De noodtoestand als mogelijkheid




Kritiek



Noodtoestand en veiligheid
Grenzen van de legitimiteit

Dit gebouw van arichtect Poelaert in
Brussel staat voor de rechtsstaat in ons
land, maar voor velen staat het
symbool voor het gebrek aan
transparantie van diezelfde
rechtsstaat. Simpel is het niet,
maar hoe ernstig moet de crisis
zijn voor we de rechtsstaat
tijdelijk opheffen? 
De discussie over de noodtoestand schuurt en schrijnt, want we weten niet goed wanneer en hoe die zal ingaan. Blijkbaar heeft België als natiestaat nooit echt veel aangevangen met die mogelijkheid. Anderzijds, voor WO II werden mensen aangehouden en op de trein gezet zonder afdoende beveiliging, zoals Joris van Severen. Hij stierf in een kelder onder een kiosk in Abbeville. Of dat veel aan de gang van zaken, aan de collaboratie heeft veranderd, valt moeilijk op drie A-4tjes te berekenen.

De idee van de staatsveiligheid en dus ipso facto van het inroepen van de noodtoestand is dat er een politieke gemeenschap bestaat die beschermd moet worden tegen agressief geweld. Het zal een merkwaardige vraag zijn, maar achten we  ons wereldje wel beschermenswaardig? Er is toch ook altijd een doodsdrang in onze kritiek aanwezig en het besef dat het beter kan. Onbehagen in de cultuur en in het ervaren van de dingen, de machteloosheid soms, blijkt men niet rationeel te kunnen duiden, zoals ook Bas Heijne schrijft. Zelf heb ik het altijd van betekenis gevonden dat we ons aandachtig zouden moeten richten op de waarheid als we delen van de werkelijkheid niet kunnen onderkennen, willen onderkennen. Destructie en autodestructie bespelen ons op verschillende manieren terwijl we volop bouwen aan de wereld die we zo graag zouden willen.

Of anders gezegd, met de middelen die ons ter beschikking staan proberen we een min of meer samenhangend wereldbeeld te vormen, maar vroeg of laat komen er scheuren in het behang. Het kan niet anders, vermoed ik, omdat we bij het bouwen met legoblokjes de verbeelding wel eens de vrije loop laten, maar niet altijd oog hebben voor het wonderlijke om ons heen. Zo kan je vinden dat een landbouwlandschap met lange dreven, beemden, runderen en paarden die grazen in de ochtendzon niet meer van deze tijd is, maar tegelijk merk je dat het een zeldzame rust geeft in dat landschap te mogen wandelen. We kunnen dan nostalgisch worden, maar we kunnen ons ook afvragen of het wel zinvol is de boel "op orde" te brengen om grotere efficiëntie te bereiken. Van wat, als ik vragen mag?

Wie opgroeide in een vreedzame tijd, waarbij de mogelijke terreuraanslagen van Zwarte September of de Molukkers die treinen kaapten en zelfs een schooltje, begrijpt niet wat hen, die Palestijnen en gasten van een ver eiland die naar Nederland werden gebracht om hen te beschermen tegen de wraak van de Javanen, die ontdekt geleidelijk dat het simpele verhaal wel eens storend zou kunnen werken. Maar wie wil ons mooie kleine wereldje dan vernietigen? Men zegde ons bezwerend dat het verwarde mensen zijn, maar veertig jaar later merk je dat de problemen tussen Israëli en Palestijnen niet zijn opgelost, wel integendeel, terwijl de Indonesiërs wel spreken over de politionele acties van de KNIL, maar zelfs dat was allemaal letterlijk ver van ons bed. Vietnam dan maar? Wat was daar gaande? Wie begreep het nog dat de VS daar zo hard vochten tegen de communisten van het Noorden en de strijd verloren?

Om maar te zeggen, we hebben al vroeg kennis gemaakt met oorlog, vernieling, gratuit geweld, maar het raakte ons nauwelijks. Sommige mensen hadden sympathie voor Arafat, anderen voor Ulrike Meinhof en nog anderen liepen te hoop voor artiesten, maar soms deed men beide. De gedachte dat een protestzanger op zondagochtend met zijn lief door de stand wandelde en vergat wat hij had gezongen, was velen bekend en men had er ook geen problemen mee. De protestsong, "Slaapwel, mijnheer de president" was een vrijblijvend engagement voor de jonge luisteraar die we waren.

Het bleef dus lange tijd de vraag of we onze samenleving de moeite waard vonden dan wel of we een alternatief konden bedenken. Geleidelijk werd duidelijk dat een algehele ommekeer wellicht niet wenselijk was en ook niet nodig, want we leefden - tot spijt van wie het benijdt - in een van de beste der mogelijke werelden. Verbeteringen waren en zijn mogelijk maar aan de mensen zelf schaven en schuren, dat bleek niet zo nodig. Klagers kregen steeds minder gehoor, maar op de radio werd de klaagcultuur en werd de slachtoffercultuur steeds sterker in de verf gezet. Klagen over anderen, zeuren slachtoffer te zijn, het werd bon ton, maar echte slachtoffers van die zogenaamde meritocratische en neoliberale cultuur zien we zelden.

 Het viel me op hoe gisteren de regering met vakbonden aan de praat gingen over een bedrijf dat zal sluiten, omdat de baten de kosten van de plant niet meer rechtvaardigen en daarbij was nauwelijks iets te horen over de autodestructieve stakingsijver. Het kan dat het voor de regering niet relevant is, als de jobs maar gered worden, maar het blijft bevreemdend dat men niet inzien wilde dat 30 dagen staken op 18 maanden tijd van het goede wel eens teveel kan zijn. Beoordelen we daarmee het stakingsrecht? Veroordelen we het? Neen, maar er zijn toch altijd nog gedeelde belangen en als men een bedrijf lange tijd stillegt of alle productieschema's voortdurend door elkaar gooit dan zal het management niet zo clement zijn.

De neiging tot autodestructie en destructie moeten we niet onderschatten, al valt er geen peil op te trekken. We doen soms dwaze dingen...  maar we weten niet altijd of we wel om deze wereld moeten geven, want de redenen voor afkeer worden ons al vroeg bijgebracht, de redenen waarom het wel de moeite waard is, al was het maar een keer een mensenleven te leiden, blijven vaak onder gesakker en gesnuif verborgen.

Denken we even door, dan begrijpen we dat sommige mensen die met hun onbehagen in de cultuur hoegenaamd geen weg weten, wel degelijk tot daden willen overgaan en dan hebben wij een groot veiligheidsdispositief van doen, want er mag ons toch niets gebeuren. We sakkeren en puffen en begrijpen nauwelijks waarom al dat gedoe van node is, maar tegelijk, we zouden het niet willen missen, dit leven hier. Zeg het dan ook eens, dat we niet goed weten waarom, maar het leven is wel 't beleven waard en of het nu onherroepelijk eindigt met onze dood, dan nog kan men ervan houden.

In die zin kan ik de vergeefsheid van deradicaliseringsprogramma's ook wel begrijpen, want men probeert met rationele argumenten een diep verzonken gevoel van afwijzing, afgewezen zijn en afwijzen tegelijk te lijf te gaan. Moeilijk gaat ook, maar het zal niet onmiddellijk werken. Dat we niet altijd houden van onze leefomgeving, dat we onszelf wel eens miscast vinden in onze familie en omgeving, dat zal dan wel - en soms neemt dat schrijnende vormen aan - maar vaak ligt er een totaal gebrek aan aandacht voor wie die persoon is aan ten grondslag. Geloof ik in goede of kwalijke karma? Ik weet het niet, wel dat we van onze eigen daden en handelingen vinden dat ze geen gevolgen mogen hebben, wel dat anderen maar beter boeten voor hun fouten en wandaden. Zoveel dubbele moraal kunnen we wel aan.

Wie dus beweren wil niet te begrijpen waaruit terrorisme voortkomt, blijkt niet zozeer naïef als wel hopeloos cynisch, want men kan niet blind zijn voor het feit dat anderen een gelijke situatie anders beoordelen. De neiging te vernietigen moeten we dan wel leren te beheersen, als we ons niet buigen over de gronden van het onbehagen en niet begrijpen dat het tot een uitbarsting komen kan, dan heeft al dat jeremiëren ook geen zin. Bovendien blijken rationele overwegingen dan ver te zoeken.

De rede kan ons redden, zal ons behoeden voor het foute denken, maar tegen fouten in het denken is maar zelden kruid gewassen, althans niet middels klassieke wegen van argumentatie, want er zitten blokken en hindernissen in de weg. Doorgaans heeft men op zeker ogenblik wel door waar de baten zijn en dat dit ook mag wat kosten: vrijheid, persoonlijke levenssfeer, eigendomsrechten en vrijheid van vereniging... Is dat niet prachtig? Toch hebben we er nauwelijks nog aandacht voor. Meer nog, we nemen niemand ernstig die iets ten gunste van onze samenleving te vertellen heeft, menen dat die blind is voor wat er mis gaat in andere delen van de wereld. Tegelijk zijn er legio stemmen die menen dat we onze normen niet aan de rest van de wereld mogen opleggen, want die zijn toch ook niet zo goed gaat met onze samenleving. Alles kan beter, dat valt niet te ontkennen, maar de wet van de verminderende meeropbrengst is voor sommige van die stemmen van geen betekenis.

Onderkent men niet dat mensen in de knoop kunnen liggen met onze cultuur en dat we er zelf toe bijdragen door voortdurend te discussiëren over wat er wel niet fout aan is, kan ook niet de nodige achting opbrengen voor wat onze cultuur aan zegeningen heeft gebracht, van het intomen van geweld tot de mogelijkheden via studie het leven te verbeteren. Alleen al de discussie gedurende jaren over onderwijshervormingen heeft laten zien hoe desastreus dat kan uitpakken voor het respect voor leraren en voor het leerplezier. Goed dat men niet overhaast tot hervormingen heeft besloten, want anders was de ramp helemaal niet te overzien geweest zoals het onderwijs in onze buurlanden laat zien. In het UK denkt de nieuwe premier eraan de grammar school opnieuw in te stellen, publieke scholen, betaald door de overheid waar jongeren uit minder elitaire middens een behoorlijke opvoeding en vorming kunnen krijgen.

Toch blijft het de vraag hoe we het onbehagen in de cultuur leefbaar kunnen houden en verhinderen dat mensen er alleen nog de donkere kanten van zien? Neem nu dat gedoe over individualisme, dat zou doorgeschoten zijn, waarvoor wel iets te zeggen valt, maar wellicht gaat het om een te eng opvatten van wat individualisme kan zijn, dat het gaat om zelfbewustzijn, zelfbeschikking en zelfrealisatie, maar ook om het besef dat we niets zijn zonder ons wat te bekommeren om wie ons het naaste staat.

Het blijkt dus moeilijk zelf zonder meer de zegeningen van deze samenleving onder woorden te brengen, zonder allerlei voorbehoud in te laten sluipen. Op zich is dat een eerlijke waardering, maar als het leidt tot een afwegingen dat niets meer helpen zal, dan staan we geen stap verder. Er is dus nood aan een eerder irrationele benadering van het probleem: we kunnen deze samenleving, met alle normen, waarden, regels en soms overtollige wetten maar beter ook waarderen voor wat die waard is, omarmen en er de baten inzake vrijheden, de mogelijkheden van onder de aandacht te brengen. Of nog, misschien is dat niet zozeer irrationeel maar de andere kant van de medaille. De gedachte dat ondanks alles wat voor verbetering vatbaar is, deze samenleving en cultuur ook te koesteren vallen, komt nauwelijks bij ons op, tenzij als we er zelf beter van worden.

In die zin kan men over de mogelijkheid van een noodtoestand spreken, als een instrument om het wezenlijke te redden, al zitten er ook wel kosten en nadelen aan. Ten eerste gaat het om de mogelijkheid die noodtoestand uit te roepen, als het allemaal niet meer lukken wil en de aanslagen elkaar al te snel zouden opvolgen. Ten tweede gaat het dus om de mogelijkheden mensen die men een gevaar acht voor de openbare orde en die men tijdig wil oppakken, voor er iets anders zal gebeuren. We weten hoe dat in de septemberdagen van 1939 voor vele uit Duitsland en reeds bezette gebieden gevluchte apatriden heeft uitgepakt: opgepakt in kampen bij Parijs en in verre gebieden als de Pyreneeën waar mensen zonder veel voedsel en bescherming tegen koude en regen werden opgepakt; opgepakt ondanks het feit dat ze voor de Nazi's op de vlucht waren en op geen enkele manier bereid zouden zijn voor die nazi's te spioneren en toch werden ze als een vijfde colonne aanzien. Antisemitisme? Verkeerde invulling van de noodtoestand. Wie vroeger uit Oekraïne naar Frankrijk kwam en ging vechten tegen Franco, uitgestuurd als onderdeel van een bijzondere brigade van vreemdelingen, kon aan dat lot ontkomen, maar de ouders van Boris Cyrulnik overleefden het ook niet en hij kan zijn verhaal, zeker die jaren van onderduik niet helemaal navertellen, omdat de bronnen niet geheel eensluidend zijn. Boris Cyrulnik ontwikkelde een concept, veerkracht dat mensen toelaat zich na een trauma opnieuw op te richten. Bijzonder is dat hij aanneemt dat men niet zomaar uit een diep dal als gevolg van een trauma opstaat, maar dat dit het beste lukt, als men er niet alleen voor staat. Vertrouwenspersonen kunnen hier wonderen verrichten, al horen we dat woord in zaken van gezondheid niet zo graag, maar toch, Cyrulnik breidt hier het domein van wat anderen, zoals John Bowlby al hadden verkend. Rekken we dit nog verder op, dan kan men zeggen dat de toewijding aan deze cultuur niet vanzelfsprekend is, maar dat het afhangt van wie we tegenkomen in het leven.   Wie zoiets als amor mundi weet over te brengen, kan de ontgoochelingen over de dingen des daags beter uitleggen en meegeven hoe men er vrede mee kan hebben zonder zelf eronder te hoeven lijden.

Dat alles laat onverlet dat politici die onmeetbare aspecten niet helemaal in rekening kunnen brengen en dat men scenario's nodig heeft om in geval van uiterste nood de gepaste beslissingen te nemen. Soms stelt een gemeentebestuur al eens een gerichte avondklok in, maar dat lijkt dan weer voor kritiek te zorgen, maar voor de orde in de gemeente kan het wel helpen, enige tijd. Jongeren verbieden na 22:00 h nog buiten te komen, het is wel een forse ingreep, maar soms lukt het wel de lont uit het kruitvat te halen.

Wil men het uitroepen van de noodtoestand overbodig maken, dan zal men het integratieproces moeten versterken en mensen iets bijbrengen over hoe waardevol onze samenleving wel niet is. Dat groepen zich ergeren aan de vermeende decadentie, betekent niet dat men er zich wel in vergenoegen dat het beste voor hen ligt en oplicht. Dat vergt in het onderwijs inderdaad het aanscherpen van de kritische zin, als rationele oefening in het beschouwen der dingen, maar ook en tegelijk het bijbrengen van waardering voor wat er in de aanbieding te vinden is. Het kan geen kwaad goed onderbouwde programma's te hanteren, maar het resultaat zal niet per se overtuigend zijn, omdat mensen nu eenmaal graag redelijkheid ontmoeten, maar tegelijk kan men niet blijven toekijken en denken dat als die professionals bezig zijn, het wel zal loslopen. Veiligheid is niet alleen iets dat men kan opleggen, het is ook een kwestie van veiligheid bieden, geborgenheid en dat ligt in een ander spectrum. Laten we beide proberen waar te maken. Een plan voor indien er zich een noodtoestand mocht voordoen, kan de veiligheid zelf ook bevorderen en het gevoel van veiligheid. Of het finaal lukt absolute veiligheid te schenken, ligt niet in onze handen, noch in die van de overheden. Slaagt men er niet in tegelijk ook te laten merken dat men om die mensen geeft, die ertoe neigen onze cultuur en ons samenlevingsmodel af te wijzen, dan zal dat een uitstekend kiembed blijken voor gewelddaden, al zal niet alles tot wasdom komen. Politieke emoties, positieve emoties spelen ook hun rol op het schouwtoneel, al zijn we niet geneigd daar waarde aan te hechten. De grenzen van de rechtstaat liggen niet in wat we er juridisch over denken, maar we vragen ons  af wie er van die rechtsstaat gebruik maakt en tot welk nut. De noodtoestand uitroepen kan legitiem zijn, maar of daarmee de spanningen opgelost worden die een diverse samenleving met zich brengt, valt nog te bezien. Er niet over denken, lost ook niets op.


Bart Haers



  

Reacties

Populaire berichten