debatten wel eens tekort.

Daarom pleiten mensen wel eens voor groepsoverleg, zoals de G1000, wat wel een aantal voordelen heeft, al moet ik wel bedenken dat het ook wel nuttig kan zijn al eens met enkele mensen over een kwestie te spreken, ja, gewoon aan de toog. Oeps, aan de toog hoort men toch alleen maar toogtaal? Soms is het zo, maar behalve de therapeutische waarde van het uitspuwen van zijn gal, komen er ook wel interessante inzichten aan bod. In wezen geldt dat ook voor internetfora en voor de sociale media - wat er bestaat aan niet sociale media is mij niet helemaal duidelijk - waar men ook voortdurend klachten over hoort. Toch blijkt er ook ruimte voor interessante gesprekken, dialogen, gedachtewisselingen. Maar het zijn intellectuelen die eerst dolblij waren met de sociale media die nu hun voorbehoud aan de orde brengen. Maar nog niet zo lang geleden werden er in de gauwte pamfletten gemaakt, met de stencilmachine en later met de fotokopieermachine, die overal werden rondgestrooid, tegen de rector, tegen de regering of de 10.000 frank inschrijvingsgeld en tegen de patroons - wat voelt een mens zich plots ouder worden.

En dan zijn er nog al die kleine blijken waaruit solidariteit, betrokkenheid en soms zelfs toewijding blijkt. Over de aard van de mens moet men zich geen illusies maken, zegt men, maar de mens bestaat niet, want elke persoon heeft een eigen bestaan en verschilt van anderen. En ja, er bestaat een zeker altruïisme, al hoeft dat niet zo absoluut te wezen als men het graag voorstelt, om het dan als onbestaande af te wijzen. 

Geloven dat mensen echt op elkaar gelijken, kloonen zouden zijn van elkaar is niet echt geloofwaardig. Er is identiteit en verscheidenheid. Spreken van een hyperdiverse samenleving is dus niet zo zinvol als men het wil voorstellen. Maar als we dan van het individuele terugkeren naar het punt waren begonnen: kan Europa nog voldoende samenhang ontwikkelen, dan moet men toch niet vertrekken alleen van de grote verschillen tussen de lidstaten en de vroegere vijandigheid of concurrentie, maar tegelijk kan men ook oog hebben voor wat ons verbindt, die gemeenschappelijke cultuur. Nadenken over Europa behelst meer dan een analyse van de instellingen of het catalogiseren van disfuncties. Het gaat om onze wereld en ons welzijn. Toch is er meer dan de vraag naar het nut, wel naar de mogelijkheden die ons ter beschikking staan om het leven goed in te richten. Maar het betekent niet dat we alleen naar Europa kijken of de buitenwereld vijandig zouden bejegenen. Juist, Aller Menschen werden Brüder. Het is sinds 1985 was deze ode aan de vreugde het officiële volkslied van de EG, maar in 2005 werd dat in Frankrijk en Nederland bij referendum afgewezen. Net omdat men niet genoeg de betekenis van gemeenschappelijke rituelen heeft aangedragen. Broederschap betekent niet dat er geen conflicten kunnen opduiken, wel dat die doorgaans ook opgelost worden, deels uit berekening, deels omdat men vindt dat het zo hoort. 

Bart Haers







Reacties

Populaire berichten