Waarom ik blij ben katholiek te wezen



Dezer Dagen


  Uit liefde voor de complexiteit
reflectie over een begin van liefde
voor deze wereld

« Comment s’étaient-ils rencontrés ? Par hasard, comme tout le monde. Comment s’appelaient-ils ? Que vous importe ? D’où venaient-ils ? Du lieu le plus prochain. Où allaient-ils ? Est-ce que l’on sait où l’on va ? Que disaient-ils ? Le maître ne disait rien ; et Jacques disait que son capitaine disait que tout ce qui nous arrive de bien et de mal ici-bas était écrit là-haut. »

Incipit van  "Jacques le fataliste et son maître"

Lotus Dome, een creatie van Daan Roosegaarde waarbij
met materie, met vormen een energetisch
continuum geschapen wordt. Van schoonheid
gesproken. 
Het zal wel een shock veroorzaken, zo een uitspraak, want wat kan men al niet verbinden met dat geloof en dat instituut van de ouden? Of toch niet, want sommige lezers verdenken me er toch al van nooit geheel de oude gewaden te hebben afgelegd. Het zij zo, want tegelijk heb ik ook wel enkele reserves ten aanzien van de geloofspraktijk en de presentatie van de diepere waarheden, terwijl de moraal die men ons voorhield niet altijd voldoende ruimte liet voor het persoonlijke geweten. Maar toch, dezer dagen moet het mij van het hart, ik ben blij te beseffen dat er in het betere katholicisme wel degelijk een vorm van lankmoedigheid en begrip voor de zwakheden des mensen mogelijk was, die we in onze zoutloze nutseconomie opzij hebben gezet.

Lankmoedigheid? Het woord alleen smaakt naar ouderdom, naar weekheid des harten en gebrek aan vigueur, daadkracht. Maar tegelijk, als trouw volgeling van Bernard Manderville, moet ik zeggen dat de deugdzaamheid de wereld kan versmachten. Nu zou men kunnen denken dat alleen de deugdzaamheid van de kwezels in het vizier genomen wordt, maar naar mijn aanvoelen gaat het om elke mogelijke vorm van aanmerken van wat goed gedrag is en het bestrijden van wat fout gedrag is.

Kijken we naar de discussie over de mogelijke band tussen bewindslieden van N-VA en de collaboratie van zeventig jaar geleden, dan merkt men dat er zelfs een blik historici kan opengetrokken die menen dat de beweegredenen om het bolsjewisme te bevechten ook impliceerde dat men alle premissen en ideologische, lees: antisemitische aannames van het nazisme onderschreef. Als men ziet wie vandaag Zionisme, het beleid van Israël en antisemitisme over dezelfde kam scheert, dan ben ik toch wel beducht voor zo een anathema aan het adres van mensen van N-VA. Nu geloven Franstalige intellectuelen nog altijd dat 70 % van de Vlamingen en katholiek en dom en fascistisch is. Overigens, de verlichte geesten in Vlaanderen hebben er geen probleem mee dit dogma te aanvaarden. Natuurlijk kan men van het nazisme niet veel goeds zeggen, maar het was een socioloog Jacques A.A. Van Doorn die mij alvast duidelijk maakte dat het succes, de steun van het electoraat niet enkel kwam van brave kleinburgers, maar ook valt volgens deze auteur, gestorven in 2010, niet te ontkennen dat ook het edele proletariaat niet weigerig stond de aannames en perspectieven van het nazisme te omhelzen. Er is, betoogt ook Philipp Blom nauwelijks een land te bedenken waar het nazisme of het fascisme geen grote aantrekkingskracht uitoefende op mensen die door de ervaringen van de oorlog, de neergang van hun omgeving en persoonlijke lijden alle oude zekerheden verbrijzeld hadden zien worden.

Het gaat om de vraag die Adorno stelde: hoe staan nazisme en Leninisme tegenover de Verlichting en de moderniteit? Velen menen vandaag dat zeker het nazisme buiten de heilsboodschap van het verlichtingsdenken staat. Maar wellicht had mevrouw Hannah Arendt meer dan een punt dat het probleem van de Verlichting juist ligt in het eng opvatten van wat de rede is. Zij meent dat men de scholastiek en zeker het denken van Thomas van Aquino onrecht doet als men de intellectuele kracht ervan over het hoofd ziet: het gaat om het redeneren, dat wil zeggen het onderzoeken van verschillende inzichten over een kwestie en dan de verschillende inzichten die erover de ronde doen af te wegen en vervolgens zelf tot een besluit te komen. Zij spreekt zich verder niet uit over de adoratie van de Ratio sinds de Verlichting, maar ze laat doorschemeren dat er in die benadering een probleem kan ontstaan van eenzijdigheid. De rede, zegt men dan, geeft aan wat juist is, maar voortbouwende op het denken van Descartes, diens discours de la méthode, kan men inderdaad niet aan de indruk ontkomen dat men op die manier tot sterk gereduceerde modellen van de werkelijkheid dreigt te komen, die men zonder meer voor waar en juist houdt. Let wel, dat heeft ons een onvoorstelbare vooruitgang gebracht en onvermoede mogelijkheden geschapen, waar ik maar al te graag deel aan heb. Blijft de kwestie of en hoe we met die mogelijkheden omspringen.

Jean Tirole krijgt de Nobelprijs economie, voor zijn deregulerende denken, dat wil zeggen voor het feit dat hij accepteert dat de economie eerder complex is. Eenduidige analyses, erger nog, eenduidige oplossingen brengen doorgaans meer onheil dan gunstig resultaat. Niettemin blijft het opvallend dat men nogal graag, niet alleen in de economie als zodanig, pleiten voor duidelijke oplossingen. Geert Bourgeois legde in zijn septemberverklaring ook de nadruk op het feit dat hij als regeringsleider te maken heeft met een complexe werkelijkheid en dat ingrijpen soms andere resultaten kan opleveren dan men verwacht. Toegepast op de besparingslogica, zal men accepteren dat het knippen in het aanbod van de Lijn ook gevolgen heeft voor het mobiliteitsvraagstuk in een ecologisch kader. Maar de primaire observatie ontbreekt dan nog: men gaat er bij discussies over mobiliteit vanuit dat mensen misbruik dan wel onoordeelkundig gebruik van hun auto en andere vervoersmodi maken als ze al op straat komen voor iets anders dan woon-werkverkeer of het vervoer van leerlingen. Dit is compleet van den gekke, want onze economie zou er nog veel erger aan toe zijn als men niet voor vrijetijdsactiviteiten, mantelzorg of gewoon zomaar de weg opging. De redenering dat het gebruik van het openbaar vervoer voor een toeristische uitstap, een avondje uit met vrienden niet verantwoord zou zijn, strijdt volkomen met andere ratio's, die van het goede leven of van welbevinden. Reden waarom men ook zou moeten kijken of men mensen die nog de euvele moed hebben een eettent of drankgelegenheid wensen te open te houden, niet fiscaal en anderszins moet steunen.

Verder kan ik verwijzen naar de deregulering ten aanzien van grootwarenhuizen., de zogenaamde Ikea-wet van Guy Verhofstadt, het trieste gevolg heeft dat de kleine neringdoener de deuren moet sluiten. Wel ingelichte bronnen laten mij ook weten dat Unizo het echte kleinbedrijf al lang de rug heeft toegekeerd, want ze willen meespelen met de grote jongens. Wie zal dan mijn waard verdedigen, waar ik wel eens een glas wijn ga drinken of een bolknaak rook? Juist, dat moeten wij dan maar doen, de burgers, voor ons eigen welbevinden en genoegen en geestelijke gezondheid. Ik ben er niet rouwig om dat er grootwarenhuizen zijn, maar ik ben triest als ik zie dat een viswinkel met een mooi aanbod de deuren moet sluiten, want nu moet ik naar Sluis om er vis te gaan kopen, verse vis tegen een redelijke prijs en dus weer kilometers malen. De deregulering bevordert niet het ondernemerschap maar het rentenierschap. Let wel, ik zal niet zo gauw tonijn eten en ook van andere vis weet ik dat het bedreigde soorten zijn. U begrijpt, de complexiteit van ecologische evenwichten, economische efficiëntie, de logica van de deregulering en het koesteren van het goede leven, met kwaliteitsproducten, het baart mij zorgen te zien hoe men kiest voor eenduidige benaderingen.

Ben ik blij dat ik in die oude katholieke leer ben opgegroeid, zonder er nog de frustrerende autoritaire attitudes van te kennen of de fnuikende moraal. De reden is, beste lezer, dat ik de heersende moraal en de dogma's dezer dagen in menig opzicht erger vind dan wat ik uit de lectuur van Thomas van Aquino of Augustinus kon halen. Het klopt dat niet iedereen middeleeuwse geschiedenis heeft gestudeerd en slechts weinigen zijn ermee vertrouwd hoe tijdens de middeleeuwen binnen de kerk een manicheïstische strijd woedde tussen lieden die kozen voor een gewogen visie, terwijl anderen telkens weer inzichten tot het uiterste doortrokken en voor opperste gestrengheid gingen. Ik ben evenwel bevreesd dat velen dezer dagen deze inzichten op zich al waardeloos zullen vinden en toch, het behoedt me dan wel niet voor soms excessieve dagdromen, maar in mijn denken over de dingen, over mensen vooral, hoop ik, brengt het me ertoe precies de verschillende facetten van een zaak te belichten, zonder te dromen van een platoons ideale wereld. Doch, voor de volledigheid kan ik aanvoeren dat precies de lectuur van Voltaire, Descartes - Jacques le Fataliste et son maître - en zovele andere inzichten daartoe het hunne hebben bijgedragen. Maar ik begrijp, ervaringsdeskundige van de erfenis van Mei '68 dat mensen behoefte kunnen hebben aan duidelijke dogma's, intellectuele zekerheden en onwankelbare rotsen voor hun eigen bestaan zoeken. De verleiding van sommige sekten, het conformisme van een epigoon gauchisme, ik heb het gezien, zonder er echt door beroerd te zijn geworden.

Wat is het verschil, vraag ik mij af tussen het bureau voor Statistiek, waarover W.H.  Auden spreekt, die mensen fileert op hun gedrag, aankopen, huwelijkse staat en eventuele gewelddelicten en het plan dezer dagen om aan de hand van big data alles te gaan onderzoeken wat u en ik doen. De controledrift gaat vandaag veel verder, maar ook de autocensuur. We durven niet meer uit de band te springen noch een gedachte-experiment opzetten om te begrijpen dat het menselijke ook altijd een zekere onbestemdheid heeft, die men beter niet kan temmen. Edoch, het discours van John Crombez over sociale en fiscale fraude wil dat de overheid zonder pardon elke inbreuk ziet, vervolgt en bestraft. Theo Francken wil elke criminele illegaal de deur uit. Nu denk ik ook niet dat die Albanese en andere geweldenaars die gemakkelijk de Belgische nationaliteit kregen een grote bijdrage kunnen leveren aan onze samenleving. Of toch, want het lijkt erop dat plaatsen waar men nog eens een kuitenflikker kan slaan of lijf aan lijf dansen, stilaan uit het landschap verdwijnen.

Nooit had ik het kunnen denken, maar als we al mogen talen naar het goede leven, maar het mag niet politiek incorrect zijn, moet het gezond zijn, moet het veilig zijn en zeker mag het niet leiden tot excessen, alsof het programma op zichzelf al niet excessief mag heten. Want de vrijheid zich inzichten eigen te maken, daar ook anderen aan te laten delen, ligt op het hakblok. Het recht te dwalen? Vergeet het maar, want er is maar een waarheid, bijvoorbeeld dat ongezond eten schadelijk is voor de samenleving en dus moeten mensen ten koste van alles gezond leven. Waartoe? Om het systeem betaalbaar te houden. Maar eens moeten we gaan, want aan onze sterfelijkheid kunnen we moeilijk twijfelen en eerlijk is eerlijk, het is niet eens zo erg. Erger is het dat we niet meer beseffen dat het altijd kan beginnen, het goede leven.

De bezwaren tegen het katholicisme zijn bekend, zijn dogma's geworden, terwijl, men kent de riedel, de inquisitie als instrument van rechtsbedeling door de kerk ontwikkeld een stevige vooruitgang bood tegenover de praktijken van wereldse vorsten. Het liep uit de klauw, die inquisitie toen paus en keizer die instantie ging misbruiken om tegenstanders uit te schakelen. Het menselijke vermogen goede inzichten en systemen te ontwikkelen kan men niet los zien van de neiging er een switch aan te geven, zodat het systeem een geperverteerd karakter krijgt. In die zin kan men niet om het denken van Adorno over de Verlichting heen. Ook de Verlichtingsidealen werden geperverteerd, onder meer door toedoen van Maximilien de Robbespierre, maar ook later, toen men het wetenschappelijke ging zien als een bron van onbetwijfelbare kennis. Toen Dick Swaab en Victor Lamme kwamen vertellen dat wij ons brein niet sturen, ontstond er een luide ovatie die nu, merkwaardig genoeg, enigszins verstomd lijkt. Edoch, een rechter doet beroep op die visie om een man die zijn baby vergat af te leveren bij de crèche, kinderopvang, haar in de auto achterliet terwijl hij plichtsgetrouw aan het werk ging, zodat ze aan uitdroging en oververhitting stierf, vrij te spreken. Hij was het vergeten. Uitleg van de rechter, die daarmee een neuroloog volgde: we hebben geen controle op ons geheugen. Fraai is dat. Als we in de auto zitten en vergeten dat er een bordje staat dat we ons aan een beperking van 50 moeten houden, dan zal de politierechter Peter D'hondt wel weten hoe het moet. Straffen, want we moeten ons houden aan die beperking. Men ziet, de chaos neemt alweer toe, omdat we aan de ene kant verantwoordelijk zijn voor onze daden, maar, merkt Jan Verplaetse terecht op, we kunnen ons denken niet sturen. Welk mensbeeld hieruit voortkomen zal, blijft voor mij alsnog onduidelijk. Maar misschien brengen precies deze ideetjes onze Syriëvaarders wel op gedachten. Hoezo? Zij krijgen plots de onweerstaanbare drang hun leven op het spel te zetten omdat ze in deze samenleving met hun doelloosheid geen blijf weten.

Neen, geeft mij dan maar een goed ouderwets gewetensonderzoek, waarin we proberen met onszelf in het reine te komen, ook als we van onze eigen gedachten en daden wel eens schrikken. Moet men daarbij de klassieke vragen van de kerk als norm nemen? Daar kan men over nadenken, maar dat op zich vormt al een verbreding van de blik. Want de oefeningen die men deed ter voorbereiding van de biecht, hadden soms een te instrumenteel karakter, terwijl bijvoorbeeld de band tussen een goede daad en verkeerde middelen niet goed onderzocht. Machtsmisbruik werd niet altijd als zonde gezien, terwijl ik begrepen heb dat precies Thomas van Aquino hier aandacht voor wist op te brengen.

Het punt blijkt inderdaad te zijn dat we ons niet altijd bewust zijn van het feit dat we door onze aannames een eenzijdige benadering van de dingen des daags verkiezen en dat de criteria voor wat goed is en wat niet goed mag heten in marmer gebeiteld blijkt en niet meer aan de gevallen die we te beoordelen krijgen, getoetst worden. Met andere woorden, we zijn ons duidelijk niet altijd bewust van ons gebrek aan openheid, we menen een open samenleving te bepleiten en komen uit bij een gesloten systeem, waar niets onbepaald is. Ik denk aan de uiteenzetting van de gezondheidseconoom Guus Schrijvers, die meent dat we alles moeten doen om ziekten te voorkomen, kanker en andere, want we weten dat het mogelijk is. Dat hij verder aanzetten geeft om de curatieve gezondheidszorg op een nieuwe leest te schoeien, waarbij het behandelen van patiiënten geheel op prestaties gericht is, terwijl het beter zou zijn als artsen voor een deel een vaste vergoeding krijgen, maar ook nog een aansporing meer te doen, lijkt mij dan weer best het overwegen waard. Intussen laat nu net Jean Tirole zien dat het algemeen belang misschien niet het best gediend is met een excessieve aandacht voor gezondheidspreventie. Dat men obesitas wil aanpakken om mensen die lijden onder hun overgewicht, kan men alleen maar goedkeuren. Dat dit gaat via aansporingen minder te sneukelen, minder vet te eten, minder de verkeerde zaken te drinken, dat alles dient een duidelijk doel. Maar als men bijvoorbeeld een vettaks zou opleggen, om mensen gezonder te laten eten zou men warenhuizen kunnen verplichten hun leveranciers, vooral de boeren meer te betalen eenzelfde kost zou opleveren voor de patiënten, maar daarmee zou men de landbouwers steunen, die nu helemaal onderuit dreigen te gaan, wat dan weer voor het landschap erg nadelige gevolgen zou hebben.

De ketting van gevolgen, ongewenste dan wel meer gestuurde gevolgen oogt allicht wat bizar, maar tegelijk vormt dit een passend voorbeeld voor wat ik bedoel: denksystemen kunnen ons helpen de chaotische werkelijkheid meester te worden, maar als zo een systeem, een ideologie precies de complexiteit van de dingen verdringt, onzichtbaar maakt, dan  fnuiken we onze eigen mogelijkheden en hypothekeren we meer gewenste oplossingen. Maar de ene wil niets liever, de ander doet alsof hij of zij er niet aan wil, maar vindt strategieën om het systeem als een open verhaal voor te stellen, maar tegelijk biedt men zich zekerheden.

Net dat is het wat ik heb geleerd. Mark De Kesel betoogde het: Goden breken en niet in de plaats van god willen treden. Moeten we genoegen nemen met stukwerk, zoals Paulus schrijft? Zelfs als we de perfectie nastreven, denken te bereiken, blijft er altijd weer een bron van onzekerheid en onvolkomenheid.

Daarom zal ik er veel aan doen om van het werk van de Nobelprijs economie Jean Tirole kennis te nemen, juich ik het toe dat een Minister-president toe erkent dat de werkelijkheid complex is en dat politici nooit het geheel onder controle kunnen krijgen, maar zal ik mij evengoed verzetten tegen een beleid dat claimt dat elke inbreuk vervolgd moet worden.  Zero tolerantie? Niets komt mij meer strijdig voor  ten aanzien van een schone deugd, lankmoedigheid. Vooral vrees ik dat pas dan het einde van de geschiedenis bereikt zal worden, als we elk streven iets te bedenken buiten de bekende paden, vermoeid en moedeloos achterwege laten. Daan Roosegaarde bedenkt zo van die dingen, die niet automatisch volgen uit wat we menen te weten. Een openbloeiende lichtactieve bol in een oude kathedraal of een weg afgeboord met licht, niet op elektriciteit, maar door de verf overdag licht te laten opnemen, die het des nachts weer vrij kan geven. Enfin, de wet van behoud van energie op een poëtische manier toegepast.

Zegde ik blij te zijn om mijn katholieke opvoeding, zelfs die komt mij voor niet te zijn wat sommigen ervan denken, want bedompt en eenduidig was het niet, in staat tot een milde aanvaarding in elk geval meer dan sommigen vandaag ten aanzien van anderen kunnen  opbrengen. Ja, we hoorden over en lazen Jean-Paul Sartre, maar zijn kotsen van de mensen, de dingen en de wereld, daar heb ik nooit voor gevoeld, want er leefde een zeker geloof dat het ook goed was, wat we mochten meemaken. Die dubbelzinnigheid stoorde mij als jongere niet echt, maar wel dat anderen dit niet begrepen. Want jawel, je hebt dan meer tijd nodig om iets uitgelegd te krijgen en soms ga je evidenties overdreven aandacht geven. Maar dat vond ik net het aangename van sommige dogma's, maar ook van Dada of bij Paul Delvaux.. De wereld plooide zich open, naarmate er meer op mijn pad kwam en dat proces droeg er ook toe bij dat ik niet geloofde dat we het Ganze zouden kunnen vatten, dat we dus verstoken zouden blijven van de Waarheid, want het was leuk puzzelen met stukjes glanzende schoonheid en soms vingen we een glimp op van het ware, het goede en het schone.

Maar er groeide ook een liefdesverhaal, een liefde voor deze wereld, die me wel eens op de zenuwen werkt, maar die ik later, via Hannah Arendt leerde te begrijpen: de liefde voor de wereld en mensen vermag zoveel meer dan de koude bejegening van alles en iedereen, om het te veroveren, te bezitten en doorgaans ook kapot te maken. Amor mundi mag dan weemakend klinken, het komt mij vooral voor een grote betrokkenheid, tja, liefde en toewijding te wekken, die ik dezer dagen wel eens mis, bij beleidsmensen, bij technocraten en in de wandeling, want in de liefde is weinig zeker. Maar ik merk ze wel en probeer er ook iets toe bij te dragen.


Bart Haers

Reacties

Populaire berichten