De toekomst voorbij angst en vrees

Dezer Dagen

Futurologie en utopie


Norman schreef in 1957 "The pursuit of the
Millenium" waarin hij millennaristische
bewegingen beschreef. Later gaf hij een uitgebreidere
versie uit. Ook Lucien Goldman onderzocht
het belang van utopische bewegingen
en van de grote gedachten, onder meer
de tragedie in le Dieu Caché. Stof te over
om na te denken over deze, onze tijd. 
De postelectorale depressie is groot, zo te zien, waarbij men opnieuw de invectieven niet spaart. Ook het aanjagen van de angst over de toekomst speelde voor én na de verkiezingen een rol van betekenis. Utopie en wetenschappelijk onderzoek naar de toekomstige evoluties stonden centraal in de verkiezingsshows. Idealen werden links geduid, utopieën ook want tja, rechts is burgerlijk en bekrompen. 

Zouden we echt kunnen voorspellen hoe de afzienbare toekomst eruit ziet? Zouden we middelen hebben om een utopie te scheppen en hoe zou die er voor ons, maar ook voor anderen uitzien? Het blijkt des mensen om een betere toekomst te verwachten, evenzeer des mensen komt elk graag aanzetten met doemscenario's om toch maar aan de gang te blijven. Verkiezingstijd laat altijd weer de mix zien. De gemene deler blijkt altijd weer een blauwdruk van een ideale samenleving te zijn, een verhaal dat doorgaans alleen via suggestie aan de orde komt, zelden expliciet.

In een ideale wereld...?

Voor de een moet niemand werken of overdreven hard werken, voor de ander is het juist het centrale kenmerk dat in een ideale wereld iedereen zichzelf volkomen kan realiseren in een ideale samenleving. De verwachtingen over Utopia zijn doorgaans tegenstrijdig en zelden op een lijn te brengen. De status van arbeid, van intellectuele activiteit en van de smaak van het leven verschilt telkens weer en blijken elkaar uit te sluiten.

Futurologen, heb ik geleerd veranderen doorgaans een of andere parameter van de bestaande wereld die ze desastreus vinden evalueren, terwijl ze weinig oog hebben voor psychische of culturele aspecten die met die parameter te maken hebben. Moeten we dromen 120 jaar oud te worden? Wat zullen we doen met een eeuwige jeugd? Hoe zullen we leven om die 120 jaar te bereiken? Overbevolking tegengaan is nodig, maar hoe men in culturen waar er vijf geboorten nodig zijn om zichzelf te vervangen mensen diets zal maken dat ze nu beter van contraceptie gebruik maken in plaats, zoals dat dan heet, zich aan cunicultuur over te geven, het kweken als konijnen dus. De Vlamingen, zo heette het dus, waren daar een paar generaties geleden ook wel goed in, maar demografie, zo blijkt altijd weer, werd en wordt in bepaalde staatsopvattingen als een belangrijk instrument beschouwd. De menselijke vrijheid én waardigheid kunnen wel in het geding komen.

In een ideale wereld werken we weg wat ons ergert, bevorderen we wat we wezenlijk achten voor een beter bestaan. Het socialisme begon ook als een utopische gedachte, al was Karl Marx was zo verstandig zijn verhaal als een intellectueel verhaal voor te stellen. In plaats van dogma's bood hij inzichtelijk te onderbouwen stellingen aan en men kon in de werkelijkheid de uitwerking accepteren. Het bleef echter een utopie, omdat de betekenis van arbeid, kapitaal en persoonlijke ontwikkeling niet konden sporen. Men lijkt zich vandaag niet altijd voor ogen te houden dat in het Marxisme zelf de vrijheid vanzelf onderuit moet gaan, want om de ideale samenleving te bereiken, moet iedereen zich achter de blauwdruk scharen, terwijl in de ontwikkelingen die men kan navorsen dat proletariaat dat zich zou ontvoogden niet als eerste bereikt werden, maar vooral progressieve liberalen. Tegelijk waren in de jonge industriële naties de arbeiders vaak bezig met zelforganisatie, onder veel ideologische ballast. Het Gentse model van het socialisme was daar een vorm van. Marxisme was utopisme, het Gentse model bood realiteitsgebonden ijkpunten: de coöperatieve Vooruit zorgde voor bescheiden welstand, voor een cultureel leven en voor ontvoogding. Ook de Christelijke Werklieden vonden niet dat ze met Charles Woeste konden meegaan in een bevoogdend model, uitgedragen door de kringen van het Vincentius a Paulo Genootschap - uiteraard was de officiële naam: Société Saint Vincent de Paul. De organisatie van de christelijke arbeiders kon alleen goed uitpakken als het bevoogd werd door christelijke elite.

Het ACW en aanverwante organisaties waren dus zeer lang ook gericht op het bevorderen van de Nederlandse taal in bestuurszaken, bedrijven en de samenleving. Ergens moet er een veer gebroken zijn, want de afgelopen tien tot vijftien jaar is men die facetten van de beweging gaan verruilen voor wat meer salonfähig was en is, het kosmopolitische ideaal.

Laten we helder wezen, deze beweging is maar een voorbeeld van hoe in de loop van de jaren bepaalde facetten zozeer gerealiseerd lijken dat ze van geen gewicht meer lijken. Het gaat erom dat gaande de ontwikkelingen in de samenleving bepaalde wensen die oorspronkelijk idealistisch, utopisch leken, geleidelijk niet enkel realiteit worden, maar zo geïnternaliseerd dat we er misschien van doordrongen raken dat het de verkeerde kant zou  kunnen opgaan. We lijken niet altijd in staat de verwezenlijkingen echt te zien.

Het ideaal werd dan toch verwezenlijkt

Heel vaak merkt men dat oude idealen en voorstellingen van een betere wereld metterdaad obsoleet worden, want zeg nu zelf, de arbeider anno 2014 lijkt niet meer op de arbeider anno 1887. Armoede en werk, het wordt vandaag het verhaal van een heel specifieke groep in de samenleving. Armoedebestrijding wil veel veranderen om de hele samenleving te bevrijden van de gesel van de armoede, maar vergeet dat men dat alleen kan doen als men de betrokkenen kan bereiken, via onderwijs. Via arbeid kan het ook, maar we bekijken werk, arbeid nog altijd niet volkomen als een deel van het leven, eerder, zoals in het marxisme als een straf, die alleen via uitbuiting tot stand komt. Hoe christelijk kan het zijn.

Futurologen hebben vaak (onbewust) een eschatologische motivatie om hun wereldbeeld, de toekomstige evoluties vorm te geven. In mijn jeugd werden we op school onderhouden over de Club van Rome, waar men alle gevaren die de (Westerse) samenleving en de wereldgemeenschap boven het hoofd zouden hangen, uitgespeld werden. Later hoorden we over zure regen, over fijn stof en uitputting van de aardschatten. Altijd weer is er de prognose dat het fout zou gaan want wie een probleem ontdekt wil mensen overtuigen medestander te worden.

Utopisten doen het anders, zegt men, want zij gaan niet minder uit van doemscenario's, al zijn dat, aldus Norman Cohn in "Pursuit of the Millennium. Millenarian and mystical anarchists of the middle ages" waarin hij Middeleeuwse bewegingen onderzocht die op de een of andere wijze de wereld wilden vooruithelpen, om de eindtijd, het duizendjarige rijk vorm te geven. Het Nazisme heeft die utopie zelf ook ter hand genomen, maar volgens Norman Cohn is het moeilijk niet in al die -ismen een chiliastische aandrift te onderkennen. Ook het communisme streefde en streeft naar een ideale eindtijd. Als dus links extreemrechts totalitaire aanspraken te koesteren, dan moet ze wel de hand in eigen boezem steken. Ook Peter Sloterdijk heeft een facet van die ontwikkelingen filosofisch uitgewerkt: Zorn und Zeit. Maar we weten dat men in Vlaanderen niet graag aan diens werk refereert, wegens al te mistig. Of zou hij onwelkome inzichten te berde brengen.

Wie onze samenleving na 1945 goed tegen het licht houdt, zal merken dat we in vele opzichten de idealen van onze voorzaten, onze strijdbare voorzaten hebben gerealiseerd, maar de samenleving, de staat, die bleef verre van ideaal en die paradox valt velen zwaar.

Idealen zijn nodig, pragmatisch realisme evenzeer

Rudiger Safranski beschreef hoe de Romantiek een Duitse affaire moet genoemd worden, maar tegelijk dat het romantisme vaak tot pervertering heeft geleid. Voor hem blijkt het noodzakelijk dat we in de samenleving staan met een aantal idealen, maar tegelijk dat we niet toelaten dat die idealen onze wakkere geest bedwelmen of ons observatievermogen misleiden zal. Het risico bestaat dan dat we de zaken slechts op een manier gaan lezen en in feite een matrix hanteren om alles te ordenen.

Politiek heeft altijd wel te maken met beheersen van de samenleving, want orde moet er zijn, chaos belemmert mensen nu eenmaal hun leven te leiden. Toch kan men niet verwachten of zelfs wensen dat alles stille blijft staan. Maar de richting van de veranderingen is niet neutraal. Europa heeft nog weinig grondstoffen en beheerst de grondstoffenstromen niet meer, zodat de kern van de economische ontwikkeling wellicht meer dan vroeger aan talent toekomt, aan kunde en vaardigheid. Het klein- en middenbedrijf kan hier soelaas bieden, al lijken sommigen te menen dat dit bedrijfsmodel garant staat voor het negeren van de werknemersbelangen. De mogelijkheden van bedrijven om de belangen van hun werknemers in rekening te brengen, wordt in het publieke debat doorgaans onderschat, net als het vermogen van de werknemers om zich het belang van de onderneming aan te trekken.

Het brengt met zich dat men ook zou kunnen begrijpen dat burgers in allerlei hoedanigheden de ruimte vinden om naast hun persoonlijke belangen ook aandacht op te brengen voor publieke belangen. Nu zegt een partij als Groen, zeggen milieu-en sociale organisaties nogal gemakkelijk dat rechts alleen met persoonlijke belangen bezig zou zijn of groepsbelangen in het beste geval. Toch ziet men ook ter rechter zijde mensen die begaan zijn met het publieke, de res publica.

We zullen hier de discussie over de tegenstelling tussen elite en de massa niet opnieuw aansnijden, wel denk ik dat die discussie zowel het individuele handelen, zoals Hannah Arendt dat beschrijft in Vita activa, als het vermogen van mensen om eigen belang te relativeren ten behoeve van het publieke. Jacques van Doorn - sommigen zullen weer de wenkbrauwen fronsen - beschreef dat men na de donkere jaren blind is gebleven voor het vermogen van burgers in Nazi-Duitsland bereid waren mee te denken "met de Führer", iets wat hen, zo zegt hij, in de SPD niet gegeven was, omdat die partij zowel bureaucratisch als intellectueel elitair functioneerde. Nu, van Doorn wil daarmee niet gezegd hebben dat dit "meedenken" zomaar goed uitpakte. Maar ook John Lukacs wees erop dat wie naar Hitler kijkt als persoon en leider, gemakkelijk uit het oog verliest wat de Duitsers heeft bewogen en als ik zijn visie goed begrepen heb, zag hij ook hoezeer Duitsers gefrustreerd van de SPD afstand hadden genomen. Overigens, tijdens het bewind van Hitler zullen Nationalisten dan weer gefrustreerd raken omdat hun antimodernisme de NSDAP en de partijtop niet echt beviel. De propaganda maakte gebruik van nationalistische thema's, maar zelfs het opkloppen van het antisemitisme tot haat en bereidheid te ontmenselijken en te doden was finaal niet meer nationalistisch.

Onze samenlevingen in Europa staan vandaag zeer ver van wat de Republiek van Weimar was, van de mensen die de republiek wilden redden ondanks de tekortkomingen. Of beter, dat willen we hopen, maar wat er afgelopen dagen in Frankrijk is voorgevallen, de hele discussie over de financiering van de verkiezingscampagne van Sarkozy en de "Sarkothon", een fundraising bij de leden om de partij van het failliet te redden. Blijkt nu dat de heer Copé nauwe banden had met Bygmalion, een klein bedrijfje dat events organiseerde en dat bijzonder snel zou zijn gegroeid. Succes maakt nu eenmaal blind. Lionel Tardi, volksvertegenwoordiger voor de Haute-Savoie, ondernemer ook, liet het publiek verstaan dat de partij van Sarcozy, Fillon en Copé onderhevig was aan een "esprit clanique". De idealen die men uitdraagt, denk ik, zijn dan ook slechts vehikels, niet de grond van de zaak. De idealen zijn verdampt omdat de macht verwerven zo cruciaal is. Over de PSF , de partij van François Hollande, zullen we dan ook maar zwijgen.  Zedigheid komt niet ter sprake.

De toekomst (voor)zien: de paradox van de pensioenen

Het is des mensen de toekomst te willen voorzien, mensen immers willen het ongewisse liever wat gewisser maken, al zijn er wel voldoende parameters die door sociologen, economen en andere wetenschappers overzichtelijk in beeld gebracht kunnen worden. Maar als we het goed en wel nagaan, blijkt het moeilijk de toekomst zelf op het niveau van de samenleving vorm te geven. Want we hebben noch alle parameters in de hand en bovendien kan het gebeuren dat het wijzigen van een of meer ervan andere parameters niet hetzelfde blijven. Paul Frissen heeft bovendien betoogd dat het niet altijd wenselijk is op alles greep te willen hebben. Er zijn accidenten, zo weet hij te melden, die men moeilijk voorkomen kan. Een moord is gruwelijk en doorgaans zinloos, tenzij het om wettige zelfverdediging gaat, of om een te verantwoorden wraakzucht. Maar dan nog blijft het zinloos omdat de dader zich niet weet te bedienen van betere middelen om zijn of haar zielenpijn te verlossen. Maar als een moord gepleegd wordt op een plein in de stad, des ochtends als Brugge zou ontwaken, dan is er meer aan de hand. Alleen, voor de overledene helpt er geen lievemoederen aan en de daders kunnen misschien nog even onderduiken.

Maar men kan dromen over een wereld zonder geweld, mensen blijken niet altijd bereid elke vorm van geweld af te zweren, want men kan gemakkelijk observeren dat er vormen van geweld zijn die op het oog legitiem zijn: een baas die een personeelslid de duvel aandoet, kan pas voor de arbeidsrechtbank op zijn of haar verantwoordelijkheid gewezen worden. Maar dat blijft een kwestie van persoonlijke aandriften, die echter wel des mensen zijn. Nochtans vormt de accumulatie van het goede wat mensen doen én van de vele vormen van banaal kwaad dat we verrichten voor onszelf of voor derden soms zeer bepalende omstandigheden die we niet altijd goed kunnen verdragen.

Uit de aard der zaken volgt dat we dit soort gegevens niet kunnen opnemen in onze toekomstvisie maar tegelijk is het wel zo bepalend voor mens- en wereldbeeld, voor persoonlijk handelen dat er methodes ontwikkeld moeten worden om die accidenten in kaart te brengen. Want de toekomst, leren futurologen mij, behelst de kennis van en in aanleg de controle over parameters als demografie, de economische groei, in zekere mate ook de tevredenheid van mensen met de groei, met het gevoerde beleid. De discussie over de pensioenen, de welvaartvastheid van pensioenen werd afgezet tegen de vraag of men mensen niet langer aan het werk kan houden. Maar gegeven de stabiliteit van de pensioenen, zou men ook kunnen bedenken dat men mensen tussen hun 60ste en 80ste nog altijd als actieve senioren beschouwt als het om het "carpe diem" gaat, want ouderen gaan uit, gaan op reis en genieten nog van het leven.

De angst voor de oude dag bespeelt men nog steeds en soms was daar enige grond voor. Maar vermits men in Nederland de pensioenkassen heeft zien ontwikkelen tot grote beleggers die het systeem konden ondersteunen, maar vaak ook, het moet gezegd, heeft men die zien optreden als spelers die mee de vlucht voor hoge loonkosten of suboptimale rendementen hebben georganiseerd, moet men zich afvragen of de scherpe regels inzake rentabiliteit van die fondsen de afgelopen jaren niet mee de malaise in de Nederlandse economie hebben veroorzaakt. Of nog: men voorzag moeilijke tijden voor de pensioenkassen en bracht daarmee ook ineens de basis van de economie in het gedrang. Als ik het wel heb, zou de ondergang van ABN-AMRO ook mee veroorzaakt zijn door een aantal pensioenfondsen die een equity fund beheerden.

De vergrijzing was al sinds 1990 een topic bij economen en demografen, maar politiek wist men er zich geen raad mee. Wel voerden partijen campagne met de verzekering dat de sociale zekerheid in hun handen veilig zou zijn, maar waarbij men vergat aan te geven hoe men de groei en de productie zou verzekeren. Ook vergat men in rekening te brengen dat de vergrijzing niet meer dezelfde vorm aannam in de samenleving als 50 jaar vroeger. In 1975, toen ik als twaalfjarige nieuwsgierig werd naar het grotere plaatje, ontdekte ik dat sommige mensen met zestig oud waren, of zich oud gedroegen en anderen alles in het werk stelden om van hun oude dag iets moois te maken, omdat ze voldoende zeker waren van de inkomsten. Men heeft die evolutie in de wereld van de marketing wel door- en voorzien, maar niet in politieke wereld en bij sociologen, noch bij macro-economen. Het probleem was immers dat wie geen inkomsten en/of meerwaarde meer genereert een last wordt.

Even terug in de geschiedenis? Aan het einde van de negentiende eeuw, zegt men vandaag vaak, was de groei van de steden, het vergroeien van steden en voorsteden een zaak van arme drommels die zich aan de rand gingen vestigen en geleidelijk opklommen op de sociale piramide en metterwoon ook die verbeteringen vorm en gestalte zagen aannemen. De vaststelling dat de groei van steden, bijvoorbeeld Brussel ook lange tijd gepaard ging met het de vestiging metterwoon van renteniers en die zorgden ook voor zowel consumptie als voor luxenijverheden. Het blijft wonderlijk dat men rentenierschap verbinden blijft met terughoudendheid op de kapitaalmarkt, maar wie beter toekijkt merkt dat mensen eenmaal de kinderen het huis uit zijn best nog wel bereid zijn tot economische activiteiten, in de vorm dus van consumptie, van het bouwen of aankopen van een andere woonst en andere activiteiten. Als men dus de uitbetaalde pensioenen zou zien als een aanzet voor die ouderen om nog eens iets te ondernemen, eventueel een zoon of dochter te helpen een bedrijf op te zetten, dan wordt het duidelijk dat men de vergrijzing op de wijze die deze evolutie nu vorm krijgt, niet per se als een ondragelijke last moet zien, mits men hen niet bang maken zal door te dreigen te korten op de pensioenen.

Futurologen noch utopisten beschikken zo te zien over verbeelding en toch komt het erop aan, wil men de toekomst enigszins begrijpelijk maken gedachte-experimenten op te zetten. Het verwijt zal zijn dat men zich aan de gegevens, de mega- en metadata moet houden, maar de data op zich vertellen een verhaal, omdat die gegevens met een bepaald doel worden verzameld, maar precies historici hebben laten zien dat men die data, bijvoorbeeld van belastingscohieren en wezenkamers op heel verschillende manieren kan aanwenden, vaak voor een benadering die niets meer met de oorspronkelijke opzet van de bronnen te maken hebben. Zo kon Chris Vandenbroecke de evolutie van de 18de eeuw op een andere manier beschrijven dan men pleegt te doen, want de eeuw die we doorgaans vergeten in onze geschiedenis en dat omdat het een onbetekenende periode zou zijn geweest. Maar de stelling van de historicus Vandenbroecke die wel eens zijn stoute schoenen aantrok en toch nog besloot dat men voor de toekomst scenario's kan uitdenken, luidt dat Vlaanderen toen zeker niet arm was, dankzij de langdurige vrede (1715 tot 1787 minus enkele oorlogshandelingen tijdens de Oostenrijkse successieoorlog) maar ook dankzij vernieuwingen in de landbouw: het intenser gebruiken van bemesting en het aanwenden van de aardappel als basisvoedsel plus daar bovenop de ontwikkeling van de huisnijverheid, die echter in de negentiende aanleiding zou vormen voor een te langzame overgang naar de industrie - al blijkt dat in Gent dat dan weer mee te vallen. Zoals gezegd maken die inzichten weinig indruk op opiniemakers en heeft men er de laatste jaren niet zo heel veel mee gedaan.

Een ander element dat me zorgen baart als ik opiniemakers de toekomst hoor voorspellen, vormt de vaststelling dat ze ofwel geloven dat de oorlog in 1914 in de sterren geschreven stond maar in werkelijkheid was de oorlog het gevolg van berekeningen over een niet zo nabije toekomst, anderzijds was er ook wel een propagandaoorlog bezig in de aanloop, om nog te zwijgen van geopolitieke verschuivingen. Christopher Clark heeft evenwel in de Vlaamse publieke opinie nog niet veel in beweging gebracht.

Tot slot

De toekomst is in zekere mate ongewis en dat kan men maar beter zo houden. Wel zijn er evoluties die men enigszins kan voorspellen, al is het de vraag of men dat dan wel wil. Utopisten betrachten een ideale wereld voort te brengen, maar moeten er de persoonlijke vrijheid voor opofferen, waarbij de geschiedenis leert dat mensen wel degelijk bereid blijken die vrijheid op te offeren, onder meer om meer zekerheid over de toekomst te verwerven. Futurologen willen de toekomst onderzoeken en dat kan op goede gronden, maar de parameters die al dan niet elkaar beinvloeden goed samen in beeld krijgen, het blijft een moeilijke kwestie.

Zodoende blijft het zaak voor politici, burgers en het commentariaat die toekomst ook niet geheel te willen vastleggen. Het onverwachte is maar mogelijk als men burgers, jong en oud ruimte laat om naar eigen inzicht te handelen. En daarmee zijn we meteen bij de aanvang van het verhaal: de toekomst kennen en toch handelen met het oog op iets beters dan wat zich nu aandient. Ik denk dat we daar niet omheen moeten draaien, het is wat ons drijft en afschrikt. Daarom willen we graag luisteren naar profeten, die ons een rozenvingerige dageraad voorspiegelen, willen we wel geloof hechten aan wat futurologen op basis van wetenschappelijke analyse te vertellen hebben, ook, vooral wanneer het hel & verdoemenis blijkt te worden. Wetenschappelijk voorspellen, aldus John Meynard Keynes is moeilijk en al zeker de toekomst. Het spelelement kan het omgaan met de toekomst kleuren, niet per se roze, maar toch uitnodigend een andere lading geven. Want de verbeelding is, zoals Robbert Dijkgraaf het stelde in een televisielezing over Albert Einstein onmisbaar wil men bekende inzichten die niet sporen toch met elkaar in een kader te plaatsen. En de toekomst voorzien? Dat wil zeggen de interactie tussen op zich evoluerende domeinen van menselijk handelen en maatschappelijke domeinen trachten te vatten, zonder het negatieve voorop te stellen of al te rooskleurig naar de dingen te kijken.


Bart Haers

Reacties

Populaire berichten